zaterdag 2 mei 2026

Georgie Fame

Georgie Fame is beïnvloed door jazz, blues en ska muziek. Hij leerde al piano spelen op zijn zevende. Op zijn zestiende tekende hij bij Larry Parnes, die hem zijn artiesten naam Georgie Fame gaf. Jarenlang tourde hij door de UK met artiesten als Joe Brown, Gene Vincent en Eddie Cochran. Hij speelde in de band van Billy Fury genaamd: The Blue Flames.

Hij leerde piano en orgel spelen in de kerk, werd ooit tweede bij een talentenjacht die Ringo Starr won, maar hij was als 16 jarige toch ontdekt. Hij ging mee op tournee met Eddie Cochran (die na het slotconcert verongelukte) en koos daarna voor een solo carriere.

In 1961 besloot Fury verder te gaan zonder de band en veranderde de band naam in Georgie Fame and the Blue Flames.

Vanaf maart ‘62 stond ik met mijn eigen band The Blue Flames drie jaar lang elke avond in de Flamingo club in Soho, Londen. Daar kwamen Amerikaanse GI’s, muzikanten, beroemde en hippe mensen. De tijd in de Flamingo was voor mij een ongelofelijke muzikale ervaring.

Dit was het begin van een zeer succesvolle carriere met het spelen van rhythm and blues nummers.  Halverwege de jaren 60 waren zij de enige band uit de UK die werd uitgenodigd om te spelen in The Tamla Motown Package Show. Dit was een show met artiesten als Stevie Wonder en The Surpremes. Dit was de eerste keer dat de Motown show naar Engeland kwam.

In de zomer van ’65 verdrong Fame Help van de Beatles van de nr positie in de charts met zijn hit Yeh Yeh. “Ik had het nummer gehoord op een LP van Jon Hendricks en ik was meteen verkocht. Ik bracht het uit en kreeg na het bereiken van de nr 1 positie een telegram van de Beatles om mij te feliciteren. Zo ging dat in die tijd, er was geen rivaliteit tussen bands. Ik heb het telegram nog steeds ergens op mijn zolder.” Hendricks was en is altijd van grote invloed geweest op Fame. ‘Hij was mijn mentor, net zoals Mose Allison .” Nadien volgden nog enkele grote successen, zoals The Ballad of Bonnie & Clyde en Get Away, oorspronkelijk geschreven voor een benzinemerk. “Mijn pensioenplan,” grapt Fame.

donderdag 26 maart 2026

P.J. Proby

P.J. Proby wordt in Houston, Texas, geboren. Na enige tijd in Hollywood te hebben rondgehangen, waar hij o.a. platen maakt als Jet Powers, wordt hij in ’64 door Jack Good (een belangrijke promotor van rock & roll in Engeland, vooral door baanbrekende tv-shows als Oh Boy) meegenomen naar Engeland om mee te doen aan een tv- special rond The Beatles.

Good produceert ook Proby’s eerste single (voor Decca) in Engeland, een zeer rauwe en swingende versie van een ballad uit de jaren dertig, ‘Hold Me’, die in juli ’64 de derde plaats in de Engelse hitparade haalt. Ook de opvolger, ‘Together’, met een zo mogelijk nog furieuzer tekeergaande Proby, bereikt in dat zelfde jaar de Top 10.

In ’65 gaat P.J. Proby over naar Liberty, daarbij tegelijk overschakelend op een geheel ander genre, namelijk de ballad. Ondanks deze abrupte repertoire-overgang verliest Proby niets van zijn aan waanzin grenzende inzet.

Zijn supersentimentele versies van ‘Somewhere’ en ‘Maria’ zijn daardoor inmiddels al klassiek geworden.

Het absolute hoogtepunt bereikt P.J. echter in ‘I Apologize’, dat geenszins toevallig precies uitkomt na een serie geruchtmakende optredens, waarbij Proby zich de verontwaardiging van het Engelse volk op de hals haalt door herhaaldelijk uit de (zeer los gestikte) naden van zijn blauwzijden broek te barsten.

Voornoemde drie nummers worden in ’65 redelijk grote hits in Engeland; na ’65 gaat het minder, misschien wel omdat Proby steeds normaler gaat zingen (b.v. op de Lennon/McCartney-compositie ‘That Means A Lot’ uit ’67).

In ’68 keert hij bankroet en gedesillusioneerd naar de Verenigde Staten terug, een paar jaar later, in ’71, toch weer in Engeland opduikend om één van de hoofdrollen in Catch My Soul (een rockbewerking van Othello) te spelen, opnieuw onder leiding van zijn ontdekker Jack Good.

In ’77 wekt P.J. Proby opnieuw aller verbazing door op een plaat van Focus mee te zingen, Focus Con Proby.

Kort daarop krijgt hij één van de drie hoofdrollen in de musical ‘Elvis’, alweer een produktie van Jack Good. Proby blijft zijn image trouw, want ook deze produktie verlaat hij voortijdig met de nodige ruzie.

“Just like him“ werd speciaal voor hem geschreven door Jackie DeShannon. Het werd de B kant van “Somewhere”.

woensdag 28 januari 2026

The Tremeloes

Op 28 januari 1966 besluiten Brian Poole & The Tremeloes uit elkaar te gaan. 

The Tremeloes worden opgericht in 1959 in Dagenham, Essex, als begeleidingsgroep van Brian Poole in de volgende bezetting: Dave Munden, Snowy Burns, Al Rivers en Steve Scott. In 1961 worden de laatstgenoemde drie leden vervangen door respectievelijk Alan Blakeley (bas), Alan Howard (gitaar) en Ricky West (sologitaar). In deze bezetting scoren Brian Poole & The Tremeloes in 1963 en 1964 vier hits, allevier covers van grote Amerikaanse hits: Twist And Shout (Isley Brothers), Do You Love Me (Contours), Candy Man (Roy Orbison) en Someone Someone (Crickets). In 1966 wordt Alan Howard vervangen door Len 'Chip' Hawkes en verlaat Brian Poole na hooglopende conflicten The Tremeloes om een nooit van de grond gekomen solocarriere te beginnen. Brian Poole eindigt uiteindelijk in de slagerij van zijn familie in het Engelse Dagenham. Zonder Poole blijkt de groep nog succesvoller. Here Comes My Baby (Cat Stevens), Silence Is Golden (The Four Seasons), Even The Bad Times Are Good, Suddenly You Love Me, My Little Lady, Call Me Number One en ten slotte Me And My Life maken van The Tremeloes in de tweede helft van de jaren zestig een nimmer falende hitmachine. Begin jaren gaat het langzaam minder met The Tremeloes, en worden de hits minder. De groep blijft het wel proberen maar ondanks een kortstondige naamsverandering in 1973 (Trems) en een nieuw contract bij DJM in 1974 is de groep duidelijk over haar hoogtepunt heen. Rond 1975 verlaten Blakeley en Hawkes de groep.

donderdag 1 januari 2026

Een korte geschiedenis van de Blues

Blues is een muziekstijl die ongeveer tussen 1860 en 1900 is ontstaan en zijn oorsprong vindt in de muziek die slaven uit Afrika maakten in voornamelijk het Zuiden van de Verenigde Staten. (bijvoorbeeld in de Mississippidelta) De voornaamste muzikale bronnen die tot het ontstaan van de blues hebben bijgedragen zijn de religieuze liederen (gospels, negrospirituals), de worksongs en de field hollers. Muziek maken met elkaar of alleen, met of zonder instrumenten, was voor de slaven vaak de enige manier om hun lijden uit te drukken en te verzachten. Omdat deze muziek een melancholische toon en inhoud had, werd ze 'blues' genoemd. De aanduiding 'blue' voor rouw is afkomstig uit de zeilscheepvaart. Als een schip tijdens de reis zijn kapitein of een andere officier verloor, voerde het voor de rest van de reis een blauwe vlag en werd een blauwe band rond het hele schip geschilderd alvorens de thuishaven binnen te lopen. Toen de nakomelingen van slaven rond de 1914 vanuit het Zuiden naar de steden in het Noorden (onder andere Chicago en Detroit) trokken, kreeg de blues een meer 'stedelijk' geluid, dat vanaf de jaren dertig voornamelijk gekenmerkt zou worden door het gebruik van elektrisch versterkte instrumenten. Deze meer up-tempo variant van de blues zou later de weg bereiden voor rhythm-and-blues en rock-'n-roll. Deze laatste zouden de blues enigszins naar de achtergrond dringen, maar in de jaren 60 en 70 leefde het genre op doordat Britse (blanke) rockmuzikanten als Eric Clapton, de The Rolling Stones en Led Zeppelin opnieuw blues gingen spelen. De blues vertelt over het leven van alledag. De nadruk daarbij ligt op negatieve gebeurtenissen, bijvoorbeeld ongeluk in de liefde. Door het zingen van de blues hoopt men troost voor deze problemen te vinden, naast de kracht om er weer bovenop te geraken. Een bluesmuzikant schuwt controversiële thema's zoals alcohol, seks en geweld niet.

Invloedrijke muzikanten:
Eén van de invloedrijkste Amerikaanse bluesartiesten aller tijden is Robert Johnson. Hij is geboren in Hazlehurst (Mississippi) op 8 mei 1911 en stierf alweer 27 jaar later. Hoewel hij slechts 27 werd, maar twee opnamesessies heeft gedaan en maar een twintigtal songs naliet, is hij hét voorbeeld voor veel blueszangers en -gitaristen. Het blad Rolling Stone plaatste hem in 2003 op plaats 5 van de meest gewaardeerde gitaristen aller tijden. Johnson woonde het eerste deel van zijn leven op een plantage waar hij bluesharmonica leerde spelen, maar het was zijn wens om gitaar te leren spelen. Binnen zeer korte tijd lukte het hem, met behulp van onder meer de mysterieuze Ike Zinneman het instrument meer dan voldoende te beheersen. Deze prestatie bracht de fabel in de wereld dat Johnson zijn ziel had verkocht aan de duivel. Hij zou op een nacht naar een kruispunt zijn gegaan om daar gitaar te gaan spelen. Om middernacht zou hij benaderd zijn door een grote, donkere man (de duivel), die hem zijn instrument afpakte, het voor hem stemde, en het, in ruil voor zijn ziel, aan hem teruggaf waarna hij het perfect zou kunnen bespelen. Hij haalde de banvloek van de Kerk over zich doordat hij in enkele songs suggereerde (me and the devil, hellhound on my trail) dat hij zijn ziel verkocht had aan de duivel om zo goed gitaar te kunnen spelen. Johnson is zeer zeker niet de uitvinder van de blues; die bestond al geruime tijd voordat Johnson actief werd. Zijn belang voor de muziekgeschiedenis ligt in de mix die hij maakte van bestaande Delta blues en andere invloeden. Kenmerkend is de ritmische, doorrollende gitaarmuziek. Tijdens zijn leven speelde hij met latere bluesgiganten als Muddy Waters en Howlin' Wolf.

Muddy Waters is zeker een artiest die genoemd moet worden in een item over de geschiedenis van de Blues. Muddy Waters, pseudoniem van McKinley Morganfield (Issaquena County (Mississippi), 4 april 1913 - Westmont (Illinois), 30 april 1983), was een Amerikaanse blueszanger, en wordt in de bluesmuziek gezien als een opvolger van zijn voorgangers Son House, Willie Brown, en Robert Johnson. In de lijst van "the 100 Greatest Artists of All Time" (de 100 beste artiesten aller tijden) van Rolling Stone staat Waters op nummer 17. Op zijn zevende begon Muddy met een mondharmonica (bluesharp) en trok daarmee veel bekijks als hij midden op het plein een deuntje speelde. Later, op 17-jarige leeftijd verruilde hij zijn mondharmonica voor een gitaar en speelde op lokale feesten. In 1943 verhuisde hij naar Chicago waar hij de akoestische gitaar aan de wilgen hing en zich richtte op de elektrische gitaar. Samen met Little Walter, Jimmy Rogers en Otis Spann begon hij een band waarin hij zijn elektrische gitaar liet zingen. Mick Jagger en Keith Richards vernoemden hun band naar het nummer Rollin' Stone van Muddy Waters. Dit nummer heeft ook Bob Dylans Like a Rolling Stone beïnvloed. In 1983 overleed deze blueslegende op 70-jarige leeftijd aan een hartaanval in zijn slaap.

T-Bone Walker (Linden (Texas), 28 mei 1910 – Los Angeles (Californië), 16 maart 1975) was een Amerikaans bluesgitarist en tevens een van de meest invloedrijke muzikanten van het begin van de 20e eeuw. Walker was de zoon van een Afrikaanse Amerikaan en een Cherokee. Als jonge man ontmoette hij Blind Lemon Jefferson, een andere grote blueslegende, die hem muziek leerde. Walkers debuut was "Wichita Falls Blues" / "Trinity River Blues", opgenomen in 1929 voor Columbia Records. Zijn kenmerkende geluid ontdekte hij zelf pas in 1942, toen Walker "Mean Old World" opnam voor Capitol Records. Zijn elektrische gitaarsolo's waren een van de eerste die men kon horen op moderne bluesopnames, en zijn vandaag nog een standaard. Walkers spel beïnvloedde onder andere artiesten zoals Chuck Berry en was zelfs Jimi Hendrix' grootste held toen deze nog kind was. Walker is in 1980 opgenomen in de Blues Hall of Fame en in 1987 in de Rock and Roll Hall of Fame.

Blind Lemon Jefferson (Coutchman (Texas), 26 oktober 1897 – Chicago (Illinois), december 1929) was een andere invloedrijke blueszanger en gitarist. Jefferson nam ongeveer 100 nummers op tussen 1925 en 1929, en had 43 platen, allemaal (op een na) voor Paramount Records. Hij was een van de meest populaire blueszangers in de jaren '20 en volgens sommigen een van de grootste zangers in de geschiedenis van de blues. Het was voornamelijk door het succes van artiesten zoals Blind Lemon Jefferson, Blind Blake en Ma Rainey dat Paramount hét toonaangevende bedrijf werd voor blues in de jaren twintig van de twintigste eeuw. Hij was de auteur van vele deuntjes (waaronder de klassieker "See That My Grave is Kept Clean") die later gecoverd werden. Jefferson had grote invloed op de volgende generatie blueszangers en gitaristen, zoals Leadbelly, met wie hij in Dallas TX een tijdje samen speelde.

John Lee Hooker (Clarksdale (Mississippi), 22 augustus 1917 - Los Altos (Californië), 21 juni 2001) was nog een invloedrijke Amerikaanse blueszanger, gitarist en songwriter die tijdens zijn leven verschillende soorten stijlen hanteerde. Hij geldt als een belangrijke vernieuwer van de blues. Bekende nummers van Hooker zijn onder andere Boom Boom en I'm in the Mood.

Eén van de grootste bluesartiesten aller tijden is BB King. BB werd geboren in Mississippi in 1925 en treed nog steeds met enige regelmaat op. King werd geboren op een plantage en spendeerde een groot deel van zijn jeugd samen met zijn moeder en grootmoeder werkend als een sharecropper. Hij zegt dat hij, voor hij van zijn andere talenten weet had, 35 cent voor elke 45 kg katoen betaald kreeg. Reeds vroeg raakte King in de ban van zwarte muzikanten als T-Bone Walker en Lonnie Johnson. Snel ontwikkelde King zijn eigen muzikale vaardigheden in de kerk bij het zingen van gospel. In de jaren 1950 werd B.B. een van de belangrijkste namen in rhythm-and-bluesmuziek, met een imposante lijst van hits zoals "You Know I Love You", "Woke Up This Morning", "Please Love Me", "When My Heart Beats Like a Hammer", "Whole Lotta' Love", "You Upset Me Baby", "Every Day I Have The Blues", "Sneakin' Around", "Ten Long Years", "Bad Luck", "Sweet Little Angel", "On My Word of Honor" en "Please Accept My Love". In 1962 begon King bij ABC-Paramount Records. In 2004 werd aan King een eredoctoraat overhandigd van de Universiteit van Mississippi. Tevens had hij ook zijn uitgebreide bluescollectie geschonken aan het 'Ole Miss Center for Southern Studies'. Met zijn 85 jaar heeft King een zeer vol en zeer actief leven geleid. Hij bezit een vliegbrevet, is bekend als gokker, vegetariër, niet-drinker en niet-roker. Als diabeticus sinds meer dan tien jaar, is King een van de spreekbuizen van de strijd tegen diabetes.

Eric Clapton, (Ripley (Surrey), 30 maart 1945) is een Britse gitarist, componist en zanger van blues-, rock- en popmuziek. Toen Clapton eind jaren '50 met de opkomende rock-'n-roll in aanraking kwam, was hij meteen enthousiast. Voor zijn dertiende verjaardag vroeg en kreeg hij een gitaar. Hij ging op zoek naar de oorsprong van de rock-'n-roll en kwam bij de blues terecht. Zijn allereerste muzikale invloeden waren Big Bill Broonzy en Robert Johnson, wiens muziek wel eens werd gedraaid tijdens kinderradioprogramma's. Later leerde hij de muziek van B.B. King en andere elektrische gitaristen kennen. Begin 1963 speelde hij mee in de bluesband The Roosters. Na de opheffing van deze band speelde hij een maand in de groep Casey Jones and The Engineers. In oktober werd hij opgenomen in The Yardbirds, waarvan hij 18 maanden lid zou blijven. Deze band was een kweekvijver van goede gitaristen, na Clapton kwamen nog Jimmy Page en Jeff Beck. De groep verwierf faam door zijn bluesgetinte rock. Clapton verwierf de bijnaam waaronder hij nog steeds bekend is: Slowhand. Deze bijnaam kreeg hij omdat hij door zijn stijl van spelen regelmatig snaren brak, en hij deze dan ter plekke verving, terwijl het publiek hem begeleidde met traag handgeklap. De beide platen die hij met de Yardbirds uitbracht hadden veel succes. Desondanks verliet hij de Yardbirds in 1965, omdat hij vond dat de groep te veel de commerciële poptoer opging. Van april 1965 tot midden 1966 maakte hij deel uit van John Mayall's Bluesbreakers. In deze periode kwam zijn talent definitief tot ontplooiing. Hoogtepunt was de LP Bluesbreakers With Eric Clapton, inmiddels een echte klassieker. Midden 1966 richtte hij samen met bassist Jack Bruce en drummer Ginger Baker de groep Cream op. Met deze groep vestigde hij definitief zijn reputatie als de nummer één van de rockgitaristen. Door het uitbrengen van drie opeenvolgende sterke LP's, en door energieke en uitgebreide tournees, verwierf Cream een internationale reputatie die amper onderdeed voor die van The Beatles en The Rolling Stones. De optredens van de band kenmerkten zich door veel improvisatie, waarbij alle drie de bandleden hun muzikale talenten ten volle konden uiten. De karakters van de drie leden waren echter zo sterk dat ze voortdurend met elkaar botsten, waardoor de band geen lang leven beschoren was. Maar hoewel de band slechts twee jaar bestond, wordt hij toch beschouwd als een van de voornaamste van die periode. Eric Clapton treed nog steeds met enige regelmaat op en word nog gezien als 1 van de beste nog levende gitaristen ter wereld.

Stevie Ray Vaughan (Dallas (Texas), 3 oktober 1954 – Chicago (Illinois), 27 augustus 1990) Geïnspireerd door zijn oudere broer Jimmie begon Stevie Ray reeds op jonge leeftijd gitaar te spelen. Hij bleek erg getalenteerd en speelde al snel in een aantal lokale bandjes. In 1972 stopte Vaughan met studeren om zich volledig te kunnen concentreren op muziek. Stevie Ray wist niet goed wat hij voor carrière wilde; naar eigen zeggen was muziek zijn enige uitweg. Daarom verhuisde hij naar Austin, Texas en werd daar beroepsartiest. Joe Bonamassa (Utica, New York, 8 mei 1977) is een bluesmuzikant van de nieuwste generatie. Bonamassa groeide op in een muzikaal gezin, zijn vader was gitaardealer. Als vierjarige raakte Bonamassa in de ban van het gitaarspel van Eric Clapton. Bonamassa leerde ook gitaar spelen en op zijn elfde gaf hij zijn eerste optreden, samen met B.B. King. Sindsdien toerde Bonamassa intensief mee met King, die hem het vak leerde. Walter Trout (Ocean City (New Jersey), 6 maart 1951) is een bluesgitarist die de blues met veel passie en talent in leven houd. Hij speelde met Canned Heat, John Lee Hooker, Big Mama Thornton en was bandlid van de legendarische John Mayall's Bluesbreakers voordat hij zijn eigen band begon in 1989. Zijn band heet Walter Trout and The Radicals en treedt ruim 200 keer per jaar op.

Blues heeft een zeer grote invloed gehad op bijna alle muziek bijvoorbeeld: Rock and Roll, Rock, Jazz, Soul, R&B en pop muziek. Enkele artiesten die duidelijk beinvloed zijn blues zijn bijvoorbeeld Jimi Hendrix en John Mayer maar ook Led Zeppelin en de Rolling Stones om maar een paar te noemen. Jimi Hendrix geboren als Johnny Allen Hendrix, Seattle, 27 november 1942 – Londen, 18 september 1970)Hij werd bekend door zijn virtuoze, flamboyante gitaarspel. Hij bracht een revolutie in het gitaarspelen teweeg door het gebruik van nieuwe akkoorden, feedback en vernieuwende opnametechnieken. Zijn stijl is een samensmelting van rock, blues en jazz.

donderdag 18 december 2025

19th Nervous Breakdown As Tears Goes By

The Rolling Stones maken op 18 december 1965 in de RCA Studio in Hollywood het nummer 19th Nervous Breakdown af. Met de opname is op 3 december 1965 begonnen. De titel is afkomstig van een uitsparaak van Mick Jagger, die de lange Amerikaanse tour in de herfst van 1965 vaak beschrijft als een "19th Nervous Breakdown". In Europa ligt de single op 4 februari 1966 in de platenwinkels. Op de B-kant staat As Tears Go By. Dit nummer is door Mick Jagger met begeleiding van een strijkkwartet op 26 oktober 1965 in de IBC Studio in Londen opgenomen. As Tears Goes By is de eerste Jagger/Richard compositie waar ook Andrew Oldham als songwriter genoemd wordt. In 1964 is As Tears Goes By een hit geweest in de uitvoering van Marianne Faithfull, die de negende plaats er mee weet te bereiken. In Nederland komt 19th Nervous Breakdown b/w As Tears Goes By op 19 februari 1966 de Top 40 binnen, en bereikt uiteindelijk de tweede plaats.

donderdag 4 september 2025

Herman’s Hermits

Peter Noone, de zanger van Herman’s Hermits, was een voorloper van een verschijnsel dat zich eigenlijk pas later volop zal manifesteren: de pretty-faces-groups. Daarmee bedoel ik dat de groepsleden in functie van hun uiterlijk werden gekozen en niet omwille van hun muzikale capaciteiten. Toch zijn de platen van Herman’s Hermits muzikaal zeer waardevol. Dat komt namelijk omdat ze werden opgenomen door studiomuzikanten, zoals Jimmy Page en John-Paul Jones, die later tot supersterren zullen uitgroeien (zij vormen in 1969 met name de kern van Led Zeppelin). Maar opletten! Ik heb me tot nu toe reeds twee CD’s van Herman’s Hermits aangeschaft, maar telkenmale bleek het te gaan om nummers die in de jaren tachtig in Zweden werden heropgenomen en daarop kun je deze jongens dus niet aan het werk horen.

Van de Hermits zelf is dus uiteindelijk enkel “Herman” belangrijk, omdat hij instaat voor de vocals. “Herman” is eigenlijk Peter Noone, die reeds voor de Hermits landelijke bekendheid genoot als acteur in “Coronation Street” en als leadzanger van “The Heartbeats”, een groep uit Manchester. De naam is duidelijk een referentie aan het Buddy Holly-nummer. Peter Noone had in 1958 op 12-jarige leeftijd Buddy Holly live aan het werk gezien en zijn zangstijl is duidelijk op die van Buddy gekopieerd. Op de eerste elpee van Herman’s Hermits (in 1965) staat dan ook een versie van “Heartbeat”. Een andere cover op die elpee is “Travelin’ light” van Cliff Richard, een ander voorbeeld voor Peter Noone.
De eerste hit van Herman’s Hermits was “I’M INTO SOMETHING GOOD” uit 1964, dat in sommige boeken wordt geciteerd als een popsong die ogenschijnlijk erg braaf is (Peter Noone was het jongetje dat iedere Engelse huisvrouw als schoonzoon wou), maar die ook op een ander vlak kan worden geïnterpreteerd (probeer b.v. de letterlijke vertaling maar eens…). Producer Mickie Most vond dit oude nummer van Earl-Jean eigenlijk maar niets, maar zijn… vrouw overhaalde hem om het toch maar op te nemen. Als opvolger werd een nummer, speciaal voor de groep geschreven, uitgebracht, namelijk “Show me girl”, maar dat flopte (en staat dus ook niet op de CD), zodat men voor het volgende maar weer teruggreep naar een golden oldie, deze keer “SILHOUETTES” (*) van de Rays. En bingo! In de V.S. had de keerzijde (“Can’t you hear my heartbeat”, alweer die heartbeat!) meer succes, maar hoe dan ook Herman’s Hermits werden in 1965 de meest populaire Engelse groep in de V.S. na The Beatles (vergeet niet dat b.v. de eerste Rolling Stones-toernee een flop werd).
“MRS.BROWN YOU’VE GOT A LOVELY DAUGHTER” (Trevor Peacock) werd eerst in de States uitgebracht en als dank zorgden de Yanks ervoor dat het nummer zowaar “Ticket to ride” van The Beatles belette op de nummer één-positie van de hitparade te geraken. De opvolger was het bekende “WONDERFUL WORLD” van Sam Cooke (we zijn er trouwens van overtuigd dat de her­ontdekking van “Wonderful world” door de prachtige poëtische passage in Peter Weirs “Witness” is op gang gebracht), gevolgd door “THE END OF THE WORLD” van Skeeter Davis. In Engeland had de keerzijde, “I’M HENRY THE VIII, I AM”, echter veel meer succes. Niet te verwonderen want dit was nog eens een typisch Engels nummer in de music-hall traditie (het was dan ook reeds vroeger uitgebracht door Joe Brown, de vader van het latere hitzangeresje Sam Brown). Met “JUST A LITTLE BIT BETTER” van Kenny Young deed de groep nadien een poging om een beetje uit dat comedy-genre los te komen. Dan komt het erg mooie “A must to avoid” van P.F.Sloan, maar dat staat onbegrijpelijkerwijze niet op de CD. De grootste aantrekkingspool is toch weer het gitaarwerk van Jimmy Page, een ramp is het dus niet. (Jimmy Page durfde zijn elektrische gitaar wel eens met een strijkstok durfde te bewerken. Hij had dit idee van David McCallum, je weet wel: Ilya Kyryakin uit The Man from UNCLE, die net als zijn zus, bij wie wij een paar jaar later zouden logeren in Hastings, cello speelde.)
Ondertussen draait de business nog steeds op volle toeren (er worden een drietal films gedraaid en voor Canada komt er een tweetalige single “Je suis anglais”), maar toch wil men voortaan een beetje ernstiger te werk gaan. De volgende hit, “LISTEN PEOP­LE”, is van de hand van Graham Gouldman, die in de jaren zeventig een reusachtig succes zal kennen als medeleider van de groep 10CC en nu nog steeds een succesvol producer is (vooral van videoclips).
“LEANING ON THE LAMPPOST” is geschreven door een zekere Gay, maar “DANDY” van Ray Davies daarentegen is in The Kinks-versie beter. De reeds genoemde Gouldman is ook verantwoordelijk voor “NO MILK TODAY” (1966), ongetwijfeld de grootste hit van de Her­mits op het Europese vasteland.
In de film “Mrs.Brown you’ve got a lovely daughter” zingt Herman “THERE’S A KIND OF HUSH” (1967), geschreven door George Stephens van The New Vaudeville Band (remember “Win­chester Cathedral”). Samen met de herneming van de titelsong is dit overigens het enige waardevolle nummer uit die film, die voor de rest een vreselijke instinker is (Mrs.Brown is eigenlijk een hazewind, om maar iets te zeggen!). Toch is deze film van Paul Swimmer (die later The Concert for Bangla Desh zou verfilmen) belangrijk in de discussie over de “splitsing” in de popmuziek. Gewoonlijk wordt daarvoor de groep Dave Dee, Dozy, Beaky, Mick and Tich aangehaald als eerste beatgroep die ook de “burgerij” zou aanspreken, die m.a.w. de angel uit de rock haalden, het rebelse imago afzwoeren (Dave Dee was politieagent!), die rock in pop veranderden. Toch is dit met Herman’s Hermits zeker ook het geval, misschien zelfs nog meer. In deze film zien we de groep echter aan het werk in de arbeidersbuurten van Manchester, die zo mogelijk nog veel armoediger waren (zijn?) dan die van Liverpool. Er wordt bijvoorbeeld ook een link gelegd met de pubcultuur (“My old man’s a dustman”), inclusief het onvermijdelijke massale gevecht dat enkel kan gekalmeerd worden door het feit dat iemand het “God save the queen” aanheft! Als de groep op een bepaald moment naar Swinging Londen trekt (omdat Mrs.Brown daar een wedstrijd moet lopen), voelen ze zich dan ook helemaal niet op hun plaats. Ook de intrige (voor zover die er is) wijst in die richting: Herman wordt daar inderdaad verliefd op de dochter van ene stinkend rijke Mrs.Brown (die op de hond had gewed wegens de naam). Die dochter is een fotomodel (vandaar de trippende hippies op de party bij de familie Brown), maar Herman zal uiteindelijk toch terugkeren naar zijn buurmeisje uit Manchester dat hem heimelijk al jaren aanbidt. “Als je nog eens naar Londen gaat, ga ik me je mee,” zegt ze hem met tranen in de ogen. “Ja, maar dan zal je wel voor vijf man (de Hermits, RDS) moeten koken,” merkt Herman romantisch op. Dat is voor het meisje uiteraard geen enkel probleem.
Opmerkelijk is dus dat de opdeling rock/pop vanuit muzikaal oogpunt misschien wel overeenkomt met progressief/conservatief, maar sociaal-politiek gezien hoort pop duidelijk thuis in de arbeidersklasse en is rock eigenlijk “burgerlijk”!
Of om het nog anders te stellen: in de “historische” strijd tussen mods en rockers, horen groepen als Herman’s Hermits dus eigenlijk thuis bij de “rockers”, ook al is dat muzikaal niet het geval. Zelfs hun meeste uptempo-nummer (“I’m Henry the VIII”) hoort eerder thuis in de traditie van de Engelse music-hall dan van rock’n'roll…
Terloops weze opgemerkt dat John Paul Jones een vermelding krijgt op de aftiteling van “Mrs.Brown”. Hij heeft voor de muzikale “coördinatie” gezorgd. Dat zal wel!
Kortom, het is niet te verwonderen dat daarna het succes van Herman’s Hermits stilaan afneemt, al hebben ze nog wel een paar kleine hitjes, zoals “LADY BARBARA”.

donderdag 8 mei 2025

Let it Be

Het laatste officiële album van The Beatles was al meer dan een jaar daarvoor opgenomen en chronologisch gezien zou het dus eigenlijk vóór Abbey Road geplaatst moeten worden. Dat album werd eerder uitgebracht maar later opgenomen. 

In ieder geval werd Let It Be indertijd door veel fans uitgespuwd, vooral door de overdubs en de post-productie van producer Phil Spector, die nooit aanwezig was tijdens de opnames. Aan sommige nummers voegde hij overvloedige strijkers toe, iets wat op veel verzet stuitte. Tegenwoordig kan het album gerust naast de andere Beatles-klassiekers gezet worden. Ondanks die excessieve productie, blijven vele nummers toch nog pure rock’n roll klinken en dringt de rauwheid doorheen de extra arrangementen. Vooral Paul McCartney leverde voor dit album enkele van zijn sterkste nummers: The Long And Winding Road, Let It Be (melig, maar met een zeer sterke tekst), maar vooral Get Back. Van het album is later een versie uitgebracht waarbij de postproductie van Phil Spector werd weggelaten (Let It Be Naked). Eigenlijk verandert er niet veel aan de sfeer van de muziek, enkel die vervelende strijkers vallen op door hun afwezigheid.

donderdag 20 maart 2025

Ik Heb Geen Zin Om Op Te Staan

HET komt op 18 December 1965 op nummer 24 binnen in de Nederlandse Top 40 met de single Ik Heb Geen Zin Om Op Te Staan. Op de B-kant van deze single staat Alleen Op Het Kerkhof. Zowel Ik Heb Geen Zin Om Op Te Staan als Alleen Op Het Kerkhof zijn geschreven door Bob Bouber, de zanger van ZZ & De Maskers. Bouber is dan net uit deze groep gestapt. Op het label staat zijn vrouw Katinka vermeld als componiste. HET is voortgekomen uit de Amsterdamse groep The Mads, en bestaat uit Adrie de Hont (gitaar), Dennis Witbraat (drums), Jacques Zwart (gitaar/zang) en Pim van der Linden (basgitaar). Bob Bouber bedenkt een promotiestunt die HET in één klap landelijk bekend maakt. De groepsleden rijden begin November 1965 in een groot ledikant tijdens het spitsuur in Amsterdam de Dam op. Na tien minuten worden zij door de politie gearresteerd. Ik Heb Geen Zin Om Op Te Staan bereikt de negende plaats in de Nederlandse Top 40.

maandag 13 januari 2025

Howlin' Wolf

In Chicago in Illinois overlijdt op 10 januari 1976 de Amerikaanse blues-zanger Howlin' Wolf.

Howlin'Wolf wordt als Chester Arthur Burnett geboren op 10 juni 1910 in White Station bij West Point in Mississippi en groeit uit tot een invloedloedrijke Delta-bluesman (mondharmonikaspeler en gitarist) die beschikt over een van de meest unieke stemmen uit de geschiedenis van het genre: grof, donker, dreigend en onheilspellend. Zijn zang, repertoire en gitaarspel zijn beinvloed door Charley Patton, harmonicaspel door Sonny Boy Williamson. In 1948 wordt Howlin' Wolf prof. Hij vestigt zich in Memphis waar hij in 1951 zijn eerste opnamen maakt voor het Sun-label. How Many More Years wordt een grote hit en het touwtrekken tussen platenmaatschappijen begint. In 1952 wordt het pleit in het voordeel van Chess beslist en Howlin' Wolf vertrekt naar Chicago. Onder invloed van de studiomuzikanten en producers van Chess wordt zijn muziek strakker. Er komt meer variatie in zijn nummers, vooral na de komst van producer Willie Dixon die veel materiaal voor Howlin' Wolf gaat schrijven. Howlin' Wolf is een van de weinige bluesartiesten die zich op succesvolle wijze weten aan te passen aan de nieuwe ontwikkelingen op muziekgebied. De blazers en funky ritmes van de jaren zestig (Killing Floor, Spoonful, Wang Dang Doodle) leveren hem geen enkel probleem op. Aan het eind van de jaren zestig beleeft Howlin' Wolf zijn artistiek dieptepunt met twee wanstaltige bluesrock-albums (Message To The Young en The Howlin' Wolf Album). Beter geslaagd is THe Howlin' Wolf Sessions waarop hij met assistentie van onder anderen Eric Clapton, Steve Winwood, Bill Wyman en Charlie Watts een aantal van zijn oude successen doorneemt. 
Howlin'Wolf is 65 jaar geworden.

donderdag 19 december 2024

Anneke en Peter

In de finale van het jaarlijkse Cabaret Der Onbekenden, op 19 december 1959 in Carlton in Eindhoven staan ondermeer Anneke Grönloh en de 18-jarige Peter Koelewijn met zijn groep The Rockets. 

Anneke Grönloh, een zeventienjarige zingende secretaresse van de DAF-Fabrieken in Eindhoven, zingt Ma, He's Making Eyes At Me, waarmee zij het Cabaret Der Onbekenden wint. Peter & Zijn Rockets eindigen op de tweede plaats. Zowel Anneke Grönloh als Peter & Zijn Rockets krijgen een platencontract. 

In 1960 verschijnt Asmara, de eerste single van Anneke Grönloh. Voor dit Indonesische liedje is in Nederland weinig belangstelling, maar in Singapore staat het nummer drie maanden bovenaan in de hitparade. 

Peter & Zijn Rockets nemen eind december 1959 in de Bovema Studio van het Gramophone House in Heemstede hun eerste single Kom Van Dat Dak Af op. Dit wordt de eerste Nederlandse Rock'n'Roll-hit.