Wanneer de groep in 1963 z’n platencontract gaat tekenen, komen ze tot de vaststelling dat ze nog niet echt een naam hebben. Ze kiezen voor The Raven, maar dat vindt hun platenmaatschappij niet trendy genoeg. Uiteindelijk wordt gekozen voor The Kinks, een naam die verwijst naar actrice Honor Blackman, destijds bekend vanwege haar excentrieke laarsjes (kinky boots).
Lola bestond echt. De verleidelijke danseres die pas in de vroege ochtenduren een man bleek te zijn, zoals The Kinks haar bezongen in hun grootste hit Lola, was gebaseerd op een waar gebeurde geschiedenis. Die speelde zich af tijdens een tournee van de groep. Na een optreden gingen The Kinks met hun entourage naar een club (in de songtekst van Ray Davies is sprake van een etablissement in de Londense wijk Soho), waar ze een paar nieuwe vrienden en vriendinnen maakten.
En toen de handeling zich later die nacht verplaatste naar het appartement van hun manager Robert Wace, kwamen er enkelen mee. Wace – en dus niet Davies zelf – was degene die steeds hitsiger danste met een onbekende zwarte vrouw uit het gezelschap. “Dit wordt wat”, zei de manager tegen de leadzanger. Pas tegen zessen zag Davies dat er stoppels op de wangen van de vrouw begonnen te groeien. Maar toen hij Wace daarop attent maakte, antwoordde deze: “Ik ben te dronken om me daar druk over te maken”.
Dit is althans het meest waarschijnlijke verhaal achter de hit, aldus Michael Heatley en Frank Hopkinson in hun pas verschenen boekje The Girl in the Song, een bundeling van verhalen over de ware identiteit van de vrouwen over wie de grootste succesnummers uit de popgeschiedenis zijn geschreven.
Maar er bestaat ook een andere theorie. Het blad Rolling Stone schreef dat Lola in werkelijkheid de travestiet Candy Darling was, die in de late jaren zestig enig opzien baarde in de kringen rondom Andy Warhol en ook werd bezongen door Lou Reed in diens klassieke Walk on the Wild Side. Ze zou zelfs een korte verhouding met Ray Davies hebben gehad. Ze stierf in 1974 aan leukemie, maar haar faam duurt voort: op de vijf jaar geleden uitgebrachte cd I am a bird now van Anthony and the Johnsons staat een foto van Candy Darling op haar sterfbed. Het is een aantrekkelijke gedachte dat ook Lola over haar gaat. En toch houden Heatley en Hopkinson het bij het anonieme lustobject ten huize van de Kinks-manager.
Nog een voorbeeld: wie was de parkeermetercontroleur uit het Beatles-nummer Lovely Rita? Zij blijkt met naam en toenaam traceerbaar te zijn. Meta Davies heette ze. Haar verhaal luidt dat ze in 1967, op een parkeerplaats in de nabijheid van de Abbey Road-studio’s en de in die buurt woonachtige Paul McCartney, een parkeerbon uitschreef en op een autoruit bevestigde omdat er geen geld meer in de parkeermeter zat.
Juist op dat moment kwam McCartney aanlopen. Hij las haar handtekening en vroeg of ze echt Meta heette. De coïncidentie dat zo’n parkeerdame in het Amerikaans als meter maid wordt aangeduid, sprak de Beatle zeer aan. De poëzie werd hem zodoende in de schoot geworpen. Zelf kon hij zich het voorval later niet meer herinneren; ach, hij had wel vaker een parkeerbon gekregen van iemand die Rita heette.
Onbetwist is daarentegen de identiteit van The girl from Ipanema, de ranke schoonheid die dagelijks heupwiegend door de stijlvolle wijk Ipanema, op weg naar het strand van Rio de Janeiro, sigaretten kwam kopen in het café waar tekstdichter Vinicius de Moraes en muzikant Antônio Carlos Jobim vaak zaten te broeden op nieuwe nummers. Al in 1965, een paar maanden nadat de song een wereldhit was geworden, verklaarde De Moreas op een persconferentie wie deze ‘mengeling van bloemen en zeemeerminnen’ in werkelijkheid was: Heloísa Eneida Menez Paes Pinto ( artiestennaam Hélo Pinheiro), toen vijftien jaar oud. Ze profiteerde volop, poseerde prompt voor de Braziliaanse editie van Playboy (en in 2003 nogmaals, samen met haar dochter) en opende de boetiek Garota de Ipanema, naar de Braziliaanse titel van het nummer.
Natuurlijk komen er ook veel al of niet verloren liefdes aan de orde. Serge Gainsbourg schreef Je t’aime (moi non plus) voor zijn recente verovering Brigitte Bardot en zette het met haar op de plaat. Maar onder druk van haar echtgenoot Günther Sachs gaf ze geen toestemming om die opname op de markt te brengen, waarna Gainsbourg een nieuwe versie maakte met Jane Birkin – en een verhouding met haar begon.
Het fameuze Suzanne van Leonard Cohen was gewijd aan zijn muze Suzanne Verdal en Every breath you take van The Police ging over Frances Tomelty, de echtgenote van leadzanger Sting. Al valt bij dat laatste wel iets recht te zetten. Volgens velen is het immers een hymne aan de eeuwige trouw, het lied van een man die iedere stap van zijn vrouw zal volgen. Sting schreef het echter na zijn scheiding niet als liefdesliedje, maar als een uiting van pure jaloezie. Zelf vond hij het een hoogst sinister nummer. En dat het geregeld wordt gedraaid op huwelijksfeesten, amuseert hem hogelijk.
Navrant is tenslotte het verhaal over het geestverruimende Beatle-nummer Lucy in the sky with diamonds. We wisten allang dat John Lennon die titel had ontleend aan een tekening waarmee zijn zoontje Julian op een dag van de kleuterschool kwam. De kleine Lennon had zijn vierjarige klasgenootje Lucy O’Donnell getekend in een hemel vol sterren en diamanten.
Maar veel minder bekend is het feit dat deze Lucy nooit veel op had met het lied: “Ik zie geen vierjarig kind rondrennen met ogen als caleidoscopen. Dat is onzin”. Ze trouwde met een jeugdvriend (er kwam een felicitatie van Julian), werkte in de kinderopvang zonder zelf kinderen te krijgen en stierf vorig jaar, pas 46 jaar oud, aan een infectie die dodelijk was omdat ze aan de auto-immuunziekte lupus leed. Soms moet men misschien niet alles willen weten.
Op 7 mei 1966 organiseert de PvdA een ‘mei festival’ in een Utrechtse Jaarbeurshal. Daar treden op The Golden Earrings, The Motions, Boudewijn de Groot, en nog veel anderen………maar als hoofd act zijn er The Kinks!
The Kinks staan op dat moment op nummer 1 in de Veronica Top 40 met ‘Dedicated Follower of Fashion’.
Er komen zo'n 30.000 festivalgangers op dit concert af. Met het organiseren van popconcerten blijkt men dan nog weinig ervaring te hebben. De organisatie heeft klapstoelen neergezet voor het publiek. De combinatie van oratie door PvdA coryfeeën (o.m. Joop den Uyl) en optredens van mindere goden aan artiesten (Karin Kent met ‘Dans je de hele nacht met mij’) wekt ongeduld op bij de festivalbezoekers. Wij willen de The Kinks!
Het duurt allemaal te lang. Er worden stoelen kapot geslagen, het podium beklommen, artiesten bekogeld en agenten met brandslangen bespoten. Als uiteindelijk The Kinks op het (te lage) podium verschijnen, lukt het enkele toeschouwers om wiebelend op een piramide van klapstoelen zich in evenwicht te houden, om de band goed te kunnen zien.
Een jaar later zien ze deze helden opnieuw, maar dan comfortabel zittend, rond de circuspiste, in de winterresidentie van Toni Boltini in Soesterberg.
‘De bont toegetakelde tieners hielden zich bezig met languit op de stenen grond te liggen, vrijen en publique en dat op een manier die ouders met verantwoordelijkheidsgevoel maar ook gezag, het schaamrood zou moeten doen opstuwen’…..(Leeuwarder Courant)
Maar laten we terugkeren naar de eerste helft van de zestiger jaren wanneer in Europa, met name in Groot-Brittannië een nieuwe interpretaties aan de rock-muziek wordt gegeven – de term rock(-muziek) heeft nu ingang gevonden en is geen synoniem meer voor rock ‘n’ roll - door te putten uit alle stijlen die op dat ogenblik binnen de populaire markt bestaan.
Beat
De combinatie van harde rock 'n' roll met de zachte gospel roep-en-antwoord-stijl is het geheim van de groepsvokale stijl waarin gezongen wordt en tegelijkertijd de instrumenten bespeeld worden. Deze wordt naar hun meest eminente vertegenwoordigers, nu beat-muziek genoemd (Beatles - Liverpool, met hun eeuwige tegenpool: The Rolling Stones). Ray Davies (The Kinks) verdient een speciale vermelding als één van de grootste storytellers van de popmuziek.
Symfonische en jazz-rock
De inbreng vanuit Europa brengt een groeiende verfijning aan die niet enkel ligt in de muziek en in de verbreding van het veld waarop de teksten betrekking hebben, maar tevens in een groeiende belangstelling voor de eigen artistieke rock-traditie.Rock evolueert naar een nieuwe kunstvorm (art rock, progressive rock) waarin bruggen worden geslagen naar ‘klassieke’ muziek (Britse symfonische rock met ‘klassieke’ compositiestructuren, arrangementen en instrumenten (Yes)) en jazz (de Amerikaanse improvisatie-gezinde jazzrock of fusion (Mahavishnu Orchestra).
Mod
Onder de Londense jongens (‘swinging London’) uit de arbeidersklasse ontwikkelt zich een groep die voor stijl zeer gevoelig is en die zich voornamelijk kenmerkt door de fetisjistische aandacht die aan kleren en uiterlijk wordt besteed. ‘Moderne’ popgroepen (The Who: ‘Hope I die before I get old’) verschijnen op het podium en voeren de elegantie van smaakvolle goed gesneden kleding en veel uiterlijk vertoon, met dandy-kenmerken, ten tonele, hetgeen uitstekend paste bij de stemming van het mod(ern) publiek, dat overigens heldhaftige veldslagen levert met de rockers. Niet alleen wordt een symbolische strijd geleverd via de muziek door jongeren tegen de ‘parent culture’, onderling bakenen de jongeren zichzelf af in kampen, waar stijl het wapen is in de differentiëringsoorlog.
Hardrock
Sprekend over beat-muziek mag nochtans het belang van de herontdekking van de blues in Engeland (Alexis Korner, John Mayall) vooraan in de jaren zestig niet onderschat worden voor de Britse rockmuziek. Zij is een belangrijke voedingsbodem (Rolling Stones) tot in de eerste hardrock (Cream, Jimi Hendrix, Led Zeplin, Deep Purple) en de latere heavy metal (Iron Maiden, Black Sabbath, Steppenwolf met de eerste populaire metal-song Born to be wild). In deze heavy rock zijn een groot geluidsvolume, een obligate gitaar-solo, en vaak een langzamer tempo zodat ook drums en bas uit de rol van begeleidingsinstrument kunnen treden, de ingrediënten. Vaak gaat het ook om een macho-bedoening van langharige zangers met veel plankenritueel.
Ondertussen schrijft hij de muziek voor 80 Days, een theaterbewerking van Jules Vernes Reis Om De Wereld In 80 Dagen. Eind '91 stappen The Kinks over naar een nieuwe platenmaatschappij en verschijnt de EP Did Ya met enkele opnieuw opgenomen hits uit de jaren zestig. Deze oude songs zijn veel overtuigender dan Phobia, dat niettemin één van de betere Kinks-platen van de laatste jaren is. Van de nodige zelfspot getuigt Hatred (A Duet), waarin de gebroeders Davies hun moeizame onderlinge verhouding bezingen. In de zomer van '93 spelen The Kinks, inmiddels zonder Gibbons, in de Amsterdamse Beurs van Berlage. Zoals altijd moeten de bezoekers eerst door een door Dave geserveerde portie middelmatige hardrock heenbijten voordat er meegezongen mag worden met Ray's oude hits. Ondertussen ziet de jongste generatie Ray Davies als één van de peetvaders van de Britpop, zoals blijkt uit de tribute-plaat Shangri-La/A Tribute To The Kinks en het gezamenlijke optreden dat Ray Davies en Damon Albarn doen in het televisieprogramma The White Room. The Kinks spelen op de herwaardering in door To The Bone, waarop de band 'live' in de studio al haar oude hits speelt en die eerder op kleine schaal als enkele cd is verschenen, alsnog officieel als dubbelaar uit te brengen. Eind '94 verschijnt X-Ray, The Unauthorized Autobiography. Ray Davies reconstrueert hierin zijn levensverhaal in de vorm van een psychologische thriller, hetgeen meteen de paradox in de ondertitel verklaart. Het boek krijgt veel lof toegezwaaid, dit in tegenstelling tot Dave's clichématige Kink. Ray ondersteunt het boek met een reeks soloconcerten onder de noemer Storyteller. Hierbij vertelt hij zijn levensverhaal gelardeerd met wat oude Kinks-hits en nieuwe composities. Op 6 april '98 maakt hij hiermee veel indruk in een uitverkocht Vredenburg in Utrecht. Later dat jaar verschijnt The Storyteller, een live-verslag van de concerttour, en de verhalenbundel Waterloo Sunset. Op 30 mei treedt hij op tijdens een benefietavond voor Kosovo, samen met Paul Weller, The Stereophonics en Noel Gallagher.
Na een scheiding van zijn vrouw Rasa, in de zomer van '73, stort Davies zich in een maniakaal tempo op zijn werk, dat in de jaren zeventig voornamelijk bestaat uit het schrijven van conceptalbums die live met een uitgebreide theatershow worden gepresenteerd. Op Preservation Act I, Preservation Act Ii, Soap Opera en Schoolboys In Disgrace missen The Kinks echter de muzikale subtiliteit die hun eerdere platen zo aantrekkelijk maken.
In '77 stapt de groep over naar de Amerikaanse platenmaatschappij Arista en wordt John Dalton vervangen door Andy Pyle. Op Sleepwalker voegen The Kinks echter weinig aan hun voorgaande platen toe en tijdens het optreden op het Pinkpop-festival dat jaar wekt de groep de indruk volledig uitgeblust te zijn. Misfits is echter de beste Kinks-plaat in tijden, die met Rock 'N' Roll Fantasy weer een klassieker bevat. Low Budget is een stevige, tegen de hardrock aanleunende plaat die in de Verenigde Staten een groot succes wordt. Voor deze plaat zijn Pyle en Gosling vervangen door Jim Rodford (ex-Argent) en Ian Gibbons. Het dubbele live-album One For The Road doet de in Europa verflauwde belangstelling voor de groep weer opleven, wanneer het tien jaar oude Lola in de live-versie opnieuw naar de eerste plaats van de hitparades klimt.
Ook gedurende de rest van de jaren tachtig kan het oude Kinks-materiaal rekenen op een warme belangstelling bij publiek en medemuzikanten. Van Halen scoort een hit met You Really Got Me en Chrissie Hynde, met wie Davies in het begin van de jaren tachtig kortstondig gehuwd is, heeft met haar groep The Pretenders hits met Stop Your Sobbing en I Go To Sleep.
Met de platen van The Kinks zelf blijft het behelpen. Ray Davies slaagt er op Give The People What They Want, State Of Confusion, Word Of Mouth, Think Visual, de live-plaat The Road en Uk Jive maar zelden met de trefzekere toon van zijn vroegere werk te evenaren en gitarist Dave Davies misbruikt de liedjes van zijn broer om zijn frustraties over een mislukte solocarrière als heavy metal-gitarist te kunnen botvieren. Slechts de hitsingle Come Dancing en het nummer Quiet Life uit de film Absolute Beginners ('86), waarin Ray Davies zelf ook acteert, zijn echt de moeite waard. In '84 verlaat drummer van het eerste uur Mick Avory de groep. Hij wordt vervangen door Bob Henrit (ex-Argent). In datzelfde jaar verschijnen er twee biografieën over The Kinks, de officiële van Jon Savage en het goed gedocumenteerde The Sound And The Fury van Johnny Rogan, dat een onthullend kijkje achter de schermen biedt. Return To Waterloo is een weinig geïnspireerde soloplaat waarmee Ray Davies aan de verplichtingen aan Arista voldoet.
De live-plaat Live At The Kelvin Hall geeft een aardige indruk hoe het er in de jaren zestig tijdens Kinks-concerten aan toe gaat. Met de singles Tired Of Waiting For You en See My Friend zet de groep een muzikale koerswijziging in, waarbij de vier-akkoordenrockers worden vervangen door melodieuze gitaarliedjes waarin de scherpe tong van Ray Davies het Swinging London van '66 op de korrel neemt. Ondanks een slepende rechtszaak tegen manager Larry Page lijkt het creatief talent van Ray Davies in deze periode nauwelijks grenzen te kennen. Hij schrijft ook nog de hits This Strange Effect voor Dave Berry, I Go To Sleep voor Sonny & Cher en Death Of A Clown voor broer Dave, die daarmee de eerste van een drietal solohits scoort.
Ook produceert Ray het album Turtle Soup van The Turtles en neemt hij vanaf Village Green Preservation Society ook de productie van de Kinks-platen over van Shel Talmy. Met Something Else, de conceptplaat Village Green Preservation Society en de los daarvan uitgebrachte singles Dead End Street, Mr. Pleasant, Waterloo Sunset, Autumn Almanac en Days bereiken The Kinks hun creatieve hoogtepunt. Hoe groot de oogst aan sterke songs in deze periode is blijkt uit The Great Lost Kinks Album, een verzameling overgebleven studio-opnamen. Hoewel de singles van The Kinks stuk voor stuk naar de top van de Europese hitparades schieten, verkopen hun albums maar mondjesmaat. Dit doet Davies besluiten om voorlopig geen singles meer te maken en zich te concentreren op het tv-stuk Arthur, waarvoor hij het verhaal en de muziek schrijft. Terwijl The Who met de rockopera Tommy triomfen viert, blijft het vergelijkbare Arthur Or The Decline And Fall Of The British Empire echter onbekend. In '69 wordt Peter Quaife vervangen door John Dalton en de groep kort daarop uitgebreid met toetsenman John Gosling. In deze nieuwe bezetting maken The Kinks Kinks Part One: Lola Vs Powerman And The Money-Go-Round, dat met de hitsingles Lola en Apeman de groep weer volop in de belangstelling plaatst. De matige filmsoundtrack Percy dient om van het contract met Pye af te komen. Op Muswell Hillbillies, het eerste album van The Kinks voor Rca, introduceert de groep een nieuw geluid: charmante rock met music hall-elementen. De grotendeels live opgenomen dubbelelpee Everybody's In Showbiz, Everybody's A Star is weer een conceptplaat, ditmaal over de showbiz. De single Celluloid Heroes reikt weliswaar niet hoog in de hitparades, maar kan zo in het rijtje Kinks-klassiekers worden bijgeschreven.
The Kinks worden begin '64 opgericht door de in de Londense wijk Muswell Hill opgegroeide broers Ray en Dave Davies, bassist Peter Quaife en drummer Mick Avory. In de jaren ervoor doen Ray, Dave en Peter podiumervaring op als The Ravens en is Mick Avory een blauwe maandag drummer bij The Rolling Stones. Manager Larry Page bezorgt The Kinks een platencontract bij Pye, waar de groep onder leiding van de jonge Amerikaanse producer Shel Talmy de eerste singles Long Tall Sally en You Do Something To Me opneemt. Deze platen doen weinig, maar met de derde single You Really Got Me is het in augustus '64 wèl raak. De plaat stormt naar de eerste plaats van de Britse hitparade. Na de nog vrij brave merseybeat lijkt het Engelse poppubliek rijp voor een ruiger imago en een rauwer, op rhythm & blues geënt geluid. Met nummers als All Day And All Of The Night, I Need You en Till The End Of The Day en de albums The Kinks, Kinda Kinks en The Kink Kontroversy borduren The Kinks op dit stramien voort. Het bijbehorende onaangepaste gedrag van de groepsleden zorgt ervoor dat in '65 de eerste Amerikaanse tournee voortijdig wordt beëindigd en dat het de groep door de American Federation of Musicians tot '69 verboden wordt in de Verenigde Staten op te treden. Hierdoor blijft een doorbraak van The Kinks aan de overkant van de oceaan vooralsnog uit.