Ik had er nog nooit van gehoord, maar we gaan er zeker vaker aandacht aan besteden: The Incredible Stringband.
Originele bezetting in plaats van herkomst Glasgow: Robin Williamson en Clive Palmer. De reputatie als folksolisten wordt er vanaf '65 gecombineerd in o.a. Palmer's Incredible Folk Club.
Mike Heron vult The String Band tot een trio aan; de drie leden schrijven songs, zingen en spelen allen meerdere instrumenten.
Na The Incredible Stringband, een plaat die tot in Engeland goed ontvangen wordt, gaat de band een tijdje uiteen. Palmer verdwijnt naar Afghanistan en Williamson brengt enige maanden door in Marokko. Bij terugkeer zal het de toch al niet alledaagse muziek van de Schotten omleiden langs Oosterse en Afrikaanse wegen via het zich altoos uitbreidende instrumenten-assortiment, dat nu ook de oud, tamboura en vinger- cymbals omvat. Palmer blijft echter terzijde, zodat een duo, bestaande uit Heron en Williamson, zich eind '66 voor het eerst buiten Schotland waagt voor optredens: in The Royal Albert Hall zijn ze in het voorprogramma van Judy Collins en Tom Paxton een 'success'.
Hun tweede album voor Elektra, The 5000 Spirits Or The Layers Of The Onion, wordt er in de flower power underground- explosie door de critici uitgelicht als 'de Sergeant Pepper's van de folk'. De bijna kinderlijke ondertoon en de uiteenlopende stemmingen monden uit in huisvlijt, die veel tijdgenoten als zeer comfortabel ervaren en op anderen een afstotend effect hebben door de niet conventionele instrumentatie en het gebruik van vreemde intervallen.
In de Verenigde Staten ontluikt de belangstelling mede aan de hand van de goede berichten van o.m. Judy Collins, die tevens één van de String Band-songs op haar repertoire neemt. Huiskamersfeer wordt tijdens optredens uitgedragen door meegebrachte kleedjes, huisdieren, en lange conversaties met het publiek, dat de breed uitgesponnen muziek, met name op de vele festivals in die jaren, hooglijk waardeert. Volgende plaat heeft weliswaar niet als The 5000 Spirits Or The Layers Of The Onion een hoes van Marijke Koger en Simon Posthuma, maar wordt toch algemeen beschouwd als een betere plaat in het zelfgecreëerde en derhalve zeer aparte genre. Later gaat de groep zichzelf herhalen, hoewel de fanate aanhang nog geruime tijd achter de zweverige tonen aan zal blijven lopen.
The String Band groeit uit tot een familiebedrijfje als de vriendinnen van Mike en Robin, Rosie Simpson en Licorice McKechnie, hun charmante, doch geringe muzikale bijdragen niet louter thuis maar ook in de studio voor optredens gaan leveren. De regelmatige stroom String Band-platen wordt gekenmerkt door een afnemende kwaliteit, Wee Tam And The Big Huge, Changing Horses en I Looked Up, en een ten onrechte groeiende pretentie, U en Be Glad For The Song Has No Ending. De laatste twee zijn opgezet ter ondersteuning van film-en choreografische presentaties.The String Band is ook in Nederland in 'hippie'kringen populair. Mike Heron komt hier nog bijna aan z'n eind, als hij tijdens een optreden in het Concertgebouw ternauwernood aan elektrokutie ontsnapt.