donderdag 15 november 2012

Geschiedenis van de gitaar (4)

Adolph Rickenbacker, de fabrikant van de eerste elektrische gitaar en oprichter van 'Electro String Instrument Corporation', werd in 1986 geboren in het Kanton Schwyz, Zwitserland.
Hij emigreerde begin twintigste eeuw met zijn ouders naar de Verenigde staten en verhuisde in 1928 naar Los Angeles. In de late jaren 20 startte hij daar het bedrijf 'Rickenbacker Manufacturing Company' en begon met de fabricage van metalen bodies voor het bedrijf 'National Steel Guitars'. Daar maakte hij kennis met George Beauchamp en Paul Barth. En samen richten ze in 1931 een nieuw bedrijf op, 'Ro-Pat-In Company'. In het daaropvolgende jaar begon men met het ontwerpen van de eerste aluminiumversies van de lap steel guitar. In 1934 werd de bedrijfsnaam omgedoopt tot 'Electro String Instrument Corporation'.

De steel guitar was en is vooral populair bij de 'Hawaiian' muziek waar het ook veelal dominant aanwezig is.

Al in 1930 experimenteerde Beauchamp met een bekend feit: Als je een koperen draad langs een magnetisch veld beweegt, veranderd het de intensiteit van het magnetisch veld. Hij wikkelde een koperen draad om een magneet en maakte dus een spoel. Boven deze spoel hield hij een metalen draad (snaar). Door de beweging (trilling) van deze draad veranderde de elektrisch stroom in de spoel.
Met dit gegeven zou het mogelijk moeten zijn om de klank van de gitaar elektrisch te versterken. Het probleem waar Beachamp nu mee zat is dat hij zes van deze (grote) spoelen moest hebben, die zo aangepast moesten worden dat ze een gelijkmatig signaal voortbrachten om het te kunnen toepassen op een gitaar.

Voor extra toelichting, sleep je muis over de afbeelding en bekijk de filmpjes.

Na veel experimenten creëerde Beauchamp samen met Barth, op een pick-up gebaseerde, twee hoefijzer magneten met daarin met koperdraad omwonden ijzeren staafjes, elk met een eigen opening onder de snaren. Op deze manier kon elke snaar individueel versterkt worden. George Beauchamp nam contact op met Harry Watson, toenmalig hoofdopzichter van National String Instrument Co.
Watson was onder de indruk van de vinding van Beauchamp en vervaardigde een model waarvan de hals en body uit één geheel bestond. Vervolgens monteerde hij bij de brug van de body het door Beauchamp en Barth ontwikkelde elektrische versterkings element.
Beauchamp noemde dit prototype 'The Frying Pan' (de braad pan).

De Frying Pan is de eerst elektrische gitaar die in productie werd genomen, en volgens het nog huidig toegepaste principe werkte. De Frying Pan bleek meteen een succes bij de talloze steel gitaristen.
Elektriciteit had een grote invloed op velerlei gitaristen, maar de nieuwe vorm van energie werd niet overal door het publiek gewaardeerd. Vele nieuwe melodieën en inventieve ontwikkelingen werden aangedragen door Eddie Lang, Freddie Green, Charlie Christian en Eddie Condon. Gitarist Eddie Condon was in de jaren twintig tot en met veertig een van de belangrijkste figuren uit de Chicago-jazzscene. De ontwikkeling van de (elektrische)gitaar verkeerde in die periode in een stroomversnelling.