dinsdag 10 april 2018

donderdag 5 april 2018

I'm a King Bee

“I’m a King Bee” is een swamp-blues song die door verschillende blues- en andere artiesten is opgenomen en is geschreven door James Moore, beter bekend als Slim Harpo. In 2008 ontving de song een Grammy Hall of Fame Award, een eerbewijs voor kwalitatieve en historisch belangrijk geachte songs.

Slim Harpo (11 januari 1924-31 januari 1970) geboren in Baton-Rouge (Louisiana), als eerste kind van de familie werkte Moore als stuwadoor en bouwvakker in de late jaren dertig en vroege jaren veertig. Hij begon met optreden in bars gelegen in Baton Rouge onder de naam Harmonica Slim. Later begeleidde hij Lightnin’ Slim, zijn zwager, zowel live als in de studio, voordat hij aan zijn solocarrière begon. Onder leiding van muziekproducer Jay D. Miller nam hij Maart 1957 in de Crowley Studio, Crowley (Louisiana) deze song op voor het label Excello Records (catalogusnummer 2113). De song is simpel van arrangement en beperkt in het gebruik van instrumenten, de warme en langzame stem van Slim draagt de song.



I’m a King Bee werd in 1957 als B-kant uitgebracht van zijn debuut-single “I Got Love If You Want It”, maar had meer succes dan de A-kant.
Slim Harpo stond bekend om zijn mondharmonica, de naam “Slim Harpo” is een vrije en humoristische vertaling van “slim harp”, een populaire bijnaam voor de mondharmonica die werd gebruikt in de blueswereld.

De Engelse rockband The Rollings Stones namen het nummer op voor hun debuut LP “The Rolling Stones” . Hoewel het nummer nooit als single door The Stones is uitgebracht wordt het beschouwd als een vroege belangrijke hit van de band. De opname van de Stones volgt in grote lijnen het arrangement van Slim Harpo’s uitvoering, maar met toevoeging van een slide-gitaar solo door Bryan Jones.
Mick Jagger zou later in de carriere van The Rolling Stones gezegd hebben dat het geen enkele zin heeft om te luisteren naar de Stones I’m a King Bee” spelend, als je het Slim Harpo kunt horen spelen.

In December 1964 werd de song eveneens opgenomen door een band met de naam The Tea Set bestaande uit Syd Barrett, Bob Klose, Roger Waters, Richard Wright en Nick Mason. Kenners onder ons weten dat we het hier over een band hebben die later bekend is geworden onder de naam Pink Floyd.
Andere artiesten en bands die de song opnamen of in hun live-repertoire hadden opgenomen zijn The Grateful Dead (1966), The Doors (1967), Led Zeppelin ( 1970), The Bad Seeds ( ) en The Blues Brothers (1976), Frank Marino & Mahogany Rush (1978), Muddy Waters (1981) en Steven Tyler & Joe Perry ( Aerosmith) (2004).

vrijdag 30 maart 2018

De arithmetische verdeling van een snaar

De harmonische beschouwingen van die tijd kleedden zich meestal in de vorm van het probleem, hoe een gespannen snaar moest verdeeld worden om de gewenste intervallen te krijgen. De eenvoudigste verdeling van de snaar is in tweeën. Het is bekend, dat de halve snaar een toon geeft, die met de lagere toon van de hele snaar een interval maakt, dat octaaf wordt genoemd.
Wat ligt er meer voor de hand, dan het verschil tussen deze twee snaarlengten opnieuw in tweeën te gaan verdelen? Indien het een D-snaar is, zullen we met de halve snaar een d krijgen, en met driekwart van de snaar een G. Op een bepaalde manier mag G het midden heten tussen D en d.



Daar de driekwart snaarlengte het rekenkundig of arithmetisch gemiddelde is van 1 en 1/2, werd G het 'arithmetische midden' van het octaaf D:d genoemd. Zeer voor de hand ligt het ook, dat het verschil tussen de hele en de halve snaarlengte in drieën wordt gedeeld. Dat betekent dat er geluisterd wordt naar welke tonen er worden gespeeld met 1/2, of 3/6, met 4/6 (of 2/3), met 5/6 en met de hele snaarlengte. Door die tonen wordt het octaaf arithmetisch in drieën  gedeeld. Op de D-snaar zijn dit d:A:F:D. Het is duidelijk dat nu tussen F en d de toon A het arithmetische midden is, en dat tussen de tonen D en A de toon F het arithmetische midden is.
In wat tegenwoordig de kleine (terts)drieklank D:F:A heet is dus F het arithmetische midden van de kwint D:A. Op deze wijze kan de primitieve mens doorgaan. Zo kan hij bijvoorbeeld het stuk op de snaar tussen de helft (d) en tweederde (A) in drieën delen. Dan krijgt hij de snaarlengten 9/18 (of 1/2), 10/18 (of 5/9), 11/18 en 12/18 (of 2/3). Wij kunnen dat in ons notenschrift en met onze letters nog niet goed weergeven, maar het is een tamelijk verbreide toonopvolging, waarbij de kwart d:A arithmetisch in drieën gedeeld is.

dinsdag 27 maart 2018

The Journeymen

The Journeymen waren Scott McKenzie, John Phillips and Dick Weissman, een folktrio uit het begin van de jaren zestig.

The Journeymen werden beschouwd als een van de meest veel belovende nieuwe folkgroepen op dat ogenblik. De leider was John Phillips, hij was erantwoordelijk voor de keuze van de songs en schreef er ook zelf.  Scott McKenzie, was de lead tenor.
Ze maakten hun debuut in 1961 in Folk Gerde's City, New York, en kort daarna tekenden ze een kontrakt bij Capitol Records.
De populariteit van het trio was echter van korte duur. De leden gingen hun eigen weg.

Phillips probeerde het nog eens met een trio “The New Journeymen” met zijn vrouw Michelle Phillips en Marshall Brickman. Na weer een jaartje aanmodderen vormde hij met twee ex Mugwumps leden (Denny Doherty en Mama Cass Elliott) een nieuwe groep, “The Mama’s and the Papa’s”.
Hij schreef voor zijn vriend Scott McKenzie “San Fransisco (be sure to wear flowers in your hair)”, een wereldhit in de summer of love.


zondag 25 maart 2018

De Chico's

De Chico’s was een cowboy trio die in 1947 in Amsterdam werd opgericht, bestaande uit Simon Sint, Bep en Nico Feldberg.
Zij raakten bekend via de radio met het lied “Koel Water”, een bewerking van een Amerikaanse song.
De Nederlandse tekst was geschreven door Simon Sint, de leider van the Chico’s.
Ook scoorden ze een hit met “s’ Avonds als het kampvuur brandt”, een lied van Tom Erich en André Meurs.
In de vijftiger jaren vormde De Chico’s samen met Eddy Christiani de Prairiepioneers.
Bekende liedjes uit die tijd waren “Goudkoorts” en “Cigarettes and Whisky”.



Het trio viel in 1960 uiteen, het echtpaar Bep en Nico Feldberg emigreerden naar Australië.
Het echtpaar trad daar regelmatig op in Australische televisieprogramma’s.
Simon Sint vormde na 1960 een aantal jaren een komisch nummer met Ad Veen.
Ze toerden door Europa en traden ondermeer op bij Josephine Baker.
later trad Simon Sint nog twee jaar op met Ted de Braak.
Simon Sint was echter ook druk doende met jazz in Franse stijl én als schilder.
Zijn werk vond aftrek en is tot op heden te vinden in binnen- en buitenlandse collecties en galerieën, bijvoorbeeld bij Ami des Arts aan de Boulevard Haussmann in Parijs.
De laatste jaren van zijn leven was hij vooral bezig met aquarellen in naturalistische en impressionistische stijl.
Simon Sint overleed in 2007 in zijn woonplaats Wilnis, de gitarist en beeldend kunstenaar werd 81 jaar.
Bep en Nico Feldberg keerden in 1967 terug naar Nederland en gingen verder als De Bouwmeesters en scoorden ze in 1973 een feesthitje met “Geef ze een huis”.
Omdat men werd gestimuleerd door de platenmaatschappij werden The Chico’s eind 1967 opnieuw opgericht, met Simon Sint en met de nieuwkomers Conny Schouwman en Frans Doolaard.
In de jaren zeventig werd de groep definitief opgeheven.

dinsdag 20 maart 2018

Gitaartechniek

Als muzikant wil je een goede techniek gebruiken. Als je het niet doet, maak je het jezelf moeilijker.

De positie van het instrument is een van die stukjes techniek. Je hebt het grootste bereik wanneer je vingers parallel zijn aan de frets, en je zult je spieren het meest efficiënt gebruiken wanneer je pols recht is.

Mensen komen in veel meer maten dan gitaren doen, dus je zult een paar mensen tegenkomen met een "slechte" techniek die het goedmaken met een fysiek cadeau, zoals lange vingers. Maar zelfs dan zal een goede techniek uitbreiden wat je kunt doen.

Kijk naar een jazzgitarist en je ziet de rechte pols en de vingers parallel aan de frets. Dat moet wel, want jazz is technisch veeleisend - hier is Joe Pass als voorbeeld:




Of een van de shredders zoals Yngwie Malmsteen:



Let op de rechte pols in beide. En in beide foto's als ze hun vingers recht over het fretboard uitstaken, zouden ze parallel aan de frets zijn.

Vergelijk die positie met die van bijvoorbeeld Johnny Ramone:




Hij is op zijn minst evenwijdig aan de frets, maar de gebogen pols zal op zijn best vermoeiend zijn en zal in het ergste geval leiden tot spierspanning. Of met Taylor Swift:




Haar pols is verborgen, maar de manier waarop ze de gitaar vasthoudt, kan niet recht zijn ... en haar vingers staan ​​in een hoek die de noten die ze kan bereiken, ernstig zal beperken.

Hoe technischer de muziek die je speelt, hoe belangrijker de goede techniek wordt. Uiteindelijk is het een individuele keuze, maar het is gebaseerd op wat je doet - Taylor Swift is een singer / songwriter die een beetje gitaar speelt. Johnny Ramone was meer over entertainment / houding dan virtuositeit.

Als je goed kijkt, zie je dat hoe beter de muzikant, hoe beter de techniek.

The Beatles toonden geen virtuositeit, maar ze hadden een behoorlijk fatsoenlijke techniek. Ze struikelden er zelf over, of ze mikten muzikanten na die meer technische training hadden gehad, of ze kregen enkele tips van andere muzikanten tijdens hun begindagen.

Oh, en waar je het lichaam van de instrumenten plaatst, is van invloed op hoe effectief je oefening zal zijn. Als je gitaar zich in een andere positie bevindt wanneer je zit of staand speelt, kun je het beste de manier oefenen waarop je gaat spelen. Als je dat niet doet, is het contraproductief - we oefenen om onze bewegingen om te zetten in automatische gewoonten en als je gewoonten niet overeenkomen met wat je op het podium doet, zal je niet zo goed zijn als je zou kunnen zijn.

zondag 18 maart 2018

Harry Cox


De vermelding van Belfast in het eerste vers wijst op Ierse oorsprong, de vermelding van Van Diemen’s Land in het laatste verklaart de vele Australische covers. Broadside-versies wijzen op een bestaan vanaf minstens 1840. Toen had de actie echter nog plaats in Barking, Essex. Boer Harry Cox plukte deze song uit native ground.
Harry Cox is, simpelweg, de belangrijkste en de grootste onder de grote Engels traditionele zangers
Hij was zijn hele leven lang landarbeider en folk zanger in een klein dorpje in North Norfolk. Geboren in 1885, bereikte hij reeds in zijn vroege jaren dertig regionale bekendheid als performer, nadat hij ontdekt werd door de Engelse componist EJ Moeran in de jaren ’20, maar het was pas na de Tweede Wereldoorlog dat zijn opnames hem een bredere erkenning zouden opleveren.



De boom in de documentatie van folk muziek, geïnspireerd door Alan Lomax en zijn soortgenoten in de jaren ’50, leidde tot een nieuwe waardering van de traditionele muziek van de Britse eilanden, en Cox won dat respect als een van de beste bewaarders van die traditie. Gezegend met een rijke, diepe zangstem en een liefde voor muziek, zou hij diverse opnames maken en een grote invloed hebben op de golf van Britse folk muzikanten en jaren ’60 bands als Fairport Convention.
Zijn dood in 1971 betekende het einde van een carrière van meer dan 50 jaar.

Harry werd geboren in Barton Turf de buurt van Great Yarmouth en was een ware jukebox van oude liedjes waaronder straatliederen als ‘The Female Drummer’, ‘Two Jolly Butchers’ en ‘Betsy the Serving Maid, Child ballads zoals’ Bold Archer ‘en’ Georgie ‘(‘ Geordie ‘), en komische deuntjes als ‘I had an old Hoss’ en ‘A Happy Family’.
De populaire ‘Ierse’ folk song, ‘The Black Velvet Band’ was ook een Harry Cox original, en Steve Roud’s nota’s vertellen ons dat de eerste versie van dit nummer absoluut niet uit Belfast komen, maar uit Barking in Essex, Engeland.
Het voortbestaan van deze prachtige modale melodieën in een algemene muzikale omgeving zo volledig gedomineerd door de moderne toonladders, is vrij verrassend. Maar Harry Cox was niet alleen een van de laatste links met de traditie van mondelinge overdracht, hij was vooral de laatste uit het pre-industriële Engeland en een lang vervlogen cultuur.

donderdag 15 maart 2018

Ad Vanderveen

Ad Vanderveen ontpopt zich na het uiteenvallen van de rootsrockgroep Personnel tot een van 's lands belangrijkste singer/songwriters, waarbij hij zich op zijn diverse albums bij laat staan door een keur aan nationale- en internationale artiesten.

Na het uiteenvallen van de groep Personnel in 1993 gaat het duo Philip Kroonenberg en Ad Vanderveen (Hilversum, 1956) ieder zijn eigen weg. Vanderveen's eerste cd, Travel Light, bevat muzikale columns uit de jaren '91-'92 voor het 3 FM-radioprogramma Rock City. Naast dit album verschijnt er bij Polydor de van de cd getrokken single Lifeline.

In een Oor-recensie van het overwegend akoestische album Sooner Or Later ziet Vanderveen zich geplaatst in een rijtje met de gevestigde singer/songwriters Bob Dylan, Neil Young, Jim Croce en James Taylor. Vanderveen treedt solo op, maar heeft ook een band om zich heen verzameld. Daarin spelen naast Vanderveen Bart de Klerk (gitaar, zang), Werner Cornard (bas, zang) en Anthony Delmonte-Lyon (drums). Gastbijdragen zijn er onder andere voor Nadieh (Karin Reyhani), Emile den Tex en Robbie Valentine.



Op de cd Brandnew Everytime, Vanderveen's derde solo-album, is onder andere de Amerikaanse singer/songwriter David Olney te horen.

In 1997 Vanderveen komt met Wonders Of The World. Op deze cd staat een hernieuwde versie van Water Under The Bridge uit 1992, het klasse-nummer van zijn voormalige band Personnel. Het album vindt zijn apotheose in een lange elektrische versie van Neil Young's klassieker Cortez The Killer.

Neil Young speelt ook een rol in een ander project van Vanderveen. De Nederlandse singer/songwriter opereert de laatste jaren als een folkie die her en der zijn eigen nummers brengt. Maar hij wil ook nog wel eens met een band uitpakken. Op Ad Vanderveen & The O'Neils belijdt Vanderveen, in elf zelfgeschreven liedjes, zijn grote liefde voor de Canadese singer/songwriter. De begeleidingsband de O'Neils bestaat uit Roel Overduin (drums, percussie), Hans Minkema (gitaar, zang) en Martijn van Donk (basgitaar, mandoline en zang). Het startpunt voor dit album ligt in een initiatief van de Nederlandse Neil Young-fanclub, die Vanderveen vraagt om enkele nummers van hun gezamenlijke held te vertolken op een fanclubdag.

Vanderveen is met een nummer vertegenwoordigd op de Neil Young-tribute dubbelaar This Note's For You (1999). Een album, uitgebracht door Inbetweens Records, waarop een keur aan binnen- en buitenlandse sterren hun eigen interpretatie geven van oude Neil Young songs.

In januari 2000 maakt Vanderveen in Texas onder de groepsnaam More Than A Song de eerste opnamen samen met de Amerikanen Eliza Gilkyson (zang) en Iain Matthews. Dat jaar verschijnt ook de eerste duoplaat met Matthews onder de naam The Iain Ad Venture. Het zesde solo-album Here Now (Songs From The Basement) is geheel opgenomen in Vanderveen's kelder. Het album straalt vooral een rustieke en intieme sfeer uit. Als tussendoortje is daarvoor ook al de single Star Of Bethlehem (wederom een cover van Neil Young) verschenen, een duet met Sonya Hunter.



Het akoestische solo-album One On One is op 6 februari 2000 live opgenomen in de Amer bij het Drentse dorpje Amen, op een steenworp afstand van Grolloo.Vanderveen begeleidt zichzelf op gitaar, piano, dobro en mondharmonica. Het trio More Than A Song begint in februari in Nederland aan een tweede opnamesessie voor het gelijknamige eerste album. Hun eerste Nederlandse optreden vindt in oktober plaats tijdens A2A.

De huiskamersfeer van de opnamesessies met More Than A Song is ook te horen tijdens de vierentwintig optredens die de groep in 2002 in Nederland doet. De opnamen die gemaakt worden tijdens een optreden in de Kleine Komedie te Amsterdam belanden op het eerste album van het trio.

Van More Than A Song verschijnt in februari 2003 het album Witness. Tegelijkertijd komt Vanderveen's soloplaat The Moment That Matters uit waarop hij wordt bijgestaan door o.a. Iain Matthews, David Olney, Astrid Young (de zus van Neil Young) en The O’Neils. Op initiatief van het Amerikaanse label UTR Records wordt aan het eind van het jaar een bloemlezing samengesteld onder de titel Late Bloomer. Het titelnummer is de enige nieuwe compositie op de plaat. De organisatoren van het festival Folk Grolloo brengen in eigen beheer het gelijknamige dubbelalbum uit met daarop ongeveer een half uur durende registratie van het optreden dat Ad Vanderveen tijdens dat festival samen met Iain Matthews heeft verzorgd.

Net als One On One (2001) zijn de elf tracks op het album Cloud Of Unknowing opgenomen in de Amer. Vanderveen wordt begeleid door het Crossroads Combo met Kersten de Ligny (zang), Arwen Linnemann (contrabas) en Roel Overduin (drums).

Cloud Of Unknowing komt in het voorjaar 2007 ook in Amerika uit via Blue Rose Records. In de maanden maart en april gaat Ad Vanderveen op tournee door Duitsland, gevolgd door optredens in de Verenigde Staten samen met Kersten de Ligny. Een registratie van het optreden in Eddie's Attic in Decatur, Atlanta belanden op het album Soundcarrier. De cd bevat tevens een dvd met een documentaire, videoclips en opnamen van sessies met The Crossroads Combo en The Bluegrass Boogiemen. Op 15 december vindt in The Blues Garage in het Duitse Hannover-Isernhagen The Blue Rose Christmas Party plaats met een optreden van The Blue Rose Rockestra. Deze gelegenheidsband bestaat naast Ad Vanderveen uit Rich Hopkins, Joseph Parsons, Chris Cacavas, Ken Andree and Winston Watson. Opnamen van dit optreden worden in gelimiteerde oplage uitgebracht op de box Blue Rose Xmas Party 07.



Vanderveen neemt in Engeland in 2009 met producer/engineer Matt Butler het album Faithful To Love op. De cd bevat elf intieme akoestische folkduetten met Kersten de Ligny en gastbijdragen van Jim Morrison op fiddle, altviool en mandoline. Vanderveen en De Ligny touren door Europa voor optredens in onder meer Nederland en Duitsland. In februari doet Vanderveen enkele try-outs met The Lone Wolves, een samenwerking Eric Andersen en Richard Dobson, en aangevuld met zang van Kersten de Ligny en Inge Andersen.

Het album Ride The Times (2010) is de tweede duoplaat met Iain Matthews onder de naam The Iain Ad Venture. Naast eigen composities staan op de plaat versies van nummers uit de oeuvres van Warren Zevon, Bobby Darin, Neil Young en Tom Waits. Vanderveens volgende soloplaat is het ingetogen Days Of The Greats (2011) waarop, volgens het muziekblad Lust For Life, de muzikant 'meer dan ooit in de voetsporen treedt van Texaanse kunstbroeders als Guy Clark, David Olney, Calvin Russell en wijlen Townes Van Zandt.'

zondag 11 maart 2018

The Eyes

In 1965 en 1966  brachten “THE EYES” een aantal singles uit die gerust naast de eerste singles van The Who kunnen staan.

“When the Night Falls”, "The Immediate Pleasure”, “I’m rowed Out” en “My Degeneration” een rauwe “tongue in cheek” parodie op the Who’s “My Generation” waren de twee eerste singles die in Frankrijk uitkwamen op een EP-tje.

“When The Night Falls” werd geproduced door Shel Talmy. Alan Freeman, de befaamde DJ van Radio London noemde de single “Onvergetelijk”.

Hoewel ze nooit echt commercieel succes kunnen the Eyes toch gerust naast de meeste grotere groepen staan uit die tijd.

zaterdag 10 maart 2018

"Rock 'n' Roll"

“Rock ‘n’ Roll” is vaak gedefinieerd als een combinatie van rhythm ‘n’ blues en country muziek. Hoewel dit grofweg juist is, zijn er in de eerste helft van de 20ste eeuw meer factoren aan te wijzen die de geboorte van rock ‘n’ roll en haar ontwikkeling hebben gestimuleerd.
Je kunt beginnen in 1892, toen populaire muziek big business werd en de eerste muziekuitgeverijen kantoor gingen houden in New York City nabij de vaudeville theaters. Dit gebied zou bekend worden onder de naam Tin Pan Alley. Het was met name bladmuziek dat het belangrijkste product van deze uitgeverijen was.

In 1914 werd de American Society for Composers (ASCAP) opgericht ter bescherming van de componisten. In datzelfde jaar werd de eerste blues gepubliceerd (Hart Wand’s “Dallas Blues”).
In de eerste twee decennia van de 20ste waren er twee gebeurtenissen die van grote invloed waren op het verdere verloop van de populaire muziek. In 1914 vond Jerome Kern de “musical” uit, door muziek, toneel en ballet te integreren tot een verhaal. Het werd een op zichzelf staande industrie. De voor witte muziek tweede revolutie vond plaats zonder dat iemand er erg in had. In 1910 publiceerde John Lomax “Cowboy Songs and Other Frontier Ballads” en in 1916 bracht Cecil Sharp een collectie van folk muziek uit de Appalachen uit. Deze gebeurtenissen staan aan de basis van de witte populaire muziek, maar het duurde tot 1922 tot de Texaanse violist Eck Robertson dit op de plaat zette. Het jaar er op nam John Carson twee “hillbilly” songs op, een gebeurtenis die bekend zou komen te staan als het begin van de “country” muziek.



In 1924 introduceerde Riley Puckett het jodelen in de country-muziek (oorspronkelijk uit de Zwitserse en Oostenrijkse Alpen), een style die door de eerste country ster Jimmie Rodgers in 1927 werd overgenomen en te samen met de Hawaii slide gitaar een tegenhanger van de blues introduceerde. In 1925 werd Carl Sprague de eerste muzikant die cowboy nummers opnam ( en zo de eerste “zingende cowboy” in de country muziek werd.)
Het eerste radiostation in Nashville (WSM) begon in 1925 met uitzenden van een programma dat de naam kreeg “Grand Ole Opry”. Country muziek was hot.
Ook zwarte muziek kende een grote bloei. De eerste jazz plaat kwam uit in 1917. Mamie Smith’s Crazy Blues (1920) werd de eerste Amerikaanse blues hit, gevolgd door Bessie Smith in 1923. Geen van beiden was weliswaar een echte blues muziekant; zij waren straatmuzikanten uit het zuiden van de VS. Maar in 1926 werd Blind Lemon Jefferson de eerste echte bluesmuzikant die een plaat opnam.
In 1921 werden er in de VS 106 miljoen platen verkocht, meestal uitgegeven op Tin Pan Alley, maar de markt verschoof langzaam naar de nieuwe platenmaatschappijen. Het is geen toeval dat juist in die tijd platenmaatschappijen werden opgericht die tot op heden nog steeds bestaan.
In 1924 werd de Music Corporation of America (MCA) in Chicago opgericht, oorspronkelijk als agentschap voor nieuw talent, en opende Deutsche Grammophone (DG) Polydor ter distributie van platen overzee.
In 1926 begon General Electric de Radio Corporation of America. (RCA) en in 1928 ontstond het Columbia Broadcasting System (CBS). In 1929 werd in Engeland Decca opgericht, een klassiek platenlabel.
In 1931 richtte EMI, ontstaan uit Grammophone en Columbia, op Abbey Road in Londen de grootste opname studio op.
In 1925 vonden de Mills Brothers de “barbershop harmonies” uit, die dé standaard werd voor alle toekomstige zanggroepen, en in 1926 bracht Bing Crosby zijn eerste plaat uit in de zogenaamde “crooning-“-style (dankzij een nieuw soort microfoon) , een manier van zingen die populair werd onder de blanke middle class in de VS. Hoewel geen populaire muziek, door de samenwerking van de Duitse componist Kurt Weill met tekstschijver Bertold Brecht werden voor het eerst jazz, folk en popelementen in muziek samengebracht.



De term “rock ‘n’ roll” is misschien zo oud als de volgende historische gebeurtenissen: Trixie Smith nam My Man Rocks Me with One Steady Roll in 1922 op, 4 jaar voor dat Chuck Berry het levenslicht zag.
In 1934 nam John Lomax in de zuidelijke staten samen met zijn zoon Alan zwarte muziek op, en ontdekte hierdoor een gospel genre “rocking and reeling” dat al jaren, zo niet decennia, al bestond.
De Grote Depressie eind jaren ’20 gooide echter roet in het eten. Er werd geen geld meer uitgegeven aan platen, de verkoop stortte in en er was geen interesse meer in nieuwe ideeën.
Toch vonden er belangrijke ontwikkeling plaats in de jaren ’30. “Boogie”-pianist Meade Lux Lewis bracht Honky-tonk train uit in 1929 als opwarmertje van de “boogie”-boom die in Kansas en Chicago zou ontstaan.
Gene Autry populariseerde de honky-tonk style in country muziek met That Silver-Haired Daddy of Mine (1931), en Bill Monroe populariseerde met Kentucky Waltz uit 1933 de “bluegrass”-style.
Hetzelfde deed Thomas Dorsey in 1932 met gospel muziek ( Precious Lord) en in hetzelfde jaar Milton Brown en Bob Wills met “western swing”.
Last but not least schreef Woody Guthrie in 1935 Dust Bowl Ballads en werd de eerste belangrijke singer-songwriter.
Door de uitvinding van 2 instrumenten werd de toekomst van de rockmuziek bepaald: in 1931 vond George Beauchamp de electrische gitaar uit (de “Rickenbacker”) en in 1933 Laurens Hammond het Hammondorgel.
Hoewel de platenverkoop volledig was ingestort (in 1933 werden er nog maar 6 miljoen platen verkocht in de VS) vond er na 1935 weer een opleving plaats. Het radioprogramma “Hitparade” begon met uitzenden, en al gauw werd Roy Acuff werd de eerste Nashville country ster, en in 1937 stimuleerde “big bands” de platenverkoop. In 1940 begon Disney met stereo opnamen en een jaar eerder begon Panoram met een visual jukebox, een apparaat dat muziekfilmpjes kon laten zien, een idee dat 40 jaar later pas echt goed van de grond zou komen.
Ook zwarte muziek begon aan een opmars. Belangrijk is de eerste opname in 1936 door bluesman Robert Johnson. In 1939 opende Leo Mintz in Cleveland de platenzaak “Record Rendezvous” die zwarte muziek aanbood aan de blanke gemeenschap. Een nieuw style ontstond in datzelfde jaar, de “jump blues”, genoemd na de hit van Louis Jordan ( Choo Choo Ch’Boogie uit 1946) dat gezien kan worden als het begin van de rhythm ‘n‘ blues. Op Jordan’s nummer Ain’t That Just Like a Woman speelde Carl Hogan een krachtige gitaar-riff, door weinigen opgemerkt, maar die wel 10 jaar later Chuck Berry beroemd zou maken. T-Bone Walker uit Los Angeles gebruikte jazz-akkoorden in de blues gitaar getuige I Got a Break Baby (1942) en Strolling With Bones (1950). Het door de blanke Johnny Otis samengestelde blues ensemble voor Harlem Nocturne (1945) was een kleinere versie van de swing-big band, en zou de basis vormen voor toekomstige rhythm ‘n’ blues combo’s.
Een andere belangrijke stroming voortkomend uit de folk muziek was de protestsong. Woody Guthrie maakte al muziek die maatschappelijk betrokken was, maar Pete Seeger ontwikkelde dit door en nam met het door hem opgerichte Almanac Singers nummers op met een anti-communistische strekking.



De Tweede Wereldoorlog had in tegenstelling tot de Eerste geen slechte invloed op de platenindustrie. Bing Crosby’s White Christmas uit 1942 zou de komende 50 jaar de beste verkochte plaat aller tijden zijn. Tijdens de oorlog begeleide disc-jockeys Amerikaanse troepen in het buitenland. Platenlabels als Savoy (1942) en King (1943) werden opgericht ter promotie van zwarte muziek. Capitol in Hollywood was de eerste grote maatschappij die niet gevestigd was in New York, en Mercury werd opgericht in Chicago. In de jaren ’40 ontwikkelde zowel de muziektechniek als de muziekstijl. Electrische instrumenten beïnvloeden de manier waarop muzikanten hun muziek gingen maken. Rond 1945 vond Les Paul (geboren Lester Polfus) “echo delay”, “multi tracking” en andere studio technieken uit die jaren later door producers over de hele wereld zouden worden herontdekt. In 1946 nam Muddy Waters in Chicago zijn eerste “electrische” blues plaat op. En in 1947 gebruikte Billboard schrijver Jerry Wexler voor het eerst de term rhythm’n’blues voor dit nieuwe genre van blues. Modern (1945), Speciality (1946) en Imperial (1946) waren nieuw platenmaatschappijen in Los Angeles ter promotie van de zwarte muziek, zoals ook in New York Atlantic in 1947 en in Chicago Aristocrat (ook Chess).
Zwarte muziek was “rockin’ harder” getuige hits als Good Rockin’ Tonight in Texas (1947) door Roy Brown, We’re gonna Rock We’re gonna Roll uit 1948 door rhythm’n’blues saxofonist Wild Bill Moore uit Detroit alsook in I Want to Rock and Roll (1949).