woensdag 29 januari 2014

Oh when the Saints

De mondharmonica is niet ontworpen om er Blues op te spelen. Hij is bedoeld om er liedjes als "Oh when the saints" en zo op te spelen. Dat kun je ook zien aan de manier waarop de tonen in de mondharmonica zijn ingericht. Om dat uit te leggen krijg je nu wat theorie voor je kiezen.
De standaard toonladder: C majeur, heeft zeven verschillende tonen: C D E F G A B, ofwel do, re, mi, fa, sol, la, ti. C is de grondtoon. Bij een liedje in die toonsoort kunnen ook zeven accoorden worden gebruikt. Accoorden zijn samenklanken van drie tonen. Ze worden Romeins genummerd van I tot VII. Voor de muziek zoals "Oh when the saints" zijn vooral het Ie en het Ve accoord van belang. Probeer even uit of je de toonladder kunt spelen, of een kinderliedje ofzo.
Als je speelt moet je voor de ene toon blazen en voor de andere zuigen. Eigenlijk zijn zuigen en blazen verkeerde woorden want het lijkt meer op ademen. Je moet je lippen zo tuiten dat je een dun straaltje lucht krijgt. zucht dan met dat dunne straaltje door de mondharmonica.

eerste accoord
blazen           do mi sol do mi sol do
gaatjes 1 2 3 4   5   6   7   8   9  10
zuigen           re  fa  la   ti   re  fa   la
vijfde accoord

Als je goed naar het bovenstaande diagram kijkt of goed luistert naar wat er uit je harmonica komt, dan valt het op dat er een onhebbelijkheid in de mondharmonica zit. Bij gaatje 1 tot en met gaatje 6 is het namelijk zo dat een toon die je zuigt hoger is dan een toon die je blaast, maar bij gaatje 7 tot en met 10 is dat net andersom. Dat is tamelijk verwarrend als je melodieen speelt die erg hoog gaan, maar het heeft ook een voordeel. Het ontstaat doordat een octaaf maar zeven verschillende tonen heeft. Door vanaf het zevende gaatje alles om te keren, moet je de do weer blazen. Daardoor klinken alle tonen die je blaast bij elkaar. En alle tonen die je zuigt ook.
In de tekening zie je dat er bij blazen alleen maar do's mi's en Sollen staan.
Dit zijn ook de tonen van het eerste accoord (ook blazen.) Op deze manier kun je heel moeilijk vals spelen op een mondharmonica. Dat maakt dat je het snel kunt leren en makkelijk erop kunt improviseren. Toch maken de meeste blues- spelers nauwelijks gebruik van de hoogste vier gaatjes. Ik heb dat alleen de virtuozere spelers horen doen. Dat ligt aan deze nuk, maar misschien ook aan de klank. Hoe hoger die toon hoe meer het een dunne piep wordt. Lage tonen zijn lekkerder, vetter en je kunt er meer effecten op maken. Bij mij zien de eerst zes gaatjes er ook aanmerkelijk meer afgehapt uit. Er zit ook veel meer speekselkaas aan.
Nu we het toch over de tonen hebben: Het tweede gaatje zuigen is gelijk aan het derde vakje blazen. Ik dacht in het begin dat er iets niet klopte aan mijn mondharmonica, maar het bleek nodig voor die twee accoorden en het is erg handig als je blues speelt.