maandag 1 juli 2013

Negro Spirituals en de afschaffing van de slavernij

De eerste negro spirituals dateren al van 1619 toen de eerste slaven door een Hollands schip aan land werden gezet in Jamestown, in Virginia (Verenigde Staten), vertelt Hans Lilje in een oude Duitse uitgave over het genre van spirituals en gospelliederen. De teksten en melodieën ontlenen hun oorsprong aan het Afrikaanse continent en trekken zich niets aan van westerse muzieksymbolen. ‘Er is geen westerse scheiding tussen gedachte en geest, tussen woord en ritme’, vertelt Lilje. Het gezongen lied gaat gemakkelijk over in de dans. Men zingt niet van een papier, men zingt uit het hart en uit het lijf.

De auteurs van de liederen zijn niet bekend. Ze zijn van generatie op generatie overgeleverd. Ze werden aanvankelijk niet opgeschreven, zoals dat trouwens nog steeds het geval is met veel muziek die in migrantengemeenten in Nederland wordt gezongen. Toen in de groep van Veelkleurig Getuigen (waarin ook de Raad van Kerken participeert) de suggestie werd gedaan om een internationale liedbundel te maken van diverse genres van liederen die in Nederlandse kerken worden gezongen, antwoordden vertegenwoordigers van migrantenkerken: ‘Onze liederen staan nergens opgeschreven en de melodie varieert’.

Als je aan iemand die de negro spirituals zingt vraagt waar de song vandaan komt, zal men zeggen: ‘Mijn grootmoeder heeft het me geleerd’. En als je het de grootmoeder zou vragen, zou ze waarschijnlijk hetzelfde zeggen. De liederen zijn gegroeid in een doorleefd leven en het inleven van een enkel bijbelvers. Dat bijbelvers werd niet uitvoerig geëxegetiseerd en al helemaal niet in een dogmatisch kader geplaatst; men nam eenvoudigweg de letterlijke betekenis en bracht die over op de eigen situatie.

Het is dan ook geen wonder dat men voorkeur had voor liederen waarin men de eigen slavernij kon spiegelen. De verhalen uit het Oude Testament zijn populair; en het lijdensverhaal van Christus en de thema’s waarin lijden overgaat in hoop en verwachting van de toekomst. Zo zijn de liederen uiteindelijk de wolk geweest waarop hele generaties hebben kunnen overleven en dat hoor je nog in de liederen. De responsies gaan heen en weer tussen het koor en de solist. Men zingt elkaar de moed en het vertrouwen toe. ‘Ik kan niet zingen, wat ik niet zelf geloof’, zei ooit Mahalia Jackson, bij uitstek de vertolkster van het genre.

Van de verhalen is het verhaal van Mozes en de uittocht uit Egypte erg populair. De negerslaven herkenden zich in de benauwde omstandigheden van de Israëlieten in Egypte. Ze zongen:
Go down, Moses,
Way down in Egyptland.
Tell old Pharaoh,
To let my people go.

En ze spraken Mirjam aan conform Exodus 2, 15 met:

O Mary, don’t you weep.
Daarin zinnen als:
One of dese mornings, bright and fair,
Take my wings and cleave de air,
Pharaohs army got drowned,
Oh Mary, don’t you weep.
En het verhaal van Jozua uit hoofdstuk 6:
Joshua fit de battle ofJericho.
En het eindigt met:
And the walls come tumbling down.

En al evenzeer het strijdbare lied van Simson:

Oh Sampson had his way, Delilah!
And they said his name was Jesus.

Ook de verhalen van Jezus vonden hun weg, zoals het verhaal van Kerst:

Go tell it on the mountain
Over the hills and everywhere.
Go tell it on the mountain,
That Jesus Chris is born.


Vanzelfsprekend is er veel herkenning in het lijdensverhaal van Jezus.

Where you there, when they crucified my Lord?
En het gevoelige:
Oh sometimes – it causes me to tremble, tremble, tremble.

De neger herkende zich in het perspectief van de nacht:

Oh, nobody knows the trouble I’ve seen,
Nobody knows but Jesus.
Nobody knows the trouble I’ve seen.
Glory, Hallelujah!

Elia

Diverse liederen gaan over de toekomst en de verwachting. Een voorbeeld vormt de aansluiting bij de hemelvaart van Elia in 2 Koningen 2: 11 v., als Elia over de Jordaan gaat, symbool van de grens naar de eeuwigheid:
A band of angles coming after me,
Coming for me tocaryme home.
De negerzanger schuilt in het verhaal van Elia.

Onderliggende gedachte is steeds dat God verhoudingen herstelt:

Ef salvation was a thing money could buy,
Den de rich would life an’de po’would die.
But Ah’m so glad God fix it so,
Dat de rich mus’die jes as well as the po’!

De tekst sluit aan bij Openbaring 21,4 als er geen slavernij meer zal zijn.

Hoewel de slavernij formeel is afgeschaft, wil dat niet zeggen dat alle bevolkingsgroepen evenzeer toegang hebben tot dezelfde levensstandaard. Er zijn nog vele voorbeelden te vinden van mensen die ooit als slaaf hebben gewerkt en zich nog steeds rekenen tot het proletariaat, dat minder educatie heeft en genoegen moet nemen met minder goed betaalde banen. Het behoeft geen betoog dat die onderkant van de samenleving met meer passie de negro spirituals in de mond zal nemen dan de mensen die vele malen bovenmodaal incasseren en huizen bewonen met oprijlanen. Als zij de negro spirituals al in de mond nemen is het meer vanuit nostalgie dan dat ze instemmen met wat Mahalia Jackson ooit zei over muziek die wel en muziek die ze niet kon zingen.

Zoals bekend wil de Raad van Kerken graag post ontvangen van gemeenten en parochies die met het thema slavernij zijn bezig geweest. De post krijgt een plaats in de liturgie die wordt ingevuld op1 juli 2013 als de afschaffing van de slavernij wordt herdacht met een viering in de Koningskerk in Amsterdam.