donderdag 26 september 2019

Jappiotube

In de periode 1976 – 1977 verscheen het ene na het andere popalbum, die later klassiekers bleken te zijn, naast het feit dat er ook nog eens ontzettend veel van werden verkocht. Vaak liep de verkoop in de miljoenen. Zomaar een greep van albums die toen allemaal bijna tegelijkertijd werden uitgebracht: Eagles’ Hotel California, Fleetwood Mac’s Rumours, David Bowie’s Station To Station, Steve Miller’s Fly Like An Eagle, Stevie Wonder’s Songs In The Key Of Life, Queen’s A Day At The Races, Steely Dan’s The Royal Scam en Aja, Al Stewart’s Year Of The Cat om maar eens een paar titels te noemen. En natuurlijk Frampton Comes Alive.

De Britse gitarist, die al sinds de jaren ’60 actief was in onder andere The Herd en Humble Pie had na deze avonturen als solo-artiest in de eerste helft van de 70’s vier studioalbums uitgebracht, die helaas commercieel niet erg succesvol waren. Maar opeens was daar dat dubbele live-album en de single Show Me The Way, die alle hitlijsten bestormde en kreeg de verkoop van Frampton Comes Alive daardoor een enorme boost. De tot Yank genaturaliseerde Brit was opeens dé lieveling van iedereen en liep ‘ie in bijna no time binnen vanwege die ontzettende verkoopcijfers van dat op vinyl vastgelegde concert uit 1975 in Winterland, San Francisco . Ook met de volgende single Baby, I Love Your Way was het scoren geblazen en bleef de Popfoto en Muziek Express aandacht besteden aan die langharige tekkel die menig pubervrouw liet wiebelen op alles waar ze op zaten.

Karakteristiek was Frampton’s jappiotube, waarmee hij door zijn stem aangedreven geluidseffecten kon voortbrengen via een op zijn gitaar aangesloten luidspreker en een bijbehorende soort tuinslang. Dit geluid werd Frampton’s handelsmerk, dat hij uitgebreid uitventte en demonstreerde in het 14 minuten lang durende en eveneens op single uitgebrachte Do You Feel Like We Do. En slim als Frampton was, buitte hij dat getalkbox niet uit en voorkwam hij daarmee dat die tuinslang een irritante gimmick werd. Maar op Frampton Comes Alive werd dat geluid geïntroduceerd en was het een belangrijk en effectief bestanddeel in zijn sound.

Frampton Comes Alive is met een verkoop van 17 miljoen stuks één van de best verkochte live-albums aller tijden. Aantallen die tegenwoordig ondenkbaar zijn, maar in de 70’s schering en inslag waren.

dinsdag 20 augustus 2019

The Serendipity Singers

De Serendipity Singers waren een Amerikaanse folk-groep uit de sixties, vergelijkbaar met The New Christy Minstrels.

Deze negenkoppige folk-georiënteerde groep begon aan de universiteit van Colorado met zeven oorspronkelijke leden van een groep genaamd de Newport Singers. De leden (Bryan Sennett, Brooks Hatch, Mike Brovsky, John Madden, Jon Arbenz, Bob Young en Lynne Weintraub) hadden allen, met uitzondering van Weintraub, al eerder samengewerkt in verschillende trio’s voordat ze samen de Newport Singers vormden.

In 1963 verhuisde de groep van de Rocky Mountain Denver-Boulder Front Range regio naar New York City. De reden was een telegram met contract voor een TV show.

De groep zong in New York in het populaire TV programma ABC Hootenanny. Er werden nog twee nieuwe leden toegevoegd om een beetje te klinken als de New Christy Minstrels : Tom Tiemann en Diane Decker. Ze kozen een nieuwe naam : the Serendipity Singers.

Na enkele maanden van repeteren opende de groep in het Bitter End cafe in Greenwich Village. Landelijke faam kregen ze onderussen door hun wekelijks optreden voor de Hootenanny show.

Philips Records bracht hun debuutalbum in 1964 uit. Het werd een aanzienlijk succes. De debuut single “Don’t let the Rain come down (Crooked Little Man)” ging pijlsnel de charts op en strandde op nr. 2, en dit midden de Beatlemania.

De follow-up, “Beans in my ears” kwam een paar maanden later en ging naar nr. 5.

In totaal werden er vijf Serendipity albums uitgebracht. De groep ging uiteen in 1970. In 1999 kwamen acht van de oorspronkelijke negen leden weer samen voor een concert.

dinsdag 6 augustus 2019

Darrell Scott

Darrell Scott (London (Kentucky), 6 augustus 1959) is een Amerikaanse singer-songwriter.

Scott werd geboren als zoon van de muzikant Wayne Scott op een tabaksplantage in London, Kentucky. Toen Scott acht was verhuisde het gezin naar Californië. Daar verliet zijn moeder het gezin en werden Darrell en zijn vier broers opgevoed door hun vader. Door veel te verhuizen zorgde Wayne Scott dat zijn zoons geen verkeerde vrienden kregen.

Het gezin richtte zich sterk op zichzelf en men voelde zich verbonden door samen te musiceren. Daarnaast las Darrell veel literatuur, en realiseerde hij zich al vroeg dat er weinig verschil was tussen de poëzie van Dylan Thomas en de liedteksten van Hank Williams. Door zijn vader leerde hij de grote songwriters kennen, en zag hij ze spelen in de Grand Ole Opry.

Vanaf zijn 16e speelde Scott in wegrestaurants in Californië en vertrok later naar Toronto waar hij pedalsteel speelde bij de Mercy Brothers. Ze hadden drie hits in Canada met liedjes die Scott schreef.
Ondanks dit succes verhuisde hij naar Boston, waar hij aan Tufts University poëzie studeerde. Terwijl hij hier verder studeerde, slaagde hij erin om auditie te doen bij SBK Records, een onderdeel van EMI. In 1991 nam hij een compleet album op met producer Norbert Putnam, maar SBK besloot het niet uit te brengen omdat men verwachtte dat het geen hit kon opleveren. In 2003 nam Scott dit album opnieuw op en bracht het op zijn eigen label uit als "Theatre of the Unheard".

Teleurgesteld door zijn ervaring met SBK verhuisde Scott naar Nashville, raakte bevriend met muzikanten als Verlon Thompson en Sam Bush en rolde van de ene samenwerking in het andere, om uiteindelijk een van de meestgevraagde sessie-muzikanten en liedjesschrijvers van Nashville te worden.

Deze prachtige cover van het Paul Simonnummer "American Tune" komt uit een optreden in de Folk Alley voor New Depression.

zaterdag 20 juli 2019

You've got a friend

Zelf zingen, zelf je liedjes schrijven, maar er niet zelf een hit mee scoren, een vette hit dan nog wel, dat overkwam ondermeer Carole King toen ze You’ve got a friend schreef. In de versie van James Taylor werd het een nummer één in de zomer van 1971 toen die in de top honderd The Raiders voorbijstak die daar op twee stonden met Indian Reservation en Carole King, jawel op drie, maar die had wel twee weken eerder op één mogen staan met It’s too late en dat, hou je vast, zo maar liefst vijf weken na mekaar, dus aan mijn openingszin moet ik wat sleutelen, al wou ik daarmee aangeven dat het toch vreemd moet zijn dat je zelf een perfecte plaat uitbrengt, in dit geval  de elpee Tapestry en dat iemand anders er als de kippen bij is één van de nummers op die plaat te coveren en daar dan een nummer één mee scoort. Weet je wat, ik ga het verhaal stap voor stap vertellen!

In de lente van 1971 had Carole King alom succes geoogst met haar elpee Tapestry waarmee ze zomaar liefst vijftien weken na mekaar op één zou genoteerd staan in de Amerikaanse album top honderd en waarvan uiteindelijk 15 miljoen exemplaren zouden verkocht worden. Nu was King al wat gewoon als hitlecverancierster van aardig wat evergreens in de jaren zestig waaronder Will you love me tomorrow voor The Shirelles, Take good care of my baby voor Bobby Vee, The Locomotion voor Little Eva, Go way little girl voor Steve Lawrence, Up on the roof voor The Drifters, I’m into something good voor Herman’s Hermits enz… nummers die ze samen met Gerry Goffin, haar toenmalige echtgenoot. Dan heb ik het nog niet gehad over hun klassiekers zoals You’ve lost that lovin’ feelin’ voor The Righteous Brothers , You make me feel like a natural woman voor Aretha Franklin en Chains voor The Cookies dat iets later ook door The Beatles op plaat zou worden gezet. In een vorig leven was Carole King ooit het liefje geweest, of zeg maar boezemvriendin, van Neil Sedaka die speciaal voor haar één van zijn grootste hits Oh Carol neerpende, waarop zij hem van antwoord diende in Oh Neil, intussen een aardige collector’s item. Na haar scheiding van Gerry Goffin in 1968 richtte ze de groep The City op. Iets later besloot ze solo te gaan, maar voelde zich te bedeesd om in haar nieuwe teksten over haar eigen leven en gevoelens te schrijven. Dat kostte haar ontzettend veel moeite. Ze had ook geen zin om zich te profileren als “een zangeres van hitjes”. Die had ze wel aan de lopende band geschreven, maar er zelf mee in the picture staan wou ze niet. Ze zou wel een elpee afleveren en wat voor een, de daarnet al genoemde Tapestry, een mijlpaal in de Amerikaanse popgeschiedenis en één van de beste singer songwriter platen ooit. Ze zou voortaan met U worden aangesproken. Ze was toen al dé absolute nummer één als vrouwelijke hitleverancier met zeven nummer één hits op haar schrijversactief. Met Tapestry had ze in 1972 vier Grammy’s op zak. James Taylor deed op zij beurt nog een extra duit bij in het zakje.
Taylor had méér dan zomaar snel naar haar plaat Tapestry geluisterd. Die was compleet onder de indruk van de song You’ve got a friend. Nu waren Carole en James al jarenlang hondstrouwe vrienden en toen zij bezig was met de opname van Tapestry zat hij enkele honderden meters verderop in een andere studio samen met producer Peter Asher (van het Britse duo Peter and Gordon) de laatste hand te leggen aan zijn elpee Sweet Baby James. Carole had James eerder leren kennen via Danny Kortchmar die met haar samen in hun groep The City zat. In 1971 trok James Taylor op tournee en hij nam Carole en haar groep mee als voorprogramma. James kwam uit een oerdegelijk milieu. Zijn vader was rector van de medische afdeling aan de universiteit in North Carolina en zijn moeder was een behoorlijk geschoolde lyrische sopraan. Zowel James als zijn broers Alex en Livingston als zijn zus Kate waren door de muziek bezeten en zouden nadien ook elk hun eigen platen opnemen. Ieder jaar tijdens de zomer brachten James en zijn familie hun vakantie door in Martha’s Vineyard. Op zijn vijftiende leert hij daar Danny Kortchmar kennen met wie hij een duo vormt. Ze winnen een locale zangwedstrijd en dat is zowat de start van James ‘ carrière die iets later op school een groep vormt samen met zijn broer Alex The Fabulous Corsairs. Ook al is hij nog maar zeventien, James krijgt te kampen met een zware depressie en verblijft tien maanden in The McLean Psychiatric Hospital in Belmont, Massachusetts. Voor hem de uitgelezen kans om muziek te maken op zijn gitaar en een rist songs bij mekaar te schrijven. Hij mag het ziekenhuis verlaten en trekt naar New York op zich daar aan te sluiten bij de nieuwe band van van zijn vriend Danny Kortchmar  The Flying Machine. Danny blijkt niet opgezet met het feit dat James aan de heroïne zit en wijst hem na een tijdje de deur. Om van zijn  verslaving verlost te geraken, verhuist James in 1968 voor een tijdje naar Londen. Danny had James vooraf getipt eens een bezoek te brengen aan Peter Asher, die intussen baas was geworden van de A and R afdeling van Apple, het platenlabel van The Beatles. Met een demo onder de arm mag hij langskomen. Voor Apple neemt James Taylor één album op. Hij krijgt tijdens één nummer op die plaat zelfs de ruggesteun van Paul McCartney en George Harrison. Maar James geraakt maar niet van zijn verslaving af. Hij laat zich opnemen in het centrum Austin Rigss in Stockbridge, Massachusetts, een hospitaal waar ze gespecialiseerd zijn in het behandelen van drugsverslaafden. Intussen heeft Peter Asher, Apple verlaten en is producer geworden bij Warner Brothers Records in Amerika waar hij James Taylor meteen een nieuw platencontract aanbiedt. Zijn tweede elpee Sweet Baby James levert Taylor de hit Fire and Rain op, waarin hij zijn drugsverslaving van zich af probeert te schrijven alsmede de zelfmoord van één van zijn vrienden.
Het succes van de elpee Sweet Baby James zorgt ervoor dat James samen met Peter Asher de 3de januari 1971 de opnamestudio mag intrekken en daar tot de 28ste februari keihard werkt aan de opname van zijn derde elpee Mud Slide Slim and The Blue Horizon, zijn meest populaire ooit. Met deze plaat zou hij tot op de tweede plaats geraken van Billboard’s album top honderd. Tijdends de opnamen kan hij een beroep doen op de beste muzikanten: Russ Kunkel, Joni Mitchell, Danny Kortchmar, Peter Asher die niet alleen produceert, maar ook meezingt én Carole King die James maar al te graag op de piano begeleidt en hier en daar graag een paar noten meezingt. Zij leent James één van haar nummers van haar Tapestry elpee You’ve got a friend. Op datzelfde moment zit Dusty Springfield in de platenstudio en blik ook You’ve Got a Friend in, maar door problemen met haar firma wordt die plaat nooit uitgebracht en zal pas in 1999 voor de eerste keer te horen zijn op de luxe uitgave van de plaat Dusty in Memphis op het Rhino Label.
De vijfde juni 1971 beslist Warner Brothers You’ve got a friend van James Taylor als single op de markt te brengen met You can close your eyes op de b-kant. De 31ste juli staat de single op nummer één, maar moet na een week die bovenste stek overlaten aan The Bee Gees die daar komen postvatten met How can you mend a broken heart. Iets later mag James Taylor een Grammy Award in ontvangst nemen als Best Pop Male Vocal Performance en Carole King voor Song of The Year. Voor James zou het bij die ene nummer één blijven. Hij zou nadien nog in de Amerikaanse top tien opduiken met de singles: Mockingbird, How sweet it is en Handy Man. In Engeland geraakt James Taylor met You’ve got a friend tot op de vierde plaats in de Britse Top Veertig. In de Nederlandse hitlijsten zit er een twintigste plaats in. Aan onze hitlijsten gaat die single compleet voorbij.
Om hun succes en hun vriendschap te bekronen, huwen Carole en James de derde november 1972 met elkaar, een relatie die in 1982 op vraag van Carole King wordt ontbonden. Tal van covers zouden van You’ve Got A Friend een regelrechte klassieker maken. Versies van: Petula Clark, Jimmy Cliff, Billy Crawford, Ella Fitzgerald, The Housemartins, Lucio Dalla, Andy Williams, Johnny Mathis, Aled Jones, Melissa Manchester enz…
Het album Mud Slide Slim and The Blue Horizon zou James Taylor ook nog de hit Long Ago and Far Away opleveren. De laatste jaren teert Taylor vooral op zijn successen van vroeger met enkele Best Of cd’s en de successen van anderen die hij in 2008 opneemt op de cd Covers en het jaar nadien vervolledigt met Sings Covers. Drie jaar eerder blikte hij de cd James Taylor At Christmas in met daarop ondermeer de klassieker The Christmas Song waarop hij begeleid wordt door onze bloedeigen Toots Thielemans.

donderdag 4 juli 2019

The Rolling Stones

4 juli 1969 wordt in Engeland ‘Honky Tonk Women’ als veertiende single van The Rolling Stones uitgebracht. Het nummer is tussen 12 mei en 12 juni 1969 in de Olympic Studio in Londen opgenomen. De B-kant ‘You Can’t Always Get What You Want’ is opgenomen op 17 en 28 november 1968 en 15 en 29 mei 1969. Op het nummer is een 60-koppig koor te horen en speelt Al Kooper op piano, vleugel en hoorn. Jack Nitzsche heeft het arrangement gemaakt.

woensdag 5 juni 2019

The Beatles in Nederland

Op vrijdag 5 juni 1964 arriveren The Beatles op Schiphol voor een verblijf van twee dagen in Nederland. Zij worden ontvangen door meisjes in Volendammer klederdracht en drieduizend schreeuwende fans. Na de persconferentie gaan The Beatles naar Treslong in Hillegom waar voor de VARA televisieopnamen worden gemaakt. Berend Boudewijn zit met John, Paul, George en Jimmie Nicol aan de bar. Herman Stok is op de tribune in de grote zaal van Treslong waar de aanwezige fans vragen mogen stellen. Één van de fans is de zeventienjarige Marga van Praag. Zij vraagt: “Wie stopt jullie sokken?” Gevat zegt George Harrison: “Die worden alleen gewassen, want er zitten geen gaten in.” De liedjes die The Beatles in Hillegom spelen, zijn She Loves You, Twist And Shout, Roll Over Beethoven, Long Tall Sally en Can’t Buy Me Love. Het optreden duurt precies dertig minuten en 38 seconden. De VARA zendt het programma op 8 juni 1964 uit. De herhaling is op zaterdagmiddag 18 juli 1964 van tien voor half vier tot half vijf. 6 juni 1964 is de tweede dag van het bezoek van The Beatles aan Nederland. Die begint in het Doelen Hotel in Amsterdam met een ontbijt. Om half twaalf wordt in de rondvaartboot Jan van Galen een tocht door de Amsterdamse grachten gemaakt. Vanuit het Doelen Hotel voert de route langs De Munt, Singel, Beulingsloot, Herengracht, Reguliersgracht, Keizersgracht, Leidsegracht, Prinsengracht, Amstel, Oude Schans, Oosterdok, Het IJ, Singel, Amstel en weer terug naar het Doelen Hotel. In de rondvaartboot is een mobiele zender opgesteld voor radioreportages die door de KRO vanaf half twaalf worden uitgezonden. Rijen dik staan er duizenden fans langs de kant. Fans die in het water springen, worden hardhandig door de waterpolitie uit de gracht getrokken. Door de drukte in Amsterdam arriveren The Beatles twee uur te laat bij de veilinghal in Blokker waar zij twee concerten zullen geven. Het middagconcert is op het laatste moment ingelast en wordt gesponsord door Radio Veronica. DE zaal is maar halfvol. Omdat The Beatles te laat zijn, wordt het voorprogramma zo lang mogelijk gerekt door The Torero’s, The Hot Jumpers, The Fancy Five, Jack & Bill, The Candy Kids, John Russell & His Clan, Wanda, Karin Kent, Het Dominique Kwintet en Ciska Peters. Het avondconcert is volledig uitverkocht. Er zitten 7500 jongeren in de zaal. De volgende dag, 7 juni 1964, vliegen The Beatles vanaf Schiphol terug naar Londen. Hier voegen Cynthia Lennon en Johns tante Mimi zich bij het gezelschap dat naar Hong Kong vliegt. Hier worden twee concerten gegeven, nog steeds met Jimmie Nicol als vervanger van drummer Ringo Starr. Door de VARA worden op 8 juni 1964 om half negen ’s avonds de opnamen van The Beatles uitgezonden die op 5 juni 1964 in Treslong in Hillegom zijn gemaakt. Het programma wordt gepresenteerd door Berend Boudewijn en Herman Stok. The Beatles spelen She Loves You, Twist And Shout, Roll Over Beethoven, Long Tall Sally en Can’t Buy Me Love. Wegens overweldigend succes besluit de VARA het programma tien dagen later te herhalen.

maandag 20 mei 2019

Sonny en Cher

Sonny en Cher waren een van die magische muzikale combinaties van het midden van de jaren '60.

Salvatore "Sonny" Bono  (geb. 16 februari 1935) begon in Los Angeles bij Specialty Records als songwriter  in de late jaren '50. Hij was “verantwoordelijk”  voor "Koko Joe" van Don en Dewey en "She Said Yeah" van Larry Williams (later gecoverd door de Rolling Stones en The Righteous Brothers).

Bono werd een protege van Phil Spector en slaagde erin om een hele rits songs te schrijven die Phil Spector de moeite vond. De meest in het oog springende was “Needles and Pins" in samenwerking  met  Jack Nitzsche. Het werd een hit voor Jackie DeShannon en in Engeland door the Searchers.

In 1963 ontmoette hij,  tijdens sessiewerk voor Phil Spector, een 16-jarige, would-be zangeres Cherilyn Sarkasian Lapierre (geb. 20 mei 1946), in een cafe naast een Los Angeles radiostation.

Ze had  eerder met Spector een niemendalletje opgenomen “Ringo I love you”, onder de naam  Bonnie Jo Mason. Hoewel Sonny was getrouwd met Donna Rankin, met wie hij een dochter had, werd hij verliefd.

Sonny hielp Cher aan een baantje als achtergrondzangeres bij Phil Spector. Ze zong backing vocals voor “You’ve lost that loving feeling” van The Righteous Brothers, ”Da Doo Ron Ron” van The Crystals en  “Be My Baby”  van The Ronettes.

Sonny en Cher vormden echter eerst een artistiek duo vooraleer te trouwen. In eerste instantie werden ze bekend als “Caesar en Cleo”.  Het duo maakte een paar singles, o.m. "The Letter", "Do You Wanna Dance" en "Love Is Strange”, met relatief weinig succes.

Het was pas nadat ze onder contract kwamen bij Atlantic Records als “Sonny en Cher”  dat de hitmachine begon te rollen. Het duurde een paar jaren en Cher ging solo.

donderdag 16 mei 2019

The Gods

The Gods is een Britse Band, de voorloper van Uriah Heep, opgericht in de jaren zestig. In deze groep speelden de latere Uriah Heep leden Ken Hensley, Paul Newton en Lee Kerslake.

Andere leden waren Mick Taylor (later bij John Mayals Bluesbrakers en de Rolling Stones), Greg Lake (later bij King Crimson en Emerson, Lake & Palmer), Joe Konas, Brian Glascock (later bij de Bee Gees) en John Glascock (later bij de Bee Gees en Jethro Tull).

The Gods waren de opvolgers van de Rolling Stones in de beroemde Marquee Club in London. Na hun twee albums "Genesis" (1968) en "To Samuel a Son" (1969) ging het restant van de band samenwerken met Cliff Bennett en veranderden hun naam in Toe Fat.

Naast die twee albums maakten the Gods ook twee singles. "Baby's Rich" / "Somewhere In The Street" (Columbia DB 8486) - 1968
"Hey Bulldog" / "Real Love Guaranteed" (Columbia DB 8544) - 1969


Eentje werd een kleine hit. Het was de cover van een Beatles nummer.

donderdag 2 mei 2019

The Motions

The Motions is een  Haagse Nederbiet band, in 1964 opgericht door Henk Smitskamp (basgitaar), Robbie van Leeuwen (gitaar), Rudy Bennett (zang) en Sieb Warner (drums).

The Motions komen eind 1964 voort uit Ritchie & the Ricochets, waarin Bennett en van Leeuwen speelden. Deze groep speelde op 8 augustus 1964 in het voorprogramma van de Stones in het Kurhaus. De eerste single van The Motions is in december 1964 It's Gone (geschreven door Van Leeuwen). De single wordt zonder dat de verkoopcijfers daar aanleiding toe geven door Joost den Draaijer en consorten begin 1965 één week in de Veronica Top 40 op nummer 39 geplaatst. Daarmee zijn The Motions de eerste Nederlandse beatgroep die in de hitparade belandt.

De eerste lp Introduction to The Motions wordt tot op de dag van vandaag beschouwd als een klassieker in de Nederbiet. Met het nummer Wasted Words (geïnspireerd door de rage rond de protestsong) heeft de band de eerste grote hit in 1965. Het blad Muziek Expres reikt aan Van Leeuwen een zilveren award uit voor de verkoop van 25.000 verkochte exemplaren. Daarna volgen de hits elkaar in 1966 in hoog tempo op: Why don't you take it, Every step I take en It's the same old song. Ook komt er een tweede lp uit Their own way.

Het nummer How Can We Hang On To A Dream is begin 1967 een grote solo-hit voor Bennett. In mei scoort Rudy met Amy nog een hit. In september 1967 verschijnt een Motions LP in de Songbook serie van het blad Teenbeat (waarin ook albums van The Outsiders en Tee Set worden uitgebracht).

Van Leeuwen verlaat de band op 1 maart 1967 om een eigen band op te richten: Shocking Blue. Zijn plaats wordt ingenomen door Gerard Romeijn (Tee Set). Het lijkt dat met het vertrek van Van Leeuwen de band de belangrijkste componist en vormgever kwijt is. Maar Sieb Warner en nieuwkomer Romeijn schrijven en componeren ook ijzersterk repertoire! Op de lp Impressions of Wonderful (uitgebracht in oktober 1967) pikt de band een graantje van de flowerpower mee en dit album wordt 'de Nederlandse Sgt. Pepper's' genoemd.

Daarna zal het bergafwaarts gaan met de groep.
In juni 1970 komt de lp Sensation uit, die echter alleen bij de supermarkten van Simon de Wit te koop is, een paar maanden later maakt de groep nog een single voor Negram en houdt het dan voor gezien. De bandleden gaan hun eigen weg, maar zullen elkaar in diverse andere bands weer tegenkomen. Rudy Bennett probeert een solocarrière op te zetten en heeft enkele hits.

zaterdag 30 maart 2019

The Pretty Things

The Pretty Things is een Engelse rockband van de jaren 60 en 70 van de twintigste eeuw en werd opgericht in 1963 in Londen, Engeland. Zij waren in het begin een nog wat ruigere versie van The Rolling Stones.

The Pretty Things spelen - net als de Stones- wat in die tijd R&B wordt genoemd: een vorm van beatmuziek gebaseerd op Amerikaanse blues (Muddy Waters, Jimmy Reed) en rock-'n-roll (Chuck Berry, Bo Diddley).
Aanvankelijk zetten ze met hun ongeremde optredens (met name Phil May en Viv Prince laten zich nogal gaan) de zalen in Londen & omstreken op z'n kop. Ze krijgen via hun manager Jimmy Duncan een platencontract bij Fontana en hun eerste single Rosalyn wordt in mei 1964 een bescheiden hit. "Ruiger en lelijker dan de Stones" is de slogan waarmee de Pretty Things op de kaart worden gezet.

Het grootste succes komt in november '64 als "Don't bring me down" in Engeland nét de Top 10 binnenkomt. Het zelfgeschreven "Honey I need" doet het begin 1965 wat minder.

Bo Diddley's "Road Runner" van de eerste LP komt bij ons op single uit en dat wordt in Nederland het bekendste Pretty Things nummer. De band maakt een verpletterende indruk op de Nederlandse beatmuzikanten en de Pretties zijn dan ook van grote invloed op het ontstaan van de Nederbiet. Dit is duidelijk te horen in nummers als "You mistreat me" (The Outsiders) en "You're the victor" (Q'65).

Waar de groep bij ons en in Nederland als een Engelse topgroep wordt beschouwd, zijn ze in Engeland eind 1965 niet meer dan een derderangs beatgroep die één Top 10 hitje heeft gehad.

In 1967 begint de groep met de opnames voor "S.F.Sorrow", de eerste LP voortkomend uit het contract met EMI, voor het label Harvest. "S.F.Sorrow" is de eerste "rock opera", de plaat komt maanden voor "Tommy"  van The Who uit.

Het levert The Pretty Things waardering van de muziekpers en collega's op, maar grote verkopen blijven uit. Er volgt nog een schitterende LP ("Parachute")  maar daarna gaat het bergaf, en in 1975 houden The Pretty Things op te bestaan.

Deze single komt uit 1967, het psychedelisch jaar. En je hoort het. Ronduit schitterend !!!
Het werd geen hit maar wordt wel beschouwd als een van de mijlpalen van de Britse Psychedeische rock.