Sinds Buena Vista Social Club is duidelijk dat jonge leeftijd geen voorwaarde is voor een internationale doorbraak in de muziek. Dan komt het na ruim 50 jaar muziek maken dus toch nog goed met de carrière van The Jolly Boys. Het album ‘Great Expectations’ is een perfecte introductie in de klassieke, Jamaicaanse mento-stijl. Mento is de originele volksmuziek van Jamaica, gekenmerkt door typisch Jamaicaanse ritmes, relaxte sfeer en de bijzondere bezetting aan instrumenten, met naast gitaar en percussie ook banjo en ‘(ma)rumba box’, een bas in de vorm van een kist met metalen plaatjes die als ‘toetsen’ dienen.
Op ‘Great Expectations’ staan geen mento-klassiekers, maar uitsluitend popklassiekers in een mento uitvoering. Hierdoor wordt het genre toegankelijk gemaakt voor een nieuw publiek. Geweldige uitvoeringen van Rehab (Amy Winehouse), Golden Brown (The Stranglers), Perfect Day (Lou Reed) en Ring Of Fire (Johnny Cash) brengen ruim een halve eeuw muziek bij elkaar en mede de geweldige productie van het album wordt een unieke sfeer neergezet.
De leadzanger is de markante, bijna tandenloze Albert Minott. Speciale aandacht voor de ‘private dancer’ en de verliefd ogende oude dame. Wie wil er niet zo’n mooie oude dag?
dinsdag 3 juli 2012
zondag 1 juli 2012
Quiz
Het begin van een beroemde Nederlandse band. Optreden in De Lichtbron in Eindhoven in 1958.
Van links naar rechts Harry van Hoof, Charles Jansen, ??? , Peter v.d. Voort, Roelof Egmond en Anneke Grönloh.
Van links naar rechts Harry van Hoof, Charles Jansen, ??? , Peter v.d. Voort, Roelof Egmond en Anneke Grönloh.
Maar wie is die enthousiaste zanger met gitaar ?
De oplossing kan worden gestuurd naar gerrit.krekel@facebook.com
en ontvang eeuwige roem.
zaterdag 30 juni 2012
Meestergitaristen: Michael Hedges
Michael Hedges wordt door sommigen beschouwd als een van de beste gitaristen.
Michael Hedges (1953 - 1997) was een Amerikaanse New age componist en gitarist, geboren in Enid, Oklahoma, overleden aan de gevolgen van een auto-ongeluk. Zijn meest invloedrijke album is de met een Grammy genomineerde Aerial Boundaries uit 1984. Hij is bekend geworden door zijn innovatief gitaarspel, zoals het simultaan 'plukken' van de snaren aan beide einden van de gitaarhals.
Hij kreeg succes door zijn unieke stijl; hij gebruikte harmonics en picking die de indruk wekten dat je meerdere gitaren tegelijk hoorde.
Hij studeerde klassieke gitaar en compositie aan het Peabody Conservatory in Baltimore.
Will Ackerman, de oprichter van het platenlabel Windham Hill, liet Hedges in 1980 een platencontract tekenen, in 1981 volgde zijn debuutalbum Breakfast in the Field.
Voor zijn 2e album Aerial Boundaries uit 1984, kreeg Hedges zijn eerste Grammy nominatie.
Op zijn in 1987 uitgebrachte live-album Live on the Double Planet zijn voor het eerst een aantal composities, uitgevoerd op de zeldzame harpgitaar, te horen en op Taproot (1990) zijn weer voor het eerst vocale bijdragen te horen sinds het nummer Watching My Life Go By uit 1985. Zijn muziek op het 4 jaar later uitgebrachte album The Road to Return lijkt beduidend anders; gezongen nummers waren ten opzichte van instrumentale nummers in de meerderheid en Hedges is nu ook te horen op instrumenten als de fluit, drums, synthesizer, harmonica en electrische gitaar.
Met het in 1996 uitgebrachte album Oracle keert hij terug naar zijn acoustische stijl, helaas is dit album de laatste die tijdens zijn leven wordt uitgebracht; op 2 december 1997 overleed hij aan de gevolgen van een autoongeluk.
Na zijn dood worden de albums The Sounds of the Wood and Steel en Torched uitgebracht.
vrijdag 29 juni 2012
Stand By Me
We kennen de video natuurlijk nog wel, maar hij is nog niet eerder gepubliceerd op de site.
Stand By Me staat sinds kort op het repertoire van Gerrit en de Krekels. Genieten dus !
Stand By Me staat sinds kort op het repertoire van Gerrit en de Krekels. Genieten dus !
woensdag 27 juni 2012
Onderhoud mondharmonica
Als je mondharmonica vals klinkt komt dat meestal omdat er vuil in is gekomen.
Alles goed schoonmaken is de enige remedie, daarvoor kun je het beste je bluesharp
uit elkaar halen.
Het belangrijkste zijn de reedplates, de lipjes moeten schoon zijn en onbeschadigd.
Het is onverstandig om te proberen om de lipjes te buigen teneinde de toon te
veranderen. Meestal kun je de reedplate dan weggooien.
Als je een echte valse toon hebt ondanks dat je alles netjes schoon hebt gemaakt is er waarschijnlijk
wat anders aan de hand.
Door metaalmoeheid kan een ‘tongetje’ een andere klank gaan geven en later zelfs geheel afbreken.
Ook oxidatie door teveel vocht kunnen funest zijn
In dat geval kun je ook gemakkelijk nieuwe plaatjes in je bluesharp zetten.
Je hoeft niet een hele nieuwe mondharmonica te kopen, het scheelt je ongeveer de helft van de kosten.
De plaatjes zijn leverbaar in alle toonsoorten.
maandag 25 juni 2012
Twee motten
Geen thema is te gek om er een liedje over te schrijven. Ken je het verhaal van Charlotte en Bas, twee motten die zich goed voelen in een oude jas, de jas van een zwerver, die van Tom Manders, beter bekend als Dorus.
Tom begon ooit als decorbouwer en reclametekenaar. In die hoedanigheid werkte hij soms in het bekende theater ‘Carré’ in Amsterdam waar hij in contact kwam met ondermeer Wim Kan, die hem adviseerde zelf eens op het podium te gaan staan omdat Tom hem verteld had dat dat een van z’n grootste wensen was.
Tom nam een aanloop in het theatercafé Saint Germain des Près in Amsterdam. In 1949 gaf hij gestalte aan het typetje dat later legendarisch zou worden, Dorus de zwerver. De borstelsnor, de droeve blik en de bolhoed waren de onmisbare ingrediënten. In de jaren 50 maakte Tom Manders tv- programma’s voor de VARA en zou begon hij stilaan nationaal bekend te geraken. Zijn vaste assistent werd organist Cor Steyn. Zijn hit ‘ Twee motten’ begint trouwens met een gesprek tussen heb beiden. In de maand mei van 1957 stond Dorus in de Nederlandse top 40 op één met ‘Twee motten’.
In de jaren zestig ging Tom zich met grotere producties voor tv en het theater bezighouden. Dat theater viel niet mee, maar zijn tv-shows werden immens populair. In 1967 werd één daarvan bekroond met de Zilveren Roos van Montreux. 5 jaar later zat hij berooid aan de grond, ook al had hij dat jaar in de Staatsloterij een ton gewonnen. Hij kreeg een hartaanval en overleed op 50 jarige leeftijd de 26ste februari 1972.
Tom begon ooit als decorbouwer en reclametekenaar. In die hoedanigheid werkte hij soms in het bekende theater ‘Carré’ in Amsterdam waar hij in contact kwam met ondermeer Wim Kan, die hem adviseerde zelf eens op het podium te gaan staan omdat Tom hem verteld had dat dat een van z’n grootste wensen was.
Tom nam een aanloop in het theatercafé Saint Germain des Près in Amsterdam. In 1949 gaf hij gestalte aan het typetje dat later legendarisch zou worden, Dorus de zwerver. De borstelsnor, de droeve blik en de bolhoed waren de onmisbare ingrediënten. In de jaren 50 maakte Tom Manders tv- programma’s voor de VARA en zou begon hij stilaan nationaal bekend te geraken. Zijn vaste assistent werd organist Cor Steyn. Zijn hit ‘ Twee motten’ begint trouwens met een gesprek tussen heb beiden. In de maand mei van 1957 stond Dorus in de Nederlandse top 40 op één met ‘Twee motten’.
In de jaren zestig ging Tom zich met grotere producties voor tv en het theater bezighouden. Dat theater viel niet mee, maar zijn tv-shows werden immens populair. In 1967 werd één daarvan bekroond met de Zilveren Roos van Montreux. 5 jaar later zat hij berooid aan de grond, ook al had hij dat jaar in de Staatsloterij een ton gewonnen. Hij kreeg een hartaanval en overleed op 50 jarige leeftijd de 26ste februari 1972.
zaterdag 23 juni 2012
Plectrum
5 tips voor een goede plectrumtechniek

Veel gitaristen spelen zowel met de vingers als met een plectrum. Beide technieken hebben voor- en nadelen. Veel gitaristen zullen voornamelijk met een plectrum op een elektrische gitaar spelen en voornamelijk met de vingers op een akoestische gitaar, maar het kan ook prima andersom. Het ligt er een beetje aan wat je speelt en hoe je het wilt laten klinken. Het nadeel van het spelen met het plectrum is dat er weinig gitaarleraren zijn die een goede plectrumtechniek beheersen en deze daarom ook niet kunnen overbrengen aan hun leerlingen. Het gevolg is dat veel gitaristen (zichzelf) een plectrumtechniek aanleren die niet optimaal is. Wat is een goede plectrumtechniek? En wat zijn de 5 meest essentiële dingen waar je op moet letten om jezelf een goede plectrumtechniek aan te leren?
1. Zoek het juiste plectrum
Plectrums zijn er in alle kleuren, vormen en maten. De kleur en wat er op staat is niet van belang. Maar de vorm, de maat en de dikte van het plectrum is erg belangrijk. Wat betreft de grootte van het plectrum is het van belang dat deze voor jou lekker in de hand ligt. Tijdens het spelen dien je alleen met het uiterste puntje van het plectrum de snaren te raken, dus zorg voor een plectrum die niet te groot of te klein is. Zorg er ook voor dat je een plectrum neemt die niet te glad is qua materiaal en structuur. Anders bestaat het risico dat het plectrum tijdens het spelen uit je hand schiet of verschuift. Wat betreft de vorm is het van belang zo min mogelijk wrijving met de snaar te creëren. Een plectrum dat spits of puntig toeloopt volstaat dus beter dan een plectrum met een vlakke punt. Dit is ook de reden dat topgitaristen meerdere plectrums gebruiken tijdens een optreden: de punt is bot geworden! Wat betreft de dikte van het plectrum, kun je het beste een plectrum kiezen met een dikte van 1 tot 2 millimeter. Bij dunnere plectrums, bepaalt het plectrum wat er gebeurt. Bij dikkere plectrums bepaalt de gitarist wat er gebeurt! Goed spelen met een dikker plectrum vergt meer van je techniek, maar is essentieel als je strak wilt leren spelen.
2. Houd het plectrum op de juiste manier vast
Heel veel gitaristen houden het plectrum verkeerd vast. Dat wil zeggen tussen de vingertoppen. Fout! Als je het plectrum tussen je vingertoppen vasthoudt dan zal deze altijd de neiging hebben om te bewegen. En als het plectrum de ruimte heeft om te bewegen dan zal de aanslag altijd net onder een andere hoek of met een ander gedeelte van het raakvlak van het plectrum gebeuren. Met als resultaat dat het plectrum bepaalt wat en hoe er gespeeld wordt en niet de gitarist! Als gitarist wil je in controle zijn van wat er wanneer en hoe gespeeld wordt. Natuurlijk praten we over hele kleine verschillen, maar als je goed wilt worden gaat het om hele kleine verschillen! Hoe houd je het plectrum dan vast? In principe tussen duim en wijsvinger. Echter de vingers zorgen voor stabiliteit dankzij de juiste ondersteuning, niet met de vingertoppen, maar met het gehele eerste kootje van je vinger. De duim ligt erop aan de bovenkant en de zijkant van je wijsvinger aan de achterkant. De duim wijst van je af en de wijsvinger wijst naar je toe (soortelijk als bij het maken van een vuist).
3. Zorg voor de juiste manier van aanslaan
Om snel en strak te spelen is het van belang dat het aanslaan van de snaar een constante en lichte beweging is. En een beweging waarbij de gitarist in controle is van wat er gebeurt, niet het plectrum. Plectrumtechniek kent een omlaag gaande aanslag (downstroke) en een omhoog gaande aanslag (upstroke). Ook dit moet een constante beweging zijn die elke keer weer exact hetzelfde gebeurt. Zowel bij een downstroke als bij een upstroke moet daarom de hoek van aanslaan identiek zijn. Daarnaast moet er een zo beperkt mogelijke wrijving zijn van het plectrum met de snaar om snelheid van spelen te bevorderen of in elk geval niet te belemmeren. Bij het aanslaan van de snaar is het daarom van belang om het plectrum iets gekanteld te houden. De aanslag vindt als het ware plaats met de zijkant van de punt van het plectrum. Niet met de vlakke kant, maar met de zijkant. Hierdoor is er weinig wrijving en is er sprake van een constante aanslag. Ook is het van belang dat de snaren alleen met het puntje van het plectrum worden aangeslagen, ook weer om de wrijving te beperken.
4. Leer jezelf een slag aan
Zelfs als gitaristen de bovenstaande drie tips niet opvolgen kunnen ze nog steeds goed met een plectrum leren spelen. Alleen is de kans heel erg klein dat ze een supersnelle top-gitarist worden. Echter, wat het merendeel van de plectrum-gitaristen niet goed beheerst is een slag! Of een natuurlijke swing in hun slag. De meeste gitaristen doen maar wat. De ene keer een upstroke, alleen maar downstrokes, af en toe een downstroke en dan weer een upstroke. Zeker bij het spelen van solo’s. Als je je aanleert om met een slag te spelen, dan zal je spel 1000% verbeteren. Je zult strakker spelen en je zult met veel meer definitie spelen. Een goede slag karakteriseert zich door het continue op en neer gaan van de onderarm op de maat van de muziek. De hand en het plectrum gaat dus mee met de beweging van de arm. Dit onderscheidt top gitaristen van goede gitaristen.
5. Leer de juiste accenten te spelen
Een andere veel gemaakte fout is het gebrek aan accenten. Een goede swing of slag zoals hierboven beschreven maakt het mogelijk om veel strakker en met veel meer definitie te spelen. Een onderdeel van deze definitie zijn de accenten. Als een nummer een vierkwarts-maat heeft, zorg dan ook dat je een vierkwarts-maat speelt. Dat wil zeggen, een accent op de eerste tel van de maat. Idemdito bij driekwarts of andere maatsoorten. Het geven van accenten doe je door de aanslag iets harder te maken, zodat het een accent wordt. Een gitarist als bijvoorbeeld Paul Gilbert kan bij wijze van spreken 1000 noten per seconde spelen, maar als je zijn spel zou opnemen en vertraagd afspelen, dan zul je hem nog steeds de accenten horen spelen op die plekken waar het hoort.
Als je de bovenstaande vijf elementaire tips opvolgt dan zul je een ontzettend goede plectrumtechniek ontwikkelen. Je zult je plectrum beter beheersen dan 99% van alle gitaristen! Dus zorg dat je het oefent, het liefste met een metronoom!
Veel gitaristen spelen zowel met de vingers als met een plectrum. Beide technieken hebben voor- en nadelen. Veel gitaristen zullen voornamelijk met een plectrum op een elektrische gitaar spelen en voornamelijk met de vingers op een akoestische gitaar, maar het kan ook prima andersom. Het ligt er een beetje aan wat je speelt en hoe je het wilt laten klinken. Het nadeel van het spelen met het plectrum is dat er weinig gitaarleraren zijn die een goede plectrumtechniek beheersen en deze daarom ook niet kunnen overbrengen aan hun leerlingen. Het gevolg is dat veel gitaristen (zichzelf) een plectrumtechniek aanleren die niet optimaal is. Wat is een goede plectrumtechniek? En wat zijn de 5 meest essentiële dingen waar je op moet letten om jezelf een goede plectrumtechniek aan te leren?
1. Zoek het juiste plectrum
Plectrums zijn er in alle kleuren, vormen en maten. De kleur en wat er op staat is niet van belang. Maar de vorm, de maat en de dikte van het plectrum is erg belangrijk. Wat betreft de grootte van het plectrum is het van belang dat deze voor jou lekker in de hand ligt. Tijdens het spelen dien je alleen met het uiterste puntje van het plectrum de snaren te raken, dus zorg voor een plectrum die niet te groot of te klein is. Zorg er ook voor dat je een plectrum neemt die niet te glad is qua materiaal en structuur. Anders bestaat het risico dat het plectrum tijdens het spelen uit je hand schiet of verschuift. Wat betreft de vorm is het van belang zo min mogelijk wrijving met de snaar te creëren. Een plectrum dat spits of puntig toeloopt volstaat dus beter dan een plectrum met een vlakke punt. Dit is ook de reden dat topgitaristen meerdere plectrums gebruiken tijdens een optreden: de punt is bot geworden! Wat betreft de dikte van het plectrum, kun je het beste een plectrum kiezen met een dikte van 1 tot 2 millimeter. Bij dunnere plectrums, bepaalt het plectrum wat er gebeurt. Bij dikkere plectrums bepaalt de gitarist wat er gebeurt! Goed spelen met een dikker plectrum vergt meer van je techniek, maar is essentieel als je strak wilt leren spelen.
2. Houd het plectrum op de juiste manier vast
Heel veel gitaristen houden het plectrum verkeerd vast. Dat wil zeggen tussen de vingertoppen. Fout! Als je het plectrum tussen je vingertoppen vasthoudt dan zal deze altijd de neiging hebben om te bewegen. En als het plectrum de ruimte heeft om te bewegen dan zal de aanslag altijd net onder een andere hoek of met een ander gedeelte van het raakvlak van het plectrum gebeuren. Met als resultaat dat het plectrum bepaalt wat en hoe er gespeeld wordt en niet de gitarist! Als gitarist wil je in controle zijn van wat er wanneer en hoe gespeeld wordt. Natuurlijk praten we over hele kleine verschillen, maar als je goed wilt worden gaat het om hele kleine verschillen! Hoe houd je het plectrum dan vast? In principe tussen duim en wijsvinger. Echter de vingers zorgen voor stabiliteit dankzij de juiste ondersteuning, niet met de vingertoppen, maar met het gehele eerste kootje van je vinger. De duim ligt erop aan de bovenkant en de zijkant van je wijsvinger aan de achterkant. De duim wijst van je af en de wijsvinger wijst naar je toe (soortelijk als bij het maken van een vuist).
3. Zorg voor de juiste manier van aanslaan
Om snel en strak te spelen is het van belang dat het aanslaan van de snaar een constante en lichte beweging is. En een beweging waarbij de gitarist in controle is van wat er gebeurt, niet het plectrum. Plectrumtechniek kent een omlaag gaande aanslag (downstroke) en een omhoog gaande aanslag (upstroke). Ook dit moet een constante beweging zijn die elke keer weer exact hetzelfde gebeurt. Zowel bij een downstroke als bij een upstroke moet daarom de hoek van aanslaan identiek zijn. Daarnaast moet er een zo beperkt mogelijke wrijving zijn van het plectrum met de snaar om snelheid van spelen te bevorderen of in elk geval niet te belemmeren. Bij het aanslaan van de snaar is het daarom van belang om het plectrum iets gekanteld te houden. De aanslag vindt als het ware plaats met de zijkant van de punt van het plectrum. Niet met de vlakke kant, maar met de zijkant. Hierdoor is er weinig wrijving en is er sprake van een constante aanslag. Ook is het van belang dat de snaren alleen met het puntje van het plectrum worden aangeslagen, ook weer om de wrijving te beperken.
4. Leer jezelf een slag aan
Zelfs als gitaristen de bovenstaande drie tips niet opvolgen kunnen ze nog steeds goed met een plectrum leren spelen. Alleen is de kans heel erg klein dat ze een supersnelle top-gitarist worden. Echter, wat het merendeel van de plectrum-gitaristen niet goed beheerst is een slag! Of een natuurlijke swing in hun slag. De meeste gitaristen doen maar wat. De ene keer een upstroke, alleen maar downstrokes, af en toe een downstroke en dan weer een upstroke. Zeker bij het spelen van solo’s. Als je je aanleert om met een slag te spelen, dan zal je spel 1000% verbeteren. Je zult strakker spelen en je zult met veel meer definitie spelen. Een goede slag karakteriseert zich door het continue op en neer gaan van de onderarm op de maat van de muziek. De hand en het plectrum gaat dus mee met de beweging van de arm. Dit onderscheidt top gitaristen van goede gitaristen.
5. Leer de juiste accenten te spelen
Een andere veel gemaakte fout is het gebrek aan accenten. Een goede swing of slag zoals hierboven beschreven maakt het mogelijk om veel strakker en met veel meer definitie te spelen. Een onderdeel van deze definitie zijn de accenten. Als een nummer een vierkwarts-maat heeft, zorg dan ook dat je een vierkwarts-maat speelt. Dat wil zeggen, een accent op de eerste tel van de maat. Idemdito bij driekwarts of andere maatsoorten. Het geven van accenten doe je door de aanslag iets harder te maken, zodat het een accent wordt. Een gitarist als bijvoorbeeld Paul Gilbert kan bij wijze van spreken 1000 noten per seconde spelen, maar als je zijn spel zou opnemen en vertraagd afspelen, dan zul je hem nog steeds de accenten horen spelen op die plekken waar het hoort.
Als je de bovenstaande vijf elementaire tips opvolgt dan zul je een ontzettend goede plectrumtechniek ontwikkelen. Je zult je plectrum beter beheersen dan 99% van alle gitaristen! Dus zorg dat je het oefent, het liefste met een metronoom!
woensdag 20 juni 2012
21 juni: Summertime !
Klik op de media player voor een extra lange Summertime van Gershwin met een intro van...
dinsdag 19 juni 2012
Be My Baby
Phil Spector mag je de verdienste toeschrijven dat hij er als geen ander in slaagde onbekende groepen tot populaire tieneridolen om te turnen. Zo’n trio dat hem als producer de hitregionen inzong, waren de dames Ronettes, een zanggroepje uit New York met de gezusters Veronica ‘Ronnie’ Bennett, Estelle Bennett en hun nichtje Nedra Talley.
Tijdens een talent-scouting in New York ontdekt Phil Spector de groep. Hij is vooral onder de indruk is van de stem van Ronnie Bennett. Onder het voorwendsel dat ze, omdat ze toch geen hitrespons krijgen, liever naar school zouden terugkeren, kunnen ze onder het contract bij hun eerste label Colpix uit en in augustus 1963 tekenen ze bij het Philles label en spenderen een maand lang aan de opnamen van Be my baby en Baby I love you. De wall of sound-productie van Phil Spector Be my Baby schoof meer dan één miljoen keer over de toonbank en in één ruk op naar nummer de tweede plaats van de hitparade.

Be My Baby staat inmiddels op het repertoire van Gerrit en de Krekels.
Geschiedenis van de Nederlandse blues (6): Bintangs
Halverwege de jaren zestig ontwikkelt zich, in navolging van Engeland, in Nederland een bluesbeweging. De eerste publiciteit krijgen de uit jazzkringen afkomstige Gay Pohl en Victoria Varekamp., die samen met Leo Unger en Antoine Gerson Lohman in ’65 het Loosdrechts Jazzconcours winnen. Eerder, in ’62, wint boogie woogie-pianist Rob Hoeke hetzelfde festival. Via Loosdrecht komen daarna meer namen van Nederlandse bluesinterpretatoren naar voren; in ’67 de (akoestische) Endatteme Jug Band, in ’68 de Oscar Benton Blues Band en in ’70 John The Relevator. De werkelijk ondergrondse beweging zit in Den Haag met Q65, The Subterreneans, Blues & Sons (met de eerder genoemde Leo Unger en Antoine Lohman), Indiscrimation en het daaruit voortspruitende Livin’ Blues. In Zwolle opereert Blues Dimension, een groep waarvan menig lid uiteindelijk terecht komt bij de legendarische Cuby & The Blizzards, en in de Beverwijkse Bintangs bezit Nederland zijn eigen Rolling Stones.
De Bintangs, opgericht in ’61 te Beverwijk, is Neerlands langstbestaande r&b-formatie. Ze hebben zo’n 45 verschillende bezettingen gekend, howel de harde kern wordt gevormd door bassist Frank Kraayeveld en zanger/harmonicaspeler Gus Pleines. Eind jaren zestig hebben ze via hits als Riding On The L&N en Travelling In The USA een reputatie opgebouwd als ‘ de Nederlandse Stones’. En hoewel ze daarna nog zelden hits scoren, blijven ze vooral door hun indrukwekkende live prestaties, een begrip. Bye Bye-Live in Paradiso (’85) is de registratie van hun afscheidsconcert en Alright Alright (’91) hun overtuigende wederopstanding.
Geheel in de Bintangs traditite bleven de wijzigingen opeenvolgen, waarbij de meest ingrijpende het definitieve vertrek van Gus Pleines in 2004 was. Tegelijkertijd stopten Jack van Schie en drummer Burt van der Meij ook, zodat Kraaijveld en Wijte naar een nieuwe bezetting op zoek moesten. Op drums en gitaar werden alweer broers aangetrokken: Gerben (drums) en Maarten Ibelings uit het Utrechtse Bad to the Bone. Roadie Dagomar Jansen (zoon van de allereerste Bintangs-drummer Jimmy Jansen) verleende na het vertrek van Pleines algemene assistentie met achtergrond-zang en percussie. In 2007 vond Jan Wijte het na ruim 40 jaar welletjes en ging in Frankrijk wonen. Daarop werd Dagomar Jansen tot volwaardig bandlid gepromoveerd. Naast de 2e stem neemt Dagomar ook het mondorgel, de slaggitaar & lapsteel voor z'n rekening.
De Bintangs, opgericht in ’61 te Beverwijk, is Neerlands langstbestaande r&b-formatie. Ze hebben zo’n 45 verschillende bezettingen gekend, howel de harde kern wordt gevormd door bassist Frank Kraayeveld en zanger/harmonicaspeler Gus Pleines. Eind jaren zestig hebben ze via hits als Riding On The L&N en Travelling In The USA een reputatie opgebouwd als ‘ de Nederlandse Stones’. En hoewel ze daarna nog zelden hits scoren, blijven ze vooral door hun indrukwekkende live prestaties, een begrip. Bye Bye-Live in Paradiso (’85) is de registratie van hun afscheidsconcert en Alright Alright (’91) hun overtuigende wederopstanding.
Geheel in de Bintangs traditite bleven de wijzigingen opeenvolgen, waarbij de meest ingrijpende het definitieve vertrek van Gus Pleines in 2004 was. Tegelijkertijd stopten Jack van Schie en drummer Burt van der Meij ook, zodat Kraaijveld en Wijte naar een nieuwe bezetting op zoek moesten. Op drums en gitaar werden alweer broers aangetrokken: Gerben (drums) en Maarten Ibelings uit het Utrechtse Bad to the Bone. Roadie Dagomar Jansen (zoon van de allereerste Bintangs-drummer Jimmy Jansen) verleende na het vertrek van Pleines algemene assistentie met achtergrond-zang en percussie. In 2007 vond Jan Wijte het na ruim 40 jaar welletjes en ging in Frankrijk wonen. Daarop werd Dagomar Jansen tot volwaardig bandlid gepromoveerd. Naast de 2e stem neemt Dagomar ook het mondorgel, de slaggitaar & lapsteel voor z'n rekening.
Abonneren op:
Posts (Atom)
