Halverwege de jaren zestig ontwikkelt zich, in navolging van Engeland, in Nederland een bluesbeweging. De eerste publiciteit krijgen de uit jazzkringen afkomstige Gay Pohl en Victoria Varekamp., die samen met Leo Unger en Antoine Gerson Lohman in ’65 het Loosdrechts Jazzconcours winnen. Eerder, in ’62, wint boogie woogie-pianist Rob Hoeke hetzelfde festival. Via Loosdrecht komen daarna meer namen van Nederlandse bluesinterpretatoren naar voren; in ’67 de (akoestische) Endatteme Jug Band, in ’68 de Oscar Benton Blues Band en in ’70 John The Relevator. De werkelijk ondergrondse beweging zit in Den Haag met Q65, The Subterreneans, Blues & Sons (met de eerder genoemde Leo Unger en Antoine Lohman), Indiscrimation en het daaruit voortspruitende Livin’ Blues. In Zwolle opereert Blues Dimension, een groep waarvan menig lid uiteindelijk terecht komt bij de legendarische Cuby & The Blizzards, en in de Beverwijkse Bintangs bezit Nederland zijn eigen Rolling Stones.
De Bintangs, opgericht in ’61 te Beverwijk, is Neerlands langstbestaande r&b-formatie. Ze hebben zo’n 45 verschillende bezettingen gekend, howel de harde kern wordt gevormd door bassist Frank Kraayeveld en zanger/harmonicaspeler Gus Pleines. Eind jaren zestig hebben ze via hits als Riding On The L&N en Travelling In The USA een reputatie opgebouwd als ‘ de Nederlandse Stones’. En hoewel ze daarna nog zelden hits scoren, blijven ze vooral door hun indrukwekkende live prestaties, een begrip. Bye Bye-Live in Paradiso (’85) is de registratie van hun afscheidsconcert en Alright Alright (’91) hun overtuigende wederopstanding.
Geheel in de Bintangs traditite bleven de wijzigingen opeenvolgen, waarbij de meest ingrijpende het definitieve vertrek van Gus Pleines in 2004 was. Tegelijkertijd stopten Jack van Schie en drummer Burt van der Meij ook, zodat Kraaijveld en Wijte naar een nieuwe bezetting op zoek moesten. Op drums en gitaar werden alweer broers aangetrokken: Gerben (drums) en Maarten Ibelings uit het Utrechtse Bad to the Bone. Roadie Dagomar Jansen (zoon van de allereerste Bintangs-drummer Jimmy Jansen) verleende na het vertrek van Pleines algemene assistentie met achtergrond-zang en percussie. In 2007 vond Jan Wijte het na ruim 40 jaar welletjes en ging in Frankrijk wonen. Daarop werd Dagomar Jansen tot volwaardig bandlid gepromoveerd. Naast de 2e stem neemt Dagomar ook het mondorgel, de slaggitaar & lapsteel voor z'n rekening.
Posts gesorteerd op relevantie tonen voor zoekopdracht geschiedenis van de Nederlandse blues. Sorteren op datum Alle posts tonen
Posts gesorteerd op relevantie tonen voor zoekopdracht geschiedenis van de Nederlandse blues. Sorteren op datum Alle posts tonen
dinsdag 19 juni 2012
woensdag 21 maart 2012
Geschiedenis van de Nederlandse blues (3): Livin' Blues
Halverwege de jaren zestig ontwikkelt zich, in navolging van Engeland, in Nederland een bluesbeweging. De eerste publiciteit krijgen de uit jazzkringen afkomstige Gay Pohl en Victoria Varekamp., die samen met Leo Unger en Antoine Gerson Lohman in ’65 het Loosdrechts Jazzconcours winnen. Eerder, in ’62, wint boogie woogie-pianist Rob Hoeke hetzelfde festival. Via Loosdrecht komen daarna meer namen van Nederlandse bluesinterpretatoren naar voren; in ’67 de (akoestische) Endatteme Jug Band, in ’68 de Oscar Benton Blues Band en in ’70 John The Relevator. De werkelijk ondergrondse beweging zit in Den Haag met Q65, The Subterreneans, Blues & Sons (met de eerder genoemde Leo Unger en Antoine Lohman), Indiscrimation en het daaruit voortspruitende Livin’ Blues.
In 1989 valt het doek voor Livin' Blues na de LP Snakedance definitief. Het gebruik van de naam blijft daarna een punt van discussie tussen (met name) Ted Oberg en Nicko Christiansen. Oberg noemt zijn band in de jaren '90 simpelweg Oberg. Christiansen speelt in die tijd in een band genaamd New Livin' Blues en sinds 2005 onder de naam Livin' Blues Xperience (LBX). Echter ditmaal zonder John Lagrand want die overlijdt in juni 2005 aan longemfyseem. De band Livin' Blues Xperience zet sindsdien de Livin' Blues "feeling" door en bestaat uit Nicko Christiansen (zang, saxofoon, precussie), Loek van der Knaap (gitaar), Jeroen van Niele (basgitaar), Kees van Krugten (drums), Francois Spannenburg (mondharmonica).
Deel 1
Deel 2
De in ’67 opgerichte Haagse groep rond meestergitarist Ted Oberg, groeit vanaf begin jaren zeventig uit tot een van de topbands van Nederland. Neemt haar platen op in Engeland onder leiding van producer Mike Vernon en scoort aanzienlijk in het buitenland. Hits: Wang Dang Doodle, Black Lisa, LB Boogie. Heft zichzelf in ’80 op. Wordt eind ’87 opnieuw opgericht, met van de oude samenstelling alleen nog zanger Nicko Christiansen en monharmonica-speler John Lagrand.
In 1989 valt het doek voor Livin' Blues na de LP Snakedance definitief. Het gebruik van de naam blijft daarna een punt van discussie tussen (met name) Ted Oberg en Nicko Christiansen. Oberg noemt zijn band in de jaren '90 simpelweg Oberg. Christiansen speelt in die tijd in een band genaamd New Livin' Blues en sinds 2005 onder de naam Livin' Blues Xperience (LBX). Echter ditmaal zonder John Lagrand want die overlijdt in juni 2005 aan longemfyseem. De band Livin' Blues Xperience zet sindsdien de Livin' Blues "feeling" door en bestaat uit Nicko Christiansen (zang, saxofoon, precussie), Loek van der Knaap (gitaar), Jeroen van Niele (basgitaar), Kees van Krugten (drums), Francois Spannenburg (mondharmonica).
Deel 1
Deel 2
zaterdag 1 juli 2017
Geschiedenis van de Nederlandse popmuziek (4)
Popmuziek waaiert in verschillende stijlen uiteen en er ontstaat een verschil tussen hitparadepop en albumrock. Tot deze laatste categorie behoren Rob Hoeke, Cuby + Blizzards (blues), Group 1850 (psychedelica), Swinging Soul Machine (soul), Brainbox (rock), Ccc Inc. (folkrock), en de symfonische rockgroepen Supersister, Kayak, Alquin en Solution. Deze namen komen ook het meest voor in het live-circuit van gesubsidieerde club- en buurthuizen, eerst provadya's geheten, later open jongerencentra (OJC's). De eerste zalen zijn Fantasio, Paradiso, Melkweg en Paard van Troje. Ook de eerste Nederlandse popfestivals vinden plaats: Kralingen en Pinkpop. Nederlandse hitparadepop klinkt meer volwassen en oogst steeds grotere successen, ook over de landsgrenzen. Als in 1970 Shocking Blue met Venus de eerste plaats van de Amerikaanse hitparade haalt, richt de internationale muziekwereld haar ogen op Nederland. In de slipstream scoren George Baker, Tee-set, Sandy Coast, Mouth & Macneal, Earth And Fire, Dizzy Man's Band, Greenfield & Cook, Ekseption, Focus, Catapult en de Golden Earring grote internationale hits. Het zijn vooral middelbare scholieren en studenten die deze popcultuur dragen. De rest van Nederland luistert in deze jaren liever naar de palingpop van The Cats en BZN of de smartlappen van Heintje, Corry en de Rekels, Jacques Herb en Vader Abraham, die de hitparade domineren. Voor de linkse intellectueel zijn er de afwisselend melancholieke en kritische liederen van Ramses Shaffy, Liesbeth List, Herman van Veen en Robert Long.
In augustus 1974 maakt de Nederlandse regering een eind aan de uitzendingen van de zeezenders Veronica en Radio Noordzee. De publieke zender Radio 3, met voor elke omroep een eigen uitzenddag en dus een veel minder duidelijke identiteit, slaagt er niet in een plek in de harten van de jongeren te veroveren. De succesvolle namen uit de tijd van de zeezenders verdwijnen in de anonimiteit. Hun plaats wordt ingenomen door middle-of-the-road acts als Teach in, Luv', Long Tall Ernie and the Shakers, Lucifer en Anita Meyer. Pussycat (Mississippi) haalt in 1976 de eerste plaats van de Britse hitparade en het producersproject Stars On 45 doet in 1980 hetzelfde in Amerika, maar dit zijn toevalstreffers. Met het verdwijnen van de zeezenders is de bodem onder het succes van de Nederlandse hitparadepop weggeslagen. Wat wel floreert is de live-muziek in de open jongerencentra. Herman Brood & His Wild Romance, Gruppo Sportivo, The Meteors, Vitesse en de Molukse groep Massada vieren er grote successen. Ze inspireren talloze jongeren om ook een band te beginnen. In de hitparade is dit jeugdig elan echter nauwelijks terug te vinden.
zaterdag 21 juli 2012
Geschiedenis van de Nederlandse blues (7): Flavium en Barrelhouse
Halverwege de jaren zestig ontwikkelt zich, in navolging van Engeland, in Nederland een bluesbeweging. De eerste publiciteit krijgen de uit jazzkringen afkomstige Gay Pohl en Victoria Varekamp., die samen met Leo Unger en Antoine Gerson Lohman in ’65 het Loosdrechts Jazzconcours winnen. Eerder, in ’62, wint boogie woogie-pianist Rob Hoeke hetzelfde festival. Via Loosdrecht komen daarna meer namen van Nederlandse bluesinterpretatoren naar voren; in ’67 de (akoestische) Endatteme Jug Band, in ’68 de Oscar Benton Blues Band en in ’70 John The Relevator. De werkelijk ondergrondse beweging zit in Den Haag met Q65, The Subterreneans, Blues & Sons (met de eerder genoemde Leo Unger en Antoine Lohman), Indiscrimation en het daaruit voortspruitende Livin’ Blues. In Zwolle opereert Blues Dimension, een groep waarvan menig lid uiteindelijk terecht komt bij de legendarische Cuby & The Blizzards, en in de Beverwijkse Bintangs bezit Nederland zijn eigen Rolling Stones. In Amsterdam ontwikkelt zich de akoestische loot met mensen als Boudewijn Wijdeveld, Boy van Delden, Wim van Dulleman, Frank Sutherland, Peter Klencke en Peter de Jong. Samen met de Rotterdamse jugbands (w.o. Endatteme Jug Band en Bill Brooker’s Jug Band) en de pianisten Karel Kellenbach en Rudy van Ingen vormen zij een club artiesten, die regelmatig te zien is op de ‘ Haagse Blues Festivals’ .Den Haag kent daarop aansluitend zeven jaar lang een bluesclub, de Hoochie Coochie Club, waar naast genoemde artiesten tevens optreden Bert Jansen, Maarten de Boer, Leo Wijnkamp, Sugar Mama’s Bluesband e.a. Uiteindelijk blijven slechts de elektrisch versterkte groepen over: het bekendst worden in de jaren zeventig Barrelhouse, de Hoochie Coochie Band en Flavium.
Barrelhouse
In ’74 voortgesproten uit de Oscar Benton Blues Band. Kort daarop wordt de opvallende zangeres Tineke Schoemaker ingelijfd. Naast eigen werk worden oude bluesnummers met smaak gekozen en van een eigen arrangement voorzien. Albert Collins With The Barrelhouse Live (’79) getuigt van hun uitstekende live reputatie. Ontwikkelt zich vanaf Beware (’79) tot een soepele rockgroep met bluesinvloeden. Na Every Night In The Week (’85) , waarop Schoemaker is vervangen door Jony de Boer, keert de groep bijna in haar geheel terug naar Oscar Benton. In september ’93 komt de oorspronkelijke bezetting weer bij elkaar.
Flavium
Neerlands meest consistende bluesgroep. Wordt in ’69 te Apeldoorn opgericht door gitarist Anne Geert Bonder. Voornaamste hoeksteen in hun stijl is de even stevige als vloeiende dubbele gitaar-line-up, waarin vooral Bonders soleerwerk opvalt. Vanaf ’75 maakt men bijna jaarlijks een album, waarvan de twaalfde, 20 Years of Blues Power (’89), een geslaagde ode is aan hun roots.
In de loop der jaren heeft de band vele bezettingswisselingen gehad. Medio 2010 bestaat een fris en gewillig Flavium uit Anne Geert Bonder (gitaar) Jos Veldhuizen (zang) Eddy van de Bunte (orgel/piano) Eric Bagchus (bas) Ramon Rambeaux (drums). Aan de nummers voor een nieuwe cd wordt hard gewerkt.
maandag 23 april 2012
Geschiedenis van de Nederlandse blues (4): Cuby & The Blizzards
Halverwege de jaren zestig ontwikkelt zich, in navolging van Engeland, in Nederland een bluesbeweging. De eerste publiciteit krijgen de uit jazzkringen afkomstige Gay Pohl en Victoria Varekamp., die samen met Leo Unger en Antoine Gerson Lohman in ’65 het Loosdrechts Jazzconcours winnen. Eerder, in ’62, wint boogie woogie-pianist Rob Hoeke hetzelfde festival. Via Loosdrecht komen daarna meer namen van Nederlandse bluesinterpretatoren naar voren; in ’67 de (akoestische) Endatteme Jug Band, in ’68 de Oscar Benton Blues Band en in ’70 John The Relevator. De werkelijk ondergrondse beweging zit in Den Haag met Q65, The Subterreneans, Blues & Sons (met de eerder genoemde Leo Unger en Antoine Lohman), Indiscrimation en het daaruit voortspruitende Livin’ Blues. In Zwolle opereert Blues Dimension, een groep waarvan menig lid uiteindelijk terecht komt bij de legendarische Cuby & The Blizzards.
Deze legendarische bluesband uit het Drentse Grollo onstaat in ’64 rond zanger Harry Muskee en gitarist Eelco Gelling. Desolation (’66) krijgt een Edison en ze scoren hits met o.m. Another Day Another Road, Distant Smile, Window Of My Eyes en Apleknockers Flophouse. In ’76, hun topjaar, worden ze versterkt met pianist Herman Brood en begeleiden de Blizzards de bluespianist Eddie Boyd, Van Morrison en John Mayal. Tussen ’69 en ’72 opereert de laatste bezetting: pianist Helmig van de Vegt, bassist Herman Deinum en drummer Hans Lafaille (alle drie uit de Zwolse groep Blues Dimension). Daarna probeert Muskee het met Gelling onder diverse vlaggen (Red White & Blue, Muskee Gang). Begin ’90 viert Harry Muskee zijn 25-jarige podiumjubileum in het Utrechtse Vredenburg.
In 2004 maakten Cuby + Blizzards een theatertournee met een ode aan blueszanger John Lee Hooker. In 2006 verscheen een box met dvd, cd, documentaire fotoboek over de bluesband, samengesteld door voormalig VARA-presentator Jan Douwe Kroeske. De biografie van Harry Muskee door schrijver Jeroen Wielaert werd dat jaar uitgeroepen tot beste popboek van Nederland en Vlaanderen.
In 2009 kwam, na elf jaar, weer een cd van de band uit. Tot verbazing van iedereen, Harry Muskee op de eerste plaats, kwam de door Daniël Lohues geproduceerde cd Cats Lost binnen op nummer 14 van de Album Top 100 en bereikte deze begin september de gouden status.
Op 26 september 2011 overlijdt Harry Muskee na een lang ziekbed.
Klik op deel 1, deel 2 of deel 3 voor de eerdere afleveringen.
Deze legendarische bluesband uit het Drentse Grollo onstaat in ’64 rond zanger Harry Muskee en gitarist Eelco Gelling. Desolation (’66) krijgt een Edison en ze scoren hits met o.m. Another Day Another Road, Distant Smile, Window Of My Eyes en Apleknockers Flophouse. In ’76, hun topjaar, worden ze versterkt met pianist Herman Brood en begeleiden de Blizzards de bluespianist Eddie Boyd, Van Morrison en John Mayal. Tussen ’69 en ’72 opereert de laatste bezetting: pianist Helmig van de Vegt, bassist Herman Deinum en drummer Hans Lafaille (alle drie uit de Zwolse groep Blues Dimension). Daarna probeert Muskee het met Gelling onder diverse vlaggen (Red White & Blue, Muskee Gang). Begin ’90 viert Harry Muskee zijn 25-jarige podiumjubileum in het Utrechtse Vredenburg.
In 2004 maakten Cuby + Blizzards een theatertournee met een ode aan blueszanger John Lee Hooker. In 2006 verscheen een box met dvd, cd, documentaire fotoboek over de bluesband, samengesteld door voormalig VARA-presentator Jan Douwe Kroeske. De biografie van Harry Muskee door schrijver Jeroen Wielaert werd dat jaar uitgeroepen tot beste popboek van Nederland en Vlaanderen.
In 2009 kwam, na elf jaar, weer een cd van de band uit. Tot verbazing van iedereen, Harry Muskee op de eerste plaats, kwam de door Daniël Lohues geproduceerde cd Cats Lost binnen op nummer 14 van de Album Top 100 en bereikte deze begin september de gouden status.
Op 26 september 2011 overlijdt Harry Muskee na een lang ziekbed.
Klik op deel 1, deel 2 of deel 3 voor de eerdere afleveringen.
zondag 20 mei 2012
Geschiedenis van de Nederlandse blues (5): Q65
Halverwege de jaren zestig ontwikkelt zich, in navolging van Engeland, in Nederland een bluesbeweging. De eerste publiciteit krijgen de uit jazzkringen afkomstige Gay Pohl en Victoria Varekamp., die samen met Leo Unger en Antoine Gerson Lohman in ’65 het Loosdrechts Jazzconcours winnen. Eerder, in ’62, wint boogie woogie-pianist Rob Hoeke hetzelfde festival. Via Loosdrecht komen daarna meer namen van Nederlandse bluesinterpretatoren naar voren; in ’67 de (akoestische) Endatteme Jug Band, in ’68 de Oscar Benton Blues Band en in ’70 John The Relevator. De werkelijk ondergrondse beweging zit in Den Haag met The Subterreneans, Blues & Sons (met de eerder genoemde Leo Unger en Antoine Lohman), Indiscrimation en Q65.
Q65: De Nederlandse Stones, compleet met onaangepast gedrag en moeilijkheden met drugs. Kortom, een van grootste smaak-, spraak- en hitmakende groepen uit beatstad Den Haag. Hun The Life I Live (’66) wordt in ’88 door de Nederlandse muziekpers in het weekblad Nieuwe Revu uitgeroepen tot beste Nederpopsingle aller tijden. Bassist Peter Vink maakt later furore met de symfonische rockgroep Finch. Drummer Jay Baar overlijdt in november ’90.
Drugsgebruik zorgde in de groep voor onenigheid en de militaire dienstplicht van zanger Wim Bieler maakte een tijdelijk einde aan het bestaan van de groep.
Klik voor de eerdere afleveringen op deel 1, deel 2 deel 3 of deel 4
Q65: De Nederlandse Stones, compleet met onaangepast gedrag en moeilijkheden met drugs. Kortom, een van grootste smaak-, spraak- en hitmakende groepen uit beatstad Den Haag. Hun The Life I Live (’66) wordt in ’88 door de Nederlandse muziekpers in het weekblad Nieuwe Revu uitgeroepen tot beste Nederpopsingle aller tijden. Bassist Peter Vink maakt later furore met de symfonische rockgroep Finch. Drummer Jay Baar overlijdt in november ’90.
Drugsgebruik zorgde in de groep voor onenigheid en de militaire dienstplicht van zanger Wim Bieler maakte een tijdelijk einde aan het bestaan van de groep.
Waar de naam van de beroemde Haagse popgroep Q65 (de KU) vandaan komt is nog steeds een raadsel.
Het meest waarschijnlijke is: in 1965 was er een actie van Veilig Verkeer Nederland, met veel publiciteit, over kinderen in het verkeer onder de naam "Uw kleuter in 1965", afgekort tot UK 65. Direct daarna doet deze groep van zich spreken onder de naam KU (Q) 65. Volgens andere bronnen is de naam afgeleid uit twee nummers van de Rolling Stones, te weten: Susie Q en Route 66. Omdat Q66 niet lekker 'bekte', werd ervoor gekozen om 66 te vervangen door 65.
Het meest waarschijnlijke is: in 1965 was er een actie van Veilig Verkeer Nederland, met veel publiciteit, over kinderen in het verkeer onder de naam "Uw kleuter in 1965", afgekort tot UK 65. Direct daarna doet deze groep van zich spreken onder de naam KU (Q) 65. Volgens andere bronnen is de naam afgeleid uit twee nummers van de Rolling Stones, te weten: Susie Q en Route 66. Omdat Q66 niet lekker 'bekte', werd ervoor gekozen om 66 te vervangen door 65.
Klik voor de eerdere afleveringen op deel 1, deel 2 deel 3 of deel 4
donderdag 17 december 2015
Tee Set
zich bij de groep als organist. Met Hans van Eijck als ondersteunende songwriter (hij levert vier nummers aan) wordt het eerste album Emotion opgenomen. Na het uitkomen van het eerste album wordt Plazier vervangen door van Eijck als vast bandlid. Gerard Romeyn verlaat de band begin 1967 en treedt toe tot The Motions (als vervanger van Robbie van Leeuwen). Romeyn wordt vervangen door de Engelse gitarist Ray Fenwick (Romeyn staat nog op de hoes van de single Don't you leave, maar Fenwick is te zien in een clip van het nummer uit het popprogramma Moef Ga Ga).
Een tweespalt tussen zanger Tetteroo en manager Theo Cuppens enerzijds en de andere bandleden anderzijds leidt tot ruzies in de band. De inkomsten die Cuppens opstrijkt met de hit Don't you leave
(een oud bluesnummer dat door de manager onder eigen naam was geregistreerd) spelen hierbij een rol. Fenwick, Van Eijck en Eduard stappen op en formeren een nieuwe band After Tea. Carry Janssen is op dat moment al uit de groep gezet, zodat op de fotohoes van Now's the time weer een viermansformatie prijkt. Tetteroo trekt drie nieuwe muzikanten uit de Amsterdamse groep James Mean aan om Tee Set voort te zetten: Franklin Madjid (bas), Joop Blom (drums) en Ferdi Karmelk (gitaar). Jan-Pieter Boekhoorn wordt de nieuwe toetsenist en daarmee is de Tee Set weer een kwintet. Het einde van James Mean is daarmee een feit, want zanger Michel van Dijk vindt emplooi bij Les Baroques.
Door de Tee Set wordt een eigen platenmaatschappij Tee-Set Records opgericht (voor het eerst in de Nederlandse muziekgeschiedenis), om de rechten in eigen beheer te kunnen houden. Na enige tijd wordt Boekhoorn vervangen door Peter Seilberger.
Met de terugkeer van Hans van Eijck in 1969 wordt een fase ingezet waarin Tee Set langzaam transformeert naar een popgroep, die makkelijk in het gehoor liggende liedjes brengt. Op het personele gebied blijft het rommelen: Dihl Bennink (ook wel gespeld als Dill, broer van Leo Bennink uit de JayJays en The Motions) wordt de nieuwe gitarist en Herman van Boeyen is enige tijd de drummer als opvolger van Blom.
De grootste hit uit de geschiedenis van de band wordt in 1969 uitgebracht: Ma Belle Amie. In het voorjaar van 1970 stijgt het nummer tot de vijfde plaats op de Amerikaanse hitlijst. Bennink wordt vervangen door Ferry Lever (ook uit After Tea). Op de LP The Morning of my days is het enige nummer te vinden dat op nummer een in de hitparade terecht komt: She likes weeds. Inmiddels is Max Spangenberg de nieuwe drummer.
Het nummer wordt echter in de Verenigde Staten geboycot, omdat het zou refereren aan drugsgebruik. De titel is echter afkomstig uit de film The Ipcress File.
Tussen 1970 en 1975 heeft Tee Set een vaste bezetting. In 1975 wordt Lever vervangen door Polle Eduard, maar hits heeft de band niet meer. In 1979 is er nog een hit met het nummer Linda Linda, maar daarna
is het vier jaar stil rondom de groep en gaan de bandleden ieder hun eigen weg.
Vanaf 1983 treedt Tee Set weer enkele jaren op, met Peter Tetteroo en verder een wisselende bezetting. Hits komen er niet meer, maar de band speelt in die tijd regelmatig op festivals.
Tetteroo overlijdt op 9 september 2002 op 55-jarige leeftijd.
Peter Tetteroo - zang (1965-2002), Polle Eduard - bas, gitaar (1965-1967), Gerard Romeyn - gitaar, bas (1965-1967), Carry Janssen - drums (1965-1967), Robbie Plazier - orgel (1966), Hans van Eijck - componist, toetsinstrumenten (1966-1967 en 1969-1975), Ray Fenwick - gitaar (1967)
Ferdi Karmelk - gitaar, Dihl Bennink - gitaar, banjo, mondharmonica, zang (1967-1970),
Franklin Madjid - basgitaar, zang, Joop Blom - drums (1967-1970), Jan-Pieter Boekhoorn- orgel (1967-1968), Peter Seilberger - orgel (1968-1969), Ferry Lever - gitaar (1971-1975)
maandag 1 mei 2017
Geschiedenis van de Nederlandse popmuziek (2)
De eerste Nederlandse artiest die veel platen verkoopt is Eddy Christiani . Andere populaire namen uit die tijd zijn Max van Praag, Willy Alberti en de Skymasters. Halverwege de jaren vijftig doet ook het levenslied het goed, met als belangrijkste vertolkers Johnny Jordaan, de Zangeres Zonder Naam en De Straatzangers.
In de jaren vijftig is de invloed van de Amerikaanse bevrijders groot. Alles uit de Verenigde Staten oogt mooier of smaakt beter, of het nu frisdrank is of populaire muziek. Swing, jive, boogie woogie en country & western zijn populaire genres. In de nachtclubs in de grote steden klinkt soms zelfs rhythm & blues. Als in de Verenigde Staten in 1955 popmuziek met rock & roll voor het eerst een massaal karakter krijgt volgt Europa meteen. De eerste Nederlandse navolgers ( Fouryo's, Butterflies, Sweet Sixteen) kopiëren echter alleen de vorm, niet de rauwheid. Pas in 1960 verschijnt de eerste echte Nederlandse rockplaat: Kom Van Dat Dak Af van Peter en zijn Rockets.
De Nederlandse muziekindustrie incasseert in deze periode haar eerste internationale successen. Eddy Christiani en Willy Albertihalen de Amerikaanse hitparade. The Blue Diamonds scoren een wereldhit met Ramona. In speciaal op jongeren gerichte radioprogramma's als Tijd Voor Teenagers en Tussen 10+ en 20- groeien Rob de Nijs, Anneke Grönloh, Ria Valk en Willeke Alberti uit tot tienersterren. Ook de naar de Engelse groep The Shadows gemodelleerde instrumentale muziek van de The Jumping Jewels doet het goed.
zaterdag 21 januari 2012
Geschiedenis van de Nederlandse blues (1): Rob Hoeke
Halverwege de jaren zestig ontwikkelt zich, in navolging van Engeland, in Nederland een bluesbeweging. De eerste publiciteit krijgen de uit jazzkringen afkomstige Gay Pohl en Victoria Varekamp., die samen met Leo Unger en Antoine Gerson Lohman in ’65 het Loosdrechts Jazzconcours winnen. Eerder, in ’62, wint de Haarlemse boogie woogie-pianist en een van de belangrijkste r&b-pioniers Rob Hoeke hetzelfde festival.
Zijn Rob Hoeke Boogie Woogie Quartet (’59-’65) evolueert op natuurlijke wijze tot Rob Hoeke Rhythm & Blues Groep, waarmee hij hits scoort als Margio en Drinking on my Bed en dat een doorvoerhaven wordt voor later prominent geworden musici als John Schuursma, Jan Vennik en het onfscheidelijke ritmetandem Herman Deinum/Hans Lafaille. Verdwijnt in de loop van de jaren zeventig uit de spotlights, maar blijft nog decennia lang actief. Hij overleed in november ’99 na een kort ziekbed aan de gevolgen van maagkanker. Vlak voor zijn dood gaf hij in café Langs de Lijn in Bussum nog een afscheidsconcert, waar veel bevriende muzikanten optraden. Onder hen waren Herman Brood, Jan Akkerman en collegapianisten Erik-Jan Overbeek, Jaap Dekker, Henk Pepping en Gerbren Deves. Ook zijn zoons Ruben en Eric Hoeke traden hier op. Ruben heeft zijn eigen band, de Ruben Hoeke Band.
De Rob Hoeke's R&B group speelt Doublecross Woman op een cruiseschip dat van Zweden naar Nederland vaart. Deze 'clip' werd uitgezonden in het programma TWIEN, dat gepresenteerd werd door Thijs van Leer.
De groep was per definitie tegen playback, en toen dat echt moest, koos men ervoor dat zonder instrumenten te doen.
Bezetting:
Rob Hoeke, Willem Schoone, Jan Vennik, Will de Meijer, Jaap Jan Schermer
De Rob Hoeke's R&B group speelt Doublecross Woman op een cruiseschip dat van Zweden naar Nederland vaart. Deze 'clip' werd uitgezonden in het programma TWIEN, dat gepresenteerd werd door Thijs van Leer.
De groep was per definitie tegen playback, en toen dat echt moest, koos men ervoor dat zonder instrumenten te doen.
Bezetting:
Rob Hoeke, Willem Schoone, Jan Vennik, Will de Meijer, Jaap Jan Schermer
dinsdag 21 februari 2012
Geschiedenis van de Nederlandse blues (2): Oscar Benton
Halverwege de jaren zestig ontwikkelt zich, in navolging van Engeland, in Nederland een bluesbeweging. De eerste publiciteit krijgen de uit jazzkringen afkomstige Gay Pohl en Victoria Varekamp., die samen met Leo Unger en Antoine Gerson Lohman in ’65 het Loosdrechts Jazzconcours winnen. Eerder, in ’62, wint boogie woogie-pianist Rob Hoeke hetzelfde festival. Via Loosdrecht komen daarna meer namen van Nederlandse bluesinterpretatoren naar voren; in ’67 de (akoestische) Endatteme Jug Band, in ’68 de Oscar Benton Blues Band en in ’70 John The Relevator.
Deze robuuste Haarlemse blueszanger/gitarist met ronkend stemgeluid heeft een goede neus voor muzikanten die zijn Oscar Benton Blues Band bemannen. Speelt tussendoor met o.a. Blue Eyed Bluesband en Bentons Boobytraap en scoort in ’81 een wereldhit met de dan al acht jaar oude solosingle Bensonhurst Blues.
Soundtrack uit "Pour la Peau d´un Flic" met Alain Delon in 1982.
Voor het eerste deel ("Rob Hoeke") klik op deel 1
Deze robuuste Haarlemse blueszanger/gitarist met ronkend stemgeluid heeft een goede neus voor muzikanten die zijn Oscar Benton Blues Band bemannen. Speelt tussendoor met o.a. Blue Eyed Bluesband en Bentons Boobytraap en scoort in ’81 een wereldhit met de dan al acht jaar oude solosingle Bensonhurst Blues.
Soundtrack uit "Pour la Peau d´un Flic" met Alain Delon in 1982.
Voor het eerste deel ("Rob Hoeke") klik op deel 1
woensdag 27 april 2016
De Geschiedenis van de Blues (4)
Ook in Detroit onstaat na de Tweede Wereldoorlog een eigen blues-scene. Deze is gecentreerd rond John Lee Hooker, die van 1948 tot 1954 in een lange eruptie van creativiteit onder meer voor de plaatselijke platenstdiohouder en labeleigenaar Bernie Besman honderden songs opneemt, die onder vele namen en vele labels verschijnen.
Het verhaal over Louisiana-blues is vooral het verhaal van Excello Records, de te Crowley gevestigde platenmaatschappij van zakenman Ernest Young en producer J.D. Miller. Tien jaar lang, van 1955 tot 1965, zorgt Excello voor een stroom van uitstekende bluesplaten. Bekende namen: Lightnin' Slim, overgetelijk vanwege zijn Nederlandse optredens in het begin van de jaren zeventig, Slim Harpo, met zijn wat ijzige, melancholike songs als I'm a King Bee en Baby Scratch My Back, Lazy Lester (harmonika), Lonesome Sundown (sobere,sterk door Muddy Waters beinvloede artiest).
woensdag 26 september 2018
The Ventures
Vol met muziek, deze Rock-Ola, een jukebox type met daarin veel verrassingen.
Uiteraard is er altijd een link met Gerrit en/of zijn Krekels.
Deze keer The Ventures, instrumentale rock 'n roll uit begin van de jaren '60.
De instrumentale band The Ventures werd in 1958 in Tacoma, nabij Seattle in de Amerikaanse staat Washington, opgericht door de gitaristen Bob Bogle en Don Wilson. In 1960 scoorde de groep met Walk Don't Run een wereldhit. De groep bereikte in de jaren 60 met 14 singles de Billboard Top-100. Ze staan bekend als een surfgroep, maar in werkelijkheid hebben ze hun muziek altijd aangepast met de mode van de tijd: Rock-'n-roll, surf, country, blues, underground, enka en J-pop (speciaal voor Japan), swamp, middle-of-the-road, reggae en ska, filmmelodieën en hits van TV-series (waaronder het welbekende Hawaii Five-O), latin, unplugged. Van de Ventures werden meer dan 250 verschillende albums uitgebracht. Ze inspireerden ontelbare gitaargroepen in alle werelddelen, waaronder de bekendste surfband uit de geschiedenis, The Beach Boys, en veel Nederlandse indorockgroepen. In 2008 is de groep opgenomen in de Rock and Roll Hall of Fame.
Abonneren op:
Posts (Atom)
