maandag 25 april 2016

De kwintencirkel

Als we 12 kwinten opeenstapelen, zouden we op dezelfde toon moeten uitkomen als wanneer we 7 octaven opeenstapelen. Opeenvolging van 12 reine kwinten geeft bijvoorbeeld, uitgaande van de grondtoon c: c - g - d - a - e - b - fis - cis - gis - dis - ais - eis - bis. We noemen dit de kwintencirkel. Nu blijkt echter dat die twaalfde kwint (bis) niet precies gelijk is aan de zevende octaaftoon (c). Eigenlijk is er dus eerder sprake van een 'kwintenspiraal'. Inderdaad: (3/2)12 = 129,75 en is dus niet gelijk aan (2/1)7 = 128 (een verhouding dus van 524288:531441 of 24 cents11). Ofschoon dit slechts een klein verschil is, volstaat het om die twee aldus bereikte tonen vals ten opzichte van elkaar te doen klinken. We noemen dit verschil het Pythagoreïsche komma. In dit stelsel zijn dus ook tonen als bijvoorbeeld as en gis niet gelijk, evenmin als cis en des enzovoort.

We noemen deze tonen harmonisch gelijke tonen.

De moderne intervalleer maakt veelal gebruik van een verdeling van het octaaf in 1200 evenredige toonschreden, elk dus ter grootte van één honderdste van een halve toon. Zo'n minimale toonschrede wordt 'cent' genoemd. Twee tonen die een cent verschillen in toonhoogte verhouden zich tot elkaar als 1 tot 2-1200 = 1:1,00057778950655444887… Op deze manier kunnen de diverse harmonische intervallen en komma's aanschouwelijk worden voorgesteld (vermits het octaaf de verhouding 1:2 heeft, en een verdeling in twaalf gelijke intervallen (halve tonen) gewenst wordt, is de goede verhouding: de twaalfdemachtswortel van 2, of anders gezegd: 1 tot die van 1/2).