De groep Thr Eagles ontstond in het begin van de jaren zeventig in Los Angeles, eerst als begeleidingsband van Linda Ronstadt, maar al snel sloegen ze hun eigen vleugels uit. Hun vroegste muziek was een mengeling van country en bluegrass, vermengd met de harmonieën van de Californische surfmuziek. Hierdoor ontstonden gevoelige nummers over relaties, auto's en een zwervend leven. De pioniers van dit nieuwe genre waren begenadigde singer-songwriters als Jackson Browne, J.D. Souther en Warren Zevon en bands als Buffalo Springfield en Poco. Uit de subcultuur in en om Sunset Boulevard en The Valley in Los Angeles die rond deze componisten ontstond, distilleerden de Eagles een eigen geluid dat synoniem werd met de term Californische countryrock. Op latere albums van de groep werd de bluegrassmuziek meer en meer afgezworen en ging men over naar een meer recht-toe-recht-aan rock-geluid.
Geen van de vier oprichters was geboren in Californië. Gitarist/toetsenist Glenn Frey ontvluchtte de koude winters en de beklemmende muziekscene van zijn geboortestad Detroit en introduceerde een Rhythm-and-blues-geluid. Drummer Don Henley was bijna afgestudeerd in Engelse literatuur.
Gitarist/mandolinist/banjospeler Bernie Leadon had een passie voor country en bluegrass die een sterke invloed had op het vroege geluid van de band. Bassist Randy Meisner was een liefhebber van auto's en fietsen en verkeerde eigenlijk liever bij zijn familie dan dat hij zijn tijd besteedde aan het bespelen van een basgitaar in een rockband.
De band werd geformeerd in 1971 toen John Boylan - toen manager van Linda Ronstadt - Frey, Leadon, and Meisner losweekte van hun bezigheden. Ze misten nog een drummer totdat Frey Henley belde die hij had ontmoet in The Troubadour in Los Angeles. Twee maanden lang vormde Eagles de band achter Ronstadt, maar na afloop van deze tournee besloten de mannen een eigen groep te vormen.
Er volgden nog wat personeelswisselingen : Bernie Leadon zorgde ervoor dat Don Felder bij de groep kwam vanaf "On the Border". Daarna stapte hij op. Randy Meisner werd vervangen door Tim Schmidt van Poco, en Joe Walsh kwam erbij vanaf "Hotel California".
The Eagles hebben in ieder geval héééél goed geluisterd naar Jethro Tull en "We used to know" uit hun fantastische "Stand Up" album. De melodie én de akkoorden progressie zijn praktisch identiek met "Hotel Californie". Zo erg zelfs dat Ian Anderson er publiek voor uit kwam dat hij hier ergens wel wat royalties voor verdiende van de heren Felder, Frey & Henley.
maandag 31 juli 2023
donderdag 13 juli 2023
Bob Dylan
Bob Dylan brengt op 13 juli 1973 het album Pat Garrett & Billy The Kid uit. Het is de soundtrack van de gelijknamige film waarin Bob Dylan de rol van Alias speelt. Kris Kristofferson is te zien als Billy The Kid. James Coburn is Pat Garrett en Rita Coolidge speelt Maria. De regie is in handen van Sam Peckinpah. Knockin’ On Heaven’s Door, afkomstig van dit album, wordt op 8 augustus 1973 uitgebracht. Knockin’ On Heaven’s Door heeft Bob Dylan in februari 1973 opgenomen in Nashville. Hij wordt begeleid door Terry Paul, Roger McGuinn van The Byrds, Jim Keltner en Carl Fortina. Knockin’ On Heaven’s Door wordt door de meest uiteenlopende artiesten opgenomen. Er zijn uitvoeringen van Eric Clapton, Booker T. Jones, Nina Hagen, Jerry Garcia, Randy Crawford, Danny & Dusty, The Sisters Of Mercy, Herman Brood, The Jody Singers en Guns ’N Roses. zondag 25 juni 2023
Popfestivals, hippies en anarchie in de vorige eeuw
Het fenomeen Popfestival is inmiddels ingeburgerd. Jaarlijks heb je een kleine honderd popfestivals alleen al in Nederland, wereldwijd is dat bijna niet meer na te gaan. Het fenomeen is in de jaren 60 van de vorige eeuw in Amerika ontstaan. Het eerste grote meerdaagse Popfestival was het Californische Monterey Pop dat in juni 1967 plaats vond.
In de jaren erna worden overal in Amerika festivals georganiseerd waarvan Woodstock in 1969 de meest legendarische is. Er is een groot verschil in de Popfestivals toen en nu. Popfestivals van nu zijn veelal ‘een paar dagen er tussenuit’.
Popfestivals in de jaren 60 in America hadden veel meer met een ‘lifestyle’ te maken. De Popfestivals waren een direct uitvloeisel van de Flower Power beweging en hippie cultuur uit San Francisco, waar ze de zogenaamde love-inns organiseerden. De hippies trokken als nomaden van festival naar festival.
Liedjes als ‘All you need is love’ en ‘If you’re going to San Francisco’ stammen uit die tijd. De teksten van deze songs geven goed weer hoe de sfeer in die tijd op het festival terrein in het Kralingse Bos was. Zelfs de politie en bewakers werden ermee besmet zodat ze bezoekers die geen geld hadden gewoon binnen lieten. Het legendarische Woodstock werd een giga ‘love inn’ Er werden 20.000 mensen verwacht en er kwamen er 400.000. ‘Kassa’ zou je nu denken, de meeste mensen kwamen echter onbetaald binnen, waardoor het festival financieel failliet ging. Vanwege de uitmuntende sfeer en de goed gedocumenteerde film, is het over de wereld bekend als een historisch fenomeen.
De bands die langs deze popfestivals trokken waren bovendien de beste uit die tijd.
Onderling contact tussen de bezoekers is er nauwelijks, iedereen doet ‘zijn eigen ding’
In de jaren erna worden overal in Amerika festivals georganiseerd waarvan Woodstock in 1969 de meest legendarische is. Er is een groot verschil in de Popfestivals toen en nu. Popfestivals van nu zijn veelal ‘een paar dagen er tussenuit’.
Popfestivals in de jaren 60 in America hadden veel meer met een ‘lifestyle’ te maken. De Popfestivals waren een direct uitvloeisel van de Flower Power beweging en hippie cultuur uit San Francisco, waar ze de zogenaamde love-inns organiseerden. De hippies trokken als nomaden van festival naar festival.
Liedjes als ‘All you need is love’ en ‘If you’re going to San Francisco’ stammen uit die tijd. De teksten van deze songs geven goed weer hoe de sfeer in die tijd op het festival terrein in het Kralingse Bos was. Zelfs de politie en bewakers werden ermee besmet zodat ze bezoekers die geen geld hadden gewoon binnen lieten. Het legendarische Woodstock werd een giga ‘love inn’ Er werden 20.000 mensen verwacht en er kwamen er 400.000. ‘Kassa’ zou je nu denken, de meeste mensen kwamen echter onbetaald binnen, waardoor het festival financieel failliet ging. Vanwege de uitmuntende sfeer en de goed gedocumenteerde film, is het over de wereld bekend als een historisch fenomeen.
De bands die langs deze popfestivals trokken waren bovendien de beste uit die tijd.
Onderling contact tussen de bezoekers is er nauwelijks, iedereen doet ‘zijn eigen ding’
Dat was in 1970, in het jaar van het Holland Popfestival, heel anders. Onder de bezoekers van het festival bestond een groot gemeenschapsgevoel.
Fazanten, die zich terugtrokken in de uiterste hoekjes van het bos moeten op deze dag wel raar opgekeken hebben van al die ‘vreemde vogels’ die daar een gebrek aan territoriumdrift ten toon spreidden, ‘love en peace, vogel’ riepen ze elkaar toe, terwijl ze met twee vingers een V-teken maakte.
Hoeveel bezoekers er precies waren bij het Kralingse Popfestival blijft gissen. Er zijn 27.000 kaarten verkocht, maar je kon ook heel makkelijk zonder kaartje binnenkomen. De schattingen lopen van 60.000 bezoekers tot 130.000 bezoekers. Het juiste aantal weet niemand, maar het was vol in het bos, heel erg vol.
Het Holland Popfestival gaat in de volksmond door het leven als het ‘Kralingse Popfestival’ of Stamping Ground.
Het was in vele opzichten uniek; niet in de minste plaats vanwege de voortrekkersrol die het had op het vaste land van Europa, als het eerste popfestival in Nederland.
Daarnaast is het uniek omdat het een beeld geeft van de overgang van provo- naar hippiecultuur in Nederland in die tijd.
De jongerencultuur had sinds de Tweede Wereldoorlog diverse stromingen meegemaakt. Eind jaren vijftig begon dit in Amerika al met de beatgenaration. Eigenlijk was dit een avant gardistische culturele stroming van literaire ‘drop outs’, die er experimenteerden met literaire vormen onder invloed van drugs. Zij keerden zich tegen de gevestigde orde en de kleinburgelijkheid. Hun boeken werden door jongeren over de hele wereld gelezen.
In Amerika was de volgende stroming die van de hippies en de flowerpower.
Kenmerkend voor deze groep was dat zij eigenlijk de maatschappij de rug toekeerden, hippies waren a-politiek en leefden als een soort nomaden die hier en daar nederzettingen vestigden, waar zij hun onbespoten groenten teelden en de liefde en de drugs met elkaar deelden. Zij leefden in een magische sprookjesachtige wereld met een hoog ‘New Age’ gehalte.
De oosterse goeroe Maharishi werd met open armen ontvangen en de boeken van Carlos Castenada, met name “lessen van Don Juan”, werden verslonden omdat spirituele ervaringen onder invloed van LSD en andere drugs daarin verheerlijkt werden.
In Nederland zat er tussen de beatgeneratie en de hippiecultuur nog de provo’s en kaboutercultuur. De provo’s waren juist zeer politiek betrokken. De provo’s waren veel assertiever dan de hippies later en brachten misstanden aan het licht door ludieke acties te organiseren. Tussen een Happening van de provo’s en een kunstperformance is zeker een link te trekken. Het verschil zit in de context waaruit de actoren komen. Bij de Happening is het de context van de politiek bewuste activist die op een creatieve manier aandacht vraagt en bij de performance is er de context van de kunstwereld. Beide gebruiken beeldende middelen om een publiek te manipuleren tot betrokkenheid. De activist zal daarbij meer gebruik maken van een retoriek die aansluit bij maatschappelijk relevante items. Terwijl de kunstenaar zich meer op de esthetiek van zijn performance zal richten. Alhoewel zeker in die tijd esthetiek zelfs voor de kunst bijna een vies woord was.
Maar ook in de acties van Provo kan je een zekere esthetiek niet ontkennen. Bijvoorbeeld de ‘witte’ plannen.
Met wit als de kleur van de onschuld en als actiekleur worden er allerlei ludieke acties uitgedacht.
De ‘witte filosofie’ voor afschaffing van werk, de ‘witte grachten’, de ‘witte schoorstenen’ voor schone lucht, het ‘witte kinderplan’ voor gratis crèches en tegen het gezinsdenken, het ‘witte slachtofferplan’ waarbij de veroorzaker van een fataal ongeluk het slachtoffer met witte verf moest omlijnen op het wegdek, het ‘witte wijvenplan’ voor kosteloze medische zorg voor vrouwen, het ‘witte kippenplan’ tegen het harde optreden van de politie (blauwe kippen), het bekende ‘witte fietsenplan’ en de ‘witkarren’. Tegelijkertijd schrijft het provolid Roel van Duyn een gedegen handboek voor provo’s, treffend getiteld Het witte gevaar. Zo verspreidt Provo vlak voor het huwelijk van prinses Beatrix en Claus von Amsberg in 1966 ‘witte geruchten’, o.a. dat ze suikerklontjes met LSD aan de politiepaarden zouden gaan voeren.
Je kan niet zeggen dat er een wisselwerking was tussen kunst en Provo. Je kan wel beweren dat deze acties net als kunstwerken met verbeelding. Veelvuldig werd gebruikt gemaakt van leuzen op de muren en pamfletten waarmee het straatbeeld werd versierd. De muren vertellen verhalen van een tijd, de grotten van Lascaue, de activisten in de jaren zestig en graffitiekunstenaars nu.
Het beeld van de Provo was een driehoek met een appel erin en een stip op de appel. De appel stond voor Amsterdam de stip voor het Spui, waar het Lieverdje stond. Bij het Lieverdje begonnen veel acties of Happenings. Robbert Jan Grootveld de anti-rookmagiër hield er dadaïstische Happenings tegen het roken. Dat hij zelf shag en marihuana rookte daar maakte niemand zich druk over. Het teken van de hippie was het vredeteken, waar de provo ook gebruik van maakte.
In de geschiedschrijving omtrent Provo lijkt het hoofdzakelijk een Amsterdamse aangelegenheid, maar ook Rotterdam had twee vergelijkbare actiegroepen;
‘De Nieuwe Generatie’ en ‘Desperado’. Amsterdam had de antie-rookmagiër Robbert Jan Grootveld maar Rotterdam had de anti-verkeersmagiër Tom Jaspers, die ludieke acties verzon tegen de vervuilende auto. Amsterdam had het Lieverdje als centrale actieplek, Rotterdam de Beertjes op de Lijnbaan, waar lunchworst werd uitgedeeld als verwijzing naar de toenmalige minister Luns. De werkelijke geboorte van het gedachtegoed van zowel ‘Provo’, Desperado’ en ‘De Nieuwe Generatie’ vond plaats in Rotterdam Noord, Wilgenstraat 22.
Fazanten, die zich terugtrokken in de uiterste hoekjes van het bos moeten op deze dag wel raar opgekeken hebben van al die ‘vreemde vogels’ die daar een gebrek aan territoriumdrift ten toon spreidden, ‘love en peace, vogel’ riepen ze elkaar toe, terwijl ze met twee vingers een V-teken maakte.
Hoeveel bezoekers er precies waren bij het Kralingse Popfestival blijft gissen. Er zijn 27.000 kaarten verkocht, maar je kon ook heel makkelijk zonder kaartje binnenkomen. De schattingen lopen van 60.000 bezoekers tot 130.000 bezoekers. Het juiste aantal weet niemand, maar het was vol in het bos, heel erg vol.
Het Holland Popfestival gaat in de volksmond door het leven als het ‘Kralingse Popfestival’ of Stamping Ground.
Het was in vele opzichten uniek; niet in de minste plaats vanwege de voortrekkersrol die het had op het vaste land van Europa, als het eerste popfestival in Nederland.
Daarnaast is het uniek omdat het een beeld geeft van de overgang van provo- naar hippiecultuur in Nederland in die tijd.
De jongerencultuur had sinds de Tweede Wereldoorlog diverse stromingen meegemaakt. Eind jaren vijftig begon dit in Amerika al met de beatgenaration. Eigenlijk was dit een avant gardistische culturele stroming van literaire ‘drop outs’, die er experimenteerden met literaire vormen onder invloed van drugs. Zij keerden zich tegen de gevestigde orde en de kleinburgelijkheid. Hun boeken werden door jongeren over de hele wereld gelezen.
In Amerika was de volgende stroming die van de hippies en de flowerpower.
Kenmerkend voor deze groep was dat zij eigenlijk de maatschappij de rug toekeerden, hippies waren a-politiek en leefden als een soort nomaden die hier en daar nederzettingen vestigden, waar zij hun onbespoten groenten teelden en de liefde en de drugs met elkaar deelden. Zij leefden in een magische sprookjesachtige wereld met een hoog ‘New Age’ gehalte.
De oosterse goeroe Maharishi werd met open armen ontvangen en de boeken van Carlos Castenada, met name “lessen van Don Juan”, werden verslonden omdat spirituele ervaringen onder invloed van LSD en andere drugs daarin verheerlijkt werden.
In Nederland zat er tussen de beatgeneratie en de hippiecultuur nog de provo’s en kaboutercultuur. De provo’s waren juist zeer politiek betrokken. De provo’s waren veel assertiever dan de hippies later en brachten misstanden aan het licht door ludieke acties te organiseren. Tussen een Happening van de provo’s en een kunstperformance is zeker een link te trekken. Het verschil zit in de context waaruit de actoren komen. Bij de Happening is het de context van de politiek bewuste activist die op een creatieve manier aandacht vraagt en bij de performance is er de context van de kunstwereld. Beide gebruiken beeldende middelen om een publiek te manipuleren tot betrokkenheid. De activist zal daarbij meer gebruik maken van een retoriek die aansluit bij maatschappelijk relevante items. Terwijl de kunstenaar zich meer op de esthetiek van zijn performance zal richten. Alhoewel zeker in die tijd esthetiek zelfs voor de kunst bijna een vies woord was.
Maar ook in de acties van Provo kan je een zekere esthetiek niet ontkennen. Bijvoorbeeld de ‘witte’ plannen.
Met wit als de kleur van de onschuld en als actiekleur worden er allerlei ludieke acties uitgedacht.
De ‘witte filosofie’ voor afschaffing van werk, de ‘witte grachten’, de ‘witte schoorstenen’ voor schone lucht, het ‘witte kinderplan’ voor gratis crèches en tegen het gezinsdenken, het ‘witte slachtofferplan’ waarbij de veroorzaker van een fataal ongeluk het slachtoffer met witte verf moest omlijnen op het wegdek, het ‘witte wijvenplan’ voor kosteloze medische zorg voor vrouwen, het ‘witte kippenplan’ tegen het harde optreden van de politie (blauwe kippen), het bekende ‘witte fietsenplan’ en de ‘witkarren’. Tegelijkertijd schrijft het provolid Roel van Duyn een gedegen handboek voor provo’s, treffend getiteld Het witte gevaar. Zo verspreidt Provo vlak voor het huwelijk van prinses Beatrix en Claus von Amsberg in 1966 ‘witte geruchten’, o.a. dat ze suikerklontjes met LSD aan de politiepaarden zouden gaan voeren.
Je kan niet zeggen dat er een wisselwerking was tussen kunst en Provo. Je kan wel beweren dat deze acties net als kunstwerken met verbeelding. Veelvuldig werd gebruikt gemaakt van leuzen op de muren en pamfletten waarmee het straatbeeld werd versierd. De muren vertellen verhalen van een tijd, de grotten van Lascaue, de activisten in de jaren zestig en graffitiekunstenaars nu.
Het beeld van de Provo was een driehoek met een appel erin en een stip op de appel. De appel stond voor Amsterdam de stip voor het Spui, waar het Lieverdje stond. Bij het Lieverdje begonnen veel acties of Happenings. Robbert Jan Grootveld de anti-rookmagiër hield er dadaïstische Happenings tegen het roken. Dat hij zelf shag en marihuana rookte daar maakte niemand zich druk over. Het teken van de hippie was het vredeteken, waar de provo ook gebruik van maakte.
In de geschiedschrijving omtrent Provo lijkt het hoofdzakelijk een Amsterdamse aangelegenheid, maar ook Rotterdam had twee vergelijkbare actiegroepen;
‘De Nieuwe Generatie’ en ‘Desperado’. Amsterdam had de antie-rookmagiër Robbert Jan Grootveld maar Rotterdam had de anti-verkeersmagiër Tom Jaspers, die ludieke acties verzon tegen de vervuilende auto. Amsterdam had het Lieverdje als centrale actieplek, Rotterdam de Beertjes op de Lijnbaan, waar lunchworst werd uitgedeeld als verwijzing naar de toenmalige minister Luns. De werkelijke geboorte van het gedachtegoed van zowel ‘Provo’, Desperado’ en ‘De Nieuwe Generatie’ vond plaats in Rotterdam Noord, Wilgenstraat 22.
Wim de Lobel, hoofdredacteur van de Vrije; een anarchistisch blad, woonde daar. Hij bracht de verschillende activisten de anarchistische beginselen bij. Roel van Duin kwam daar al over de vloer toen hij nog in Den Haag op het lyceum zat. Dat het anarchisme dat de jaren zestig kleur gaf begon in Rotterdam staat niet in de grote Provo naslagwerken.
De kritiek op de consumptiemaatschappij die provo’s en hippies deelden en de anarchistische tendens, kon je in de kunst overal terugvinden.
Conceptuele stromingen als de Pop-art, maakten van de consumptiemaatschappij een onderwerp. De Italiaanse kunstenaar Manzoni liep in die tijd in Rotterdam rond, zijn ingeblikte ‘shit’ van de kunstenaar, kan je zien als een reflectie op de consumptiemaatschappij. Daarbij speelde natuurlijk, naast de maatschappelijke relevantie, de intrinsieke vraag aan de kunst als consumptieartikel een rol; ‘wat is kunst en waaraan ontleent ze haar waarde’. Wat dat betreft stelde de kunst deze vraag al veel eerder dan de politiek.
Kunst zou je per definitie anarchistisch kunnen noemen, tenminste als ze niet valt voor de verleidingen van haar verkoopbaarheid. Zowel performance als conceptuele kunst, vallen binnen de categorie van onverkoopbaarheid. In die tijd moest je echter niet tegen een kunstenaar zeggen dat De provobeweging heeft met haar ludieke happenings beelden ontwikkeld die van grote invloed waren op de Nederlandse hippiecultuur. Aangezien het hippiedom nomadisch van aard was, hield zij zich niet aan stadsgrenzen en zag je de verworvenheden ook op het popfestival.
Eigenlijk kan je zeggen dat 1970 een overgangsperiode was van de roerige jaren zestig met de verschillende anarchistisch provocatieve groepen, naar de wat rustigere jaren zeventig waar met name een meer anarchistisch pacifisme de boventoon voerde. In deze jaren leefden jongeren hun in de jaren 60 verworven idealen uit; ‘love, peace and freedom’. Ze waren het strijden moe en keerden de maatschappij de rug toe om in een eigen Utopia te leven.
Veel van de songteksten van de diverse bands uit die tijd hadden deze thema’s. Maar niet alleen de songteksten bezongen de liefde, vrede en vrijheid, ook de acties benadrukten deze onderwerpen.
Een mooi voorbeeld is de actie van John Lennon en Yoko Ono in 1969 in het Hilton in Amsterdam.
Waar de Fluxus kunstenares en haar musicerende geliefde een week in bed bleven en vanuit hun bed journalisten en andere bezoekers ontvingen.zijn werk politiek was. Kunst en politiek waren verschillende dingen volgens de kunstenaars.
De kritiek op de consumptiemaatschappij die provo’s en hippies deelden en de anarchistische tendens, kon je in de kunst overal terugvinden.
Conceptuele stromingen als de Pop-art, maakten van de consumptiemaatschappij een onderwerp. De Italiaanse kunstenaar Manzoni liep in die tijd in Rotterdam rond, zijn ingeblikte ‘shit’ van de kunstenaar, kan je zien als een reflectie op de consumptiemaatschappij. Daarbij speelde natuurlijk, naast de maatschappelijke relevantie, de intrinsieke vraag aan de kunst als consumptieartikel een rol; ‘wat is kunst en waaraan ontleent ze haar waarde’. Wat dat betreft stelde de kunst deze vraag al veel eerder dan de politiek.
Kunst zou je per definitie anarchistisch kunnen noemen, tenminste als ze niet valt voor de verleidingen van haar verkoopbaarheid. Zowel performance als conceptuele kunst, vallen binnen de categorie van onverkoopbaarheid. In die tijd moest je echter niet tegen een kunstenaar zeggen dat De provobeweging heeft met haar ludieke happenings beelden ontwikkeld die van grote invloed waren op de Nederlandse hippiecultuur. Aangezien het hippiedom nomadisch van aard was, hield zij zich niet aan stadsgrenzen en zag je de verworvenheden ook op het popfestival.
Eigenlijk kan je zeggen dat 1970 een overgangsperiode was van de roerige jaren zestig met de verschillende anarchistisch provocatieve groepen, naar de wat rustigere jaren zeventig waar met name een meer anarchistisch pacifisme de boventoon voerde. In deze jaren leefden jongeren hun in de jaren 60 verworven idealen uit; ‘love, peace and freedom’. Ze waren het strijden moe en keerden de maatschappij de rug toe om in een eigen Utopia te leven.
Veel van de songteksten van de diverse bands uit die tijd hadden deze thema’s. Maar niet alleen de songteksten bezongen de liefde, vrede en vrijheid, ook de acties benadrukten deze onderwerpen.
Een mooi voorbeeld is de actie van John Lennon en Yoko Ono in 1969 in het Hilton in Amsterdam.
Waar de Fluxus kunstenares en haar musicerende geliefde een week in bed bleven en vanuit hun bed journalisten en andere bezoekers ontvingen.zijn werk politiek was. Kunst en politiek waren verschillende dingen volgens de kunstenaars.
donderdag 15 juni 2023
Rockin' Billy
"Hou Je Echt Nog Van Mij, Rocking Billy?" Van Ria Valk was na "Kom Van Dat Dak Af" en "Ramona" de derde Nederlandse rocker of wat daarvoor moest doorgaan. In ieder geval swingde het al een heel pak meer dan zijn voorbeeld.
Inderdaad, Rocking Billy emigreerde niet alleen van Nederland naar Amerika, hij was voordien ook al vanuit Zweden naar Nederland afgereisd.
De tekst is min of meer bewaard gebleven, het is alleen het arrangement dat een aardig tandje bijsteekt, want het Zweeds origineel bleef duidelijk steken in de boerenpolka. Geschreven door Stig Anderson, de latere manager van ABBA (de showwereld is klein ginder) en alsof ze het er speciaal voor gedaan hebben stikt het weer van de Skandinavische klinkers in de titel.
Ria Valk (Eindhoven, 11 februari 1941) is een Nederlandse zangeres, voormalig televisie-presentatrice en actrice.
In mei 1959 werd ze met haar uitvoering van Tutti Frutti tweede achter winnaar Pim Maas bij een Elvis-imitatiewedstrijd. Het betrof hier de verkiezing van de Nederlandse Elvis Presley, in Cinema Royal. Ria verscheen in een zwart-oranje gestreepte lange broek, met laarzen en een cowboyhoed voor het voetlicht. De zaal joelde heftig, want iedereen vond dat meisjes met Elvis-verkiezingen niets te maken hadden.
In haar beginjaren legde ze zich toe op de rock-’n-roll en scoorde ze in 1960 de hit “Hou je echt nog van mij Rockin’ Billy”, wat haar definitieve doorbraak betekende. Daarop volgden succesvolle nummers als Ik wil een cowboy als man, Als ik de golven aan het strand zie en Tommy uit Tennessee. Samen met Rob de Nijs, Trea Dobbs, Marijke Merckens en Kitty Courbois acteerde en zong Ria Valk in de TV-show “TV-magazine”, waarin ze naast humoristische liedjes ook redelijk wat serieus materiaal te zingen kreeg van Harrie Geelen en Hans Peters. Een aantal nummers uit het programma zijn vastgelegd op de LP TV Magazine 1965 op het DECCA-label, één van de eerste populaire LP’s die behalve in mono ook in stereo verscheen.
Later legde Ria zich voornamelijk toe op het komische genre met onder andere veel carnavalshits zoals “Janus pak me nog een keer”, “We hebben de feestneus van Toon gevonden”, “Vrijgezellenflat”, “De liefde van de man gaat door de maag”, “Leo” en “Jans Pommerans”.
Eind jaren ’80 speelde ze een rol in de VARA TV-serie “Zeg ‘ns AAA” en scoorde nog een aantal bescheiden feesthits.
Inderdaad, Rocking Billy emigreerde niet alleen van Nederland naar Amerika, hij was voordien ook al vanuit Zweden naar Nederland afgereisd.
De tekst is min of meer bewaard gebleven, het is alleen het arrangement dat een aardig tandje bijsteekt, want het Zweeds origineel bleef duidelijk steken in de boerenpolka. Geschreven door Stig Anderson, de latere manager van ABBA (de showwereld is klein ginder) en alsof ze het er speciaal voor gedaan hebben stikt het weer van de Skandinavische klinkers in de titel.
Ria Valk (Eindhoven, 11 februari 1941) is een Nederlandse zangeres, voormalig televisie-presentatrice en actrice.
In mei 1959 werd ze met haar uitvoering van Tutti Frutti tweede achter winnaar Pim Maas bij een Elvis-imitatiewedstrijd. Het betrof hier de verkiezing van de Nederlandse Elvis Presley, in Cinema Royal. Ria verscheen in een zwart-oranje gestreepte lange broek, met laarzen en een cowboyhoed voor het voetlicht. De zaal joelde heftig, want iedereen vond dat meisjes met Elvis-verkiezingen niets te maken hadden.
In haar beginjaren legde ze zich toe op de rock-’n-roll en scoorde ze in 1960 de hit “Hou je echt nog van mij Rockin’ Billy”, wat haar definitieve doorbraak betekende. Daarop volgden succesvolle nummers als Ik wil een cowboy als man, Als ik de golven aan het strand zie en Tommy uit Tennessee. Samen met Rob de Nijs, Trea Dobbs, Marijke Merckens en Kitty Courbois acteerde en zong Ria Valk in de TV-show “TV-magazine”, waarin ze naast humoristische liedjes ook redelijk wat serieus materiaal te zingen kreeg van Harrie Geelen en Hans Peters. Een aantal nummers uit het programma zijn vastgelegd op de LP TV Magazine 1965 op het DECCA-label, één van de eerste populaire LP’s die behalve in mono ook in stereo verscheen.
Later legde Ria zich voornamelijk toe op het komische genre met onder andere veel carnavalshits zoals “Janus pak me nog een keer”, “We hebben de feestneus van Toon gevonden”, “Vrijgezellenflat”, “De liefde van de man gaat door de maag”, “Leo” en “Jans Pommerans”.
Eind jaren ’80 speelde ze een rol in de VARA TV-serie “Zeg ‘ns AAA” en scoorde nog een aantal bescheiden feesthits.
donderdag 25 mei 2023
Dorsale deuntjes
Muziek kan tot tranen toe roeren, en een paar tonen van een liedje zijn genoeg om gevoelens en herinneringen op te roepen van decennia terug. Hoe is dat mogelijk?
Een muziekwetenschapper uit Californië denkt het antwoord te hebben, en hoopt met zijn kennis Alzheimer-patiënten te helpen.
Er is nauwelijks een mens te vinden die niet gevoelig is voor de effecten van muziek. Wetenschappers doen er steeds meer onderzoek naar, en ze weten een breed publiek te bereiken met hun bevindingen. Daniel Levitin had in 2007 een verkoopsucces met het boek ‘This is your brain on music’, en de bekende neuroloog Oliver Sacks deed het een jaar later minstens zo goed met ‘Musicophilia’.
In het boek van Sacks komt de bijzondere relatie tussen muziek en geheugen duidelijk naar voren. Een mooi voorbeeld is zijn patiënt Clive Wearing, een muzikant die door een herseninfectie werkelijk niets meer kon onthouden. Na een aantal seconden al was hij vergeten wat er daarvoor was gebeurd. Toch kon hij nog de meest ingewikkelde muziekstukken spelen, ook al hield hij bij hoog en laag vol ze niet te kennen.
Een andere patiënt van Sacks voelde als gevolg van een hersenbeschadiging geen enkele emotie meer. Zijn gedrag en communicatie was gespeend van elk gevoel. Maar als hij begon te zingen, deed hij dat met alle gevoel en emotie die bij de muziek paste. Muziek was de enige toegang die hij nog had tot zijn emoties.
Precious memories
Bijna iedereen kent deze verbinding tussen muziek, geheugen en emoties uit eigen ervaring. Een paar tonen van een liedje kunnen genoeg zijn om lang vergeten ervaringen tot in detail te herbeleven. Een hete zomerdag uit je kindertijd of de eerste dans met je eerste geliefde kunnen door muziek weer in al hun intensiteit naar boven komen.
Hoe is het mogelijk dat muziek zulke intense herinneringen en emoties kan oproepen? De Californische muziekonderzoeker Petr Janata denkt dit te hebben uitgedokterd en beschreef zijn bevindingen in Cerebral Cortex.
Janata liet een aantal van zijn studenten fragmenten uit dertig liedjes horen terwijl hun hersenactiviteit werd gemeten met behulp van fMRI-scanner. Deze hersenscanner kijkt waar het bloed in het brein naar toestroomt en geeft zo een beeld van waar de meeste activiteit is. Om er zeker van te zijn dat de muziek een associatie zou kunnen oproepen met het verleden van de studenten, koos Janata liedjes uit de top-100 uit jaren waarin de proefpersonen tussen de acht en achttien jaar oud waren.
Na elk liedje gaven de studenten aan wat ze van de muziek vonden, en of het een speciale herinnering opriep. Na de hele sessie moesten ze vertellen welke liedjes de meest intense herinneringen opriepen, en wat voor herinneringen dat waren.
Dorsale deuntjes
De studenten herkenden gemiddeld zeventien van de dertig liedjes, en associeerden dertien daarvan met herinneringen. De deuntjes die de sterkste meest emotionele reacties opriepen bij de studenten, riepen tevens de meest opvallende herinneringen op. En op die momenten was er de meeste activiteit in het dorsale deel van de mediale prefrontale cortex. Oftewel: een stukje hersenschors aan de voorkant van het hoofd.
Dit resultaat is een bevestiging van onderzoek dat Janata eerder heeft gedaan. Hij had toen een ‘kaart’ gemaakt van een aantal muziekstukken, waarop de ontwikkeling van een muziekstuk was uitgeschreven: van akkoord tot akkoord, van frase tot frase en van melodie tot melodie. Als proefpersonen naar deze muziekstukken luisterden, dan bleek uit hun hersenscan dat ze deze ontwikkelingen in de muziek bijhielden in hetzelfde gebied in de hersenschors. Ook riep dit allerlei herinneringen op.
‘Het mooie is dat de delen van de hersenen die de ontwikkelingen in de muziek bijhouden, dezelfde delen zijn die reageren op hoezeer de muziek is verbonden met herinneringen’, zegt Janata.
Muziektherapie
Dat kan goed nieuws zijn voor mensen met Alzheimer. Die reageren namelijk nog heel goed op muziek die verbonden is met hun herinneringen. Muziektherapie lijkt daarom een reële mogelijkheid. Een mp3-speler met een persoonlijke selectie van liedjes zou kwaliteit van leven van Alzheimer-patiënten op een goedkope en effectieve manier kunnen verbeteren.
Dus kijk niet raar op als Alzheimer-patiënten binnenkort gelukzalig voor zich uit zitten te mijmeren met een koptelefoon op. Ze zijn dan de mooiste episodes uit hun leven aan het herbeleven.
Een muziekwetenschapper uit Californië denkt het antwoord te hebben, en hoopt met zijn kennis Alzheimer-patiënten te helpen.
Er is nauwelijks een mens te vinden die niet gevoelig is voor de effecten van muziek. Wetenschappers doen er steeds meer onderzoek naar, en ze weten een breed publiek te bereiken met hun bevindingen. Daniel Levitin had in 2007 een verkoopsucces met het boek ‘This is your brain on music’, en de bekende neuroloog Oliver Sacks deed het een jaar later minstens zo goed met ‘Musicophilia’.
In het boek van Sacks komt de bijzondere relatie tussen muziek en geheugen duidelijk naar voren. Een mooi voorbeeld is zijn patiënt Clive Wearing, een muzikant die door een herseninfectie werkelijk niets meer kon onthouden. Na een aantal seconden al was hij vergeten wat er daarvoor was gebeurd. Toch kon hij nog de meest ingewikkelde muziekstukken spelen, ook al hield hij bij hoog en laag vol ze niet te kennen.
Een andere patiënt van Sacks voelde als gevolg van een hersenbeschadiging geen enkele emotie meer. Zijn gedrag en communicatie was gespeend van elk gevoel. Maar als hij begon te zingen, deed hij dat met alle gevoel en emotie die bij de muziek paste. Muziek was de enige toegang die hij nog had tot zijn emoties.
Precious memories
Bijna iedereen kent deze verbinding tussen muziek, geheugen en emoties uit eigen ervaring. Een paar tonen van een liedje kunnen genoeg zijn om lang vergeten ervaringen tot in detail te herbeleven. Een hete zomerdag uit je kindertijd of de eerste dans met je eerste geliefde kunnen door muziek weer in al hun intensiteit naar boven komen.
Hoe is het mogelijk dat muziek zulke intense herinneringen en emoties kan oproepen? De Californische muziekonderzoeker Petr Janata denkt dit te hebben uitgedokterd en beschreef zijn bevindingen in Cerebral Cortex.
Janata liet een aantal van zijn studenten fragmenten uit dertig liedjes horen terwijl hun hersenactiviteit werd gemeten met behulp van fMRI-scanner. Deze hersenscanner kijkt waar het bloed in het brein naar toestroomt en geeft zo een beeld van waar de meeste activiteit is. Om er zeker van te zijn dat de muziek een associatie zou kunnen oproepen met het verleden van de studenten, koos Janata liedjes uit de top-100 uit jaren waarin de proefpersonen tussen de acht en achttien jaar oud waren.
Na elk liedje gaven de studenten aan wat ze van de muziek vonden, en of het een speciale herinnering opriep. Na de hele sessie moesten ze vertellen welke liedjes de meest intense herinneringen opriepen, en wat voor herinneringen dat waren.
Dorsale deuntjes
De studenten herkenden gemiddeld zeventien van de dertig liedjes, en associeerden dertien daarvan met herinneringen. De deuntjes die de sterkste meest emotionele reacties opriepen bij de studenten, riepen tevens de meest opvallende herinneringen op. En op die momenten was er de meeste activiteit in het dorsale deel van de mediale prefrontale cortex. Oftewel: een stukje hersenschors aan de voorkant van het hoofd.
Dit resultaat is een bevestiging van onderzoek dat Janata eerder heeft gedaan. Hij had toen een ‘kaart’ gemaakt van een aantal muziekstukken, waarop de ontwikkeling van een muziekstuk was uitgeschreven: van akkoord tot akkoord, van frase tot frase en van melodie tot melodie. Als proefpersonen naar deze muziekstukken luisterden, dan bleek uit hun hersenscan dat ze deze ontwikkelingen in de muziek bijhielden in hetzelfde gebied in de hersenschors. Ook riep dit allerlei herinneringen op.
‘Het mooie is dat de delen van de hersenen die de ontwikkelingen in de muziek bijhouden, dezelfde delen zijn die reageren op hoezeer de muziek is verbonden met herinneringen’, zegt Janata.
Muziektherapie
Dat kan goed nieuws zijn voor mensen met Alzheimer. Die reageren namelijk nog heel goed op muziek die verbonden is met hun herinneringen. Muziektherapie lijkt daarom een reële mogelijkheid. Een mp3-speler met een persoonlijke selectie van liedjes zou kwaliteit van leven van Alzheimer-patiënten op een goedkope en effectieve manier kunnen verbeteren.
Dus kijk niet raar op als Alzheimer-patiënten binnenkort gelukzalig voor zich uit zitten te mijmeren met een koptelefoon op. Ze zijn dan de mooiste episodes uit hun leven aan het herbeleven.
woensdag 10 mei 2023
Arthur Alexander
Arthur Alexander (10 mei 1940 – 9 juni 1993) is bekend van diverse hits, die gecoverd zijn door onder meer The Beatles en The Rolling Stones.
Arthur Alexander tekende bij Muscle Shoals als zanger, toen een betrekkelijk nieuw label. Bij dit label scoorde hij zijn eerste hits, die ook meteen de eerste hits van het label waren.
Het eerste succes werd geboekt met "You Better Move On", dat gecoverd werd door The Rolling Stones. Daarna volgden "Anna" (The Beatles), "Soldier of Love" (The Beatles opnieuw) en "Set Me Free" (gecoverd door Esther Philips en Joe Tex). Hieruit bleek wel dat hij goed was in het arrangeren van muziek, net als in het schrijven van songteksten.
Alexander switchte naar een ander label, maar het succes bleef weg. In 1975 scoorde hij nog een bescheiden hitje met "Everyday I Have To Cry". Daarna werkte hij vooral als buschauffeur. In 1993 besloot Alexander zijn muzikale aspiraties nieuw leven in te blazen. Hij tekende bij een nieuw label en begon weer met optreden. Maar het was hem niet gegund: hij overleed een maand na het tekenen van het contract aan een hartaanval.
Arthur Alexander tekende bij Muscle Shoals als zanger, toen een betrekkelijk nieuw label. Bij dit label scoorde hij zijn eerste hits, die ook meteen de eerste hits van het label waren.
Het eerste succes werd geboekt met "You Better Move On", dat gecoverd werd door The Rolling Stones. Daarna volgden "Anna" (The Beatles), "Soldier of Love" (The Beatles opnieuw) en "Set Me Free" (gecoverd door Esther Philips en Joe Tex). Hieruit bleek wel dat hij goed was in het arrangeren van muziek, net als in het schrijven van songteksten.
Alexander switchte naar een ander label, maar het succes bleef weg. In 1975 scoorde hij nog een bescheiden hitje met "Everyday I Have To Cry". Daarna werkte hij vooral als buschauffeur. In 1993 besloot Alexander zijn muzikale aspiraties nieuw leven in te blazen. Hij tekende bij een nieuw label en begon weer met optreden. Maar het was hem niet gegund: hij overleed een maand na het tekenen van het contract aan een hartaanval.
zaterdag 22 april 2023
Nine Hundred Miles from Home
1. Five hundred miles
"500 Miles" (ook bekend als "500 Miles Away from Home" of "Railroaders 'Lament') is een folksong die vooral polpulair was in de Verenigde Staten en Europa in de jaren 1960 gedurende de zgn. folk revival.
De eenvoudige repetitieve tekst is een klaagzang van een reiziger die ver van huis is, geen geld meer heeft en te beschaamd is om terug te keren. Het lied wordt over het algemeen gecrediteerd als zijnde geschreven door Hedy West, terwijl sommige bronnen ook Bobby Bare, Curly Williams, en / of John Phillips als co-writers aangeven.
Hedy West zegt dat ze het lied leerde als kind van haar grootmoeder van vaderskant Lillie Mulkey West.
Maar het gaat veel verder terug : "500 Miles" gerelateerd aan een oudere folksong, "900 Miles", die zelf kan zijn oorsprong vindt in een zuidelijke Amerikaanse fiddle tune genaamd "Reuben's Train '.
Hedy West was een zanger en banjo-speler uit een Noord-Carolina folkies familie. Waarschijnlijk heeft ze een oudere folktune wat meer opgeknapt en toegankeliker gemaakt, hier en daar de tekst aangepast om zo een meer populaire versie te maken en de credits. Hedy West overleed op 3 juli 2005, 67 jaar oud.
"500 Miles" is West “grootste hit” De eerste release van het nummer lijkt te zijn geweest op de 1961 titelloze debuut van de Journeymen. In de hiparade verscheen het lied in 1963 met Bobby Bare. Het werd door talloze artiesten opgenomen, waaronder oa Peter, Paul & Mary, The Kingston Trio, The Brothers Four en vele anderen.
2. Wat is de oorsprong van deze song ?
Blijkbaar gaat dit lied veel verder terug dan de versie Hedy West.
De auteur van volksmuziek is meestal anoniem. Folk songs zijn gemaakt door een gemeenschap, doorgegeven van generatie op generatie, komt ergens tot rust en past zich aan aan de plaatselijke noden en gewoonten. Dit is de reden waarom Bob Dylan zelden zijn eigen nummers twee keer op dezelfde manier zingt. Natuurlijk is er een stramien maar het principe blijft.
3."900 Miles" wordt "500 Miles".
Deze song is in oorsprong een “train song”. Een folk vorm waarin de folk muzikant het heeft over een aantal mijlen, treinritten, bestemmingen en een eenzame stoomfluit.
4. Nine Hundred Miles
In zijn huidige vorm is dit is een hillbilly blues. Woody Guthrie, de Okie balladeer en gitaar-picker, leerde het van een neger schoenpoetser in zijn woonplaats van Okema, Oklahoma.
De melodie dook op in vele vermommingen en kent variaties in het hele Zuiden.
In het tidewater land van Virginia noemen ze het de "Ruben Blues":
When old Reuben left home, he wasn't but nine days old,
When he come back he was a full grown man.
When he come back he was a full grown man.
They got old Reuben down and they took his watch and charm,
It was everything that poor boy had.
It was everything that poor boy had.
Bob Dylan’s “I was young when I left home” is een perfect voorbeeld van zo’n “verzamel” song. Gebaseerd voornamelijk op Guthries versie.
Verder naar het Westen, zingen de sharecroppers :
I got my chickens in my sack and the hounds are on my track.
But I'll make it to my shanty 'fore day,
And I'll keep my skillet good and greasy all the time.
In Kentucky en Tennessee vertellen ze het verhaal van de trein die in de omgeving van een kolenmijn reed waar gevangenen dwangarbeid verrichtten.
The longest train that I ever seen,
Run around Joe Brown's coal mine,
The engine past (sic) at six o'clock,
And the last car passed by at nine.
Vandaag is de oudste directe uitloper van deze song de opname van Fiddlin’ John Carson als “I’m nine hundred miles from home” (1924).
5. “R(e)uben's Train”
Ol Reuben made a train & he put it on a track
He ran it to the Lord knows where
Oh me, oh my ran it to the Lord knows where
Should been in town when Reuben's train went down
You could hear that whistle blow 100 miles
Oh me, oh my you could hear the whistle blow 100 miles
Last night I lay in jail had no money to go my bail
Lord how it sleeted & it snowed
Oh me, oh my Lord how it sleeted & it snowed
I've been to the East, I've been to the West
I'm going where the chilly winds don't blow
Oh me, oh my I'm going where the chilly winds don't blow
Oh the train that I ride is 100 coaches long
You can hear the whistle blow 100 miles
Oh me, oh my you can hear the whistle blow 100 miles
I got myself a blade, laid Reuben in the shade,
I'm startin' me a graveyard of my own.
Oh, me, oh lordy my, startin' me a graveyard of my own.
Deze song is de directe voorloper van “900 Miles” en wordt in de Appalaches gespeeld op clawhammer banjo.
De oudste opgenomen versie is deze van Emry Arthur
6. Train 45"
Dit is een andere klassieke "Train Song" op basis van hetzelfde gevoel. Tal van bluegrass spelers - o.a. Bill Monroe en de Stanley Brothers – hebben het gespeeld. Carter Stanley (Ruby Rakes) beweert de tekst te hebben geschreven, maar nogmaals, niemand kan echt worden aangeduid als de auteur.
Ik voeg de versie van "Grayson & Whitter" en "The New Lost City Ramblers" toe.
6. "In the Pines"
Misschien is dit de oervorm van de zuidelijke ballade voor het zwarte meisje (dark girl).
Overal waar deze melodie opdook gaat het over melancholie, een verlangen naar verre oorden in de richting van dingen die verloren en onherstelbaar zijn. In "Nine Hundred Miles" is dit thema uitgegroeid tot de meest beklijvende van alle spoorweg bluessongs.
Net als tal van andere volksliederen werd "Where Did You Sleep Last Night" doorgegeven van de ene generatieaan de andere, van mond tot mond.
De eerste gedrukte versie van het lied door Cecil Sharp, verscheen in 1917, en bestond uit slechts vier lijnen en een melodie. De lijnen zijn:
Black girl, black girl, don't lie to me
Where did you stay last night?
I stayed in the pines where the sun never shines
And shivered when the cold wind blows
In 1925 werd een versie van het lied opgenomen op fonograaf cilinder door een folk verzamelaar.
Dit was het eerste opgenomen spoor van een oude traditie. Deze variant van "The Longest Train" heeft een strofe over "De langste trein die ik ooit zag".
Waarschijnlijk is deze strofe een eigen leven gaan leiden. In verschillende “folksongs” of “negrsongs” komt dit thema nu terug.
Muziek historicus Norm Cohen zegt in zijn boek "Long Steel Rail: The Railroad in American Folksong” ( 1981) volkslied," the song came to consist of three frequent elements: a chorus about "in the pines", a stanza about "the longest train" and a stanza about a decapitation, though not all elements are present in all versions. “
De song werd opgepikt door verschillende hillbilly bands.
De persoon die “in the pines” gaat of onthoofd is beschreven als een man, een vrouw, een puber, een vrouw, een echtgenoot of een ouder. De “Pines” (de dennen) staan symbool voor de seksualiteit, dood of eenzaamheid. De trein staat als symbool voor de doder van een geliefde, of als het verlaten van zijn geliefde.
In andere varianten wordt een confrontatie beschreven. De persoon die wordt op de proef gesteld is altijd een vrouw, nooit een man.
De Kossoy Sisters folk-versie vraagt: "Little girl, little girl, where'd you stay last night? Not even your mother knows." Het antwoord op de volgende vraag "Where did you get that dress, and those shoes that are so fine?" is "from a man in the mines, who sleeps in the pines." Het thema is duidelijk. Een vrouw wordt betrapt op iets wat ze niet hoorde te doen.
Een variante is deze van Ora Ellison in Lookout Mountain Georgia. Hier gaat het om de verkrachting van een jonge meid uit Georgia die “in the pines” vlucht uit schaamte. Haar verkrachter, een jonge soldaat wordt onthoofd door de trein.
Mrs. Ellison denkt dat deze song is ontstaan kort na de burgeroorlog.
De oudste versie van deze gaat terug naar de Peg Leg Howell blues "Rolling Mill Blues".
Andere bekende versies zijn: Leadbelly, Doc Watson, The Louvin Brothers ...
Het lied werd vreemd genoeg ook opgenomen door The Journeymen onder de titel: "Black Girl", dat brengt ons terug naar waar we begonnen, en sluit de cirkel.
1924 - Fiddlin John Carson - I'm Nine Hundred Miles from Home
1929 - Grayson & Whitter - - Train 45
1929 - Peg Leg Howell - Rolling Mill Blues
1930 - Emry Arthur - Reuben Oh Reuben
1935 - Leadbelly - Where Did You Sleep Last Night
1945 - Woody Guthrie - 900 Miles (BBC Recording Children's hour)
1953 - Cisco Houston & Woody Guthrie - 900 Miles
1953 - Red Smiley - 900 Miles
1959 - The New Lost City Ramblers - Train 45
1961 - Barbara Dane - Nine Hundred Miles
1961 - The Journeymen - 500 Miles
1961 - The Journeymen - Black Girl
1962 - Bob Dylan - I Was Young When I Left Home (Home recording)
1962 - Kingston Trio - 500 Miles
1962 - Lonnie Donegan - 500 Miles Away From Home
1962 - Mac Wiseman - In the Pines
1962 - Peter, Paul and Mary - 500 Miles
1963 - Bobby Bare - Five Hundred Miles
1963 - Dock Boggs - Ruben's Train
1963 - Hedy West - 500 Miles
"500 Miles" (ook bekend als "500 Miles Away from Home" of "Railroaders 'Lament') is een folksong die vooral polpulair was in de Verenigde Staten en Europa in de jaren 1960 gedurende de zgn. folk revival.
De eenvoudige repetitieve tekst is een klaagzang van een reiziger die ver van huis is, geen geld meer heeft en te beschaamd is om terug te keren. Het lied wordt over het algemeen gecrediteerd als zijnde geschreven door Hedy West, terwijl sommige bronnen ook Bobby Bare, Curly Williams, en / of John Phillips als co-writers aangeven.
Hedy West zegt dat ze het lied leerde als kind van haar grootmoeder van vaderskant Lillie Mulkey West.
Maar het gaat veel verder terug : "500 Miles" gerelateerd aan een oudere folksong, "900 Miles", die zelf kan zijn oorsprong vindt in een zuidelijke Amerikaanse fiddle tune genaamd "Reuben's Train '.
Hedy West was een zanger en banjo-speler uit een Noord-Carolina folkies familie. Waarschijnlijk heeft ze een oudere folktune wat meer opgeknapt en toegankeliker gemaakt, hier en daar de tekst aangepast om zo een meer populaire versie te maken en de credits. Hedy West overleed op 3 juli 2005, 67 jaar oud.
"500 Miles" is West “grootste hit” De eerste release van het nummer lijkt te zijn geweest op de 1961 titelloze debuut van de Journeymen. In de hiparade verscheen het lied in 1963 met Bobby Bare. Het werd door talloze artiesten opgenomen, waaronder oa Peter, Paul & Mary, The Kingston Trio, The Brothers Four en vele anderen.
2. Wat is de oorsprong van deze song ?
Blijkbaar gaat dit lied veel verder terug dan de versie Hedy West.
De auteur van volksmuziek is meestal anoniem. Folk songs zijn gemaakt door een gemeenschap, doorgegeven van generatie op generatie, komt ergens tot rust en past zich aan aan de plaatselijke noden en gewoonten. Dit is de reden waarom Bob Dylan zelden zijn eigen nummers twee keer op dezelfde manier zingt. Natuurlijk is er een stramien maar het principe blijft.
3."900 Miles" wordt "500 Miles".
Deze song is in oorsprong een “train song”. Een folk vorm waarin de folk muzikant het heeft over een aantal mijlen, treinritten, bestemmingen en een eenzame stoomfluit.
4. Nine Hundred Miles
In zijn huidige vorm is dit is een hillbilly blues. Woody Guthrie, de Okie balladeer en gitaar-picker, leerde het van een neger schoenpoetser in zijn woonplaats van Okema, Oklahoma.
De melodie dook op in vele vermommingen en kent variaties in het hele Zuiden.
In het tidewater land van Virginia noemen ze het de "Ruben Blues":
When old Reuben left home, he wasn't but nine days old,
When he come back he was a full grown man.
When he come back he was a full grown man.
They got old Reuben down and they took his watch and charm,
It was everything that poor boy had.
It was everything that poor boy had.
Bob Dylan’s “I was young when I left home” is een perfect voorbeeld van zo’n “verzamel” song. Gebaseerd voornamelijk op Guthries versie.
Verder naar het Westen, zingen de sharecroppers :
I got my chickens in my sack and the hounds are on my track.
But I'll make it to my shanty 'fore day,
And I'll keep my skillet good and greasy all the time.
In Kentucky en Tennessee vertellen ze het verhaal van de trein die in de omgeving van een kolenmijn reed waar gevangenen dwangarbeid verrichtten.
The longest train that I ever seen,
Run around Joe Brown's coal mine,
The engine past (sic) at six o'clock,
And the last car passed by at nine.
Vandaag is de oudste directe uitloper van deze song de opname van Fiddlin’ John Carson als “I’m nine hundred miles from home” (1924).
5. “R(e)uben's Train”
Ol Reuben made a train & he put it on a track
He ran it to the Lord knows where
Oh me, oh my ran it to the Lord knows where
Should been in town when Reuben's train went down
You could hear that whistle blow 100 miles
Oh me, oh my you could hear the whistle blow 100 miles
Last night I lay in jail had no money to go my bail
Lord how it sleeted & it snowed
Oh me, oh my Lord how it sleeted & it snowed
I've been to the East, I've been to the West
I'm going where the chilly winds don't blow
Oh me, oh my I'm going where the chilly winds don't blow
Oh the train that I ride is 100 coaches long
You can hear the whistle blow 100 miles
Oh me, oh my you can hear the whistle blow 100 miles
I got myself a blade, laid Reuben in the shade,
I'm startin' me a graveyard of my own.
Oh, me, oh lordy my, startin' me a graveyard of my own.
Deze song is de directe voorloper van “900 Miles” en wordt in de Appalaches gespeeld op clawhammer banjo.
De oudste opgenomen versie is deze van Emry Arthur
6. Train 45"
Dit is een andere klassieke "Train Song" op basis van hetzelfde gevoel. Tal van bluegrass spelers - o.a. Bill Monroe en de Stanley Brothers – hebben het gespeeld. Carter Stanley (Ruby Rakes) beweert de tekst te hebben geschreven, maar nogmaals, niemand kan echt worden aangeduid als de auteur.
Ik voeg de versie van "Grayson & Whitter" en "The New Lost City Ramblers" toe.
6. "In the Pines"
Misschien is dit de oervorm van de zuidelijke ballade voor het zwarte meisje (dark girl).
Overal waar deze melodie opdook gaat het over melancholie, een verlangen naar verre oorden in de richting van dingen die verloren en onherstelbaar zijn. In "Nine Hundred Miles" is dit thema uitgegroeid tot de meest beklijvende van alle spoorweg bluessongs.
Net als tal van andere volksliederen werd "Where Did You Sleep Last Night" doorgegeven van de ene generatieaan de andere, van mond tot mond.
De eerste gedrukte versie van het lied door Cecil Sharp, verscheen in 1917, en bestond uit slechts vier lijnen en een melodie. De lijnen zijn:
Black girl, black girl, don't lie to me
Where did you stay last night?
I stayed in the pines where the sun never shines
And shivered when the cold wind blows
In 1925 werd een versie van het lied opgenomen op fonograaf cilinder door een folk verzamelaar.
Dit was het eerste opgenomen spoor van een oude traditie. Deze variant van "The Longest Train" heeft een strofe over "De langste trein die ik ooit zag".
Waarschijnlijk is deze strofe een eigen leven gaan leiden. In verschillende “folksongs” of “negrsongs” komt dit thema nu terug.
Muziek historicus Norm Cohen zegt in zijn boek "Long Steel Rail: The Railroad in American Folksong” ( 1981) volkslied," the song came to consist of three frequent elements: a chorus about "in the pines", a stanza about "the longest train" and a stanza about a decapitation, though not all elements are present in all versions. “
De song werd opgepikt door verschillende hillbilly bands.
De persoon die “in the pines” gaat of onthoofd is beschreven als een man, een vrouw, een puber, een vrouw, een echtgenoot of een ouder. De “Pines” (de dennen) staan symbool voor de seksualiteit, dood of eenzaamheid. De trein staat als symbool voor de doder van een geliefde, of als het verlaten van zijn geliefde.
In andere varianten wordt een confrontatie beschreven. De persoon die wordt op de proef gesteld is altijd een vrouw, nooit een man.
De Kossoy Sisters folk-versie vraagt: "Little girl, little girl, where'd you stay last night? Not even your mother knows." Het antwoord op de volgende vraag "Where did you get that dress, and those shoes that are so fine?" is "from a man in the mines, who sleeps in the pines." Het thema is duidelijk. Een vrouw wordt betrapt op iets wat ze niet hoorde te doen.
Een variante is deze van Ora Ellison in Lookout Mountain Georgia. Hier gaat het om de verkrachting van een jonge meid uit Georgia die “in the pines” vlucht uit schaamte. Haar verkrachter, een jonge soldaat wordt onthoofd door de trein.
Mrs. Ellison denkt dat deze song is ontstaan kort na de burgeroorlog.
De oudste versie van deze gaat terug naar de Peg Leg Howell blues "Rolling Mill Blues".
Andere bekende versies zijn: Leadbelly, Doc Watson, The Louvin Brothers ...
Het lied werd vreemd genoeg ook opgenomen door The Journeymen onder de titel: "Black Girl", dat brengt ons terug naar waar we begonnen, en sluit de cirkel.
1924 - Fiddlin John Carson - I'm Nine Hundred Miles from Home
1929 - Grayson & Whitter - - Train 45
1929 - Peg Leg Howell - Rolling Mill Blues
1930 - Emry Arthur - Reuben Oh Reuben
1935 - Leadbelly - Where Did You Sleep Last Night
1945 - Woody Guthrie - 900 Miles (BBC Recording Children's hour)
1953 - Cisco Houston & Woody Guthrie - 900 Miles
1953 - Red Smiley - 900 Miles
1959 - The New Lost City Ramblers - Train 45
1961 - Barbara Dane - Nine Hundred Miles
1961 - The Journeymen - 500 Miles
1961 - The Journeymen - Black Girl
1962 - Bob Dylan - I Was Young When I Left Home (Home recording)
1962 - Kingston Trio - 500 Miles
1962 - Lonnie Donegan - 500 Miles Away From Home
1962 - Mac Wiseman - In the Pines
1962 - Peter, Paul and Mary - 500 Miles
1963 - Bobby Bare - Five Hundred Miles
1963 - Dock Boggs - Ruben's Train
1963 - Hedy West - 500 Miles
maandag 13 februari 2023
De Kwintencirkel volgens Chat GPT
De Kwintencirkel is een diagram dat de relaties tussen de 12 noten in de Westerse muziek weergeeft.
Het wordt de "cirkel" genoemd omdat het op circulaire wijze is gerangschikt, en "vijfde toon" omdat het de relaties tussen elke noot en de vijfde noot (7 halve tonen of half-tonen) hoger in toonhoogte weergeeft.
Beginnend met de noot C en verdergaand met de klok mee, is elke noot vijf tonen hoger dan de vorige. Bijvoorbeeld, als u met de klok mee van C naar G gaat, zult u D, A, E, B tegenkomen, enzovoort.
Als u dit patroon blijft volgen, komt u uiteindelijk terug bij C.
De Kwintencirkel wordt in de muziektheorie gebruikt om sleuteltekens en de relaties tussen hen te begrijpen.
Elke noot in de cirkel kan een toniek (of grondtoon) zijn van zijn eigen sleutel, en het aantal kruizen of mollen in het sleutelteken neemt toe als u met de klok mee om de cirkel beweegt.
Bijvoorbeeld, C Major heeft geen kruisen of mollen, G Major heeft één kruis, D Major heeft twee kruisen, enzovoort. In tegengestelde richting, door tegen de klok in te bewegen, neemt het aantal mollen in het sleutelteken toe.
Naast sleuteltekens kan de Kwintencirkel ook worden gebruikt om de relaties tussen akkoordverloop te bepalen en bij het overdragen van muziek van de ene sleutel naar de andere.
zaterdag 11 februari 2023
Quintette du Hot Club de France
Dit is een vroege opname van Django Reinhardt uit september 1934, de naam "Quintette du Hot Club de France" werd voor de overigens toen niet uitgegeven plaat niet gebruikt, die kwam pas bij de derde opname, "Dinah" in december van dat jaar. De groep nam "I Saw Stars" en "Confessin'" op onder de naam "Delaunay's Jazz" (Charles Delaunay was een van de oprichters van de Hot Club de France). Op uitnodiging van Django zong Bert Marshall een in Parijs wonende Amerikaan beide nummers, de musici waren: Django Reinhardt, sologitaar; Stephane Grappelly, viool; Joseph Reinhardt en Roger Chaput, ritmegitaar en Louis Vola, bas. Voor de opnamesessie in december was Marshall (gelukkig) niet uitgenodigd en werd behalve "Dinah" ook "Tiger Rag" op de plaat gezet.
zaterdag 4 februari 2023
Motown (deel 2)
In het midden van de jaren vijftig gebruikte men de term 'rhythm and blues' voor zwarte muziek. Om de blanke markt te bereiken, huurde men blanke artiesten in om covers te maken van de originele nummers. Als 'popmuziek' verkocht dit beter dan het oorspronkelijke liedje, dat alleen onder zwarten werd gedistribueerd. Zo werd Elvis Presley beroemd met covers als 'Hound Dog' en 'Shake, Rattle and Roll'; Pat Boone 'coverde' enkele R&B-musici, waaronder Fats Domino. De uitdaging voor Gordy was om blanke kopers te trekken voor zijn platen en dat betekende dat hij zich moest losmaken van de R&B-markt. Gordy stichtte Motown met achthonderd dollar die hij van de beleggingsclub van zijn familie had gekregen. Hij kocht een huis op West Grand Boulevard. Hij woonde boven en werkte beneden. Gordy gaf het huis een wit verfje en zette er tweedehands opname-apparatuur in. 'Ik wilde dat de artiest de deur inkwam als onbekende en de deur uitging als een ster', vertelde Gordy. Hij liet met grote blauwe letters 'Hitsville U.S.A.' op het huis schilderen.
Al had Gordy geen magische formule voor hits, in korte tijd ontstond een eigen geluid. Onder invloed van Afrikaans-Amerikaanse muziek - jazz, gospel, blues, R&B, doo-wop - ontwikkelden Motown-artiesten een beukende beat op de achtergrond, een aanstekelijke ritme dat de tieners liet swingen op de dansvloer. Uiteindelijk werd een groep van jazzmusici Motowns huisband, de Funk Brothers. Hun eigen manier van spel op de bas, piano, drums en saxofoon, begeleid door meeklappende handen en tamboerijnen, werd karakteristiek voor de 'Motown Sound.'
Motowns stal van producers en schrijvers schreef vaardig teksten bij deze mix; onschuldige teksten over jonge liefdes - het verlangen, de verheerlijking, het verlies en het terugwinnen. Het team van Hitsville, fabriceerden hit na hit. The Temptations zongen over 'sunshine on a cloudy day' en 'a girl's smile so bright she could have been a candle.' The Supremes zagen een minnaar 'walk down the street, knowing another lover you'd meet.'
Spontaniteit en creatieve gekkigheid waren de regel bij Motown. Hitsville, 24 uur per dag open, werd een vaste ontmoetingsplaats voor de artiesten. Als een groep tijdens een opnamesessie wat meer achtergrondzang nodig had of meer tamboerijnen, stond er altijd iemand klaar. Niets ging te ver.
De integratie ritme met symfonische strijkjes was een andere techniek die Motown gebruikte om naar de pop over te stappen. Toen Gordy voor het eerst strijkers van het Detroit Symphony Orchestra inhuurde, stribbelden ze tegen op verzoeken om de arrangementen te spelen. 'Dit kan niet, dit is nooit eerder gedaan', riepen ze. 'Maar dat is wat ik mooi vind, dat wil ik horen', hield Gordy vol.' Sommige musici stapten op, 'Maar toen we hits scoorden met strijkinstrumenten, vonden ze het prachtig.'
Motown was meer dan een opnamestudio, het was ook een muziekuitgever, een talentenjager, een platenfabrikant en zelfs een school. Sommige artiesten noemden het 'Motown U', de universiteit van Motown. Terwijl de ene groep in de studio opnam, deed een andere groep aan stemtraining. Terwijl de choreograaf the Temptations een aantal nieuwe stappen leerde, hamerden arrangeurs en muziekschrijvers er een melodie uit op de vleugel.
In 1962 propten vijfendertig enthousiaste musici zich in een lawaaierig oud busje voor Motowns eerste tournee, een slopend schema van dertig optredens heen en weer langs de Oostkust.
Enkele shows waren in het Zuiden, waar veel van deze jonge mensen voor het eerst aan den lijve rassenscheiding meemaakten: in restaurants werden ze niet geholpen of moesten ze via de achterdeur naar binnen. Na een concert in Birmingham, Alabama, werd de bus beschoten. In Florida sprongen de mensen uit het zwembad van het motel toen de Motown-groep erin dook. Zo nu en dan, als ze speelden voor een publiek dat voor het eerst geïntegreerd was, of als zwarte en blanke tieners in de gangpaden dansten, hielp de muziek de raciale scheiding te overbruggen.
Platen winkels weigerden een album met zwarte Amerikanen op de hoes in de bakken te zetten. Vandaar dat een brievenbus en niet the Marvelettes te zien zijn op de cover van hun Please Mr. Postman-elpee.
Drie zwarte tienermeisjes uit een woningbouwproject in Detroit doorbraken alle rassenscheidingen. Mary Wilson, Diana Ross en Florence Ballard deden al in 1960 auditie bij Gordy, maar hij wees ze de deur omdat ze nog op school zaten. Vanaf toen kwamen de meisjes elke dag langs in de studio, waar ze altijd bereid waren mee te zingen en te klappen. Een paar maanden later tekenden ze een contract en noemden ze zichzelf te Supremes.
De daaropvolgende jaren namen ze allerlei liedjes op, zonder veel succes. Toen zetten song writers Holland-Dozier-Holland een energiek ritme en een koortje van 'baby, baby' onder een eentonig, klaaglijk liedje, en ze noemden het 'Where Did Our Love Go'. De plaat schoot naar de top van de hitlijsten en was de eerste van vijf nummer één hits in 1964 en '65.
De meisjes bleven nog een jaar gewoon in de projects wonen, maar verder veranderde hun leven compleet. Een zomertoernee met Dick Clark en een optreden in de Ed Sullivan Show werden gevolgd door televisiespots, concerten in nachtclubs, internationale tournees en publiciteit in alle media. Al snel wisselden ze hun zelfgemaakte jurken in voor glamoureuze, met lovertjes bestikte gewaden, en de tourbus voor een verlengde limousine.
De gladde sound van the Supremes maakte de weg vrij voor andere Motown-artiesten. Motown bleef aan de top van de hitparades, gelijk opgaand met de Beatles, de Rolling Stones en de Beach Boys. In het midden van de jaren zestig verkocht Motown meer 45-toerenplaten dan enige andere maatschappij.
Rond 1968 had Motown alle verwachtingen overtroffen en de groei ging maar door. Dat jaar zette de onderneming een nieuw hoofdkwartier neer van tien verdiepingen, aan de rand van de binnenstad van Detroit. Vier jaar later volgde Motowns eerste film, Lady Sings the Blues, met Diana Ross in de hoofdrol. Gordy wilde meer doen in de filmindustrie en verhuisde het bedrijf naar Los Angeles. De verhuizing naar Los Angeles was het begin van het einde van Motowns gouden tijd. Er veranderde veel. Zangers verlieten hun groep voor een solocarrière. De huisgroep en het team van jonge producers verdwenen. Veel inmiddels beroemde artiesten werden weggekocht door andere maatschappijen en klaagden dat Motown hen had bedrogen. Rechtszaken volgden. Steeds doken verhalen op over Motowns banden met de maffia.
In 1988 verkocht de oprichter Motowns platendivisie voor 61 miljoen dollar aan MCA Records, die het in 1994 weer doorverkocht aan Polygram Records voor 300 miljoen.
Al had Gordy geen magische formule voor hits, in korte tijd ontstond een eigen geluid. Onder invloed van Afrikaans-Amerikaanse muziek - jazz, gospel, blues, R&B, doo-wop - ontwikkelden Motown-artiesten een beukende beat op de achtergrond, een aanstekelijke ritme dat de tieners liet swingen op de dansvloer. Uiteindelijk werd een groep van jazzmusici Motowns huisband, de Funk Brothers. Hun eigen manier van spel op de bas, piano, drums en saxofoon, begeleid door meeklappende handen en tamboerijnen, werd karakteristiek voor de 'Motown Sound.'
Motowns stal van producers en schrijvers schreef vaardig teksten bij deze mix; onschuldige teksten over jonge liefdes - het verlangen, de verheerlijking, het verlies en het terugwinnen. Het team van Hitsville, fabriceerden hit na hit. The Temptations zongen over 'sunshine on a cloudy day' en 'a girl's smile so bright she could have been a candle.' The Supremes zagen een minnaar 'walk down the street, knowing another lover you'd meet.'
Spontaniteit en creatieve gekkigheid waren de regel bij Motown. Hitsville, 24 uur per dag open, werd een vaste ontmoetingsplaats voor de artiesten. Als een groep tijdens een opnamesessie wat meer achtergrondzang nodig had of meer tamboerijnen, stond er altijd iemand klaar. Niets ging te ver.
De integratie ritme met symfonische strijkjes was een andere techniek die Motown gebruikte om naar de pop over te stappen. Toen Gordy voor het eerst strijkers van het Detroit Symphony Orchestra inhuurde, stribbelden ze tegen op verzoeken om de arrangementen te spelen. 'Dit kan niet, dit is nooit eerder gedaan', riepen ze. 'Maar dat is wat ik mooi vind, dat wil ik horen', hield Gordy vol.' Sommige musici stapten op, 'Maar toen we hits scoorden met strijkinstrumenten, vonden ze het prachtig.'
Motown was meer dan een opnamestudio, het was ook een muziekuitgever, een talentenjager, een platenfabrikant en zelfs een school. Sommige artiesten noemden het 'Motown U', de universiteit van Motown. Terwijl de ene groep in de studio opnam, deed een andere groep aan stemtraining. Terwijl de choreograaf the Temptations een aantal nieuwe stappen leerde, hamerden arrangeurs en muziekschrijvers er een melodie uit op de vleugel.
In 1962 propten vijfendertig enthousiaste musici zich in een lawaaierig oud busje voor Motowns eerste tournee, een slopend schema van dertig optredens heen en weer langs de Oostkust.
Enkele shows waren in het Zuiden, waar veel van deze jonge mensen voor het eerst aan den lijve rassenscheiding meemaakten: in restaurants werden ze niet geholpen of moesten ze via de achterdeur naar binnen. Na een concert in Birmingham, Alabama, werd de bus beschoten. In Florida sprongen de mensen uit het zwembad van het motel toen de Motown-groep erin dook. Zo nu en dan, als ze speelden voor een publiek dat voor het eerst geïntegreerd was, of als zwarte en blanke tieners in de gangpaden dansten, hielp de muziek de raciale scheiding te overbruggen.
Platen winkels weigerden een album met zwarte Amerikanen op de hoes in de bakken te zetten. Vandaar dat een brievenbus en niet the Marvelettes te zien zijn op de cover van hun Please Mr. Postman-elpee.
Drie zwarte tienermeisjes uit een woningbouwproject in Detroit doorbraken alle rassenscheidingen. Mary Wilson, Diana Ross en Florence Ballard deden al in 1960 auditie bij Gordy, maar hij wees ze de deur omdat ze nog op school zaten. Vanaf toen kwamen de meisjes elke dag langs in de studio, waar ze altijd bereid waren mee te zingen en te klappen. Een paar maanden later tekenden ze een contract en noemden ze zichzelf te Supremes.
De daaropvolgende jaren namen ze allerlei liedjes op, zonder veel succes. Toen zetten song writers Holland-Dozier-Holland een energiek ritme en een koortje van 'baby, baby' onder een eentonig, klaaglijk liedje, en ze noemden het 'Where Did Our Love Go'. De plaat schoot naar de top van de hitlijsten en was de eerste van vijf nummer één hits in 1964 en '65.
De meisjes bleven nog een jaar gewoon in de projects wonen, maar verder veranderde hun leven compleet. Een zomertoernee met Dick Clark en een optreden in de Ed Sullivan Show werden gevolgd door televisiespots, concerten in nachtclubs, internationale tournees en publiciteit in alle media. Al snel wisselden ze hun zelfgemaakte jurken in voor glamoureuze, met lovertjes bestikte gewaden, en de tourbus voor een verlengde limousine.
De gladde sound van the Supremes maakte de weg vrij voor andere Motown-artiesten. Motown bleef aan de top van de hitparades, gelijk opgaand met de Beatles, de Rolling Stones en de Beach Boys. In het midden van de jaren zestig verkocht Motown meer 45-toerenplaten dan enige andere maatschappij.
Rond 1968 had Motown alle verwachtingen overtroffen en de groei ging maar door. Dat jaar zette de onderneming een nieuw hoofdkwartier neer van tien verdiepingen, aan de rand van de binnenstad van Detroit. Vier jaar later volgde Motowns eerste film, Lady Sings the Blues, met Diana Ross in de hoofdrol. Gordy wilde meer doen in de filmindustrie en verhuisde het bedrijf naar Los Angeles. De verhuizing naar Los Angeles was het begin van het einde van Motowns gouden tijd. Er veranderde veel. Zangers verlieten hun groep voor een solocarrière. De huisgroep en het team van jonge producers verdwenen. Veel inmiddels beroemde artiesten werden weggekocht door andere maatschappijen en klaagden dat Motown hen had bedrogen. Rechtszaken volgden. Steeds doken verhalen op over Motowns banden met de maffia.
In 1988 verkocht de oprichter Motowns platendivisie voor 61 miljoen dollar aan MCA Records, die het in 1994 weer doorverkocht aan Polygram Records voor 300 miljoen.
In Detroit kunnen fans de sfeer van het vroegere Motown nog proeven. Het blauw-witte Hitsville-huis is nu een museum, gesticht door Gordy’s zus. Een oud mengpaneel, een snoepautomaat ,de studio, de bladmuziek voor 'Stop! In the Name of Love' staat nog op de Steinway, microfoons bungelen aan het plafond en muziekstandaards staan opgesteld, de harmonika van Stevie Wonder, Michael Jacksons handschoen met namaakdiamanten, toneelkleding, gouden en platina platen en talloze foto's.
Hoewel de buurt van Hitsville niet meer je dat is, trekt het museum een constante stroom bezoekers, mensen die eens wilden zien waar de Motown-sterren vandaan kwamen.
Hoewel de buurt van Hitsville niet meer je dat is, trekt het museum een constante stroom bezoekers, mensen die eens wilden zien waar de Motown-sterren vandaan kwamen.
Abonneren op:
Posts (Atom)

