Op 23 januari werd Django Reinhardt (1910-1953) in een woonwagen vlakbij Charleroi geboren. Reinhardt werd de eerste prominente jazzmuzikant. Veel van zijn liedjes werden klassiekers, die vandaag de dag nog steeds gespeeld worden.
'Django' betekent 'Ik ontwaak' in het Romani, de zigeunertaal. Reinhardt bracht zijn jeugd grotendeels door in zigeunerkampen in de buurt van Parijs. Vanaf zeer jonge leeftijd speelde Django viool, banjo en gitaar, en trad op in muziekcentra in Parijs.
Om geld te verdienen verkocht zijn vrouw Florine 'Bella' Mayer boeketten, gemaakt van het uiterst brandbare celluloid. Op een dag ontstond er brand in de woonwagen. Bij de brand raakte de toen achttienjarige Django lelijk gewond. Zijn linkerbeen en twee vingers van zijn linkerhand waren zwaar verbrand. Django moest zichzelf gedurende twee jaar helemaal opnieuw leren spelen en gebruikte daarbij ook zijn gevoelloze vingers.
De zigeuner Reinhardt creëerde, mede hierdoor, een heel eigen stijl, vanaf 1934 samen met violist Stéphane Grappelli, die als Hot Club de France of gypsyswing de wereld in ging. Reinhardt kon zijn gitaar laten zingen, lachen, spreken, hij gaf het instrument een menselijke stem.
Daarna ontdekte Reinhardt ook de jazz. In zijn stijl mengt hij elementen van de jazz, zigeunermuziek en musette. Als enige niet-Europeaan werd hij al vlug in het jazzpantheon opgenomen naast figuren als Louis Armstrong, Billie Holiday, Duke Ellington, Charlie Parker en anderen. Reinhardt heeft vele muziekgrootheden beïnvloed, onder wie Julian Bream, Mark Knopfler, B.B. King en Carlos Santana.
In de RCA Studios in Hollywood nemen The Rolling Stones op 18 januari 1965 het nummer The Last Time op. Mick Jagger is over zijn zangpartij op The Last Time niet helemaal tevreden, en op 18 februari 1965 wordt deze dan ook in De Lane Lea Studio, Kingsway in Londen, opnieuw opgenomen.
Op de B-kant Play With Fire is Phil Spector te horen op akoestische gitaar en Jack Nitzsche op gitaar en klavecimbel. The Last Time is een bewerking van het nummer This May Be The Last Time, wat in 1954 al door The Staple Singers op de plaat is gezet. In 1927 is het nummer ook al opgenomen door de Blueszanger Jaybird Coleman met als titel He May Be The Last Time I Don't Know. Deze opname is echter nooit op plaat verschenen. Op 26 februari 1965, wordt The Last Time in Engeland uitgebracht. Amerika volgt op 13 maart 1965.
De zesde single is voor The Rolling Stones hun derde nummer 1-hit in Engeland. In Nederland haalt The Last Time de tweede plaats in de Top 40.
Op 13 december 1979 gaat in het Bellevue-theater in Amsterdam de film Cha Cha in premiere. Speciale gast is Billy Preston. De hoofdrollen in deze film worden gespeeld door Herman Brood, Nina Hagen en Lene Lovich. Bijrollen zijn er voor Ramses Shaffy, Simon Vinkeoog, Dolf Brouwers, Ko van Dijk, Nelly Frijda, Jules Deelder en de Hells Angels van Amsterdam Cha Cha is geregisseerd door Herman Curiel. Cha Cha is een harde Rock & Roll happening, waar naast de fantasie ook de realiteit rond het fenomeen Herman Brood aan bod komt. Herman is in deze film te zien tijdens het hoogtepunt van zijn roemruchte carierre. Cha Cha haalt de voorpagina van alle grote kranten en is het gesprek van de dag. De film gaat eigenlijk over de generatie die na 1945 geboren is, en naar nieuwe leiders zoekt. Herman Brood, de eeuwige verliezer, zorgt daarbij voor een spektakel dat in de Nederlandse popgeschiedenis nog niet eerder is voorgekomen.
The Rolling Stones geven op 6 december 1969 een gratis concert op het terrein van de Altamont Speedway in Livermore in het noorden van Californië. Er komen driehonderdduizend mensen op dit evenement af. Op aanraden van The Grateful Dead worden Hell’s Angels ingehuurd als ordedienst. Dit Rolling Stones-concert wordt op opgenomen voor de concertfilm Gimme Shelter. Hierin is te zien hoe de achttienjarige Meredith Hunter wordt doodgeslagen door Alan David Pissaro van de Hell’s Angels. Gimme Shelter gaat op 6 december 1970 in de Amerikaanse bioscopen draaien. Op 14 januari 1971 wordt Alan David Pissaro vrijgesproken door het Alameda County Superior Court. Hij zegt te hebben gehandeld uit zelfverdediging. Later eist hij 200.000 dollar schadevergoeding van The Rolling Stones wegens schending van zijn privacy.
Op 6 December 1949 overlijdt blueszanger Huddie Ledbetter.
Huddie William Ledbetter wordt op 29 Januari 1889 bij Mooringsport in Louisiana geboren. Zijn geboortejaar staat niet voor 100% vast en varieert van 1885 tot 1901. Ledbetter groeit uit tot een legendarische folkblues-zanger annex -gitarist. Leadbelly behoort tot de eerste generatie zwarte artiesten uit de Verenigde Staten die hun muziek op de plaat weten vast te leggen. In de periode 1933- 1948 maakt hij, aanvankelijk alleen voor het culturele schatbewaardersinstituut Library Of Congress, maar vanaf 1940 ook voor meerdere platenlabels, waaronder het roemruchte Folkways Records, meer dan 400 opnamen, die gedeeltelijk onuitgebracht blijven. Zijn muziek is een doorsnee van wat er rond 1900 aan zwarte muziek wordt gemaakt. Zijn enorme repertoire wordt naast de gebruikelijke blues gevormd door cajun, worksongs, ballades, spirituals en dansnummers.
Folklorist John Lomax is als werknemer van de Library Of Congress verantwoordelijk voor de ontdekking van Leadbelly, wanneer hij hem in 1933 tijdens veldwerk aantreft in de staatsgevangenis van Louisiana, Ledbelly zit een straf uit vanwege moord, na een ruzie met een man over een vrouw. Hij is het ook die Leadbelly introduceert bij het blanke publiek, gepresenteerd als moordenaar, Demon en King Of The Twelve-String Guitar. De invloed die Leadbelly dank zij deze promotie op de blanke folkmuziek heeft, is groot en werkt lang na (Skiffle, Bob Dylan) Leadbelly maakt na zijn vrijlating in 1940 ook deel uit van The Headline Singers, samen met Woody Guthrie en het latere bluesduo Sonny Terry en Brownie McGhee.
In 1948 moet hij een Europese tournee inkorten wegens ziekte, waaraan hij een jaar later overlijdt. Hoe oud Ledbetter geworden is hangt af van zijn geboortejaar.
Ramses Shaffy werd geboren te Neuilly-sur-Seine in Frankrijk op 29 augustus 1933 als zoon van een Egyptische vader en een Russische moeder, zijn moeder kon niet met het idee leven om als diplomatenvrouw naast haar man verder te moeten leven en verliet voor het huwelijk haar man.
Zijn moeder werd ziek en het leek haar beter om Ramses naar haar zus in Nederland te sturen.
Maar ook deze werd ziek en het duurde niet lang tot hij naar een kindertehuis in Zeist werd gebracht.
Tussen 1952 en 1955 gaat Ramses Shaffy naar de Toneelschool in Amsterdam.
Zijn diploma haalt hij niet, wel gaat hij als acteur aan de slag bij de Nederlandse Comedie.
Muziek heeft Ramses zijn leven bepaald, want muziek grenst aan iets anders, wat een van de mooiste dingen van het leven is: stilte.
Muziek vult de stilte niet op, ze wordt geboren uit stilte, aldus Ramses Shaffy.
Hij is eigenlijk altijd wel een hippie gebleven, de eeuwige rebel, drugsgebruik en drank maar andere kant een briljant zanger en entertainer.
Zijn muzikale carrière begon in 1964 als hij samen met Liesbeth List het nummer Pastorale opneemt.
Het nummer is eveneens een klassieker in het Nederlandstalige repertoire geworden en is een Nederlands toonbeeld van psychedelische Nederlandstalige muziek.
Net als andere Nederlandse artiesten houdt Ramses Shaffy het niet alleen bij zingen, maar hij doet ook aan films, gedichten, toneel en schilderijen.
Hij is vooral succesvol van 1966, dat komt door zijn eerste single Sammy en Pastorale tot 1975. Praktisch al z’n nummers zijn van het zelfde psychedelische genre, de Pastorale is dan wel geschreven door Boudewijn de Groot, maar de andere nummers zijn meestal van eigenhand.
Ook heel bekend zijn “Zing, vecht huil bid lach werk en bewonder”, “Aan de andere kant van de heuvels” en in 1978 komt hij nog één keer terug in de hitlijsten met “Laat me”, zijn laatste hit.
Dat komt mede doordat hij zich meer focust op theater en film, maar gaandeweg wordt hij slachtoffer van zijn drank en drugs gebruik, maar het zijn vooral zijn teksten waarom Ramses hoog aangeschreven staat.
De laatste jaren van zijn leven verbleef hij in een verzorgingshuis in Amsterdam en ging zijn gezondheid achteruit.
Er werd bekend dat hij slokdarmkanker had, maar nam in oktober 2009 in museum Beeld en Geluid nog een dubbel dvd met zijn werk in ontvangst.
Hij was slecht bij stem, maar nam als vanouds plaats achter de vleugel, voor zijn laatste optreden.
Ramses stierf te Amsterdam op 1 december 2009
Op 7 juli 1967 verschijnt All You Need Is Love van The Beatles.
Deze single is op zondag 25 juni 1967 opgenomen tijdens de allereerste wereldwijde satelliet-uitzending Our World. Zo'n 400 miljoen mensen in 24 landen zien The Beatles in de grote studio van Abbey Road in Londen bezig aan de opnamen van All You Need Is Love. De studio is omgetoverd in een feestzaal met honderden serpentines en ballonnen in de vorm van wereldbollen.
Onder de aanwezigen bevinden zich vrienden en collega’s als Brian Jones (die aan het slot saxofoon speelt), Jane Asher, Patti Boyd, Mick Jagger, Eric Clapton, Donovan, Keith Moon, Marianne Faithfull, Gary Leeds van The Walker Brothers en Graham Nash van The Hollies. Dezelfde avond worden de banden van All You Need Is Love naar Amerika, Canada, Japan en Australië gevlogen zodat de single snel kan worden uitgebracht.
Op de B-kant staat Baby You’re A Rich Man dat eigenlijk bedoeld is voor de tekenfilm Yellow Submarine. Baby You’re A Rich Man is op 11 mei 1967 in de Olympic Sound Studios in Londen opgenomen.
Nadat de eerste single “De nozem en de non” was geflopt, lukte het met het originele nummer over “Veronica”, waar is je blauwe hoed zes jaar later wel,
Cornelis werd op 8 augustus 1937 geboren te IJmuiden. In 1949 vertrok het gezin Vreeswijk, Cornelis en drie zussen naar Stockholm, Zweden, waar zijn vader een taxibedrijfje begint.
Cornelis doet veel moeite om de Zweedse taal machtig te worden en elke middag gaat hij na schooltijd naar de bibliotheek om boeken te lezen.
Na zijn middelbare schooltijd doet hij pogingen de toneelschool te volgen, ook probeert hij het een poosje op de Sociale Academie.
In zijn studietijd maakt hij kennis met de Zweedse folkzanger Fred Akerström en vraagt Cornelis de zanger of deze misschien wat liederen van hem wil kopen.
Akerström nodigt hem uit wat voor te komen spelen, bij die gelegenheid is ook een platenproducer aanwezig, die meteen zo enthousiast is over Vreeswijk´s stemgeluid, dat hij hem direct voorstelt om een lp te maken.
Die plaat komt uit in 1964 en heet “Ballader och oförskämdheter”, wat zoveel betekent als Ballades en onbeschaamdheid.
Op uitnodiging van de VARA komt Cornelis Vreeswijk begin 1966 naar Nederland en hij heeft wat van zijn Zweedse repertoire vertaald, Jantjes blues onder meer en speelt die aangevuld met wat nieuwe nummers voor de televisie.
Kort daarna verschijnt De nozem en de non op single, maar het nummer doet niets en hij trekt de conclusie dat Nederland niet in hem geïnteresseerd is.
Pas zes jaar later laat hij zich eindelijk overhalen een lp in de Nederlandse taal op te nemen.
In Zweden zijn er dan van hem al meer dan tien lp´s verschenen.
De titelloze lp met nummer als “Misschien wordt het morgen beter” en een nieuwe opname van “De nozem en de non” verkoopt bijzonder goed, wel meer dan 100.000 exemplaren gaan over de toonbank.
Het levert Vreeswijk een Edison op, die wordt uitgereikt tijdens het Grand Gala du Disque.
Het betreft een live uitzending en er is voor de gelegenheid een lied gearrangeerd met orkest. Cornelis komt het podium op en zegt tegen het orkest ‘Jongens, laat maar zitten’, pakt zijn gitaar en zingt een compleet nieuw nummer.
Met “Veronica” lukte het echter wel weer een zes jaar later, de single belandde op de 12e plaats in de Top 40, waar hij 9 weken in stond.
Nu was dit net de periode waarin Radio Veronica intensief promotie maakte voor de verhuizing van de 192 naar de 538 meter middengolf op 30 september.
Vreeswijk maakte op verzoek van het station een speciale versie van zijn hit met een tekst over de golflengtewisseling.
Eerst werd deze opgenomen in de Veronica studio door Atze Veenstra.
Tijdens de laatste periode op de 192 meter werd er telkens aan het begin van een nieuw uur een couplet hiervan gedraaid.
Al snel kwam er een officiële maxi singleversie, met op de b-kant “Felicia” en een nieuwe versie van “De nozem en de non”, deze kwam op 7 oktober 1972 binnen in de Tipparade.
Op dezelfde dag kwam echter het laatstgenoemde nummer ook binnen in de Top 40, op een ander label en in de originele versie uit 1966 en dit werd zijn laatste hit in Nederland.
In Zweden kwam het nummer uit als “En visa till Veronica”.
Behalve een drankprobleem kent Cornelis ook regelmatig financiële moeilijkheden, ook al verdient hij heel veel geld, hij geeft het net zo makkelijk allemaal weer uit, wat hij aan geld heeft, draagt hij meestal contant bij zich.
Hij heeft vaak problemen met de belasting, omdat hij nooit iets invult en vaak moet er een schikking worden getroffen.
In 1983 kiest Cornelis Vreeswijk voor een radiale actie om de belastingdienst van repliek te dienen, hij gaat in hongerstaking.
Premier Olaf Palme spant zich persoonlijk in om een afbetalingsregeling in orde te maken.
Later bij zijn overlijden laat Vreeswijk een belastingschuld van circa 100.000 euro na.
In Zweden blijft Vreeswijk populair bij een vaste schare liefhebbers. Bijna elk jaar brengt hij nieuw materiaal uit.
laatste maanden van zijn leven werkt hij hard aan zijn afscheidslangspeelplaat Till fatumeh, waarop oude nummers in een nieuw jasje worden gestoken.
Enkele dagen voor zijn dood reist Cornelis Vreeswijk, die dan nog slechts veertig kilo weegt, voor de laatste keer naar Nederland om afscheid te nemen van zijn moeder.
Hij wordt vanaf het vliegtuig, begeleid door zijn in Zweden wonende zus, met een rolstoel naar een taxi gebracht die hem naar IJmuiden vervoert.
Drie dagen na zijn terugkeer in Zweden, op 12 november 1987 sterft hij berooid op vijftigjarige leeftijd in het ziekenhuis van Stockholm.
Grote Zweedse kranten als Aftonbladet en Expressen wijden speciale bijlagen aan de zanger en zijn begrafenis op het eigenlijk reeds jarenlang gesloten Katarina kerkhof, wegens zijn grote verdiensten voor Zweden wordt rechtstreeks uitgezonden op de televisie.
Sinds zijn dood is Cornelis Vreeswijk in Zweden populairder dan ooit, er zijn films gemaakt over zijn leven.
Jaarlijks vindt in Stockholm een Cornelis Vreeswijk festival plaats, waar bekende Zweedse artiesten liederen van hem ten gehore brengen.
Er zijn in Stockholm een park en een metrorijtuig naar hem vernoemd en er is een borstbeeld van hem te vinden.
In 2001 gingen de deuren open van het Cornelis Vreeswijk Sallskapet, een aan de zanger gewijd museum, waar je naast foto´s een fles Friese Beerenburg, ´s mans gitaar en zijn gouden pen vindt.
In de periode 1976 – 1977 verscheen het ene na het andere popalbum, die later klassiekers bleken te zijn, naast het feit dat er ook nog eens ontzettend veel van werden verkocht. Vaak liep de verkoop in de miljoenen. Zomaar een greep van albums die toen allemaal bijna tegelijkertijd werden uitgebracht: Eagles’ Hotel California, Fleetwood Mac’s Rumours, David Bowie’s Station To Station, Steve Miller’s Fly Like An Eagle, Stevie Wonder’s Songs In The Key Of Life, Queen’s A Day At The Races, Steely Dan’s The Royal Scam en Aja, Al Stewart’s Year Of The Cat om maar eens een paar titels te noemen. En natuurlijk Frampton Comes Alive.
De Britse gitarist, die al sinds de jaren ’60 actief was in onder andere The Herd en Humble Pie had na deze avonturen als solo-artiest in de eerste helft van de 70’s vier studioalbums uitgebracht, die helaas commercieel niet erg succesvol waren. Maar opeens was daar dat dubbele live-album en de single Show Me The Way, die alle hitlijsten bestormde en kreeg de verkoop van Frampton Comes Alive daardoor een enorme boost. De tot Yank genaturaliseerde Brit was opeens dé lieveling van iedereen en liep ‘ie in bijna no time binnen vanwege die ontzettende verkoopcijfers van dat op vinyl vastgelegde concert uit 1975 in Winterland, San Francisco . Ook met de volgende single Baby, I Love Your Way was het scoren geblazen en bleef de Popfoto en Muziek Express aandacht besteden aan die langharige tekkel die menig pubervrouw liet wiebelen op alles waar ze op zaten.
Karakteristiek was Frampton’s jappiotube, waarmee hij door zijn stem aangedreven geluidseffecten kon voortbrengen via een op zijn gitaar aangesloten luidspreker en een bijbehorende soort tuinslang. Dit geluid werd Frampton’s handelsmerk, dat hij uitgebreid uitventte en demonstreerde in het 14 minuten lang durende en eveneens op single uitgebrachte Do You Feel Like We Do. En slim als Frampton was, buitte hij dat getalkbox niet uit en voorkwam hij daarmee dat die tuinslang een irritante gimmick werd. Maar op Frampton Comes Alive werd dat geluid geïntroduceerd en was het een belangrijk en effectief bestanddeel in zijn sound.
Frampton Comes Alive is met een verkoop van 17 miljoen stuks één van de best verkochte live-albums aller tijden. Aantallen die tegenwoordig ondenkbaar zijn, maar in de 70’s schering en inslag waren.
De Serendipity Singers waren een Amerikaanse folk-groep uit de sixties, vergelijkbaar met The New Christy Minstrels.
Deze negenkoppige folk-georiënteerde groep begon aan de universiteit van Colorado met zeven oorspronkelijke leden van een groep genaamd de Newport Singers. De leden (Bryan Sennett, Brooks Hatch, Mike Brovsky, John Madden, Jon Arbenz, Bob Young en Lynne Weintraub) hadden allen, met uitzondering van Weintraub, al eerder samengewerkt in verschillende trio’s voordat ze samen de Newport Singers vormden.
In 1963 verhuisde de groep van de Rocky Mountain Denver-Boulder Front Range regio naar New York City. De reden was een telegram met contract voor een TV show.
De groep zong in New York in het populaire TV programma ABC Hootenanny. Er werden nog twee nieuwe leden toegevoegd om een beetje te klinken als de New Christy Minstrels : Tom Tiemann en Diane Decker. Ze kozen een nieuwe naam : the Serendipity Singers.
Na enkele maanden van repeteren opende de groep in het Bitter End cafe in Greenwich Village. Landelijke faam kregen ze onderussen door hun wekelijks optreden voor de Hootenanny show.
Philips Records bracht hun debuutalbum in 1964 uit. Het werd een aanzienlijk succes. De debuut single “Don’t let the Rain come down (Crooked Little Man)” ging pijlsnel de charts op en strandde op nr. 2, en dit midden de Beatlemania.
De follow-up, “Beans in my ears” kwam een paar maanden later en ging naar nr. 5.
In totaal werden er vijf Serendipity albums uitgebracht. De groep ging uiteen in 1970. In 1999 kwamen acht van de oorspronkelijke negen leden weer samen voor een concert.