woensdag 29 juli 2020

Positively Fourth Street

De single “Positively Fourth Street” moest dienen als follow up voor “Like a Rolling Stone”. Dit was een moeilijke zaak. “Like a Rolling Stone” had iedereen uit zijn schoenen geblazen en de vraag was of Dylan dit nog een keer kon.
De song staat op geen originele Dylan LP, wel op een greatest hits.
De studio band op “Positively 4th Street” bestaat uit Robert Gregg (drums), Harvey Brooks (bas), Paul Griffin (piano), Al Kooper (orgel) en Mike Bloomfield (leadgitaar). De song werd opgenomen op 29 juli 1965, vier dagen na het beruchte Newport Folk Festival.
Fourth Street ligt in Manhattan, NY, in het midden van Greenwich Village.
Waarschijnlijk heeft Dylan het hier over diegenen die hem de rug hebben toegekeerd toen hij elektrisch begon op te treden. Het is een afrekening met het folkwereldje waar hij bijhoorde tot die bewuste dag op het Newport Folk Festival waar alles veranderde.
De twee andere nummers “From a Buick Six” en “On the Road Again” zijn twee zuur-zoete Rock songs, zoals Dylan die kon schrijven.

zaterdag 20 juni 2020

Howlin' Wolf

Howlin' Wolf (White Station (in de buurt van West Point, Mississippi), 20 juni 1910 – Chicago (Illinois), 10 januari 1976), echte naam: Chester Arthur Burnett, was een Amerikaans blueszanger en -gitarist die veel invloed heeft gehad op de bluesmuziek.

Burnett werkte al jong op een katoenplantage en leerde zo de rauwe zelfkant van de maatschappij kennen. Nadat zijn moeder hem als 11-jarige jongen het huis uit gooide, zocht hij onderdak bij zijn oom die hem vervolgens mishandelde. Na twee jaar ontvluchtte hij het huis van zijn oom en liep 120 kilometer naar zijn vader die hem liefdevol opnam in zijn gezin. Zijn vader gaf hem op 18-jarige leeftijd zijn eerste gitaar. Blues-pionier Charley Patton leerde hem spelen.

Na de Tweede Wereldoorlog kreeg Burnett zijn eigen radioshow bij een lokaal station. Daar werd zijn rauwe en doorleefde stemgeluid ontdekt. De platenmaatschappijen boden tegen elkaar op om hem onder contract te krijgen. Hij kwam onder contract bij Chess Records en verhuisde naar Chicago. De jonge gitarist Hubert Sumlin, die hem was gevolgd, werd zijn vaste begeleider tot aan zijn dood in 1976.

Samen met Muddy Waters was hij de meest toonaangevende bluesmuzikant van de jaren '50. Met zijn imposante postuur, 1,98 m en 130 kilo zwaar ("Three hundred pounds of heavenly joy") was zijn voorkomen op het podium indrukwekkend. Het was echter zijn raspende stem die het deed.
Howlin' Wolf was een groot voorbeeld voor de Engelse muziekgeneratie van de jaren '60. Voor The Beatles, The Rolling Stones, Eric Clapton, Jimmy Page was hij een idool. In 1971 nam hij de plaat London Sessions op met onder andere Eric Clapton, Steve Winwood, Bill Wyman en Ringo Starr. Hoewel verguisd door de critici en kenners, werd het de best verkochte bluesplaat ter wereld. Het bracht hele nieuwe generaties voor het eerst in aanraking met de blues.

Enkele van zijn bekendste nummers zijn Moanin' at Midnight, Smokestack Lightnin, Wang-Dang-Doodle, How Many More Years en Killing Floor.

vrijdag 22 mei 2020

Subterranean Homesick Blues

In mei 1965 volgde de derde Franse EP van Bob Dylan.

De songs kwamen uit verschillende LP’s van Dylan. Dit was een typisch Frans product. De keuze was enigzins gewaagd omdat naast de sterke “protestsong” “The times they are a changin” ook rockwerk van Dylan werd gebracht (“Subterranean Homesick Blues”)

Op de hoes staat een ietwat sceptisch peinzende Dylan.

“Subterranian Homesick Blues” zou in Pennebaker’s film “Don’t look back” als soundtrack dienen voor wat je gerust de eerste videoclip ever kan noemen. Waarschijnlijk gaat het om een verwijzing naar Jack Kerouac’s “The Subterranians”. En dan is er die vreemde zin “Look out Kid, it’s something you did” genoeg om er schrik van te krijgen.

“She belongs to me” gaat waarschijnlijk over Joan Baez. Het gaat over de onbereikbare vrouw. Rick Nelson had er een paar jaren later een hit mee (1969)

En dan is er “It ain’t me Babe”, een bitter,sarcastisch liedje over de liefde zoals alleen Bob Dylan dit kon maken. Het gaat waarschijnlijk over het einde van zijn relatie met Suze Rotollo. Dylan verwijst hiernaar in zijn Chronicles. Hij zegt dat hij de song schreef in Italië waar hij verbleef in 1963. De persoon over wie Bob het heeft is een onmogelijk iemand. Dylan beseft heel goed dat hij niet kan geven wat zij wil, dwz. “Someone who will die for you an’ more”…

maandag 4 mei 2020

'40-'45


Verrassend genoeg is de muziekcultuur van vlak vóór en vlak ná de oorlog niet wezenlijk anders. De rampspoed van de oorlog heeft slechts een geringe invloed gehad op de ontwikkeling van de muziek. Al in de jaren dertig was het ‘swing’ dat de klok sloeg, aangevoerd door de vele grote Amerikaanse dansorkesten. En eind jaren veertig maakten swingorkesten en bigbands nog stééds de dienst uit. De echte vernieuwingen zouden pas in de jaren vijftig komen, toen jongeren hun eigen muziek ontdekten en rock-’n-roll zijn luidruchtige entree maakte.


In 1940 waren de orkesten van onder anderen Glenn Miller, Tommy Dorsey, Count Basie, Benny Goodman en Duke Ellington toonaangevend. In de oorlogsjaren kwamen ook zangers als Dinah Shore en Frank Sinatra naar voren. En in Engeland Vera Lynn, de sweetheart of the forces. Ze dankte deze erenaam aan haar vele inspirerende optredens voor Britse militairen, nabij de slagvelden tijdens de oorlog en onmiddellijk na de bevrijding in het vrije Duitsland.

In 1945 had Doris Day als zangeres van het orkest van Les Brown haar eerste Amerikaanse nummer 1-hit: ‘Sentimental Journey’; het nummer was bijzonder geliefd onder Amerikaanse militairen in Europa. Bing Crosby was al ruim voor de oorlog een grote ster en bleef dat tot in de jaren vijftig. Datzelfde gold voor The Andrews Sisters.

Ook in ons land luisterde men naar bigbands – via verborgen radiotoestellen, verstopt onder vloeren en in kasten. En er werden meer Nederlandstalige liedjes opgenomen. Dat moest wel, omdat de bezetter geen Engelstalige muziek toestond. Aanvankelijk waren het vooral bewerkingen van Amerikaanse of Engelse nummers, maar steeds vaker verschenen er originele Nederlandse liedjes.

Immens populair waren The Ramblers, onder leiding van Theo Uden Masman, en The Skymasters, geleid door Pi Scheffer. Ook exotische muziek deed het goed in de oorlogsjaren, zoals de Kilima Hawaiians. Trouwens, ook zij moesten in het Nederlands zingen, al vermengden ze dat met Indische (en ‘Hawaiiaanse’) woorden.

En dan was er natuurlijk die bevrijdingsklassieker over “een meisje, luist’rend naar de naam van Trees, ’n echte Hollandse verschijning, knap en aardig in d’r vlees”. Dit komt uit de vrolijke meezinger ‘Trees heeft een Canadees’ van Albert Booy uit 1945:

Trees heeft een Canadees
O, wat is dat kindje in d’r sas
Trees heeft een Canadees
Samen in de jeep en dan vol gas
Al vindt zij dat Engels lang niet mis is
Wil zij dolgraag weten wat een kiss is

Na 1945 liep de swing-rage nog even door. In een land dat werd bevrijd door Amerikanen, Canadezen en Britten was het logisch dat veel Engelstalige liedjes werden gespeeld en meegezongen. En je luisterde als het effe kon naar American Forces Network (AFN), de radiozender voor Amerikaanse militairen in Europa. Daar draaiden ze de nieuwste hits uit de Verenigde Staten. Een nieuwigheid – toch nog, op de valreep van jaren veertig – diende zich aan in 1948: samba, overgewaaid uit Brazilië.

Eddy Christiani sprong er onmiddellijk op in. Hij, de megaster van de populaire muziek in het Nederland van toen, scoorde een hit met het vertaalde nummer ‘Maria van Bahia’. Op het ritme van de tamboerijn en sambaballen-gevuld-met-rijst.

Ondanks deze samba-injectie oordeelt Skip Voogd minder enthousiast over de Nederlandse muziekcultuur eind jaren veertig. Voogd: “De creativiteit in de Nederlandse muziek uit het begin van de jaren veertig had tegen het eind van die jaren plaatsgemaakt voor gezapige oubolligheid. Spanning en originaliteit waren rond 1950 minder aanwezig.”

De gezapigheid van die jaren is prachtig beschreven in de roman ‘De avonden’ van Gerard Reve (toen nog Simon van het Reve) uit november 1947. In de volgende passage figureren The Ramblers als ‘De Zwervers’. Hoofdpersoon Frits van Egters luistert met zijn ouders naar de radio wanneer De Zwervers het nummer ‘Sensatie Nummer Een’ inzetten. Dat bevalt de oudere generatie Van Egters allerminst.

‘Tuut tuut te tuut tuut,’ zei zijn moeder, toen het nummer begon, ‘verschrikkelijk.’
‘Je moet jazzmuziek proberen te volgen,’ zei Frits. Hij zat op een stoel dichtbij het toestel. ‘Kan dat gemier niet af?’ vroeg zijn vader en richtte zich op. ‘Nee,’ zei Frits, ‘je moet eens luisteren, dan zul je horen, dat het geen onsamenhangend lawaai is. Het orkest geeft het ritme aan, de saxofoon speelt de melodie en de improvisaties.’
‘Maar het kan wel zachter,’ zei de man en draaide de knop terug.

Hoe zouden Frits’ ouders een paar jaar later op Elvis Presley hebben gereageerd?

donderdag 23 januari 2020

Django Reinhardt


Op 23 januari werd Django Reinhardt (1910-1953) in een woonwagen vlakbij Charleroi geboren. Reinhardt werd de eerste prominente jazzmuzikant. Veel van zijn liedjes werden klassiekers, die vandaag de dag nog steeds gespeeld worden.

'Django' betekent 'Ik ontwaak' in het Romani, de zigeunertaal. Reinhardt bracht zijn jeugd grotendeels door in zigeunerkampen in de buurt van Parijs. Vanaf zeer jonge leeftijd speelde Django viool, banjo en gitaar, en trad op in muziekcentra in Parijs.

Om geld te verdienen verkocht zijn vrouw Florine 'Bella' Mayer boeketten, gemaakt van het uiterst brandbare celluloid. Op een dag ontstond er brand in de woonwagen. Bij de brand raakte de toen achttienjarige Django lelijk gewond. Zijn linkerbeen en twee vingers van zijn linkerhand waren zwaar verbrand. Django moest zichzelf gedurende twee jaar helemaal opnieuw leren spelen en gebruikte daarbij ook zijn gevoelloze vingers.

De zigeuner Reinhardt creëerde, mede hierdoor, een heel eigen stijl, vanaf 1934 samen met violist Stéphane Grappelli, die als Hot Club de France of gypsyswing de wereld in ging. Reinhardt kon zijn gitaar laten zingen, lachen, spreken, hij gaf het instrument een menselijke stem.

Daarna ontdekte Reinhardt ook de jazz. In zijn stijl mengt hij elementen van de jazz, zigeunermuziek en musette. Als enige niet-Europeaan werd hij al vlug in het jazzpantheon opgenomen naast figuren als Louis Armstrong, Billie Holiday, Duke Ellington, Charlie Parker en anderen. Reinhardt heeft vele muziekgrootheden beïnvloed, onder wie Julian Bream, Mark Knopfler, B.B. King en Carlos Santana.

zaterdag 18 januari 2020

(It May Be) The Last Time (I Don't Know)

In de RCA Studios in Hollywood nemen The Rolling Stones op 18 januari 1965 het nummer The Last Time op. Mick Jagger is over zijn zangpartij op The Last Time niet helemaal tevreden, en op 18 februari 1965 wordt deze dan ook in De Lane Lea Studio, Kingsway in Londen, opnieuw opgenomen.
Op de B-kant Play With Fire is Phil Spector te horen op akoestische gitaar en Jack Nitzsche op gitaar en klavecimbel. The Last Time is een bewerking van het nummer This May Be The Last Time, wat in 1954 al door The Staple Singers op de plaat is gezet. In 1927 is het nummer ook al opgenomen door de Blueszanger Jaybird Coleman met als titel He May Be The Last Time I Don't Know. Deze opname is echter nooit op plaat verschenen. Op 26 februari 1965, wordt The Last Time in Engeland uitgebracht. Amerika volgt op 13 maart 1965.
De zesde single is voor The Rolling Stones hun derde nummer 1-hit in Engeland. In Nederland haalt The Last Time de tweede plaats in de Top 40.

vrijdag 13 december 2019

Cha Cha

Op 13 december 1979 gaat in het Bellevue-theater in Amsterdam de film Cha Cha in premiere. Speciale gast is Billy Preston. De hoofdrollen in deze film worden gespeeld door Herman Brood, Nina Hagen en Lene Lovich. Bijrollen zijn er voor Ramses Shaffy, Simon Vinkeoog, Dolf Brouwers, Ko van Dijk, Nelly Frijda, Jules Deelder en de Hells Angels van Amsterdam Cha Cha is geregisseerd door Herman Curiel. Cha Cha is een harde Rock & Roll happening, waar naast de fantasie ook de realiteit rond het fenomeen Herman Brood aan bod komt. Herman is in deze film te zien tijdens het hoogtepunt van zijn roemruchte carierre. Cha Cha haalt de voorpagina van alle grote kranten en is het gesprek van de dag. De film gaat eigenlijk over de generatie die na 1945 geboren is, en naar nieuwe leiders zoekt. Herman Brood, de eeuwige verliezer, zorgt daarbij voor een spektakel dat in de Nederlandse popgeschiedenis nog niet eerder is voorgekomen.

vrijdag 6 december 2019

Altamont 1969

The Rolling Stones geven op 6 december 1969 een gratis concert op het terrein van de Altamont Speedway in Livermore in het noorden van Californië. Er komen driehonderdduizend mensen op dit evenement af. Op aanraden van The Grateful Dead worden Hell’s Angels ingehuurd als ordedienst. Dit Rolling Stones-concert wordt op opgenomen voor de concertfilm Gimme Shelter. Hierin is te zien hoe de achttienjarige Meredith Hunter wordt doodgeslagen door Alan David Pissaro van de Hell’s Angels. Gimme Shelter gaat op 6 december 1970 in de Amerikaanse bioscopen draaien. Op 14 januari 1971 wordt Alan David Pissaro vrijgesproken door het Alameda County Superior Court. Hij zegt te hebben gehandeld uit zelfverdediging. Later eist hij 200.000 dollar schadevergoeding van The Rolling Stones wegens schending van zijn privacy.


Huddie William Ledbetter

Op 6 December 1949 overlijdt blueszanger Huddie Ledbetter.

Huddie William Ledbetter wordt op 29 Januari 1889 bij Mooringsport in Louisiana geboren. Zijn geboortejaar staat niet voor 100% vast en varieert van 1885 tot 1901. Ledbetter groeit uit tot een legendarische folkblues-zanger annex -gitarist. Leadbelly behoort tot de eerste generatie zwarte artiesten uit de Verenigde Staten die hun muziek op de plaat weten vast te leggen. In de periode 1933- 1948 maakt hij, aanvankelijk alleen voor het culturele schatbewaardersinstituut Library Of Congress, maar vanaf 1940 ook voor meerdere platenlabels, waaronder het roemruchte Folkways Records, meer dan 400 opnamen, die gedeeltelijk onuitgebracht blijven. Zijn muziek is een doorsnee van wat er rond 1900 aan zwarte muziek wordt gemaakt. Zijn enorme repertoire wordt naast de gebruikelijke blues gevormd door cajun, worksongs, ballades, spirituals en dansnummers. 

Folklorist John Lomax is als werknemer van de Library Of Congress verantwoordelijk voor de ontdekking van Leadbelly, wanneer hij hem in 1933 tijdens veldwerk aantreft in de staatsgevangenis van Louisiana, Ledbelly zit een straf uit vanwege moord, na een ruzie met een man over een vrouw. Hij is het ook die Leadbelly introduceert bij het blanke publiek, gepresenteerd als moordenaar, Demon en King Of The Twelve-String Guitar. De invloed die Leadbelly dank zij deze promotie op de blanke folkmuziek heeft, is groot en werkt lang na (Skiffle, Bob Dylan) Leadbelly maakt na zijn vrijlating in 1940 ook deel uit van The Headline Singers, samen met Woody Guthrie en het latere bluesduo Sonny Terry en Brownie McGhee. 

In 1948 moet hij een Europese tournee inkorten wegens ziekte, waaraan hij een jaar later overlijdt. Hoe oud Ledbetter geworden is hangt af van zijn geboortejaar.


zondag 1 december 2019

Ramses Shaffy

Ramses Shaffy werd geboren te Neuilly-sur-Seine in Frankrijk op 29 augustus 1933 als zoon van een Egyptische vader en een Russische moeder, zijn moeder kon niet met het idee leven om als diplomatenvrouw naast haar man verder te moeten leven en verliet voor het huwelijk haar man.
Zijn moeder werd ziek en het leek haar beter om Ramses naar haar zus in Nederland te sturen.
Maar ook deze werd ziek en het duurde niet lang tot hij naar een kindertehuis in Zeist werd gebracht.
Tussen 1952 en 1955 gaat Ramses Shaffy naar de Toneelschool in Amsterdam.
Zijn diploma haalt hij niet, wel gaat hij als acteur aan de slag bij de Nederlandse Comedie.
Muziek heeft Ramses zijn leven bepaald, want muziek grenst aan iets anders, wat een van de mooiste dingen van het leven is: stilte.



Muziek vult de stilte niet op, ze wordt geboren uit stilte, aldus Ramses Shaffy.

Hij is eigenlijk altijd wel een hippie gebleven, de eeuwige rebel, drugsgebruik en drank maar andere kant een briljant zanger en entertainer.
Zijn muzikale carrière begon in 1964 als hij samen met Liesbeth List het nummer Pastorale opneemt.
Het nummer is eveneens een klassieker in het Nederlandstalige repertoire geworden en is een Nederlands toonbeeld van psychedelische Nederlandstalige muziek.
Net als andere Nederlandse artiesten houdt Ramses Shaffy het niet alleen bij zingen, maar hij doet ook aan films, gedichten, toneel en schilderijen.

Hij is vooral succesvol van 1966, dat komt door zijn eerste single Sammy en Pastorale tot 1975. Praktisch al z’n nummers zijn van het zelfde psychedelische genre, de Pastorale is dan wel geschreven door Boudewijn de Groot, maar de andere nummers zijn meestal van eigenhand.
Ook heel bekend zijn “Zing, vecht huil bid lach werk en bewonder”, “Aan de andere kant van de heuvels” en in 1978 komt hij nog één keer terug in de hitlijsten met “Laat me”, zijn laatste hit.
Dat komt mede doordat hij zich meer focust op theater en film, maar gaandeweg wordt hij slachtoffer van zijn drank en drugs gebruik, maar het zijn vooral zijn teksten waarom Ramses hoog aangeschreven staat.



De laatste jaren van zijn leven verbleef hij in een verzorgingshuis in Amsterdam en ging zijn gezondheid achteruit.
Er werd bekend dat hij slokdarmkanker had, maar nam in oktober 2009 in museum Beeld en Geluid nog een dubbel dvd met zijn werk in ontvangst.

Hij was slecht bij stem, maar nam als vanouds plaats achter de vleugel, voor zijn laatste optreden.
Ramses stierf te Amsterdam op 1 december 2009