Sonny en Cher waren een van die magische muzikale combinaties van het midden van de jaren '60.
Salvatore "Sonny" Bono (geb. 16 februari 1935) begon in Los Angeles bij Specialty Records als songwriter in de late jaren '50. Hij was “verantwoordelijk” voor "Koko Joe" van Don en Dewey en "She Said Yeah" van Larry Williams (later gecoverd door de Rolling Stones en The Righteous Brothers).
Bono werd een protege van Phil Spector en slaagde erin om een hele rits songs te schrijven die Phil Spector de moeite vond. De meest in het oog springende was “Needles and Pins" in samenwerking met Jack Nitzsche. Het werd een hit voor Jackie DeShannon en in Engeland door the Searchers.
In 1963 ontmoette hij, tijdens sessiewerk voor Phil Spector, een 16-jarige, would-be zangeres Cherilyn Sarkasian Lapierre (geb. 20 mei 1946), in een cafe naast een Los Angeles radiostation.
Ze had eerder met Spector een niemendalletje opgenomen “Ringo I love you”, onder de naam Bonnie Jo Mason. Hoewel Sonny was getrouwd met Donna Rankin, met wie hij een dochter had, werd hij verliefd.
Sonny hielp Cher aan een baantje als achtergrondzangeres bij Phil Spector. Ze zong backing vocals voor “You’ve lost that loving feeling” van The Righteous Brothers, ”Da Doo Ron Ron” van The Crystals en “Be My Baby” van The Ronettes.
Sonny en Cher vormden echter eerst een artistiek duo vooraleer te trouwen. In eerste instantie werden ze bekend als “Caesar en Cleo”. Het duo maakte een paar singles, o.m. "The Letter", "Do You Wanna Dance" en "Love Is Strange”, met relatief weinig succes.
Het was pas nadat ze onder contract kwamen bij Atlantic Records als “Sonny en Cher” dat de hitmachine begon te rollen. Het duurde een paar jaren en Cher ging solo.
maandag 20 mei 2019
donderdag 16 mei 2019
The Gods
The Gods is een Britse Band, de voorloper van Uriah Heep, opgericht in de jaren zestig. In deze groep speelden de latere Uriah Heep leden Ken Hensley, Paul Newton en Lee Kerslake.
Andere leden waren Mick Taylor (later bij John Mayals Bluesbrakers en de Rolling Stones), Greg Lake (later bij King Crimson en Emerson, Lake & Palmer), Joe Konas, Brian Glascock (later bij de Bee Gees) en John Glascock (later bij de Bee Gees en Jethro Tull).
The Gods waren de opvolgers van de Rolling Stones in de beroemde Marquee Club in London. Na hun twee albums "Genesis" (1968) en "To Samuel a Son" (1969) ging het restant van de band samenwerken met Cliff Bennett en veranderden hun naam in Toe Fat.
Naast die twee albums maakten the Gods ook twee singles. "Baby's Rich" / "Somewhere In The Street" (Columbia DB 8486) - 1968
"Hey Bulldog" / "Real Love Guaranteed" (Columbia DB 8544) - 1969
Eentje werd een kleine hit. Het was de cover van een Beatles nummer.
Andere leden waren Mick Taylor (later bij John Mayals Bluesbrakers en de Rolling Stones), Greg Lake (later bij King Crimson en Emerson, Lake & Palmer), Joe Konas, Brian Glascock (later bij de Bee Gees) en John Glascock (later bij de Bee Gees en Jethro Tull).
The Gods waren de opvolgers van de Rolling Stones in de beroemde Marquee Club in London. Na hun twee albums "Genesis" (1968) en "To Samuel a Son" (1969) ging het restant van de band samenwerken met Cliff Bennett en veranderden hun naam in Toe Fat.
Naast die twee albums maakten the Gods ook twee singles. "Baby's Rich" / "Somewhere In The Street" (Columbia DB 8486) - 1968
"Hey Bulldog" / "Real Love Guaranteed" (Columbia DB 8544) - 1969
Eentje werd een kleine hit. Het was de cover van een Beatles nummer.
donderdag 2 mei 2019
The Motions
The Motions is een Haagse Nederbiet band, in 1964 opgericht door Henk Smitskamp (basgitaar), Robbie van Leeuwen (gitaar), Rudy Bennett (zang) en Sieb Warner (drums).
The Motions komen eind 1964 voort uit Ritchie & the Ricochets, waarin Bennett en van Leeuwen speelden. Deze groep speelde op 8 augustus 1964 in het voorprogramma van de Stones in het Kurhaus. De eerste single van The Motions is in december 1964 It's Gone (geschreven door Van Leeuwen). De single wordt zonder dat de verkoopcijfers daar aanleiding toe geven door Joost den Draaijer en consorten begin 1965 één week in de Veronica Top 40 op nummer 39 geplaatst. Daarmee zijn The Motions de eerste Nederlandse beatgroep die in de hitparade belandt.
De eerste lp Introduction to The Motions wordt tot op de dag van vandaag beschouwd als een klassieker in de Nederbiet. Met het nummer Wasted Words (geïnspireerd door de rage rond de protestsong) heeft de band de eerste grote hit in 1965. Het blad Muziek Expres reikt aan Van Leeuwen een zilveren award uit voor de verkoop van 25.000 verkochte exemplaren. Daarna volgen de hits elkaar in 1966 in hoog tempo op: Why don't you take it, Every step I take en It's the same old song. Ook komt er een tweede lp uit Their own way.
Het nummer How Can We Hang On To A Dream is begin 1967 een grote solo-hit voor Bennett. In mei scoort Rudy met Amy nog een hit. In september 1967 verschijnt een Motions LP in de Songbook serie van het blad Teenbeat (waarin ook albums van The Outsiders en Tee Set worden uitgebracht).
Van Leeuwen verlaat de band op 1 maart 1967 om een eigen band op te richten: Shocking Blue. Zijn plaats wordt ingenomen door Gerard Romeijn (Tee Set). Het lijkt dat met het vertrek van Van Leeuwen de band de belangrijkste componist en vormgever kwijt is. Maar Sieb Warner en nieuwkomer Romeijn schrijven en componeren ook ijzersterk repertoire! Op de lp Impressions of Wonderful (uitgebracht in oktober 1967) pikt de band een graantje van de flowerpower mee en dit album wordt 'de Nederlandse Sgt. Pepper's' genoemd.
Daarna zal het bergafwaarts gaan met de groep.
In juni 1970 komt de lp Sensation uit, die echter alleen bij de supermarkten van Simon de Wit te koop is, een paar maanden later maakt de groep nog een single voor Negram en houdt het dan voor gezien. De bandleden gaan hun eigen weg, maar zullen elkaar in diverse andere bands weer tegenkomen. Rudy Bennett probeert een solocarrière op te zetten en heeft enkele hits.
The Motions komen eind 1964 voort uit Ritchie & the Ricochets, waarin Bennett en van Leeuwen speelden. Deze groep speelde op 8 augustus 1964 in het voorprogramma van de Stones in het Kurhaus. De eerste single van The Motions is in december 1964 It's Gone (geschreven door Van Leeuwen). De single wordt zonder dat de verkoopcijfers daar aanleiding toe geven door Joost den Draaijer en consorten begin 1965 één week in de Veronica Top 40 op nummer 39 geplaatst. Daarmee zijn The Motions de eerste Nederlandse beatgroep die in de hitparade belandt.
De eerste lp Introduction to The Motions wordt tot op de dag van vandaag beschouwd als een klassieker in de Nederbiet. Met het nummer Wasted Words (geïnspireerd door de rage rond de protestsong) heeft de band de eerste grote hit in 1965. Het blad Muziek Expres reikt aan Van Leeuwen een zilveren award uit voor de verkoop van 25.000 verkochte exemplaren. Daarna volgen de hits elkaar in 1966 in hoog tempo op: Why don't you take it, Every step I take en It's the same old song. Ook komt er een tweede lp uit Their own way.
Het nummer How Can We Hang On To A Dream is begin 1967 een grote solo-hit voor Bennett. In mei scoort Rudy met Amy nog een hit. In september 1967 verschijnt een Motions LP in de Songbook serie van het blad Teenbeat (waarin ook albums van The Outsiders en Tee Set worden uitgebracht).
Van Leeuwen verlaat de band op 1 maart 1967 om een eigen band op te richten: Shocking Blue. Zijn plaats wordt ingenomen door Gerard Romeijn (Tee Set). Het lijkt dat met het vertrek van Van Leeuwen de band de belangrijkste componist en vormgever kwijt is. Maar Sieb Warner en nieuwkomer Romeijn schrijven en componeren ook ijzersterk repertoire! Op de lp Impressions of Wonderful (uitgebracht in oktober 1967) pikt de band een graantje van de flowerpower mee en dit album wordt 'de Nederlandse Sgt. Pepper's' genoemd.
Daarna zal het bergafwaarts gaan met de groep.
In juni 1970 komt de lp Sensation uit, die echter alleen bij de supermarkten van Simon de Wit te koop is, een paar maanden later maakt de groep nog een single voor Negram en houdt het dan voor gezien. De bandleden gaan hun eigen weg, maar zullen elkaar in diverse andere bands weer tegenkomen. Rudy Bennett probeert een solocarrière op te zetten en heeft enkele hits.
zaterdag 30 maart 2019
The Pretty Things
The Pretty Things is een Engelse rockband van de jaren 60 en 70 van de twintigste eeuw en werd opgericht in 1963 in Londen, Engeland. Zij waren in het begin een nog wat ruigere versie van The Rolling Stones.
The Pretty Things spelen - net als de Stones- wat in die tijd R&B wordt genoemd: een vorm van beatmuziek gebaseerd op Amerikaanse blues (Muddy Waters, Jimmy Reed) en rock-'n-roll (Chuck Berry, Bo Diddley).
Aanvankelijk zetten ze met hun ongeremde optredens (met name Phil May en Viv Prince laten zich nogal gaan) de zalen in Londen & omstreken op z'n kop. Ze krijgen via hun manager Jimmy Duncan een platencontract bij Fontana en hun eerste single Rosalyn wordt in mei 1964 een bescheiden hit. "Ruiger en lelijker dan de Stones" is de slogan waarmee de Pretty Things op de kaart worden gezet.
Het grootste succes komt in november '64 als "Don't bring me down" in Engeland nét de Top 10 binnenkomt. Het zelfgeschreven "Honey I need" doet het begin 1965 wat minder.
Bo Diddley's "Road Runner" van de eerste LP komt bij ons op single uit en dat wordt in Nederland het bekendste Pretty Things nummer. De band maakt een verpletterende indruk op de Nederlandse beatmuzikanten en de Pretties zijn dan ook van grote invloed op het ontstaan van de Nederbiet. Dit is duidelijk te horen in nummers als "You mistreat me" (The Outsiders) en "You're the victor" (Q'65).
Waar de groep bij ons en in Nederland als een Engelse topgroep wordt beschouwd, zijn ze in Engeland eind 1965 niet meer dan een derderangs beatgroep die één Top 10 hitje heeft gehad.
In 1967 begint de groep met de opnames voor "S.F.Sorrow", de eerste LP voortkomend uit het contract met EMI, voor het label Harvest. "S.F.Sorrow" is de eerste "rock opera", de plaat komt maanden voor "Tommy" van The Who uit.
Het levert The Pretty Things waardering van de muziekpers en collega's op, maar grote verkopen blijven uit. Er volgt nog een schitterende LP ("Parachute") maar daarna gaat het bergaf, en in 1975 houden The Pretty Things op te bestaan.
Deze single komt uit 1967, het psychedelisch jaar. En je hoort het. Ronduit schitterend !!!
Het werd geen hit maar wordt wel beschouwd als een van de mijlpalen van de Britse Psychedeische rock.
The Pretty Things spelen - net als de Stones- wat in die tijd R&B wordt genoemd: een vorm van beatmuziek gebaseerd op Amerikaanse blues (Muddy Waters, Jimmy Reed) en rock-'n-roll (Chuck Berry, Bo Diddley).
Aanvankelijk zetten ze met hun ongeremde optredens (met name Phil May en Viv Prince laten zich nogal gaan) de zalen in Londen & omstreken op z'n kop. Ze krijgen via hun manager Jimmy Duncan een platencontract bij Fontana en hun eerste single Rosalyn wordt in mei 1964 een bescheiden hit. "Ruiger en lelijker dan de Stones" is de slogan waarmee de Pretty Things op de kaart worden gezet.
Het grootste succes komt in november '64 als "Don't bring me down" in Engeland nét de Top 10 binnenkomt. Het zelfgeschreven "Honey I need" doet het begin 1965 wat minder.
Bo Diddley's "Road Runner" van de eerste LP komt bij ons op single uit en dat wordt in Nederland het bekendste Pretty Things nummer. De band maakt een verpletterende indruk op de Nederlandse beatmuzikanten en de Pretties zijn dan ook van grote invloed op het ontstaan van de Nederbiet. Dit is duidelijk te horen in nummers als "You mistreat me" (The Outsiders) en "You're the victor" (Q'65).
Waar de groep bij ons en in Nederland als een Engelse topgroep wordt beschouwd, zijn ze in Engeland eind 1965 niet meer dan een derderangs beatgroep die één Top 10 hitje heeft gehad.
In 1967 begint de groep met de opnames voor "S.F.Sorrow", de eerste LP voortkomend uit het contract met EMI, voor het label Harvest. "S.F.Sorrow" is de eerste "rock opera", de plaat komt maanden voor "Tommy" van The Who uit.
Het levert The Pretty Things waardering van de muziekpers en collega's op, maar grote verkopen blijven uit. Er volgt nog een schitterende LP ("Parachute") maar daarna gaat het bergaf, en in 1975 houden The Pretty Things op te bestaan.
Deze single komt uit 1967, het psychedelisch jaar. En je hoort het. Ronduit schitterend !!!
Het werd geen hit maar wordt wel beschouwd als een van de mijlpalen van de Britse Psychedeische rock.
woensdag 13 maart 2019
Ring ring I’ve got to sing
Ferre Grignard werd vrijdag 13 maart 1939 in het moederhuis aan de Vinkenstraat in Antwerpen geboren. 8 jaar later werd z’n broer Roger geboren. In de Rederijkerstraat in Wilrijk brachten ze hun jeugdjaren door. Meteen na de 2de wereldoorlog gaat Ferre naar de Stedelijke Jongensschool op het Kiel . Samen met z’n broer wordt hij lid van de scoutsbeweging. Tijdens heelwat scoutsmeetings en kampen speelt de Ferre niet alleen voortreffelijk theater, maar maakt ook uitstekende muziek. Het is zijn broer Roger die hem eerst mondharmonica leert spelen en hem nadien een gitaar koopt. Roger weet nog goed dat voor Ferre maar één ding gold : plezier maken in het leven. ‘God schept de dag en wij lopen er door’ was zijn motto. Hij stapte ongedwongen van de ene dag in de andere. Studeren deed Ferre niet graag. Zijn schriften stonden vol tekeningen in de plaats van cijfers en letters. Roger herinnert zich z’n broer dan ook als iemand die zich van die schoolse dingen weinig aantrok. Dat zalige nietsdoen van de Ferre zinde papa Grignard niet. Omdat Ferre niet op goede voet met z’n vader stond, wist Roger vader te overhalen Ferre naar het Stedelijk Instituut voor Sierkunsten in de Cadixstraat in Antwerpen te sturen. Hij leerde hier wat etsen en wat schilderen, maar dat hij hier een diploma op zak stak is een deel van het Ferre-verhaal dat we gerust als een legende mogen optekenen.
In de tijd dat Ferre in de Cadixstraat school loopt, richt hij naar aanleiding van een schoolfeestje een groepje op. Een wasbord een theekist, een gitaar en een mondharmonica. Pure skiffle dus, die iets later in blues overglijdt. Ze nemen zelfs aan een liedjeswedstrijd deel die ze ook winnen en daarmee is de aanzet voor zijn latere zangcarrière een feit.
De verstandhouding tussen Ferre en zijn vader wordt almaar slechter. Ferre kan ook niet onder een baas werken en wisselt van de ene job na de andere. Die conflicten leiden er toe dat Ferre het ouderlijk huis verlaat en alleen gaat wonen. Dat was geen riant bestaan. Hij gaat in een steegje in de huurt van de Paardenmarkt wonen en vestigt zich daar als kunstschilder. Omdat de Ferre niet van zijn kunstwerken alleen kan leven, gaat hij als barman in de Gard Sivic in de buurt van de Stadswaag werken en treedt daar op gezette tijden op als gitarist en blueszanger.In 1964 opent in Antwerpen het theatercafé ‘De Muze’ zijn deuren. Dit wordt de place to be voor alternatief Antwerpen . Z’n vrouw , kunstschilderes Krie De Vilder , leert hij hier kennen. Zij deed de bar en Ferre zong . Krie weet nog goed dat toen Ferre een vedette was iedereen dacht dat de Ferre een man van de wereld was, maar zij kende hem als een schuchter, verlegen iemand .
Walter Marselis, de baas van De Muze, neemt op eigen kosten een liedje op dat in z’n café veel succes kent ‘Ring ring I’ve got to sing’. Gelukkig is die originele opname met ondermeer gitarist George Toots Smidts bewaard gebleven. Voor Ferre Grignard kwam de kip met de gouden eieren langs in de persoon van platenbaas en uitgever Hans Kusters die meteen de hitpotentie van ‘Ring ring’onderkent . Hierover zei Hans in een interview met Manu Adriaens : “ Niemand in het toenmalige stijve milieu van de platenjongens wilde iets te maken hebben met die ongeschoren, ongewassen, jenever drinkende , verboden sigaretten rokende, slecht geklede kunstenaar die op blote voeten in hun Brusselse kantoren zijn contract kwam tekenen. Maar ik ben een Zuid-Hollander, ik hield zowel van carnavalsmuziek als van dixieland, wat dan weer verwant is met skiffle. En Grignard speelde blues met een skiffle-bezetting. Toen ik hem voor de eerste keer hoorde, wist ik dat ik een halfgod had ontmoet ”. Een platendeal met Philips was snel afgesloten en er werd een gloednieuwe versie van ‘Ring ring’ ingeblikt. Hans gaf later in een gesprek met ons toe dat toen hij ‘Ring Ring’ voor de eerste keer hoorde, hij niet doorhad dat het liedje zo commercieel was. Wel viel hem van in het begin al de poëtische tekst op geschreven in een voor die tijd behoorlijk Engels dat erg neigde naar slang –Amerikaans.
Tijdens het gala van de Eregalerij in de maand november 2001 werd Ferre Grignard in het Casino van Knokke postuum gelauwerd voor zijn muzikale bijdrag aan de Vlaamse muziek ! De jury schreef in haar rapport het volgende: ‘ Ring ring I’ve got to sing klinkt als ’n typische jaren zestig protestsong die door iedereen kan worden meegezongen. Die ook een enorm breed publiek aanspreekt door een goede tekst die heerlijk doorleefd door Ferre Grignard vertolkt wordt. Het liedje kan op gelijk welk podium gebracht worden en is een perfecte weerspiegeling van de jaren zestig’.De 2de april 1966 staat ‘Ring ring’ op de10de plaats genoteerd in de BRT top dertig. Datzelfde jaar neemt Ferre Girgnard ook een ganse elpee op met uiteraard ‘Ring ring’ en de traditional ‘Drunken sailor’ en ook dat nummer slaat als single aan en geraakt op het einde van 1966 tot op plaats 16 van de nationale hitlijsten.
Met zijn lange haren en zijn rebelse houding is de Ferre een exponent van zijn tijd geworden. Zijn hippie uiterlijk zorgt ervoor dat hij ook in het buitenland inslaat als een bom met als kroon op het werk niet alleen veel geld, maar ook een optreden in de Parijse Olympia. Hij moet toch een beetje trots zijn geweest ? Vrienden weten van wel , innerlijk toch, maar hij liet dat nooit blijken. Hij wou die indruk van onverschilligheid naar de buitenwereld toe in stand houden. Vlak na zijn optreden in de Parijse Olympia klaagt Grignard , Johnny Halliday aan omdat die een bewerking had gemaakt van z’n hit ‘ Crucified Jesus’. Die cover zelf kon hem niet zoveel schelen , maar wel dat Halliday er een tekst op had geschreven die volgens de Ferre beledigend was tegenover de hippies in het algemeen en Grignard in het bijzonder .
Om de Ferre sterallures aan te meten, stond in zijn curriculum, opgesteld door zijn platenfirma, dat Ferre Grignard aan de kunstacademie afstudeerde en dat hij in Amerika zijn muzikale inspiratie wat was gaan aanscherpen. Zijn broer Roger weet maar al te goed dat van dat alles niets waar was .‘ Ferre is nooit of te nimmer in Amerika geweest. Hij had zelfs een duivelse schrik van vliegen ! ’
Ferre’s carrière was als een raket gelanceerd , maar het ging voor hem veel te snel .Van de ene op de andere dag was hij een rijke jongen geworden die in het geboortehuis van Peter Benoit gaat wonen en zich daar omringt met een 20-tal kameraden met wie hij schildert,maar vooral feestjes bouwt en zich letterlijk te pletter drinkt. Dat rijkelijk bestaan vloekt met zijn zwerversziel . Hij wilde ‘echt’ leven ! Hij wilde de nonchalante zanger blijven waarvoor men hem aanzag en adoreerde. Hij maakt van zijn inkomsten een behoorlijk zootje. Hij houdt er geen boekhouding op na , hij weigert systematisch zijn belastingen te betalen wat verzandt in een ruzie met ‘vadertje staat’ die na een tijdje al zijn royalties-inkomsten gaat blokkeren. Hij krijgt het in de loop van de jaren zeventig ook aan de stok met z’n platenfirma Philips. Het is z’n toenmalige manager Louis de Vries die Grignard verpatst aan de grote Franse firma Barclay ,wat nadien leidt tot een proces dat twee jaar zal aanslepen, een periode waarin Ferre geen nieuwe songs mag inblikken en er ook geen platen meer worden uitgebracht. In 1969 brengt Barclay nog de elpee ‘Captain disaster’ uit . Nu weten we dat dat de start was van zijn ondergang .
Plots staat de Ferre terug daar waar hij begonnen was. Hij keert terug naar af en gaat opnieuw heel bescheiden wonen. Gelukkig is er nog zijn moeder en een tante die hem bevoorraden en zorgen dat hij toch wat geld heeft om rond te komen. Hij geraakt opnieuw in zijn oude biotoop, De Muze, verzeild. Het roken en de drank maken zich almaar meer meester van hem. Begin jaren 80 wordt hij ziek, erg ziek ! In het ziekenhuis stellen de dokters keelkanker vast. Via het OCMW van Antwerpen geraakt Ferre Grignard aan een appartementje waar hij de laatste weken van zijn leven kan slijten. Hij overlijdt de 8ste augustus 1982 in het Universitair ziekenhuis van Edegem. Het Schoonselhof wordt zijn begraafplaats.
Dat Grignard in Vlaanderen z’n sporen heeft verdiend en nagelaten staat buiten kijf. Vooral een aantal groepen uit de Antwerpse pop – en rockscene geven toe dat ze door Ferre Grignard zijn beinvloed met voorop dEUS en Zita Swoon. In 2002 schrijven Wigbert Van Lierde en Bart Plouvier het boek ‘Captain Disaster’ over het wel en wee van de Ferre . Het Ferre Grignard plantsoen in de buurt van de Zwaantjesstraat wordt naar hem genoemd en zelfs de bescheiden asteroïde , YP 5 , draagt zijn naam. Voeg daar nog deze Eregalerij – onderscheiding aan toe voor z’n bekendste song ‘ Ring ring I’ve got to sing’ en je hebt het concrete bewijs dat we de Ferre nog lang niet vergeten zijn.
In de tijd dat Ferre in de Cadixstraat school loopt, richt hij naar aanleiding van een schoolfeestje een groepje op. Een wasbord een theekist, een gitaar en een mondharmonica. Pure skiffle dus, die iets later in blues overglijdt. Ze nemen zelfs aan een liedjeswedstrijd deel die ze ook winnen en daarmee is de aanzet voor zijn latere zangcarrière een feit.
De verstandhouding tussen Ferre en zijn vader wordt almaar slechter. Ferre kan ook niet onder een baas werken en wisselt van de ene job na de andere. Die conflicten leiden er toe dat Ferre het ouderlijk huis verlaat en alleen gaat wonen. Dat was geen riant bestaan. Hij gaat in een steegje in de huurt van de Paardenmarkt wonen en vestigt zich daar als kunstschilder. Omdat de Ferre niet van zijn kunstwerken alleen kan leven, gaat hij als barman in de Gard Sivic in de buurt van de Stadswaag werken en treedt daar op gezette tijden op als gitarist en blueszanger.In 1964 opent in Antwerpen het theatercafé ‘De Muze’ zijn deuren. Dit wordt de place to be voor alternatief Antwerpen . Z’n vrouw , kunstschilderes Krie De Vilder , leert hij hier kennen. Zij deed de bar en Ferre zong . Krie weet nog goed dat toen Ferre een vedette was iedereen dacht dat de Ferre een man van de wereld was, maar zij kende hem als een schuchter, verlegen iemand .
Walter Marselis, de baas van De Muze, neemt op eigen kosten een liedje op dat in z’n café veel succes kent ‘Ring ring I’ve got to sing’. Gelukkig is die originele opname met ondermeer gitarist George Toots Smidts bewaard gebleven. Voor Ferre Grignard kwam de kip met de gouden eieren langs in de persoon van platenbaas en uitgever Hans Kusters die meteen de hitpotentie van ‘Ring ring’onderkent . Hierover zei Hans in een interview met Manu Adriaens : “ Niemand in het toenmalige stijve milieu van de platenjongens wilde iets te maken hebben met die ongeschoren, ongewassen, jenever drinkende , verboden sigaretten rokende, slecht geklede kunstenaar die op blote voeten in hun Brusselse kantoren zijn contract kwam tekenen. Maar ik ben een Zuid-Hollander, ik hield zowel van carnavalsmuziek als van dixieland, wat dan weer verwant is met skiffle. En Grignard speelde blues met een skiffle-bezetting. Toen ik hem voor de eerste keer hoorde, wist ik dat ik een halfgod had ontmoet ”. Een platendeal met Philips was snel afgesloten en er werd een gloednieuwe versie van ‘Ring ring’ ingeblikt. Hans gaf later in een gesprek met ons toe dat toen hij ‘Ring Ring’ voor de eerste keer hoorde, hij niet doorhad dat het liedje zo commercieel was. Wel viel hem van in het begin al de poëtische tekst op geschreven in een voor die tijd behoorlijk Engels dat erg neigde naar slang –Amerikaans.
Tijdens het gala van de Eregalerij in de maand november 2001 werd Ferre Grignard in het Casino van Knokke postuum gelauwerd voor zijn muzikale bijdrag aan de Vlaamse muziek ! De jury schreef in haar rapport het volgende: ‘ Ring ring I’ve got to sing klinkt als ’n typische jaren zestig protestsong die door iedereen kan worden meegezongen. Die ook een enorm breed publiek aanspreekt door een goede tekst die heerlijk doorleefd door Ferre Grignard vertolkt wordt. Het liedje kan op gelijk welk podium gebracht worden en is een perfecte weerspiegeling van de jaren zestig’.De 2de april 1966 staat ‘Ring ring’ op de10de plaats genoteerd in de BRT top dertig. Datzelfde jaar neemt Ferre Girgnard ook een ganse elpee op met uiteraard ‘Ring ring’ en de traditional ‘Drunken sailor’ en ook dat nummer slaat als single aan en geraakt op het einde van 1966 tot op plaats 16 van de nationale hitlijsten.
Met zijn lange haren en zijn rebelse houding is de Ferre een exponent van zijn tijd geworden. Zijn hippie uiterlijk zorgt ervoor dat hij ook in het buitenland inslaat als een bom met als kroon op het werk niet alleen veel geld, maar ook een optreden in de Parijse Olympia. Hij moet toch een beetje trots zijn geweest ? Vrienden weten van wel , innerlijk toch, maar hij liet dat nooit blijken. Hij wou die indruk van onverschilligheid naar de buitenwereld toe in stand houden. Vlak na zijn optreden in de Parijse Olympia klaagt Grignard , Johnny Halliday aan omdat die een bewerking had gemaakt van z’n hit ‘ Crucified Jesus’. Die cover zelf kon hem niet zoveel schelen , maar wel dat Halliday er een tekst op had geschreven die volgens de Ferre beledigend was tegenover de hippies in het algemeen en Grignard in het bijzonder .
Om de Ferre sterallures aan te meten, stond in zijn curriculum, opgesteld door zijn platenfirma, dat Ferre Grignard aan de kunstacademie afstudeerde en dat hij in Amerika zijn muzikale inspiratie wat was gaan aanscherpen. Zijn broer Roger weet maar al te goed dat van dat alles niets waar was .‘ Ferre is nooit of te nimmer in Amerika geweest. Hij had zelfs een duivelse schrik van vliegen ! ’
Ferre’s carrière was als een raket gelanceerd , maar het ging voor hem veel te snel .Van de ene op de andere dag was hij een rijke jongen geworden die in het geboortehuis van Peter Benoit gaat wonen en zich daar omringt met een 20-tal kameraden met wie hij schildert,maar vooral feestjes bouwt en zich letterlijk te pletter drinkt. Dat rijkelijk bestaan vloekt met zijn zwerversziel . Hij wilde ‘echt’ leven ! Hij wilde de nonchalante zanger blijven waarvoor men hem aanzag en adoreerde. Hij maakt van zijn inkomsten een behoorlijk zootje. Hij houdt er geen boekhouding op na , hij weigert systematisch zijn belastingen te betalen wat verzandt in een ruzie met ‘vadertje staat’ die na een tijdje al zijn royalties-inkomsten gaat blokkeren. Hij krijgt het in de loop van de jaren zeventig ook aan de stok met z’n platenfirma Philips. Het is z’n toenmalige manager Louis de Vries die Grignard verpatst aan de grote Franse firma Barclay ,wat nadien leidt tot een proces dat twee jaar zal aanslepen, een periode waarin Ferre geen nieuwe songs mag inblikken en er ook geen platen meer worden uitgebracht. In 1969 brengt Barclay nog de elpee ‘Captain disaster’ uit . Nu weten we dat dat de start was van zijn ondergang .
Plots staat de Ferre terug daar waar hij begonnen was. Hij keert terug naar af en gaat opnieuw heel bescheiden wonen. Gelukkig is er nog zijn moeder en een tante die hem bevoorraden en zorgen dat hij toch wat geld heeft om rond te komen. Hij geraakt opnieuw in zijn oude biotoop, De Muze, verzeild. Het roken en de drank maken zich almaar meer meester van hem. Begin jaren 80 wordt hij ziek, erg ziek ! In het ziekenhuis stellen de dokters keelkanker vast. Via het OCMW van Antwerpen geraakt Ferre Grignard aan een appartementje waar hij de laatste weken van zijn leven kan slijten. Hij overlijdt de 8ste augustus 1982 in het Universitair ziekenhuis van Edegem. Het Schoonselhof wordt zijn begraafplaats.
Dat Grignard in Vlaanderen z’n sporen heeft verdiend en nagelaten staat buiten kijf. Vooral een aantal groepen uit de Antwerpse pop – en rockscene geven toe dat ze door Ferre Grignard zijn beinvloed met voorop dEUS en Zita Swoon. In 2002 schrijven Wigbert Van Lierde en Bart Plouvier het boek ‘Captain Disaster’ over het wel en wee van de Ferre . Het Ferre Grignard plantsoen in de buurt van de Zwaantjesstraat wordt naar hem genoemd en zelfs de bescheiden asteroïde , YP 5 , draagt zijn naam. Voeg daar nog deze Eregalerij – onderscheiding aan toe voor z’n bekendste song ‘ Ring ring I’ve got to sing’ en je hebt het concrete bewijs dat we de Ferre nog lang niet vergeten zijn.
zaterdag 9 maart 2019
The Fleur de Lys
The Fleur de Lys (in eerste instantie "Les Fleur de Lys") was een Britse band die werd opgericht eind 1964, in Southampton, Hampshire, Engeland.
Hun singles worden vandaag gekwalificeerd onder de noemer "Freakbeat" iets wat in die tijd niet bestond. Toen noemden ze dat "Psychedelische muziek."
De band kende verschillende line-ups, alleen drummer Keith Guster zou de hele tijd blijven. Uiteindelijk hield de groep op te bestaan in 1969. Toetsenist Pete Sears speelde op een aantal vroege Rod Stewart-opnames, en was een van de oprichters van Jefferson Starship.
Fleur de Lys nam ook onder de naam "Rupert's People" een single op die erg doet denken aan "A whiter shade of Pale" van Procol Harum. "Reflections of Charlie Brown" was een klein succesje, voornamelijk in Australië.
Jimmy Page produceerde hun eerste single en co-produceerde hun tweede release met Glyn Johns.
Er is nooit een albium verschenen van de groep, ze maakten al bij al zes singles.
Hun singles worden vandaag gekwalificeerd onder de noemer "Freakbeat" iets wat in die tijd niet bestond. Toen noemden ze dat "Psychedelische muziek."
De band kende verschillende line-ups, alleen drummer Keith Guster zou de hele tijd blijven. Uiteindelijk hield de groep op te bestaan in 1969. Toetsenist Pete Sears speelde op een aantal vroege Rod Stewart-opnames, en was een van de oprichters van Jefferson Starship.
Fleur de Lys nam ook onder de naam "Rupert's People" een single op die erg doet denken aan "A whiter shade of Pale" van Procol Harum. "Reflections of Charlie Brown" was een klein succesje, voornamelijk in Australië.
Jimmy Page produceerde hun eerste single en co-produceerde hun tweede release met Glyn Johns.
Er is nooit een albium verschenen van de groep, ze maakten al bij al zes singles.
maandag 25 februari 2019
"I don't like Mondays"
Op 29 januari 1979 opent de zestienjarige Brenda Spencer vanuit haar slaapkamerraam, het vuur op het schoolplein van de Grover Cleveland Elementary School in San Diego. Burton Wragg (Rector van de school) en Mike Suchar (concierge) komen om het leven. Acht leerlingen en een politieagent raken gewond. Het duurt uren voordat Brenda Spencer wordt gearresteerd. Op de vraag waarom zij het heeft gedaan, antwoordt Brenda: "I don't like Mondays". Brenda Spencer wordt tot 25 jaar gevangenisstraf veroordeeld.
Haar uitspraak inspireert Bob Geldof, de zanger van The Boomtown Rats, tot het schrijven van I Don't Like Mondays. De single wordt op 13 juli 1979 in Engeland uitgebracht, en staat vanaf 4 Augustus 1979 vier weken op de eerste plaats. In Nederland bereikt I Don't Like Mondays de tweede plaats. In april 2001 verklaart Brenda Spencer in een aanvraag voor vervroegde vrijlating dat zij zich verantwoordelijk voelt voor de vele schietincidenten op scholen na haar daad in 1979. : "I know saying I'm sorry doesn't make it all right," I wished it had never happened. With every school shooting, I feel I'm partially responsible. What if they got their idea from what I did?" aldus Brenda Spencer. Ook wordt tijdens de zitting duidelijk dat Brenda Spencer jarenlang door haar vader sexueel misbruikt en mishandeld is. "I've never talked about it before. I had to share my dad's bed 'til I was 14 years old." De 36 jarige Brenda Spencer verteld verder dat het geweer een kertskado van haar vader was. "I had asked for a radio and he bought me a gun. I felt like he wanted me to kill myself." Het verzoek tot vervroegde vrijlating wordt afgewezen.
vrijdag 15 februari 2019
Drs. P.
H.H. (Heinz) Polzer begon, zoals gebruikelijk, met het maken van
teksten op andermans bestaande muziek. Pianospelen kon hij meteen al en spoedig
vatte hij het componeren op. Zijn eerste echte nummers schreef hij gedurende zijn
door de oorlog gesplitste studententijd. Tijdens zijn tropenjaren (tweede helft
jaren 50) breide hij zijn repertoire uit. Kort na 1960 keerde hij terug in
Nederland. Willem Duys nodigde hem uit voor een televisieoptreden en bedacht en
passant het pseudoniem Drs P. Onder die schuilnaam maakte H.H. Polzer snel
furore. De Drs. ging optreden (bv als gast bij Shaffy Chantant), deed zijn eerste platen licht zien en
verscheen (samen met Gerard Cox, Jan Willem ten Broeke en Corry van der Linden)
in een drietal geheel door hem geconsipieerde zwart-wit televisieshows - Het ragfijn toucher van drs. p., Een welgemoed olé voor drs. p. en liberté, egalité en drs.p.-, Cox en Ten
Broeke gingen de nummers van de drs. gebruiken voor hun theaterprogramma's en
spoedig kwamen tal van andere uitvoerende artiesten de drs. verzoeken om
geschikt materiaal.
Geboren 1919 Thun (Zwits), geëmmigr. 1922
afgestud. 1950 (bedrijfskunde Rotterdam werkz. researchbureau, encyclop. en
recl. (oa Indonesie). Woont in Amsterdam Gehuwd 2 katten. Schrijft, treedt op.
vrijdag 1 februari 2019
I Want To Hold Your Hand.
The Beatles komen op 1 februari 1964 op de eerste plaats van The Billboard Hot 100 met I Want To Hold Your Hand. Dit is de eerste nummer 1 hit voor een Engelse groep, sinds The Tornados met Telstar in 1962 op 1 hebben gestaan.
Na zeven weken op de eerste plaats gestaan te hebben moet I Want To Hold Your Hand plaats maken voor She Loves You/I'll Get You, in Amerika door het kleine Swan Label uitgebracht.
I Want To Hold Your Hand wordt in de Verenigde Staten de bestverkochte single van 1964, en is de eerste Beatle single die op een 4 sporen recorder is opgenomen en in echt stereo wordt uitgebracht.
I Want To Hold Your Hand werd in één opnamesessie opgenomen op 17 oktober 1963 in de Abbey Road Studios. Dit was de eerste sessie waarbij The Beatles gebruik maakten van een 4 sporenrecorder.
Brian Epstein was er rotsvast van overtuigd dat ze met deze song in de States zouden scoren. De 17de oktober 1963 namen The Beatles I want to hold your hand op met als b-kant This boy. Plaats van afspraak studio 2 Abbey Road.
Producer George Martin en technicus Norman Smith. Het was eerste keer dat ze konden werken met de net aangekochte viersporenrecorder. Omdat The Beatles een liedje tijdens de opnamen graag lieten groeien, hadden ze 17 takes nodig om de definitieve versie vast te leggen. In de controleruimte van studio 1 zou George Martin vier dagen later de monomix afwerken en tevens de stereomix. De 29ste november werd de single in Engeland worden uitgebracht.
I Want To Hold Your Hand werd dus in 17 takes opgenomen, waarbij de eerste take niet veel verschilde van de laatste. Die dag namen The Beatles ook de B-kant van de single, This Boy, op
I Want To Hold Your Hand is volgens de overlevering geschreven in de kelder van het huis van Jane Asher, de vriendin van Paul McCartney in die tijd.
John Lennon over I Want To Hold Your Hand: "We wrote a lot of stuff together, one on one, eyeball to eyeball. Like in I Want To Hold Your Hand, I remember when we got the chord that made the song. We were in Jane Asher's house, downstairs in the cellar playing on the piano at the same time. And we had, 'Oh you-u-u/ got that something...' And Paul hits this chord, and I turn to him and say, 'That's it!' I said, 'Do that again!' In those days, we really used to absolutely write like that both playing into each other's noses."
Na zeven weken op de eerste plaats gestaan te hebben moet I Want To Hold Your Hand plaats maken voor She Loves You/I'll Get You, in Amerika door het kleine Swan Label uitgebracht.
I Want To Hold Your Hand wordt in de Verenigde Staten de bestverkochte single van 1964, en is de eerste Beatle single die op een 4 sporen recorder is opgenomen en in echt stereo wordt uitgebracht.
I Want To Hold Your Hand werd in één opnamesessie opgenomen op 17 oktober 1963 in de Abbey Road Studios. Dit was de eerste sessie waarbij The Beatles gebruik maakten van een 4 sporenrecorder.
Brian Epstein was er rotsvast van overtuigd dat ze met deze song in de States zouden scoren. De 17de oktober 1963 namen The Beatles I want to hold your hand op met als b-kant This boy. Plaats van afspraak studio 2 Abbey Road.
Producer George Martin en technicus Norman Smith. Het was eerste keer dat ze konden werken met de net aangekochte viersporenrecorder. Omdat The Beatles een liedje tijdens de opnamen graag lieten groeien, hadden ze 17 takes nodig om de definitieve versie vast te leggen. In de controleruimte van studio 1 zou George Martin vier dagen later de monomix afwerken en tevens de stereomix. De 29ste november werd de single in Engeland worden uitgebracht.
I Want To Hold Your Hand werd dus in 17 takes opgenomen, waarbij de eerste take niet veel verschilde van de laatste. Die dag namen The Beatles ook de B-kant van de single, This Boy, op
I Want To Hold Your Hand is volgens de overlevering geschreven in de kelder van het huis van Jane Asher, de vriendin van Paul McCartney in die tijd.
John Lennon over I Want To Hold Your Hand: "We wrote a lot of stuff together, one on one, eyeball to eyeball. Like in I Want To Hold Your Hand, I remember when we got the chord that made the song. We were in Jane Asher's house, downstairs in the cellar playing on the piano at the same time. And we had, 'Oh you-u-u/ got that something...' And Paul hits this chord, and I turn to him and say, 'That's it!' I said, 'Do that again!' In those days, we really used to absolutely write like that both playing into each other's noses."
1 februari 2019 70 jaar 45 toerenplaat
De Amerikaanse platenmaatschappij RCA introduceerd op 1 februari 1949 de 45 toerenplaat.
Het duurt echter tot 1955 voordat de single aanslaat bij de jeugd.
Tot de introductie van de compact disc in de jaren tachtig is de 45 toerenplaat de bestverkochte geluidsdrager.
Abonneren op:
Posts (Atom)
