Om de een of andere reden werd daar door vooruitstrevende types echter altijd met dedain op neergekeken. Waar hem dat nou precies in zat is me nooit helemaal duidelijk geworden. Links Nederland verkeerde destijds immers al volop in multiculturele sferen.
Zelf vind ik muziek uit het Andesgebergte juist veel aansprekender dan het monotone gezang en dito tromgeroffel uit Afrika of het snerpende kattengejank uit Azië. Muziek uit de Andes sprankelt, met veel tempo-wisselingen en fraaie samenzang. Het klinkt vrolijk of weemoedig, maar altijd speels. Panfluit en charango maken van elke compositie een feest voor de oren.
Een kleine twintig jaar geleden was ik eens op vakantie in Bolivia. Ik heb daar prachtige wandelingen gemaakt door een indrukwekkend ruig berglandschap, tenminste… op die dagen dat ik niet gevloerd werd door hoogteziekte. Maar dat is een ander verhaal. Wat me nochtans het meest is bijgebleven van die reis door de Andes is de muziek. Daar was geen ontkomen aan. Op straten en pleinen, in kroegjes en restaurants. Overal werden hamer en aambeeld gestreeld door fraaie volkse liederen begeleid door het herkenbare timbre van de panfluit. In La Paz maakte ik kennis met de legendarische Boliviaanse band Los Kjarkas.
Tot op de dag van vandaag luister ik nog regelmatig naar hun muziek. Noest gezang voor volk en vaderland. Liederen met veel corazón, revolución en libertad. Het vrolijkt me altijd op, al heb ik nog zo’n pestbui. En dat is knap, want er is geen enkel ander muziekgenre dat dat bij mij voor elkaar krijgt. Viva la vida!
De panfluit heeft geen status voor xenofielen
Auteur Percolator
21 november 2009