maandag 30 januari 2023
woensdag 18 januari 2023
Dark Side Of The Moon
Op 18 januari 1973 wordt door Pink Floyd in de Abbey Road Studio in Londen de laatste hand gelegd aan Dark Side Of The Moon.
Op 17 februari 1972 speelt Pink Floyd in het Rainbow Theater in Londen een nieuw nummer dat zij Eclipse hebben genoemd. Later zal de uiteindelijke titel veranderen in The Dark Side Of The Moon. Opmerkelijk, want in de studio zijn nog geen opnamen gemaakt. Wel verschijnt er 6 weken na het concert een bootleg, waarvan er 100.000 worden verkocht. De echte opnamen voor het album beginnen pas op 1 juni 1972 in de Abbey Road Studio in Londen. Als geluidstechnicus treedt Alan Parsons op, die al ervaring heeft opgedaan bij The Beatles albums Abbey Road en Let It Be. Alan Parsons en Pink Floyd werken veelvuldig met geluidseffecten zoals in de nummers Money en Time. Om verschillende stemmen op het album te krijgen verzint Roger Waters een twintigtal vragen, die hij aan iedereen die in de Abbey Road langs komt, voorlegt. De antwoorden worden opgenomen en de meest originele antwoorden komen op het album terecht. De stemmen van Paul en Linda McCartney worden niet gebruikt, maar wel die van Wings gitarist Henry McCulloch. Vragen zijn bv: "Ben je bang om dood te gaan" en "Wat betekent de zin The Dark Side Of The Moon voor je?" Pink Floyd wil de uitdrukking Dark Side Of The Moon eerst niet gebruiken als titel voor het album, omdat de groep Medicine Head in 1972 een album met dezelfde titel heeft uitgebracht. Het album van Medicine Head is echter nauwelijks verkocht, en uiteindelijk durft Pink Floyd het wel aan om hun album Dark Side Of The Moon te noemen.
Het album wordt wereldwijd een succes en bereikt de 4e plaats in Nederland, de 2e in Engeland en de 1e plaats in de VS. Dark Side Of The Moon is vooral ook een tijdloos album. In Engeland staat de LP ruim 5 jaar in de album lijst. In de VS haalt het album een absoluut record. Daar staat Dark Side Of The Moon 591 weken onafgebroken in de Billboard Album lijst en in totaal staat het album 741 weken (ruim 14 jaar in de Billboard lijst). Wereldwijd worden er ruim 35 miljoen albums van verkocht (2012).
dinsdag 10 januari 2023
Muziek als geneesmiddel
Muziek als geneesmiddel, dat klinkt velen vast goed in de oren. Door het gebruik van bepaalde muziek zou je onder andere je gemoedstoestand kunnen beïnvloeden. Dat zeggen drie Amerikaanse psychologen in hun boek 'Your playlist can change your life'.
"Muziek heeft de wonderlijke kracht om je stemming te bepalen. Zo word ik altijd rustig als ik luister naar het lied dat mijn oma altijd zong", zegt Galina Mindlin. De professor psychiatrie en oprichter van Brain Music Therapy schreef het boek samen met neurowetenschappers Don DuRousseau en Joseph Cardillo.
Volgens Mindlin kan een afspeellijst met nummers die een goed gevoel geven stress en angsten verminderen, het concentratievermogen verbeteren en zelfs pijn verlichten. "Zo kan iemand fungeren als zijn eigen arts en zichzelf muziek 'voorschrijven'."
Zo zou het rustige ritme van John Lennons 'Imagine' lichaam en geest ontspannen en het swingende ritme (27 slagen per minuut volgens de onderzoekers) van Frank Sinatra's 'New York New York' minder angstig maken.
Mensen moeten volgens de onderzoekers uitvinden welk gevoel bepaalde muziek hun geeft en zelf afspeellijsten samenstellen voor verschillende situaties. Bijvoorbeeld om te motiveren op het werk of te ontspannen na een drukke dag.
Wel benadrukt Mindlin dat de lijst moet worden bijgehouden. "De muziek moet meegroeien met je leven. Als je bijvoorbeeld een zware of stressvolle tijd doormaakt, kan je behoefte hebben aan andere liedjes dan wanneer je heel vrolijk bent."
Geduld is wel vereist bij deze 'muziektherapie'. "Het is geen snelle oplossing zoals antidepressiva. Het kost de meeste mensen tijd om een op maat gemaakte afspeellijst samen te stellen. Voor sommigen is het een proces, anderen weten meteen welke muziek voor hen het beste werkt."
"Muziek heeft de wonderlijke kracht om je stemming te bepalen. Zo word ik altijd rustig als ik luister naar het lied dat mijn oma altijd zong", zegt Galina Mindlin. De professor psychiatrie en oprichter van Brain Music Therapy schreef het boek samen met neurowetenschappers Don DuRousseau en Joseph Cardillo.
Volgens Mindlin kan een afspeellijst met nummers die een goed gevoel geven stress en angsten verminderen, het concentratievermogen verbeteren en zelfs pijn verlichten. "Zo kan iemand fungeren als zijn eigen arts en zichzelf muziek 'voorschrijven'."
Zo zou het rustige ritme van John Lennons 'Imagine' lichaam en geest ontspannen en het swingende ritme (27 slagen per minuut volgens de onderzoekers) van Frank Sinatra's 'New York New York' minder angstig maken.
Mensen moeten volgens de onderzoekers uitvinden welk gevoel bepaalde muziek hun geeft en zelf afspeellijsten samenstellen voor verschillende situaties. Bijvoorbeeld om te motiveren op het werk of te ontspannen na een drukke dag.
Wel benadrukt Mindlin dat de lijst moet worden bijgehouden. "De muziek moet meegroeien met je leven. Als je bijvoorbeeld een zware of stressvolle tijd doormaakt, kan je behoefte hebben aan andere liedjes dan wanneer je heel vrolijk bent."
Geduld is wel vereist bij deze 'muziektherapie'. "Het is geen snelle oplossing zoals antidepressiva. Het kost de meeste mensen tijd om een op maat gemaakte afspeellijst samen te stellen. Voor sommigen is het een proces, anderen weten meteen welke muziek voor hen het beste werkt."
woensdag 21 december 2022
Albert King
De Amerikaanse blueszanger en gitarist Albert King overlijdt op 21 december 1992 in Memphis in Tennessee aan een hartaanval.
De linkshandige gitarist Albert King wordt op 25 april 1923 in Indianola, Mississippi als Albert Nelson geboren. In de late jaren veertig speelt Albert King drums en gitaar bij de In The Groove Boys in Arkansas. In 1952 duikt hij in Chicago en in het nabij gelegen Gary op als drummer bij John Brim en Jimmy Reed. Eén jaar later maakt hij zijn eerste opnamen voor Parrot (nu Chess), die een stilistische verwantschap met de Chicago-blues laten horen. Voor Bobbin Records in St. Louis maakt Albert King in 1959-1961 een serie opnamen die, via de duidelijke invloed van B.B. King, de groei naar een originele stijl openbaren.
In 1966 begint Albert King aan zijn succesvolle periode bij Stax, zijn loopbaan lijkt nu pas goed op gang te komen. Met begeleiding van Booker T. & The MG's en The Memphis Horns neemt hij klassiekers op als Born Under A Bad Sign, Crosscut Saw en Laundromat Blues. In 1990 speelt hij mee op de succesvolle I Still Got The Blues cd van de Britse gitarist Gary Moore. Het jaar daarop maakt Albert King met Red House zijn eerste geslaagde plaat sinds lange tijd. Albert King is 69 jaar geworden.
zaterdag 10 december 2022
Beatmuziek in Zeeland
Door de opkomst van The Beatles en andere Merseybeatgroepen verandert de popmuziek vanaf 1963/64. Rock-'n-roll is passé, beat is het nieuwe toverwoord. Er ontstaan talrijke Nederbeatgroepen.
In Zeeland evolueren Johnny And The Blue Jeans in Group 69 en Group 69 Sect. Ze verwerven zelfs landelijke bekendheid en worden nog beroemder met de opvolger daarvan: Dragonfly. Min of meer ontdekt door de dichter Hans Verhagen maakt deze 'hippiegroep' twee grammofoonplaatjes in 1968.
De groep is ook diverse malen op de televisie te bewonderen en heeft optredens in binnen- en buitenland. Meerdere malen spelen ze samen met een beroemde act als Pink Floyd.
Andere Zeeuwse bandjes uit die tijd zijn bijvoorbeeld The Skybolts (Vlissingen), Flarth (Middelburg/Vlissingen) en Mooch (Goes).
Underground
Muziekstijlen volgen elkaar snel op. Na de beat wordt minder commerciële muziek, ook wel underground genoemd populair. Het zijn "langharige" groepen die –wederom – naar Amerikaans voorbeeld meer progressieve, experimentelere muziek laten horen.
Vaak wordt in de openlucht opgetreden. Denk aan wereldberoemde popfestivals als Monterey Pop (1967) en Woodstock (1969) in Amerika en het Holland Pop Festival (in het Kralingse Bos bij Rotterdam, 1970). En in Zeeland bijvoorbeeld Music in the Park (op het Middelburgse Molenwater, 1970).
Echte undergroundbands in Nederland zijn onder meer Group 1850, The Zipps en Zen.
In Zeeland zijn het naast de hierboven reeds genoemde Dragonfly bijvoorbeeld de groepen St. Giles System en Universal Delight.
De groep Flarth, hier in een 'tussenopstelling' met van links naar rechts Ron Castel, Ron van der Meer, Eddy van Broekhoven en Leo van de Ketterij.
Gitarist van die laatste band is Vlissinger Leo van de Ketterij.
In de jaren 1970 en 1971 is hij gitarist van één van de meest commerciële groepen die Nederland ooit heeft gekend: het Haagse Shocking Blue.
Boegbeeld van deze band is zangeres Mariska Veres (1947-2006) en leider en componist is Robbie van Leeuwen.
Leo van de Ketterij maakt ze mee op hun hoogtepunt, als hun nummer 'Venus' een wereldhit is. Hij toert met de band door Europa en naar Israël, maar verlaat Shocking Blue in de zomer van 1971. Nadien blijft hij actief met muziek, als muzikant en componist.
In Zeeland evolueren Johnny And The Blue Jeans in Group 69 en Group 69 Sect. Ze verwerven zelfs landelijke bekendheid en worden nog beroemder met de opvolger daarvan: Dragonfly. Min of meer ontdekt door de dichter Hans Verhagen maakt deze 'hippiegroep' twee grammofoonplaatjes in 1968.
De groep is ook diverse malen op de televisie te bewonderen en heeft optredens in binnen- en buitenland. Meerdere malen spelen ze samen met een beroemde act als Pink Floyd.
Andere Zeeuwse bandjes uit die tijd zijn bijvoorbeeld The Skybolts (Vlissingen), Flarth (Middelburg/Vlissingen) en Mooch (Goes).
Underground
Muziekstijlen volgen elkaar snel op. Na de beat wordt minder commerciële muziek, ook wel underground genoemd populair. Het zijn "langharige" groepen die –wederom – naar Amerikaans voorbeeld meer progressieve, experimentelere muziek laten horen.
Vaak wordt in de openlucht opgetreden. Denk aan wereldberoemde popfestivals als Monterey Pop (1967) en Woodstock (1969) in Amerika en het Holland Pop Festival (in het Kralingse Bos bij Rotterdam, 1970). En in Zeeland bijvoorbeeld Music in the Park (op het Middelburgse Molenwater, 1970).
Echte undergroundbands in Nederland zijn onder meer Group 1850, The Zipps en Zen.
In Zeeland zijn het naast de hierboven reeds genoemde Dragonfly bijvoorbeeld de groepen St. Giles System en Universal Delight.
De groep Flarth, hier in een 'tussenopstelling' met van links naar rechts Ron Castel, Ron van der Meer, Eddy van Broekhoven en Leo van de Ketterij.
Gitarist van die laatste band is Vlissinger Leo van de Ketterij.
In de jaren 1970 en 1971 is hij gitarist van één van de meest commerciële groepen die Nederland ooit heeft gekend: het Haagse Shocking Blue.
Boegbeeld van deze band is zangeres Mariska Veres (1947-2006) en leider en componist is Robbie van Leeuwen.
Leo van de Ketterij maakt ze mee op hun hoogtepunt, als hun nummer 'Venus' een wereldhit is. Hij toert met de band door Europa en naar Israël, maar verlaat Shocking Blue in de zomer van 1971. Nadien blijft hij actief met muziek, als muzikant en componist.
maandag 5 december 2022
Ramses en Focus
Nadat de tiener Thijs van Leer op 5 december 1967 auditie deed voor een half zwart geschminkte Ramses Shaffy – de zanger had een Zwarte Pietenklus die avond – wordt hij aangenomen in de entourage rond de Amsterdamse zanger. Van Leer tourt een jaar lang met Shaffy in zijn programma Shaffy Cantate.
Ramses is bijzonder gecharmeerd van Thijs – hij zou zelfs verliefd zijn op de toetsenist – en schreef zelfs een nummer over hem: “Jij bent nu daarbinnen”.Van Leer heeft het allemaal nog niet in de gaten en introduceert Shaffy bij zijn ouders. De moeder van Thijs is overtuigd soefi en laat een diepe indruk achter op Ramses. De twee raken bevriend en onder haar invloed schrijft Shaffy de tekst van het nummer The Shrine Of God.
Focus begon als trio, opgericht door de klassiek geschoolde organist/fluitist Thijs van Leer in 1969. Dit Trio Thijs van Leer, met bassist Martijn Dresden en drummer Hans Cleuver, begeleidde Ramses Shaffy en Liesbeth List, en de Nederlandse uitvoeringen van de Amerikaanse musical Hair.
Tijdens een opname als begeleidingsgroep voor de kerstsingle ‘Vier ballen en een piek’ van Neerlands Hoop (Freek de Jonge en Bram Vermeulen) ontmoette het trio de Amsterdamse gitarist Jan Akkerman die toen uit de groep Brainbox kwam. Hij voegde zich eind 1970 bij de groep en nam met hen het album In and out of focus op.
Ramses is bijzonder gecharmeerd van Thijs – hij zou zelfs verliefd zijn op de toetsenist – en schreef zelfs een nummer over hem: “Jij bent nu daarbinnen”.Van Leer heeft het allemaal nog niet in de gaten en introduceert Shaffy bij zijn ouders. De moeder van Thijs is overtuigd soefi en laat een diepe indruk achter op Ramses. De twee raken bevriend en onder haar invloed schrijft Shaffy de tekst van het nummer The Shrine Of God.
Focus begon als trio, opgericht door de klassiek geschoolde organist/fluitist Thijs van Leer in 1969. Dit Trio Thijs van Leer, met bassist Martijn Dresden en drummer Hans Cleuver, begeleidde Ramses Shaffy en Liesbeth List, en de Nederlandse uitvoeringen van de Amerikaanse musical Hair.
Tijdens een opname als begeleidingsgroep voor de kerstsingle ‘Vier ballen en een piek’ van Neerlands Hoop (Freek de Jonge en Bram Vermeulen) ontmoette het trio de Amsterdamse gitarist Jan Akkerman die toen uit de groep Brainbox kwam. Hij voegde zich eind 1970 bij de groep en nam met hen het album In and out of focus op.
maandag 28 november 2022
Lennaert Nijgh
Lennaert Herman Nijgh (Haarlem, 29 januari 1945 – aldaar, 28 november 2002) was een Nederlands tekstdichter. Nijgh maakte vooral naam als tekstdichter voor Boudewijn de Groot, een jeugdvriend met wie hij opgroeide in Heemstede. Samen bezochten ze het Coornhert Lyceum in Haarlem. Ook nadat Nijgh na twee jaar het gymnasium verliet, bleven ze bevriend.
Hun eerste samenwerking was in een 8mm-filmpje dat Nijgh maakte en waarin De Groot twee liedjes zong. Nieuwslezer Ed Lautenslager was onder de indruk van die liedjes, zag een toekomst in Nijgh en De Groot als liedjesschrijvend duo en bracht hen in contact met platenmaatschappij Phonogram.
Dat De Groot in de jaren zestig kon uitgroeien tot protestzanger en troubadour van de flowerpower had hij mede te danken aan de teksten van Nijgh. Hun eerste hit was Een meisje van 16, een vertaling van Charles Aznavours “Une enfant (de seize ans)”. De tweede, Welterusten Meneer de President, vestigde de naam van De Groot als protestzanger, iets wat bij de zanger zelf gemengde gevoelens opriep, want hij zag zichzelf niet alleen als vertolker van maatschappijkritische liedjes.
De teksten die Nijgh schreef ervoer De Groot eind jaren zestig als steeds minder passend bij zijn imago. Voordat het in 1968 tot een breuk kwam, maakten ze nog grote hits als Het Land van Maas en Waal, Testament en Meester Prikkebeen. In 1973 werd de samenwerking weer hervat met de LP Hoe sterk is de eenzame fietser. Het album werd een groot (kas)succes.
De meeste roem vergaarde hij met Boudewijn de Groot. Maar ook Rob de Nijs, Astrid Nijgh, Liesbeth List en tal van andere artiesten maakten goede sier met zijn teksten. Strand, Welterusten meneer de president, Testament, Het Land van Maas en Waal, Pastorale, Malle Babbe, Ik doe wat ik doe en Avond: allemaal voorbeelden van succesnummers die op Nijghs naam staan. Het zijn liedjes die in de loop der jaren stuk voor stuk beroemder werden dan hijzelf.
Nijgh heeft bijna zijn hele leven geschreven, op periodes na waarin hij leed aan een schrijversblok. In de omgeving van Haarlem is hij ook bekend geworden door zijn columns in het Haarlems Dagblad. Hij schreef meerdere boeken (waaronder zijn debuutroman Tobia) en draaide zijn hand niet om voor minder in het oog springend werk. Zo beschreef Nijgh drie jaar voor zijn dood onder de titel Met Open Mond de 150-jarige geschiedenis van Van der Pigge, een drogisterij in Haarlem waar het boek nog steeds te koop is.
Eind 2002 stierf Nijgh na een kort ziekbed op 57-jarige leeftijd. Op de Oude Groenmarkt in Haarlem is een standbeeld voor hem opgericht. Het marmeren beeld met de letters A en Z werd ontworpen door beeldhouwer Marinus Boezem. De begin- en eindletter van het alfabet symboliseren volgens Boezem het materiaal dat door schrijvers en dichters wordt gebruikt om hun creaties te maken. In november 2007 verscheen op Nijghs vijfde sterfdag de biografie Testament.
Hun eerste samenwerking was in een 8mm-filmpje dat Nijgh maakte en waarin De Groot twee liedjes zong. Nieuwslezer Ed Lautenslager was onder de indruk van die liedjes, zag een toekomst in Nijgh en De Groot als liedjesschrijvend duo en bracht hen in contact met platenmaatschappij Phonogram.
Dat De Groot in de jaren zestig kon uitgroeien tot protestzanger en troubadour van de flowerpower had hij mede te danken aan de teksten van Nijgh. Hun eerste hit was Een meisje van 16, een vertaling van Charles Aznavours “Une enfant (de seize ans)”. De tweede, Welterusten Meneer de President, vestigde de naam van De Groot als protestzanger, iets wat bij de zanger zelf gemengde gevoelens opriep, want hij zag zichzelf niet alleen als vertolker van maatschappijkritische liedjes.
De teksten die Nijgh schreef ervoer De Groot eind jaren zestig als steeds minder passend bij zijn imago. Voordat het in 1968 tot een breuk kwam, maakten ze nog grote hits als Het Land van Maas en Waal, Testament en Meester Prikkebeen. In 1973 werd de samenwerking weer hervat met de LP Hoe sterk is de eenzame fietser. Het album werd een groot (kas)succes.
De meeste roem vergaarde hij met Boudewijn de Groot. Maar ook Rob de Nijs, Astrid Nijgh, Liesbeth List en tal van andere artiesten maakten goede sier met zijn teksten. Strand, Welterusten meneer de president, Testament, Het Land van Maas en Waal, Pastorale, Malle Babbe, Ik doe wat ik doe en Avond: allemaal voorbeelden van succesnummers die op Nijghs naam staan. Het zijn liedjes die in de loop der jaren stuk voor stuk beroemder werden dan hijzelf.
Nijgh heeft bijna zijn hele leven geschreven, op periodes na waarin hij leed aan een schrijversblok. In de omgeving van Haarlem is hij ook bekend geworden door zijn columns in het Haarlems Dagblad. Hij schreef meerdere boeken (waaronder zijn debuutroman Tobia) en draaide zijn hand niet om voor minder in het oog springend werk. Zo beschreef Nijgh drie jaar voor zijn dood onder de titel Met Open Mond de 150-jarige geschiedenis van Van der Pigge, een drogisterij in Haarlem waar het boek nog steeds te koop is.
Eind 2002 stierf Nijgh na een kort ziekbed op 57-jarige leeftijd. Op de Oude Groenmarkt in Haarlem is een standbeeld voor hem opgericht. Het marmeren beeld met de letters A en Z werd ontworpen door beeldhouwer Marinus Boezem. De begin- en eindletter van het alfabet symboliseren volgens Boezem het materiaal dat door schrijvers en dichters wordt gebruikt om hun creaties te maken. In november 2007 verscheen op Nijghs vijfde sterfdag de biografie Testament.
zondag 20 november 2022
Motown (deel 1)
Jarenlang sloot de blanke platenwereld de zwarte muziek buiten. Maar toen kwam Motown, en plotseling kende iedereen hun liedjes. De jongens en meisjes uit de armste wijken van Motor City, USA, veroverden de wereld.
Berry Gordy beheert de studio van zijn moeizaam draaiende platenmaatschappij Benny Gordy bracht samen met zanger Smokey Robinson een verbeterde versie van het bestaande liedje 'Shop Around' uit en het werd onweerstaanbaar als dansnummer. De single kwam uit in december 1960 en schoot naar de top van de hitparade, stond daar zes weken en werd de eerste gouden plaat van de maatschappij. 'Shop Around' bleek het openingssalvo van een spervuur van hits in de jaren zestig, die Gordy's kleine studio veranderde in een miljoenenonderneming en die een dynamisch nieuw woord aan het woordenboek van de Amerikaanse muziek toevoegde: 'Motown'.
Gordy, geboren en getogen in Detroit, startte zijn onderneming in 1959 en ontleende de naam aan de bijnaam van Detroit, 'Motor City'. Motown combineerde elementen van blues, gospel, swing en pop met een beukend achtergrondritme en creëerde zo een nieuwe, onmiddellijk herkenbare dansmuziek. In de concurrentieslag om de aandacht van de tieners, veranderde Motown radicaal de kijk van het publiek op de zwarte muziek.
Berry Gordy beheert de studio van zijn moeizaam draaiende platenmaatschappij Benny Gordy bracht samen met zanger Smokey Robinson een verbeterde versie van het bestaande liedje 'Shop Around' uit en het werd onweerstaanbaar als dansnummer. De single kwam uit in december 1960 en schoot naar de top van de hitparade, stond daar zes weken en werd de eerste gouden plaat van de maatschappij. 'Shop Around' bleek het openingssalvo van een spervuur van hits in de jaren zestig, die Gordy's kleine studio veranderde in een miljoenenonderneming en die een dynamisch nieuw woord aan het woordenboek van de Amerikaanse muziek toevoegde: 'Motown'.
Gordy, geboren en getogen in Detroit, startte zijn onderneming in 1959 en ontleende de naam aan de bijnaam van Detroit, 'Motor City'. Motown combineerde elementen van blues, gospel, swing en pop met een beukend achtergrondritme en creëerde zo een nieuwe, onmiddellijk herkenbare dansmuziek. In de concurrentieslag om de aandacht van de tieners, veranderde Motown radicaal de kijk van het publiek op de zwarte muziek.
Het ritmische nieuwe geluid fascineerde zowel blanke als zwarte jongeren, al waren de musici zonder uitzondering zwarte tieners, meestal afkomstig uit Detroits verpauperde wijken. Door hun ruwe talenten te koesteren en te polijsten, maakte Gordy van hen imponerende vaklui. The Supremes, Mary Wells, the Temptations, the Miracles, the Contours, Stevie Wonder, the Marvelettes, Diana Ross, Marvin Gaye, Martha and the Vandellas, the Four Tops, Gladys Knight and the Pips, Michael Jackson - de Motown-artiesten lieten de hele wereld dansen en zingen.
Hoewel hij altijd al van muziek hield, was Gordy zeker niet van plan zelf een platenmaatschappij te beginnen. Hij verliet de middelbare school zonder diploma en had een jaar of tien nodig om zijn draai te vinden. Geboren in 1927, als zevende van acht kinderen, erfde hij zijn vaders ondernemersinstinct. Gordy senior bezat een stukadoors- en timmerbedrijf en was bovendien eigenaar van de Booker T. Washington groentewinkel. Het gezin woonde boven deze zaak en zo gauw de kinderen over de toonbank konden kijken, moesten ze meehelpen. In de zomer ventte de Gordy watermeloenen met zijn vaders truck en na schooltijd poetste hij schoenen in de binnenstad. Op kerstavond verkochten hij met zijn broers tot laat in de avond kerstbomen, zich verwarmend aan een vuur in een olievat.
Nadat hij van school was gegaan, probeerde Gordy het in de boksring. Gordy wist net het hoofd boven water te houden totdat hij in dienst moest. Eenmaal terug uit het leger, waar hij alsnog zijn middelbare-schooldiploma had gehaald, opende hij een in jazz gespecialiseerde platenwinkel. Daarna werkte hij bij de Ford Motor Company in de assemblage, waar hij 85 dollar per week verdiende met het bevestigen van chromen strips op Lincolns en Mercury's. Om aan de eentonigheid te ontsnappen, verzon hij liedjes en melodietjes terwijl de auto's langsrolden. In de late jaren vijftig bezocht hij regelmatig Detroits zwarte nachtclubs en verwierf zich een zekere bekendheid met het verkopen van zijn liedjes. Zijn grote doorbraak kwam toen hij Jackie Wilson ontmoette, een opvallende zanger, die net zijn solocarrière was begonnen. Gordy schreef enkele hits voor Wilson, waaronder 'Reet Petite', 'Lonely Teardrops' en 'That is Why.' Hij ontmoette ook William (Smokey) Robinson. Gordy hielp Robinsons band, the Miracles, aan optredens en studio's, maar er viel niet veel mee te verdienen omdat de muziekindustrie de musici, componisten en tekstdichters uitbuitte. Het was Robinson die Gordy overhaalde zijn eigen maatschappij op te richten.
Hoewel hij altijd al van muziek hield, was Gordy zeker niet van plan zelf een platenmaatschappij te beginnen. Hij verliet de middelbare school zonder diploma en had een jaar of tien nodig om zijn draai te vinden. Geboren in 1927, als zevende van acht kinderen, erfde hij zijn vaders ondernemersinstinct. Gordy senior bezat een stukadoors- en timmerbedrijf en was bovendien eigenaar van de Booker T. Washington groentewinkel. Het gezin woonde boven deze zaak en zo gauw de kinderen over de toonbank konden kijken, moesten ze meehelpen. In de zomer ventte de Gordy watermeloenen met zijn vaders truck en na schooltijd poetste hij schoenen in de binnenstad. Op kerstavond verkochten hij met zijn broers tot laat in de avond kerstbomen, zich verwarmend aan een vuur in een olievat.
Nadat hij van school was gegaan, probeerde Gordy het in de boksring. Gordy wist net het hoofd boven water te houden totdat hij in dienst moest. Eenmaal terug uit het leger, waar hij alsnog zijn middelbare-schooldiploma had gehaald, opende hij een in jazz gespecialiseerde platenwinkel. Daarna werkte hij bij de Ford Motor Company in de assemblage, waar hij 85 dollar per week verdiende met het bevestigen van chromen strips op Lincolns en Mercury's. Om aan de eentonigheid te ontsnappen, verzon hij liedjes en melodietjes terwijl de auto's langsrolden. In de late jaren vijftig bezocht hij regelmatig Detroits zwarte nachtclubs en verwierf zich een zekere bekendheid met het verkopen van zijn liedjes. Zijn grote doorbraak kwam toen hij Jackie Wilson ontmoette, een opvallende zanger, die net zijn solocarrière was begonnen. Gordy schreef enkele hits voor Wilson, waaronder 'Reet Petite', 'Lonely Teardrops' en 'That is Why.' Hij ontmoette ook William (Smokey) Robinson. Gordy hielp Robinsons band, the Miracles, aan optredens en studio's, maar er viel niet veel mee te verdienen omdat de muziekindustrie de musici, componisten en tekstdichters uitbuitte. Het was Robinson die Gordy overhaalde zijn eigen maatschappij op te richten.
donderdag 10 november 2022
Blues-ritme
Een van de belangrijkste ingrediënten van de blues is de beat, ofwel het ritme. Zelfs bij akoestische varianten van de blues heeft elk nummer een duidelijk herkenbaar ritme. De reden daarvoor is simpel: de blues is altijd min of meer dansmuziek geweest, of het tempo nu een vlotte boogie is of een langzame en slepende bluesshuffle.
Een ander belangrijk ingrediënt van de blues is de zang. De zang van de blues die stevig is geworteld in de gospeltraditie, is vaak rauw, zit vol diepgevoelde emotie en wordt op een directe en eerlijke manier gebracht. Hoe je je stem dient te gebruiken bij het zingen van de blues is niet een-twee-drie te zeggen. Blues kun je zingen op de zoetgevooisde manier van Bobby 'Blue' Bland, maar evengoed met een smerig stemgeluid als dat van Howlin' Wolf. In beide gevallen is en blijft het blues. Bij het zingen van de blues gaat het niet om perfect verklankte noten of dat je elke noot precies op de tel raakt, maar meer om het uiten van oprechte emotie (van treurig tot dolblij en alles wat daartussen zit) in muziek. Een derde kenmerk van de blues wordt gevormd door de instrumenten. Het is met bluesbands net als met eenden. Zoals je een eend direct herkent aan zijn gekwaak en waggelende loopje, zo is ook een bluesband direct te herkennen. Als een bluesband eruitziet en klinkt als een bluesband, dan is het waarschijnlijk ook een bluesban d. In een bluescafé zul je nooit en cello, hobo of pauk op het podium zien. Wat je er wel zult aantreffen, zijn gitaren, een drumstel, een mondharmonica en misschien een wasbord als je in Louisiana bent. Een van de manieren waarop je een bepaalde vorm van muziek kunt uitleggen, is te kijken welke instrumenten er worden gebruikt bij het spelen van die muziek.
Het ritme van een nummer wordt aangegeven met een bepaalde maataanduiding. In de bluesmuziek wordt 99% van alle nummers gespeeld in een vierkwartsmaat. Als je tot vier kunt tellen, en ik denk dat de meeste dat wel kunnen, kun je precies ver genoeg tellen voor 1 maat bluesmuziek. Een maat in de bluesmuziek bestaat dus gewoonlijk uit 4 tellen. Om nu een echt bluesritme te krijgen hoef je alleen de tweede en de vierde tel van de maat te accentueren, zodat je een zogenoemde backbeat krijgt (1-2-3-4, 1-2-3-4 enz.). Pak nu dat ritme, tel sneller of langzamer al naargelang het temp dat je wilt, en je hebt de bluesbeat te pakken. In een standaard bluesschema worden over het algemeen drie akkoorden gespeeld, en meestal zijn dat majeurakkoorden, maar er kunnen ook mineurakkoorden tussen zitten. In een bluesschema van twaalf maten krijt elk van deze akkoorden vier maten toegewezen. Dit aantal kan, afhankelijk van de structuur van een song variëren. In de allereenvoudigste bluesvorm wordt het muzikale hoofdthema ten gehore gebracht in de eerst vier maten en nog eens herhaald in de maten vijf tot en met acht. De laatste vier maten bekronen meestal het oorspronkelijke thema door er een bepaalde draai aan te geven of er een eind aan te breien. Alles bij elkaar opgeteld kom je dan aan 12 maten. In de volgende regels volgt een voorbeeld van zo'n bluesschema en de typische maatverdeling die daarbij hoort. Onder de regels met de maten staan de gezongen woorden, die het basisthema aangeven. Dit thema wordt in de tweede regel herhaald en daarna afgerond in de afsluitende regel:
1-2-3-4, 2-2-3-4, 3-2-3-4, 4-2-3-4
I woke up this morning, feeling oh so bad...
5-2-3-4, 6-2-3-4, 7-2-3-4, 8-2-3-4
I woke up this morning, feeling oh so bad...
9-2-3-4, 10-2-3-4, 11-2-3-4, 12-2-3-4
Thinking about my baby and it makes me oh so sad.
Een ander belangrijk ingrediënt van de blues is de zang. De zang van de blues die stevig is geworteld in de gospeltraditie, is vaak rauw, zit vol diepgevoelde emotie en wordt op een directe en eerlijke manier gebracht. Hoe je je stem dient te gebruiken bij het zingen van de blues is niet een-twee-drie te zeggen. Blues kun je zingen op de zoetgevooisde manier van Bobby 'Blue' Bland, maar evengoed met een smerig stemgeluid als dat van Howlin' Wolf. In beide gevallen is en blijft het blues. Bij het zingen van de blues gaat het niet om perfect verklankte noten of dat je elke noot precies op de tel raakt, maar meer om het uiten van oprechte emotie (van treurig tot dolblij en alles wat daartussen zit) in muziek. Een derde kenmerk van de blues wordt gevormd door de instrumenten. Het is met bluesbands net als met eenden. Zoals je een eend direct herkent aan zijn gekwaak en waggelende loopje, zo is ook een bluesband direct te herkennen. Als een bluesband eruitziet en klinkt als een bluesband, dan is het waarschijnlijk ook een bluesban d. In een bluescafé zul je nooit en cello, hobo of pauk op het podium zien. Wat je er wel zult aantreffen, zijn gitaren, een drumstel, een mondharmonica en misschien een wasbord als je in Louisiana bent. Een van de manieren waarop je een bepaalde vorm van muziek kunt uitleggen, is te kijken welke instrumenten er worden gebruikt bij het spelen van die muziek.
Het ritme van een nummer wordt aangegeven met een bepaalde maataanduiding. In de bluesmuziek wordt 99% van alle nummers gespeeld in een vierkwartsmaat. Als je tot vier kunt tellen, en ik denk dat de meeste dat wel kunnen, kun je precies ver genoeg tellen voor 1 maat bluesmuziek. Een maat in de bluesmuziek bestaat dus gewoonlijk uit 4 tellen. Om nu een echt bluesritme te krijgen hoef je alleen de tweede en de vierde tel van de maat te accentueren, zodat je een zogenoemde backbeat krijgt (1-2-3-4, 1-2-3-4 enz.). Pak nu dat ritme, tel sneller of langzamer al naargelang het temp dat je wilt, en je hebt de bluesbeat te pakken. In een standaard bluesschema worden over het algemeen drie akkoorden gespeeld, en meestal zijn dat majeurakkoorden, maar er kunnen ook mineurakkoorden tussen zitten. In een bluesschema van twaalf maten krijt elk van deze akkoorden vier maten toegewezen. Dit aantal kan, afhankelijk van de structuur van een song variëren. In de allereenvoudigste bluesvorm wordt het muzikale hoofdthema ten gehore gebracht in de eerst vier maten en nog eens herhaald in de maten vijf tot en met acht. De laatste vier maten bekronen meestal het oorspronkelijke thema door er een bepaalde draai aan te geven of er een eind aan te breien. Alles bij elkaar opgeteld kom je dan aan 12 maten. In de volgende regels volgt een voorbeeld van zo'n bluesschema en de typische maatverdeling die daarbij hoort. Onder de regels met de maten staan de gezongen woorden, die het basisthema aangeven. Dit thema wordt in de tweede regel herhaald en daarna afgerond in de afsluitende regel:
1-2-3-4, 2-2-3-4, 3-2-3-4, 4-2-3-4
I woke up this morning, feeling oh so bad...
5-2-3-4, 6-2-3-4, 7-2-3-4, 8-2-3-4
I woke up this morning, feeling oh so bad...
9-2-3-4, 10-2-3-4, 11-2-3-4, 12-2-3-4
Thinking about my baby and it makes me oh so sad.
De Blues met andere Muziek
Als je goed luistert, kun je in vrijwel elke andere Amerikaanse muzieksoort sporen van de blues horen. Soms is de connectie overduidelijk, zoals bij de rechte lijn die er loopt van de blues naar de Rock 'n Roll, een van de muzikale loten aan de stam van de blues. Van alle Amerikaanse vormen van muziek heeft de jazz de sterkste historische band met de blues. Maar niemand weet precies of de ene de andere beïnvloedde of andersom. Het waarschijnlijkst is dat beide muziekstijlen zich tegelijkertijd ontwikkelden en zodoende elkaar hebben beïnvloed. Het waren jazzbands die als eerste optraden met klassieke blueszangeressen als Ma Rainey en Bessie Smith en die ook als eersten platen met hen opnamen. Naar verluidt speelden jazzbands rond de eeuwwisseling bijna uitsluitend blues en van blues afgeleide muziek. Toen jazzmuzikanten begonnen te improviseren op popliedjes, begaf de jazzmuziek zich op een nieuw terrein dat nog altijd wordt verkend.
Maar zelfs nadat bigbandgroepen een rage waren geworden, bleef de blues een muzikale toetssteen waar jazzmuzikanten zich toe wendden als bron van inspiratie. Of je het nu rhythm and blues, soulmuziek, jump 'n jive of boogie-woogie noemt, muziek met een sterke beat is altijd een van de kenmerkendste elementen van de blues geweest. En toen bluesmuzikanten van het platteland naar de grote stad verhuisden, werd, de beat nog krachtiger. In de loop van de tijd mengden zich andere muzikale elementen met deze dansvriendelijke bluesloot en veranderden die elementen deze stijl. Het begin van de Rhythm and Blues werden door jumpbands gemaakt van na de Tweede Wereldoorlog. Jumpartiesteen, aangevoerd door mensen als Louis Jordan, namen de jazzstijl van bigbands over, slankten die af tot muziek in een kleinere bezetting en voegden er een zware beat aan toe. De jumpbluesstijl van de jaren veertig ontwikkelde zich uiteindelijk uit de muziek van deze jumpbands. De jumpblues werd gekenmerkt door een sterk boogie-woogie ritme om op te dansen en sterke blazerspartijen. Tenslotte werden er zangers met een stevige stem aan de mix toegevoegd, waarna de muziek zich ontwikkelde tot de Rhythm and Blues, maar met een sterker accent op de leadzang dan bij de jumpblues.
De invloed van de gospelzangers op de rhythm and blues gaf de muziek een nieuw aanzien, waarna de benaming werd afgekort tot R&B. De variant waartoe de muziek in het midden van de jaren zestig evolueerde, werd soulmuziek genoemd. Deze muzieksoort kreeg uiteindelijk de naam R&B-soul. R&B-soul vormt een aparte en heftige mix van de beste soulmuziek, gospel en blues. Als er een vorm van Amerikaanse muziek rechtstreeks afstamt van de blues, dan is het wel de Rock 'n Roll. De blues weerklinkt door alle rockmuziek. De term Rock 'n Roll werd oorspronkelijk gebruikt door muzikanten die in de jaren twintig jazzmuziek maakten. Rock is echter over het geheel genomen echte, onvervalste blues, maar dan met een stevige beat. De eerste Rock 'n Roll songs leken veel op jumpblues nummers uit de jaren veertig. Maar het zal met name voor altijd te boek staan als de eerste populaire muziekvorm die werd omarmd door de jeugdcultuur van alle rassen. Rock 'n Roll is niets meer of minder dan versnelde blues. Je kunt het R&B noemen maar het is en blijft blues. Na de R&B kwam de Rock 'n Roll, eigende zich die sound toe, verkleinde de bezetting van de band en zette er dat stevige ritme onder. Vroeger werden bluesmuziek en gospelmuziek wel eens vergeleken met afsplitsingen van een spiritueel pad, waarvan de ene leidde tot zonde en de andere tot verlossing. Maar 'gewijde' gospelmuziek en 'wereldse' bluesmuziek kruisen elkaars muzikale pad veel vaker dan je zou denken. Veel vroege bluesartiesten, onder wie Son House en Charlie Patton speelden zowel blues- als gospelnummers wanneer ze optraden. Patton maakte zelfs platen in beide stijlen. De zang in de blues is direct afgeleid van de zang in gospelmuziek. Stemvibrato, bepaalde noten een halve toon lager zingen, het gebruik van melismen (een lettergreep uitrekken over verscheidene noten) en de emotionele geestdrift in de beste bluesconcerten is afgeleid van de kerkmuziek. Veel blueszangers oefenden hun stem van jongsaf aan in een kerkkoor, en diverse soulzangers maakten goed gebruik van hun gospelzanglessen en werden uitzonderlijke R&B vocalisten. Oppervlakkig gezien lijkt countrymuziek niets te maken te hebben met de blues, maar een snelle blik op de Amerikaanse muziekgeschiedenis wijst uit dat de twee muziekvormen elkaar tientallen jaren gezelschap hebben gehouden. De man die wordt beschouwd als de vader van de countrymuziek, Jimmy Rodgers, bereikte in de jaren twintig de status van ster door eindeloze variaties te zingen op zijn Blue Yodel-thema wat eigenlijk niets anders is als een reeks bluesstrofen met aan het einde van elke twee strofen een cowboy jodel. Andere cowboyzangers volgden in de jaren dertig en veertig Rodgers' voorbeeld op door countrysongs te componeren met een sterke bluessound als basis. De persoon die van deze muzikale kruising een echte kunstvorm maakte en daar veel succes mee boekte was Hank Williams sr. In zijn hits zijn de traditionele bluesteksten en de muzikale structuur van de blues weer terug te herkennen. De emotionele lading van de songteksten is misschien wel de sterkste link tussen country- en bluesmuziek. Of een song nu gaat over liefdesverlangens, een voorbije liefde, bedrog en mishandeling of je klaarmaken voor een stevig avondje op stap op zaterdagavond, de blues- en de countrymuziek benaderen hun onderwerpen eerlijk en recht doorzee. Nu countrymuziek aan populariteit wint bij het grote publiek en de gemiddelde leeftijd van kopers van countrymuziek daalt, begint moderne country steeds meer te klinken als Rock 'n Roll, wat de band tussen country en de blues alleen maar sterker maakt.
Abonneren op:
Posts (Atom)