woensdag 6 januari 2021

Shine on you crazy diamond

Hij bewoog zich altijd als een schaduw door het muzieklandschap. Zijn ster scheen al vroeg heel fel, maar doofde langzaam uit. Het moet een grote aderlating voor de bandleden van Pink Floyd zijn geweest om zanger/gitarist/songschrijver/visionair Syd Barrett zo af te zien takelen.

Dit is een verhaal over vriendschap, naïviteit, onschuld, gekte en ego's. Het verhaal van de originele oprichter van Pink Floyd. De man die eind 1965 de flower power-tijd mede een gezicht gaf met zijn band The Pink Floyd Sound (later gereduceerd tot Pink Floyd). Syd Barrett (Cambridge, 6 januari 1946) was een buitenbeentje in het Cambridge van de jaren zestig. Zijn vader stierf toen Barrett (toen nog Roger Keith Barrett geheten) twaalf was, maar tegen die tijd had hij zich al ontwikkeld tot creatieveling. Hij schilderde en schreef korte gedichten. Het was dan ook niet vreemd dat het zwarte schaap van de familie aan de kunstacademie van Londen ging studeren.

Daar ontmoette hij muzikant Roger Waters. Al gauw begonnen ze in bandjes te spelen en de muziek van Pink Floyd viel op in een tijd dat veel Engelse bandjes Amerikaanse (blues)muziek probeerden na te bootsen. De liedjes die Barrett voor de eerste incarnatie voor Pink Floyd schreef, klonken totaal anders dan die van hun collegae. Middle class English. Ook zijn gitaarspel en de podiumpresentatie van zijn band waren compleet vernieuwend in Engeland. In 1966 werd The UFO Club geopend in het hippe Londen en Pink Floyd mocht er wekelijks aantreden als huisband. Al gauw wist heel uitgaand Londen waar het te doen was. Er bestaan videobeelden van Barrett en Pink Floyd uit die tijd. Hij zit voorovergebogen over zijn gitaar op een stoel en maakt feedbackherrie met een aansteker. Ondersteund door vloeistofprojecties. In dat hippe sfeertje waren de toen legale drugs als marihuana en LSD erg populair en Pink Floyd verzorgde graag de soundtrack met tergend lange, dreigende psychedelische jamsessies afgewisseld met wat meer songgericht materiaal uit de koker van Barrett, in wie de band volgens de NME een briljant songwriter had gevonden. In 1967 kwam hun eerste single voor EMI uit; Arnold Layne. Het publiek van de BBC radio omarmde het nummer, maar er was ook kritiek. Het nummer gaat namelijk over een travestiet die damesondergoed van waslijnen steelt en het dan voor de spiegel aantrekt. Dat kon echt niet door de beugel, vond de immer kritische Britse muziekpers.



Het nummer kwam desondanks vrij hoog in de hitlijsten en met hun tweede single See Emily play pakten ze de zesde positie in de UK charts. EMI kon haast niet wachten om met het getalenteerde viertal (gecompleteerd door drummer Nick Mason en toetsenist Rick Wright) de studio in te duiken voor het debuut. Waters stelde voor om naast de successingles ook wat van hun psychedelische livegeluid te laten horen, wat resulteerde in definitieve studioversies van Astronomy Domine en Instellar Overdrive. Syd Barrett en Roger Waters hebben er nooit een geheim van gemaakt dat ze samen LSD slikten, maar tijdens de promotie van The Piper at the Gates of Dawn ging Barrett zich steeds vreemder gedragen. Er bestaan filmpjes op YouTube van Barrett's eerste LSD-trip.


Soms stond hij anderhalf uur stoïcijns op het podium zonder een noot te spelen. Een andere keer verscheen hij bij een fotosessie met afgeschoren wenkbrauwen. De andere jongens wisten het ook niet meer en besloten om er maar een tweede gitarist bij te halen. Een jongen uit de buurt luisterend naar de naam David Gilmour. Hij moest een beetje op Syd letten, zeg maar. Zijn partijen opvangen als Barrett weer eens van de wereld was. Dat ging niet lang goed maar niemand durfde Barrett uit de band te gooien. Want hij was de bandleider, zanger en songwriter van Pink Floyd. Tot ze hem op een dag thuis gingen ophalen voor een optreden. Roger Waters stopte het toerbusje bij Barrett's voordeur, keek stilzwijgend achterom naar zijn bandmakkers die niet wisten waar ze moesten kijken en trok langzaam weer op. Zonder Barrett. En dat was het einde van Syd Barrett als artistiek leider en bandlid van Pink Floyd. In juni 1968 verscheen het tweede album van Pink Floyd, A Saucer Full of Secrets: een heel goede plaat met daarop nog enkele nummers van Barrett. Roger Waters trok de band steeds meer naar zich toe. Veel latere fans hebben dit 'overnemen' als hoogverraad gezien omdat Rogers nu de baas was. Gezien de geschiedschrijving klopt dat niet helemaal, maar daarover later meer.

In een reactie aan NME liet Barrett weten een solocarrière te willen starten. Mensen dichtbij hem vonden dat een paniekreactie en ook Waters had met hem te doen omdat het zo onhaalbaar leek dat Barrett ooit nog als succesvol muzikant zou wederkeren. Het verhaal ging dat hij gek was geworden van psychedelische drugs en psychiatrische aandoeningen. Barrett's vervanger David Gilmour nam het voor hem op en produceerde Barrett's eerste soloplaat: The Madcap Laughs. Opgenomen in 1970 in de Abbey Road Studio's. Het bleek een rampzalige onderneming. Barrett had geen afgemaakte liedjes, zijn stem en geest waren weinig helder en hij wilde enkel experimenteren en losse flarden opnemen. Zijn brein was niet consistent genoeg om zich te concentreren op een album in plaats van een willekeurige verzameling half afgemaakte liedjes en probeersels. Desondanks bracht EMI de plaat uit omdat het de ex-voorman van Pink Floyd betrof. Dertig jaar later mag deze wanhopig eerlijke plaat waarop Barrett danste op de vulkaan een klassieker genoemd worden. Wat het daadwerkelijk ook is.

Barrett was niet bereid om interviews te doen en het handjevol liveshows dat hij deed (vaak met Gilmour op gitaar) strandden steevast in apathische toestanden, en zijn nieuwe band leek hem ook niet helemaal te begrijpen. Hij maakte nog een tweede album, simpelweg genaamd Barrett (november 1970) maar optreden zou hij nooit meer. Hij was een drugsgebruikende kluizenaar geworden. Of zoals we op z'n Hollands plachten te zeggen: hij had een klap van de molen gehad, psychisch. Al snel ging hij weer terug naar Cambridge om bij zijn moeder te wonen. Daar had hij genoeg aan een dagindeling van boodschappen doen, tuinieren, schilderen en tv kijken. De ster was voor eeuwig gedoofd. David Gilmour zorgde ervoor dat Barrett zijn royalties kreeg over de singles en albums die hij met Pink Floyd maakte, maar er kwam maar bar weinig terug. Onder de supervisie van doktoren en psychiaters leefde Barrett de rest van zijn leven, inwonend bij zijn inmiddels bejaarde moeder. Het is een tragisch verhaal van iemand die nog zoveel in zijn mars had terwijl niemand zijn kunst begreep. En hij kon het blijkbaar zelf ook niet waarmaken.



Er was nog een niet te vermijden incident. In 1975 was de 'nieuwe' Pink Floyd bezig met het opnemen van het nummer Shine on You Crazy Diamond. Een dikke kale man met afgeschoren wenkbrauwen kwam de studio binnen en nam zonder een woord te zeggen plaats op de bank naast de bandleden. Na een half uur zwijgzaamheid begonnen de jongens zich af te vragen wie die vreemdeling nu toch was. Het was een totaal onherkenbare Syd Barrett. Een Barrett die zomaar komt binnengewandeld tijdens de opnames van Wish You Were Here, een song van Waters die over hem gaat. Waters hield het niet droog. Vanaf midden jaren zeventig zijn er enkele door gluiperige persratten genomen foto's van Barrett in de pers verschenen. En een laatste muzikale stuiptrekking van demo's genaamd Opel. Vond de familie Barrett niet fijn. Heel Pink Floyd en vooral Roger Waters zit nu nog met een schuldgevoel: "wat als…?" Die vraag gaat niet meer beantwoord worden. De drie soloplaten van Syd Barrett zijn nu opnieuw uitgebracht door EMI. Syd Barrett stierf op 7 juli 2006 aan pancreaskanker. Shine on you crazy diamond.

donderdag 26 november 2020

Rock Around The Clock

Op 26 November 1955 komt Bill Haley & His Comets met Rock Around The Clock voor de eerste keer op de eerste plaats in de Engelse hitlijst. Op 12 Juni 1954 is het nummer Rock Around The Clock van Bill Haley & The Comets al in Amerika uitgebracht. Het nummer is in 1953 geschreven door muziekuitgeven James Myers (Jimmy De Knight) en Max Freedman. Het origineel wordt opgenomen door Sonny Dae & His Knight, een obscuur Western Swing bandje. De tekst is gebaseerd op het nummer Around The Clock Blues, dat Wynonie Harris al in 1945 opneemt, met de Johnny Otis All Stars. (Oorpronkelijke titel is Dance Around The Clock). In 1954 ontmoetten de componisten de countryzanger Bill Haley die wel eens wat anders wilde zingen. Op 12 April 1954 wordt Rock Around The Clock opgenomen als B-kant van de single Thirteen Women, en haalt een bescheiden notering in de Amerikaanse hitparade. Dankzij de film Blackboard Jungle, met Glenn Ford in de hoofdrol, waarin Bill Haley het nummer zingt, wordt het in 1955 alsnog een nummer 1 hit en wordt de Rock & Roll een rage over de hele wereld.

zondag 22 november 2020

Dav(e)y Graham

David "Dav(e)y" Michael Gordon Graham (Hinckley, Londen, 22 november 1940 - 15 december 2008), was een Brits gitarist en een der meest invloedrijke figuren uit de revolutie van de folkmuziek in het Verenigd Koninkrijk van de jaren '60.

Graham was de zoon van een Guyanaanse moeder en een Schotse vader. Op 12-jarige leeftijd werd hij door een val blind aan één oog. Hij begon gitaar te spelen en bleek al snel een bijzonder muzikaal talent. Graham maakte de stemming D-A-d-g-a-d in de gitaarwereld bekend. Deze stemming is een alternatieve gitaarstemming waarbij de gebruikelijke E-A-d-g-b-e stemming is veranderd, door de eerste, vijfde en zesde snaar een hele toon te verlagen. Graham gebruikte deze stemming intensief in zijn benadering van Keltische muziek, maar ook in folkmuziek en muziek uit India en Marokko.

Hij inspireerde vele bekende artiesten met de akoestische gitaar, zoals Bert Jansch, John Renbourn, Martin Carthy, Paul Simon en ook Jimmy Page, die voor zijn solo White Summer sterk steunde op Grahams "She moved thru' the Bizarre/Blue Raga". Graham is waarschijnlijk meest bekend geworden door zijn instrumentale song "Anji".

Hij stierf eind 2008 op 68-jarige leeftijd aan longkanker.

donderdag 1 oktober 2020

Johnny Allen Hendrix



Jimi Hendrix wordt op 27 November 1942 in Seattle in de Amerikaanse staat Washington geboren als Johnny Allen Hendrix. Hij is de zoon van de 23-jarige Al Hendrix en de 14-jarige Lucille Jeter. Zij zijn op 31 Maart 1942 getrouwd. Lucille moet de kleine Jimi alleen opvoeden. Haar man zit in militaire dienst. Uit bewondering voor de Amerikaanse generaal George C. Marshall (1880-1959) laat Al Hendrix op 11 September 1946 de naam van zijn zoon veranderen in James Marshall Hendrix Al vanaf zijn jeugd is Jimi Hendrix geïnteresseerd in de blues en hij imiteert al vroeg artiesten als Muddy Waters en Robert Johnson. Vanaf het begin van de jaren zestig speelt hij als backing-gitarist voor oa: B.B. King, Sam Cooke, James Brown, The Isley Brothers, Lonnie Youngblood en Little Richard. Met Curtis Knight And The Squires maakt Hendrix een aantal platen, waarover hij echter niet tevreden is. Als hij onder het pseudoniem Jimmy James met zijn groep The Flames in Juli 1966 in New York speelt, wordt hij ontdekt door Animals-bassist Chas Chandler. Deze koppelt Hendrix in Londen aan ex-Georgie Fame drummer Mitch Mitchell en bassist, voorheen gitarist, Noel Redding. Met de hit Hey Joe en het daaropvolgende album Are You Experienced heeft Hendrix direct de goede synthese tussen rhythm & blues en psychedelische rock gevonden. Vooral door zijn spectaculaire optredens, waarbij hij o.a. gitaar met zijn tanden speelt en orkanen van geluid uit zijn versterkers haalt, is hij een sensatie in Europa. In de zomer van 1967 breekt hij ook door in de Verenigde Staten, als hij op het Monterey Festival de show steelt. Het volgende album, Axis: Bold As Love klinkt minder agressief en vormt een overgang naar Electric Ladyland, een dubbelelpee waarop behalve The Experience ook musici als Steve Winwood, Buddy Miles, Al Kooper en Chris Wood meespelen. In 1968 staat Hendrix op het hoogtepunt van zijn carriëre, maar achter de schermen rommelt het. Redding en Mitchell vertrekken naar Engeland, omdat ze niet met de onhandelbare Hendrix kunnen werken. Redding richt zijn eigen band Fat Mattress op, al keert hij uit economische motieven samen met Mitchell nog even bij Hendrix terug. Na het definitieve vertrek van Redding, die later in The Hendrix Diaries een boekje open doet over zijn ervaringen met de Experience, wil Hendrix meer bewegingsvrijheid. De gitarist, sinds zijn arrestatie in verband met heroïne in Toronto het middelpunt van wilde dope-verhalen, trekt naast Mitchell Larry Lee (gitaar), Juma Sultan en Jerry Velez (percussie) en Billy Cox (bas) aan. Deze bezetting treedt onder de naam Gypsy Sun & Rainbows Band op tijdens het legendarische Woodstock-festival. Hier maakt Hendrix in een parodie op het Amerikaanse volkslied zijn ongenoegen kenbaar over de Vietnam-politiek van de Amerikaanse regering. Hendrix is echter niet tevreden en ontbindt de groep weer. Op nieuwjaarsdag 1970 speelt hij met Cox en drummer Buddy Miles in de Fillmore East onder de naam Band Of Gypsys. Begin 1970 richt hij The Experience opnieuw op, die ditmaal bestaat uit Mitch Mitchell en Billy Cox, en op 30 Mei geeft hij twee concerten in Berkeley, die op film worden vastgelegd (Jimi Plays Berkeley). Eind Augustus 1970 worden Jimi's eigen Electric Ladyland-studio's in New York geopend. Kort daarna speelt hij op het Engelse Isle of Wight-festival. Hendrix is van plan om te gaan samenwerken met orkestleider Gil Evans en jazztrompettist Miles Davis. Het heeft nooit zover mogen komen. Op 18 September 1970 logeert Jimi Hendrix met zijn vriendin Monika Danneman in het Londense Samarkand Hotel. Zij gaan rond zeven uur 's morgens naar bed. Monika Danneman neemt enkele pillen om te kunnen slapen. Jimi Hendrix neemt de laatste acht á negen pillen, en raakt bewusteloos. Als zijn vriendin rond half elf wakker wordt, merkt zij dat er braaksel uit Jimi's zijn neus en mond komt. Monika Danneman belt een vriend (waarschijnlijk Chas Candler) om te vragen wat zij moet doen! Het hotelpersoneel belt een ambulance. Jimi Hendrix wordt rond half twaalf opgenomen in het St. Mary Abbot's-ziekenhuis waar blijkt dat hij is gestikt in zijn eigen braaksel. Later blijkt Jimi Hendrix op die avond zijn manager Chas Chandler nog gebeld te hebben, die niet thuis was, en de boodschap 'I need help bad man' te hebben achtergelaten. Jimi Hendrix wordt op 1 Oktober 1970 begraven in zijn geboorteplaats Seattle in de Amerikaanse staat Washington. Jimi Hendrix is 27 jaar geworden.

woensdag 29 juli 2020

Positively Fourth Street

De single “Positively Fourth Street” moest dienen als follow up voor “Like a Rolling Stone”. Dit was een moeilijke zaak. “Like a Rolling Stone” had iedereen uit zijn schoenen geblazen en de vraag was of Dylan dit nog een keer kon.
De song staat op geen originele Dylan LP, wel op een greatest hits.
De studio band op “Positively 4th Street” bestaat uit Robert Gregg (drums), Harvey Brooks (bas), Paul Griffin (piano), Al Kooper (orgel) en Mike Bloomfield (leadgitaar). De song werd opgenomen op 29 juli 1965, vier dagen na het beruchte Newport Folk Festival.
Fourth Street ligt in Manhattan, NY, in het midden van Greenwich Village.
Waarschijnlijk heeft Dylan het hier over diegenen die hem de rug hebben toegekeerd toen hij elektrisch begon op te treden. Het is een afrekening met het folkwereldje waar hij bijhoorde tot die bewuste dag op het Newport Folk Festival waar alles veranderde.
De twee andere nummers “From a Buick Six” en “On the Road Again” zijn twee zuur-zoete Rock songs, zoals Dylan die kon schrijven.

zaterdag 20 juni 2020

Howlin' Wolf

Howlin' Wolf (White Station (in de buurt van West Point, Mississippi), 20 juni 1910 – Chicago (Illinois), 10 januari 1976), echte naam: Chester Arthur Burnett, was een Amerikaans blueszanger en -gitarist die veel invloed heeft gehad op de bluesmuziek.

Burnett werkte al jong op een katoenplantage en leerde zo de rauwe zelfkant van de maatschappij kennen. Nadat zijn moeder hem als 11-jarige jongen het huis uit gooide, zocht hij onderdak bij zijn oom die hem vervolgens mishandelde. Na twee jaar ontvluchtte hij het huis van zijn oom en liep 120 kilometer naar zijn vader die hem liefdevol opnam in zijn gezin. Zijn vader gaf hem op 18-jarige leeftijd zijn eerste gitaar. Blues-pionier Charley Patton leerde hem spelen.

Na de Tweede Wereldoorlog kreeg Burnett zijn eigen radioshow bij een lokaal station. Daar werd zijn rauwe en doorleefde stemgeluid ontdekt. De platenmaatschappijen boden tegen elkaar op om hem onder contract te krijgen. Hij kwam onder contract bij Chess Records en verhuisde naar Chicago. De jonge gitarist Hubert Sumlin, die hem was gevolgd, werd zijn vaste begeleider tot aan zijn dood in 1976.

Samen met Muddy Waters was hij de meest toonaangevende bluesmuzikant van de jaren '50. Met zijn imposante postuur, 1,98 m en 130 kilo zwaar ("Three hundred pounds of heavenly joy") was zijn voorkomen op het podium indrukwekkend. Het was echter zijn raspende stem die het deed.
Howlin' Wolf was een groot voorbeeld voor de Engelse muziekgeneratie van de jaren '60. Voor The Beatles, The Rolling Stones, Eric Clapton, Jimmy Page was hij een idool. In 1971 nam hij de plaat London Sessions op met onder andere Eric Clapton, Steve Winwood, Bill Wyman en Ringo Starr. Hoewel verguisd door de critici en kenners, werd het de best verkochte bluesplaat ter wereld. Het bracht hele nieuwe generaties voor het eerst in aanraking met de blues.

Enkele van zijn bekendste nummers zijn Moanin' at Midnight, Smokestack Lightnin, Wang-Dang-Doodle, How Many More Years en Killing Floor.

vrijdag 22 mei 2020

Subterranean Homesick Blues

In mei 1965 volgde de derde Franse EP van Bob Dylan.

De songs kwamen uit verschillende LP’s van Dylan. Dit was een typisch Frans product. De keuze was enigzins gewaagd omdat naast de sterke “protestsong” “The times they are a changin” ook rockwerk van Dylan werd gebracht (“Subterranean Homesick Blues”)

Op de hoes staat een ietwat sceptisch peinzende Dylan.

“Subterranian Homesick Blues” zou in Pennebaker’s film “Don’t look back” als soundtrack dienen voor wat je gerust de eerste videoclip ever kan noemen. Waarschijnlijk gaat het om een verwijzing naar Jack Kerouac’s “The Subterranians”. En dan is er die vreemde zin “Look out Kid, it’s something you did” genoeg om er schrik van te krijgen.

“She belongs to me” gaat waarschijnlijk over Joan Baez. Het gaat over de onbereikbare vrouw. Rick Nelson had er een paar jaren later een hit mee (1969)

En dan is er “It ain’t me Babe”, een bitter,sarcastisch liedje over de liefde zoals alleen Bob Dylan dit kon maken. Het gaat waarschijnlijk over het einde van zijn relatie met Suze Rotollo. Dylan verwijst hiernaar in zijn Chronicles. Hij zegt dat hij de song schreef in Italië waar hij verbleef in 1963. De persoon over wie Bob het heeft is een onmogelijk iemand. Dylan beseft heel goed dat hij niet kan geven wat zij wil, dwz. “Someone who will die for you an’ more”…

maandag 4 mei 2020

'40-'45


Verrassend genoeg is de muziekcultuur van vlak vóór en vlak ná de oorlog niet wezenlijk anders. De rampspoed van de oorlog heeft slechts een geringe invloed gehad op de ontwikkeling van de muziek. Al in de jaren dertig was het ‘swing’ dat de klok sloeg, aangevoerd door de vele grote Amerikaanse dansorkesten. En eind jaren veertig maakten swingorkesten en bigbands nog stééds de dienst uit. De echte vernieuwingen zouden pas in de jaren vijftig komen, toen jongeren hun eigen muziek ontdekten en rock-’n-roll zijn luidruchtige entree maakte.


In 1940 waren de orkesten van onder anderen Glenn Miller, Tommy Dorsey, Count Basie, Benny Goodman en Duke Ellington toonaangevend. In de oorlogsjaren kwamen ook zangers als Dinah Shore en Frank Sinatra naar voren. En in Engeland Vera Lynn, de sweetheart of the forces. Ze dankte deze erenaam aan haar vele inspirerende optredens voor Britse militairen, nabij de slagvelden tijdens de oorlog en onmiddellijk na de bevrijding in het vrije Duitsland.

In 1945 had Doris Day als zangeres van het orkest van Les Brown haar eerste Amerikaanse nummer 1-hit: ‘Sentimental Journey’; het nummer was bijzonder geliefd onder Amerikaanse militairen in Europa. Bing Crosby was al ruim voor de oorlog een grote ster en bleef dat tot in de jaren vijftig. Datzelfde gold voor The Andrews Sisters.

Ook in ons land luisterde men naar bigbands – via verborgen radiotoestellen, verstopt onder vloeren en in kasten. En er werden meer Nederlandstalige liedjes opgenomen. Dat moest wel, omdat de bezetter geen Engelstalige muziek toestond. Aanvankelijk waren het vooral bewerkingen van Amerikaanse of Engelse nummers, maar steeds vaker verschenen er originele Nederlandse liedjes.

Immens populair waren The Ramblers, onder leiding van Theo Uden Masman, en The Skymasters, geleid door Pi Scheffer. Ook exotische muziek deed het goed in de oorlogsjaren, zoals de Kilima Hawaiians. Trouwens, ook zij moesten in het Nederlands zingen, al vermengden ze dat met Indische (en ‘Hawaiiaanse’) woorden.

En dan was er natuurlijk die bevrijdingsklassieker over “een meisje, luist’rend naar de naam van Trees, ’n echte Hollandse verschijning, knap en aardig in d’r vlees”. Dit komt uit de vrolijke meezinger ‘Trees heeft een Canadees’ van Albert Booy uit 1945:

Trees heeft een Canadees
O, wat is dat kindje in d’r sas
Trees heeft een Canadees
Samen in de jeep en dan vol gas
Al vindt zij dat Engels lang niet mis is
Wil zij dolgraag weten wat een kiss is

Na 1945 liep de swing-rage nog even door. In een land dat werd bevrijd door Amerikanen, Canadezen en Britten was het logisch dat veel Engelstalige liedjes werden gespeeld en meegezongen. En je luisterde als het effe kon naar American Forces Network (AFN), de radiozender voor Amerikaanse militairen in Europa. Daar draaiden ze de nieuwste hits uit de Verenigde Staten. Een nieuwigheid – toch nog, op de valreep van jaren veertig – diende zich aan in 1948: samba, overgewaaid uit Brazilië.

Eddy Christiani sprong er onmiddellijk op in. Hij, de megaster van de populaire muziek in het Nederland van toen, scoorde een hit met het vertaalde nummer ‘Maria van Bahia’. Op het ritme van de tamboerijn en sambaballen-gevuld-met-rijst.

Ondanks deze samba-injectie oordeelt Skip Voogd minder enthousiast over de Nederlandse muziekcultuur eind jaren veertig. Voogd: “De creativiteit in de Nederlandse muziek uit het begin van de jaren veertig had tegen het eind van die jaren plaatsgemaakt voor gezapige oubolligheid. Spanning en originaliteit waren rond 1950 minder aanwezig.”

De gezapigheid van die jaren is prachtig beschreven in de roman ‘De avonden’ van Gerard Reve (toen nog Simon van het Reve) uit november 1947. In de volgende passage figureren The Ramblers als ‘De Zwervers’. Hoofdpersoon Frits van Egters luistert met zijn ouders naar de radio wanneer De Zwervers het nummer ‘Sensatie Nummer Een’ inzetten. Dat bevalt de oudere generatie Van Egters allerminst.

‘Tuut tuut te tuut tuut,’ zei zijn moeder, toen het nummer begon, ‘verschrikkelijk.’
‘Je moet jazzmuziek proberen te volgen,’ zei Frits. Hij zat op een stoel dichtbij het toestel. ‘Kan dat gemier niet af?’ vroeg zijn vader en richtte zich op. ‘Nee,’ zei Frits, ‘je moet eens luisteren, dan zul je horen, dat het geen onsamenhangend lawaai is. Het orkest geeft het ritme aan, de saxofoon speelt de melodie en de improvisaties.’
‘Maar het kan wel zachter,’ zei de man en draaide de knop terug.

Hoe zouden Frits’ ouders een paar jaar later op Elvis Presley hebben gereageerd?

donderdag 23 januari 2020

Django Reinhardt


Op 23 januari werd Django Reinhardt (1910-1953) in een woonwagen vlakbij Charleroi geboren. Reinhardt werd de eerste prominente jazzmuzikant. Veel van zijn liedjes werden klassiekers, die vandaag de dag nog steeds gespeeld worden.

'Django' betekent 'Ik ontwaak' in het Romani, de zigeunertaal. Reinhardt bracht zijn jeugd grotendeels door in zigeunerkampen in de buurt van Parijs. Vanaf zeer jonge leeftijd speelde Django viool, banjo en gitaar, en trad op in muziekcentra in Parijs.

Om geld te verdienen verkocht zijn vrouw Florine 'Bella' Mayer boeketten, gemaakt van het uiterst brandbare celluloid. Op een dag ontstond er brand in de woonwagen. Bij de brand raakte de toen achttienjarige Django lelijk gewond. Zijn linkerbeen en twee vingers van zijn linkerhand waren zwaar verbrand. Django moest zichzelf gedurende twee jaar helemaal opnieuw leren spelen en gebruikte daarbij ook zijn gevoelloze vingers.

De zigeuner Reinhardt creëerde, mede hierdoor, een heel eigen stijl, vanaf 1934 samen met violist Stéphane Grappelli, die als Hot Club de France of gypsyswing de wereld in ging. Reinhardt kon zijn gitaar laten zingen, lachen, spreken, hij gaf het instrument een menselijke stem.

Daarna ontdekte Reinhardt ook de jazz. In zijn stijl mengt hij elementen van de jazz, zigeunermuziek en musette. Als enige niet-Europeaan werd hij al vlug in het jazzpantheon opgenomen naast figuren als Louis Armstrong, Billie Holiday, Duke Ellington, Charlie Parker en anderen. Reinhardt heeft vele muziekgrootheden beïnvloed, onder wie Julian Bream, Mark Knopfler, B.B. King en Carlos Santana.

zaterdag 18 januari 2020

(It May Be) The Last Time (I Don't Know)

In de RCA Studios in Hollywood nemen The Rolling Stones op 18 januari 1965 het nummer The Last Time op. Mick Jagger is over zijn zangpartij op The Last Time niet helemaal tevreden, en op 18 februari 1965 wordt deze dan ook in De Lane Lea Studio, Kingsway in Londen, opnieuw opgenomen.
Op de B-kant Play With Fire is Phil Spector te horen op akoestische gitaar en Jack Nitzsche op gitaar en klavecimbel. The Last Time is een bewerking van het nummer This May Be The Last Time, wat in 1954 al door The Staple Singers op de plaat is gezet. In 1927 is het nummer ook al opgenomen door de Blueszanger Jaybird Coleman met als titel He May Be The Last Time I Don't Know. Deze opname is echter nooit op plaat verschenen. Op 26 februari 1965, wordt The Last Time in Engeland uitgebracht. Amerika volgt op 13 maart 1965.
De zesde single is voor The Rolling Stones hun derde nummer 1-hit in Engeland. In Nederland haalt The Last Time de tweede plaats in de Top 40.