zondag 11 mei 2014
Eric Burdon (1941)
Vandaag viert Eric Burdon alweer zijn 75ste verjaardag.
Eric Victor Burdon (Walker-on-Tyne, Northumberland, 11 mei 1941) is vooral bekend als zanger van The Animals, een in Newcastle-upon-Tyne opgerichte rockband, als zanger van de funkrock-band War en van zijn agressieve podiumoptredens.
In 1958 had Alan Price The Alan Price Combo opgericht. Snel nadat Burdon zich in 1962 had aangesloten bij die band, werd de naam veranderd in The Animals. De groep combineerde blues met rock. In de Verenigde Staten waren zij een van de toonaangevende bands van de British Invasion. Naast Burdon als zanger en Price op elektronisch orgel bestond de band uit Hilton Valentine op gitaar, Chas Chandler op basgitaar en John Steel op drums. De groep maakte een paar grote hits, zoals The House of the Rising Sun, Don't Let Me Be Misunderstood en Bring It on Home to Me.
Alan Price verliet de groep in de zomer van 1965 na onenigheid met vooral Eric Burdon en werd vervangen door Dave Rowberry. Het had geen gevolgen voor de populariteit van de groep. Ook We gotta get out of this place en It’s my life werden hits. Begin 1966 vertrok John Steel. Hij werd opgevolgd door Barry Jenkins. In september 1966 vielen The Animals uit elkaar. Eric Burdon ging verder met een nieuwe band als Eric Burdon and the Animals, met als uitvalsbasis Californië in de VS. Alleen de drummer Barry Jenkins ging met hem mee. Ook met deze groep bleek Burdon te kunnen scoren; de grootste hits waren San Franciscan Nights en Sky Pilot.
In februari 1969 viel ook deze groep uit elkaar.
Eric Victor Burdon (Walker-on-Tyne, Northumberland, 11 mei 1941) is vooral bekend als zanger van The Animals, een in Newcastle-upon-Tyne opgerichte rockband, als zanger van de funkrock-band War en van zijn agressieve podiumoptredens.
In 1958 had Alan Price The Alan Price Combo opgericht. Snel nadat Burdon zich in 1962 had aangesloten bij die band, werd de naam veranderd in The Animals. De groep combineerde blues met rock. In de Verenigde Staten waren zij een van de toonaangevende bands van de British Invasion. Naast Burdon als zanger en Price op elektronisch orgel bestond de band uit Hilton Valentine op gitaar, Chas Chandler op basgitaar en John Steel op drums. De groep maakte een paar grote hits, zoals The House of the Rising Sun, Don't Let Me Be Misunderstood en Bring It on Home to Me.
Alan Price verliet de groep in de zomer van 1965 na onenigheid met vooral Eric Burdon en werd vervangen door Dave Rowberry. Het had geen gevolgen voor de populariteit van de groep. Ook We gotta get out of this place en It’s my life werden hits. Begin 1966 vertrok John Steel. Hij werd opgevolgd door Barry Jenkins. In september 1966 vielen The Animals uit elkaar. Eric Burdon ging verder met een nieuwe band als Eric Burdon and the Animals, met als uitvalsbasis Californië in de VS. Alleen de drummer Barry Jenkins ging met hem mee. Ook met deze groep bleek Burdon te kunnen scoren; de grootste hits waren San Franciscan Nights en Sky Pilot.
In februari 1969 viel ook deze groep uit elkaar.
donderdag 8 mei 2014
Woodstock (2)
Van 15 tot en met 18 augustus 1969 werd op een stuk landbouwgrond te Bethel in de staat New York, VS, het Woodstock Art- en Fairfestival gehouden. Het openlucht-concert werd vooral bekend om de optredens van beroemde en minder beroemde artiesten. Ruim een half miljoen mensen trotseerden regen- en onweersbuien met behulp van wat stimulerende middelen, lekke tenten en heel veel liefde. Bekend zijn de optredens van oa.a. Jimi Hendrix, Joe Cocker, Santana en Janis Joplin, maar in deze serie aandacht voor de optredens en artiesten die in de vergetelheid zijn geraakt.
Sweetwater bijvoorbeeld. Sweetwater zou in 1969 het Woodstock-festival openen, maar wegens problemen in de groep trad folksinger Richie Havens uiteindelijk als eerste op. Sweetwater volgde direct na Havens en was daarmee wel de eerste band die op Woodstock speelde.Drie dagen nadat Sweetwater in december 1969 had opgetreden in The Red Skelton Show raakte zanger/gitarist Nancy Nevins ernstig gewond bij een auto-ongeluk, waardoor de ontwikkeling van de groep tot stilstand kwam. Door het ongeluk liep Nevins permanente schade aan een van haar stembanden op en kampte ze vele jaren met hersenletsel.
Sweetwater bijvoorbeeld. Sweetwater zou in 1969 het Woodstock-festival openen, maar wegens problemen in de groep trad folksinger Richie Havens uiteindelijk als eerste op. Sweetwater volgde direct na Havens en was daarmee wel de eerste band die op Woodstock speelde.Drie dagen nadat Sweetwater in december 1969 had opgetreden in The Red Skelton Show raakte zanger/gitarist Nancy Nevins ernstig gewond bij een auto-ongeluk, waardoor de ontwikkeling van de groep tot stilstand kwam. Door het ongeluk liep Nevins permanente schade aan een van haar stembanden op en kampte ze vele jaren met hersenletsel.
dinsdag 6 mei 2014
Meer Verkeersdoden door harde muziek
Wetenschappers van de Ben Gurion Universiteit in Beer-Sheva, Israël, ontdekten dat luisteren naar harde, snelle muziek in de auto sneller en agressiever rijgedrag kan veroorzaken.
Volgens professor Warren Brodsky verdubbelt de harde en snelle muziek het risico op een verkeersongeval. Brodsky onderzocht de invloed van moderne muziek van tachtig decibel op het rijgedrag van achtentwintig ervaren jonge automobilisten.
Alle deelnemers hadden gedurende zeven jaar geen enkele verkeers boete gekregen. De proefpersonen deden diverse rijproeven in een autosimulator van de universiteit.
Ze kregen ‘heavy metal’, klassieke muziek, jazz of helemaal niets te horen. Alle bestuurders die tijdens het rijden snelle, harde muziek beluisterden, reden twee keer zo vaak door rood, negeerden zes keer zoveel verkeersborden en veroorzaakten in de simulator twee keer zoveel ongevallen als zij die tijdens de rijproef geen muziek hoorden.
Volgens Warren Brodsky kunnen alle soorten muziek de autobestuurder afleiden. Alleen rustige klassieke melodieën en kalme jazztonen zorgen voor een rustiger hartritme, en een lagere, gezonde bloeddruk. Automobilisten hebben met klassiek en rustige jazz zelfs de neiging te traag te rijden. Brodsky geeft toe dat de test misschien te beperkt is, maar het onderzoek geeft in elk geval een duidelijke richting aan.
Volgens professor Warren Brodsky verdubbelt de harde en snelle muziek het risico op een verkeersongeval. Brodsky onderzocht de invloed van moderne muziek van tachtig decibel op het rijgedrag van achtentwintig ervaren jonge automobilisten.
Alle deelnemers hadden gedurende zeven jaar geen enkele verkeers boete gekregen. De proefpersonen deden diverse rijproeven in een autosimulator van de universiteit.
Ze kregen ‘heavy metal’, klassieke muziek, jazz of helemaal niets te horen. Alle bestuurders die tijdens het rijden snelle, harde muziek beluisterden, reden twee keer zo vaak door rood, negeerden zes keer zoveel verkeersborden en veroorzaakten in de simulator twee keer zoveel ongevallen als zij die tijdens de rijproef geen muziek hoorden.
Volgens Warren Brodsky kunnen alle soorten muziek de autobestuurder afleiden. Alleen rustige klassieke melodieën en kalme jazztonen zorgen voor een rustiger hartritme, en een lagere, gezonde bloeddruk. Automobilisten hebben met klassiek en rustige jazz zelfs de neiging te traag te rijden. Brodsky geeft toe dat de test misschien te beperkt is, maar het onderzoek geeft in elk geval een duidelijke richting aan.
maandag 5 mei 2014
Lee Marvin - Wandering Star
`Wand'rin 'Star' was een Britse nummer een single voor Lee Marvin voor drie weken in maart 1970 en hield 'Let it Be" van The Beatles van de toppositie .
Het werd oorspronkelijk geschreven door Alan J. Lerner (tekst) en Frederick Loewe (muziek) voor de musical Paint Your Wagon in 1951. Toen er een film van de musical werd gemaakt in 1969, nam Lee Marvin de rol van goudzoeker Ben Rumson op zich. Hoewel niet van nature een zanger, Marvin zong toch al zijn liedjes in de film en wees het idee van playbacken op een stem van een andere zanger van de hand. De film flopte, maar de soundtrack werd een succes. Het werd georkestreerd en gearrangeerd door Nelson Riddle en bleef Lee Marvin's enige hit.
vrijdag 2 mei 2014
woensdag 30 april 2014
30 April Queen's Day
Er is niets zo moeilijk voor een artiest als hits scoren en als je eenmaal denkt een formule beet te hebben, dan moet je opletten dat je die formule niet tot op het bot verslijt, want dan haken de fans af. En als je om de spanning er in te houden iets nieuws wil uitproberen dan moet je opletten dat je niet te veel van je eigenheid verliest, want dan kijken de fans de andere kant op.
Wie zich daar weinig of niets van aantrokken en het klappen van de zweep maar al te goed kenden, was de Engelse groep Queen. Onder aanvoering van Freddy Mercury hadden die al van alles meegemaakt. Die waren ooit begonnen met de hit Killer Queen om dan iedereen met verstomming te slaan met het haast symfonische Bohemian rhapsody om vervolgens een meezinger neer te zetten als We are the champions. Je zou dan denken dat we daarmee zowat alle stijlen gehad hebben die Freddy en zijn jongens aankonden, maar dat bleek niet waar te zijn, want in 1979 doken ze in de hitlijsten op met Crazy little thing called love. Geen baanbrekend stukje muziek, het was eerder een stukje rock and roll met daarin alle Queen – ingrediënten verwerkt om er voor te zorgen dat dit hun elfde hit en hun vierde nummer twee in Engeland zou worden. In Nederland werd het zelfs hun derde nummer 1. Mercury schreef dit liedje toen hij lekker lang uit in zijn bad lag in het Bayerischer Hof in München. Zijn gitaar lag binnen handbereik. Freddy kende maar een paar akkoorden wat verklaart waarom het nummer ook zo eenvoudig klinkt. Elvis Presley zou het zo kunnen gezongen hebben. In amper tien minuten was het nummer klaar. Mercury speelde het eerst voor aan gitarist Brian May en miet het nadien in de studio horen aan bassist John deacon en drummer Roger Taylor. Er werd een paar keer meegespeeld en na enkele takes stond het nummer op band. Het zou ook de eerste keer zijn dat Mercury de ritmegitaar bespeelde op zijn platen. Ook al had Queen een eigen opnamestudio in Montreux, toch zouden ze naar de Musicland Studio’s ( eigendom van producer Giorgio Moroder) in München trekken omdat ze daar de sfeer beter vonden en omdat ze toch met de Duitse producer Reinhold Mack gingen samenwerken voor hun nieuwste album The Game. Mack zou als producer ook werken voor The Electric Light Orchestra. Freddy Mercury was trouwens peter van Reinhold’s derde zoon John Frederick.
In Amerika was het tot dan toe andere koek geweest. Daar bleef de absolute top haast onbereikbaar. Met Bohemian rhapsody had er al een negende plaats in gezeten en met We are the champions zelfs een vierde, maar met Crazy little thing called love lukte het wel. Vier maanden na hun Europees succes met dit nummer, gingen de Amerikanen de 23ste februari 1980 door de knieën. Het nummer had 9 weken nodig om de absolute top te bereiken. Nu was de singlerelease kantje boord geweest, want hun Amerikaanse platenfirma Elektra wilde Crazy little thing called love eerst niet op single releasen. Pas nadat deejay’s het in de gaten hadden gekregen en singles uit Europa lieten overkomen, gaven ze toe. Ze zouden dat succes in Amerika nog één keer overdoen, tot op één geraken van de top honderd, en wel met Another one bites the dust.
Wie zich daar weinig of niets van aantrokken en het klappen van de zweep maar al te goed kenden, was de Engelse groep Queen. Onder aanvoering van Freddy Mercury hadden die al van alles meegemaakt. Die waren ooit begonnen met de hit Killer Queen om dan iedereen met verstomming te slaan met het haast symfonische Bohemian rhapsody om vervolgens een meezinger neer te zetten als We are the champions. Je zou dan denken dat we daarmee zowat alle stijlen gehad hebben die Freddy en zijn jongens aankonden, maar dat bleek niet waar te zijn, want in 1979 doken ze in de hitlijsten op met Crazy little thing called love. Geen baanbrekend stukje muziek, het was eerder een stukje rock and roll met daarin alle Queen – ingrediënten verwerkt om er voor te zorgen dat dit hun elfde hit en hun vierde nummer twee in Engeland zou worden. In Nederland werd het zelfs hun derde nummer 1. Mercury schreef dit liedje toen hij lekker lang uit in zijn bad lag in het Bayerischer Hof in München. Zijn gitaar lag binnen handbereik. Freddy kende maar een paar akkoorden wat verklaart waarom het nummer ook zo eenvoudig klinkt. Elvis Presley zou het zo kunnen gezongen hebben. In amper tien minuten was het nummer klaar. Mercury speelde het eerst voor aan gitarist Brian May en miet het nadien in de studio horen aan bassist John deacon en drummer Roger Taylor. Er werd een paar keer meegespeeld en na enkele takes stond het nummer op band. Het zou ook de eerste keer zijn dat Mercury de ritmegitaar bespeelde op zijn platen. Ook al had Queen een eigen opnamestudio in Montreux, toch zouden ze naar de Musicland Studio’s ( eigendom van producer Giorgio Moroder) in München trekken omdat ze daar de sfeer beter vonden en omdat ze toch met de Duitse producer Reinhold Mack gingen samenwerken voor hun nieuwste album The Game. Mack zou als producer ook werken voor The Electric Light Orchestra. Freddy Mercury was trouwens peter van Reinhold’s derde zoon John Frederick.
In Amerika was het tot dan toe andere koek geweest. Daar bleef de absolute top haast onbereikbaar. Met Bohemian rhapsody had er al een negende plaats in gezeten en met We are the champions zelfs een vierde, maar met Crazy little thing called love lukte het wel. Vier maanden na hun Europees succes met dit nummer, gingen de Amerikanen de 23ste februari 1980 door de knieën. Het nummer had 9 weken nodig om de absolute top te bereiken. Nu was de singlerelease kantje boord geweest, want hun Amerikaanse platenfirma Elektra wilde Crazy little thing called love eerst niet op single releasen. Pas nadat deejay’s het in de gaten hadden gekregen en singles uit Europa lieten overkomen, gaven ze toe. Ze zouden dat succes in Amerika nog één keer overdoen, tot op één geraken van de top honderd, en wel met Another one bites the dust.
maandag 28 april 2014
Muziek en de Eerste Wereldoorlog (1)
Welke rol speelde muziek in de oorlog 1914-18 en welke rol speelde deze oorlog in de muziek?
Dit jaar extra aandacht hiervoor op onze site.
Sommige componisten hebben als soldaat gediend in het leger: Ravel schreef zijn Tombeau de Couperin ter nagedachtenis aan zes omgekomen vrienden; Hindemith werkte als muzikant in het leger en publiceerde meteen na de oorlog zijn vioolsonate en Kreisler diende aan het Oostfront en schreef o. a Toy Soldier.
Andere componisten droegen op hun eigen manier bij aan de strijd: Debussy noemde zich
“musicien français” en voltooide zijn vioolsonate in 1917. Strawinsky schreef een Mars als reactie op het publieke debat in Italië in 1914. Roses of Picardy werd door Wood in Engeland geschreven naar aanleiding van de gebeurtenissen in Noord-Frankrijk. Jim Europe bracht in 1917 met zijn Hellfighter’s band de Amerikaanse ragtime naar Frankrijk. De Nederlandse “spionne” Mata Hari danste op klassieke muziek in Parijs in 1915:
Dit jaar extra aandacht hiervoor op onze site.
Sommige componisten hebben als soldaat gediend in het leger: Ravel schreef zijn Tombeau de Couperin ter nagedachtenis aan zes omgekomen vrienden; Hindemith werkte als muzikant in het leger en publiceerde meteen na de oorlog zijn vioolsonate en Kreisler diende aan het Oostfront en schreef o. a Toy Soldier.
Andere componisten droegen op hun eigen manier bij aan de strijd: Debussy noemde zich
“musicien français” en voltooide zijn vioolsonate in 1917. Strawinsky schreef een Mars als reactie op het publieke debat in Italië in 1914. Roses of Picardy werd door Wood in Engeland geschreven naar aanleiding van de gebeurtenissen in Noord-Frankrijk. Jim Europe bracht in 1917 met zijn Hellfighter’s band de Amerikaanse ragtime naar Frankrijk. De Nederlandse “spionne” Mata Hari danste op klassieke muziek in Parijs in 1915:
vrijdag 25 april 2014
De Marseillaise
De Marseillaise is het volkslied van Frankrijk en was korte tijd het volkslied van revolutionair Rusland
De oorspronkelijke versie is een lied dat is geschreven en gecomponeerd door Claude Joseph Rouget de Lisle in de nacht van 25 op 26 april 1792. De originele naam is Chant de guerre de l'Armee du Rhin (marslied van het Rijnleger).
woensdag 23 april 2014
Leeslint: The Band (6)
Na het uitbrengen van hun tweede album volgde een tournee waarin ze voor het eerst zelf de hoofdact waren. De hieruit voortkomende spanningen, het meest gevoeld door Robertson die ze probeerde te bestrijden met hypnose, hadden grote invloed op hun volgende album waarvan de titel Stage Fright (1970) boekdelen spreekt.
Volgens sommigen was dit het laatste 'klassieke' werk van The Band en stelde al het volgende enigszins teleur. Van Cahoots (1971) was een aantal songs gewijd aan de toenemende ongerustheid voor de toekomst van de aarde, maar ondanks deze duidelijke milieuboodschap werd dit album minder goed ontvangen dan de vorige. De groep leek in een creatieve impasse te verkeren.
Dat bleek ook uit de volgende twee albums. Op het live-album Rock Of Ages (1972), opgenomen tijdens een concert op oudejaarsavond 1971, werd gebruik gemaakt van een uitbundige blazers-sectie onder leiding van Allen Toussaint. De muziek werd opzwepend uitgevoerd, maar de enige onbekende song Get Up Jake dateerde al uit de tijd van het brown album. Ook al geen nieuw eigen werk bracht Moondog Matinee (1972), dat uitsluitend covers van beroemde songs van anderen bevatte.
Pas met Northern Lights - Southern Cross (1975) bleek dat de impasse was overwonnen, zoals bij het nummer Acadian Driftwood, waarin The Band als vanouds schitterde in het aan elkaar doorgeven van lange melodielijnen. Niettemin had de vermoeidheid toegeslagen, vooral bij Robertson die het leven 'on the road' "a goddamn impossible way of life" noemde. Ook andere Bandleden bleken slecht opgewassen tegen de druk die hun status als megasterren met zich meebracht: Manuel raakte verslaafd aan alcohol en Danko aan drugs. Hun laatste studio-album Islands (1977) vertoont dan ook alle sporen van een werk dat uitsluitend vanwege contractuele verplichtingen tot stand is gekomen, al staat er ook een gedenkwaardig nummer op als The Saga of Pepote Rouge.
Volgens sommigen was dit het laatste 'klassieke' werk van The Band en stelde al het volgende enigszins teleur. Van Cahoots (1971) was een aantal songs gewijd aan de toenemende ongerustheid voor de toekomst van de aarde, maar ondanks deze duidelijke milieuboodschap werd dit album minder goed ontvangen dan de vorige. De groep leek in een creatieve impasse te verkeren.
Dat bleek ook uit de volgende twee albums. Op het live-album Rock Of Ages (1972), opgenomen tijdens een concert op oudejaarsavond 1971, werd gebruik gemaakt van een uitbundige blazers-sectie onder leiding van Allen Toussaint. De muziek werd opzwepend uitgevoerd, maar de enige onbekende song Get Up Jake dateerde al uit de tijd van het brown album. Ook al geen nieuw eigen werk bracht Moondog Matinee (1972), dat uitsluitend covers van beroemde songs van anderen bevatte.
Pas met Northern Lights - Southern Cross (1975) bleek dat de impasse was overwonnen, zoals bij het nummer Acadian Driftwood, waarin The Band als vanouds schitterde in het aan elkaar doorgeven van lange melodielijnen. Niettemin had de vermoeidheid toegeslagen, vooral bij Robertson die het leven 'on the road' "a goddamn impossible way of life" noemde. Ook andere Bandleden bleken slecht opgewassen tegen de druk die hun status als megasterren met zich meebracht: Manuel raakte verslaafd aan alcohol en Danko aan drugs. Hun laatste studio-album Islands (1977) vertoont dan ook alle sporen van een werk dat uitsluitend vanwege contractuele verplichtingen tot stand is gekomen, al staat er ook een gedenkwaardig nummer op als The Saga of Pepote Rouge.
Abonneren op:
Posts (Atom)