The Rolling Stones: de grootste rock & roll-band ter wereld met een lange geschiedenis.
In '67 verschijnen er twee LPs, Between The Buttons in januari en Their Satanic Majesties Request in december; beide zijn ongelukkig getimede pogingen van de groep zich los te weken van de rock en r&b. Vooral het daardoor sowieso al zwaar onderschatte Their Satanic Majesties Request wordt geheel overschaduwd door het enorme succes van de Beatles-LP Sgt. Pepper's Lonely Hearts Club Band.
Maar de publiciteit rond de Stones blijft sterk in beweging door drugsschandalen, rechtszaken daarover, de eerste tournee door Oosteuropese landen met een grote rel in Warschau (traangas), deining tijdens optredens in Parijs en Wenen, en het bezoek van Jagger, samen met Marianne Faithfull en The Beatles, aan de Maharishi. Flower power is de mode en de rock is ver te zoeken. In '68 neemt de groep, samen met producer Jimmy Miller, op indrukwekkende wijze revanche door middel van het definitieve Stones-album Beggars Banquet. Na de vertrouwenwekkende single Jumpin' Jack Flash maakt de groep met deze plaat duidelijk nog steeds tot de beste r&r-groepen ter wereld te behoren. De plaat markeert echter tevens het begin van kommervolle tijden voor de groep. De langdurige ruzie die met Decca ontstaat over de zogenaamd 'provocerende' hoes van Beggars Banquet, kost het platenlabel uiteindelijk het contract met de groep en de groep de gewenste hoes.
Vervolgens verlaat Brian Jones, die het niet meer met de anderen eens is over de te volgen muzikale koers, op 8 juni '69 de Stones. Zijn plannen om met Alexis Korner een nieuwe band te beginnen, worden in de kiem gesmoord als hij op 3 juli bewusteloos in zijn zwembad wordt gevonden; enkele uren later overlijdt hij. Over de doodsoorzaak ontstaan wilde speculaties. Nog voor Jones' dood wordt bekend dat zijn opvolger Mick Taylor heet (geboren 17 januari '48), afkomstig uit John Mayall's Bluesbreakers. Taylor maakt op 5 juli zijn debuut tijdens het aan Brian Jones opgedragen gratis concert in Hyde Park, waar 250.000 mensen pogen de Stones te zien.
Van oktober tot december toeren de Stones, voor het eerst in drie jaar, door de Verenigde Staten. De tournee wordt afgesloten met een gratis concert op de racebaan van Altamont, waar voor de ogen van de rondspringende Jagger een jonge zwarte (de 18-jarige Meredith Hunter) wordt doodgestoken door een lid van de Hell's Angels, die door de Stones zijn aangetrokken als ordedienst. De schokkende, bij toeval op film vastgelegde beelden ervan worden verwerkt in de live-documentaire Gimmie Shelter.
Onderwijl maken onze jonge vrienden in deze die tijd gewoon hun middelbare school af. Art gaat architectuur studeren op het befaamde Columbia College. Hij doet er laconiek over: "I liked the word architect. I liked the crispness of 'tect' at the end. You could smoke a pipe, wear corduroy pants and gum-bottomed shoes." Simon kiest voor het Queens College en duikt met plezier in de Engelse literatuur en verdiept zich in het werk van de dichters T.S. Elliot, Emily Dickinson en Robert Frost.
Alsof dit allemaal niet genoeg is, blijft Simon de muziekbusiness op de voet volgen. Hij fungeert als een soort stand-in voor songschrijvers vanwege zijn bekwaamheid in het imiteren van bepaalde zangers. Als iemand denkt een geschikte song voor Dion DiMucci — van Dion & The Belmonts, in die periode wellicht de belangrijkste blanke doo-wop groep — te hebben geschreven, vraagt men Simon om de song uit te proberen. Op Queens College ontmoet Paul een medestudente, Carole King, die dan nog door het leven gaat als Carole Mein. Paul en Carole nemen een tijdlang samen demo's op voor uitgeverijen, waarbij Paul gitaar en bas speelt en Carole piano en drums, met in totaal vier zangstemmen. Elke demo levert ze dertig dollar op. Een van hun demo's, "Just To Be With You", wordt opgenomen door de Passions, die er in 1959 een kleine hit mee hebben. King voelt zich dermate gestimuleerd dat ze haar studie afbreekt en full-time songschrijver wordt. Binnen een jaar kan ze nog tien songs slijten die alle hits worden.
Paul mag dan wel geen full-time componist willen worden, hij neemt wel verder singles op onder de artiestennaam Jerry Landis: één single voor MGM en vier voor Warwick. Tussen de bedrijven door vindt hij ook nog tijd om te reageren op een advertentie waarin de groep de Mystics een zanger zoekt. Met die groep neemt hij de single "All Through The Night" op voor Laurie — het label van Dion & The Belmonts. De single flopt. Ook Art spendeert veel tijd in platenstudio's. Hij brengt twee solo-singles uit als Artie Garr, voor de labels Octavia en Warwick.
In 1962 produceert Paul de single "Motorcycle" van Tico & The Triumphs voor Madison, die nog juist — op nummer 99 — in de Billboard Top 100 terechtkomt. Het plaatje van Tico & The Triumphs wordt bijgeperst door het label Amy, dat in 1962-1963 nog drie singles van de groep uitbrengt. Simon's alter ego Jerry Landis duikt ook weer op bij de singles voor Amy, getuige "Lisa" / "The Lone Teen-Ranger". Simon neemt in deze periode zoveel singles op, dat het erop lijkt dat hij zijn eigen vroege songs maar zelf inzingt, omdat er anders geen afnemers voor zijn. Maar het is in elk geval wel zo dat hij er een muziekuitgever en een platenlabel voor heeft weten te interesseren.
De band wordt gevormd in Birmingham, '64. The Moody Blues is van oorsprong een rhythm and blues-band maar ontwikkelt zich na verloop van tijd in de richting die vooral de eerste helft van de naam eer zal aandoen. In '65 heeft de groep een eerste hit met het sfeervolle nummer van Bessie Banks, Go Now, een song waarin The Moody Blues vooral hun vocale capaciteiten in volle glorie ten toon kunnen spreiden.
De songs die de opvolgers van Go Now hadden moeten worden, blijven onder die maat, en uiteindelijk verlaten Denny Laine en Clint Warwick in '66 de groep om plaats te maken voor Justin Hayward en John Lodge. Zij komen de groep versterken als deze een crisis doormaakt en eigenlijk geen bestaansmogelijkheden meer heeft. Maar het is de zomer van '67 en The Beatles hebben met Sgt. Peppers' niet alleen de enorme mogelijkheden aangegeven die een studio biedt, maar ook de smaak van de luisteraar aan het wankelen gebracht. En na een The Magnificent Moodies en On Boulevard De La Madeleine, die nog helemaal een rhythm and blues-band laten horen, kiezen The Moody Blues in '67 voor een volledige ommezwaai naar de conceptplaat. Niet alleen is de titel van Days Of Future Passed, "Days Of Future Passed", geheel in de stijl van de even aforistische als bijna 'wijsgerige' muziek van de nieuwe Moody Blues, die rock, Dvorak en religie met elkaar proberen te verzoenen, ook de hoes is geheel in hogere-sferenstijl opgetrokken en laat er geen twijfel over bestaan dat we hier te maken hebben met muziek met een 'M'. De tweedehands mellotron die de groep heeft gekocht wordt al wel voorzichtig gebruikt, maar de groep laat zich voor Days Of Future Passed hoofdzakelijk begeleiden door het London Festival Orchestra. The Moodies hebben maandenlang zitten schrijven op wat uiteindelijk een popopera zal moeten worden, de platenmaatschappij broedt op het plan om een rockgroep Dvoraks symfonie Uit De Nieuwe Wereld uit te laten voeren, om het stereogeluid ook op de rockmarkt te promoten.
The Moody Blues worden hiervoor benaderd en gaan gedwee de studio in op voorwaarde dat ze alle tijd krijgen om ongestoord aan het project te kunnen werken. Terwijl iedereen aan Dvorak loopt te denken, nemen The Moodies iets heel anders op. Maar het resultaat is even bevredigend en Nights In White Satin wordt in alle opzichten een waardige opvolger van Go Now. Ook Days, de plaat waarop Nights voorkomt, krijgt zeer waardige opvolgers in de vorm van zes albums waarop het concept van Days ontwikkeld wordt en waarop we de mellotron, de breekbare stemmen van Hayward en Thomas (meestal) en de quasi-filosofische teksten van zeer verschillend gehalte steeds weer terugvinden. In navolging van The Beatles en samen met andere groepen die na '67 plotseling muziek gaan maken met de pretentie van klassieke muziek, vormen The Moodies een schakel in de geschiedenis van de popmuziek, die plotseling volwassen wil zijn. Met In Search Of The Lost Chord krijgt de groep een vaste schare volgelingen, terwijl de sceptici over 'easy-listening voor de heavies' gaan spreken. Maar Lost Chord heeft succes en de band besluit de overtocht naar de Verenigde Staten te wagen. Het is sinds On The Threshold Of A Dream dat de groep wereldwijde aandacht krijgt en erkend wordt als een concept-muziekgroep die zo veel ideeën en filosofieën in haar muziek doet. De eigen platenmaatschappij Threshold, wordt opgericht, en To Our Children'S Children'S Children is het eerste product. De plaat is bedoeld een ode te zijn aan de eerste mannen op de maan. Maar wat ook de toegespitste onderwerpen van een Moodies-plaat mogen zijn, het achterliggende thema, vaak expliciet in songs onder woorden gebracht, is altijd: wie ben ik, en waarom? Wat doe ik hier en hoe verder? De fans van The Moodies, die in de richtingloze tijd leven van de post-flowerpower-periode, kunnen zich daar goed mee identificeren. In de zomer van '70 hebben The Moody Blues een derde grote hit met Question, en een zesde album draagt de naam A Question Of Balance. Het is het eerste Moodies-album sinds On Boulevard De La Madeleine dat geen rode draad in de vorm van een centraal thema heeft. Na Every Good Boy Deserves Favour, dat Graeme Edges elektronische drumstel als nouveauté heeft, herleeft de aandacht voor Nights In White Satin en wordt Days Of Future Passed opnieuw uitgebracht. Seventh Sojourn verkoopt al een miljoen exemplaren voor het nog is uitgekomen, en '72 is een topjaar voor de groep.
De beatgroep The Outsiders met Wally Tax speelde een grote rol in de verandering die Amsterdam in 1966 meemaakte en die de stad de naam 'magisch centrum' zou bezorgen. "Meer nog dan door provo, ontluikend hippiedom, drugscultuur of studentenrevolte werd die omwenteling vertegenwoordigd door het jakkerende krassen van de slaggitaar en de opgewonden knauw in de leadzang van een beatbandje uit Amsterdam-Oost: the Outsiders."
De meeste verbazende momenten ter wereld zijn die vlak vóór een omwenteling: momenten waarop een verandering waarvan je pas achteraf kunt zeggen dat ze toen en toen plaatsvond daadwerkelijk zijn beslag krijgt - het moment dat de steen net onder het oppervlak van de vijver is verdwenen en het water nog niet van haar beroering blijk heeft gegeven. Later, wanneer de gevolgen van zo'n moment zich beginnen af te tekenen, ga je ook naar tekenen 'vooraf' zoeken: je herinnert je opeens dat je op een avond achter het huis het geruis van grote vleugels hebt gehoord of je bent bereid te zweren dat je op een middag overal - in trams, op straathoeken, in winkels - mensen hun duim naar je hebt zien opsteken en, waarom ook niet, achteraf gezien is dat zelfs heel waarschijnlijk.
Achteraf gezien waren er voor het moment dat Amsterdam de verandering doormaakte die haar de naam en internationale faam van 'Magisch Centrum' heeft bezorgd voortekenen genoeg geweest. Er hing een roekeloos soort geluk in de lucht: de geur van nat asfalt 's ochtends vroeg na een nacht doorhalen, een mélange van stof, rozen en chocola, of, in de luwte van de schemering, vlak bij een park, het geluid van een piano uit een open raam, close harmony gezang vanuit een als in een droom voorbijglijdende grote Amerikaan. Een kennis die een dag eerder nog een achter een bureau langzaam dood zat te gaan scheert opeens zijn kop kaal en spreekt - met op zijn schouder een kartonnen doos vol witgeschminkte schedels - op straat mensen aan met de vraag: 'Wat doen wij? Wie zijn wij? Wat zeggen we tegen elkaar?' God had in een grootmoedige bui het embargo op alles wat leuk en spannend is aan de wereld opgeheven, maar gelukkig was nog bijna niemand op de hoogte.
De rootsrock van het Australische Rattlehand gaat net zo makkelijk langs de bluesroute als via countrypaden. Songschrijver Josh Shelton (zang, gitaar) valt door het gemak waarin hij deze twee stromen volgt nergens in herhaling. De rootsrock op Rattlehand (Plus One Records) is niet vernieuwend, maar altijd welkom. Zes kerels die lekker losjes steeds in de juiste cadans geraken. The Ballad Of Frederick Ward heeft een over alles heen scheurende mondharmonica en een hobbelend countryritme.
Het mondharmonicaspel van Steve Wallis heeft net zoveel te maken met de soepele switch van country naar blues, terwijl het altijd rootsrock blijft. Dit zijn mannen met de Sunday Night Blues die hun cash spenderen aan smoke en booze. De onbekommerde levenslust komt tot ons via twangende gitaren en golvende melodieën met hoekige tempowisselingen. Vaak ook is het ingehouden wachten tot de ontlading die zeker zal komen. Is het niet via de mondharmonica van Wallis, dan toch zeker de gitaar van Josh Rippingale. Opvallend dat Shelton geen Australische tongval heeft.
In 2006 besloot Lou Reed Berlin uit 1973 voor het eerst integraal live op de planken te brengen. Het conceptalbum over de destructieve relatie tussen de agressieve speedgebruiker Jim en de promiscue Caroline die haar kinderen verwaarloost was in Amerika een commerciële flop, maar met name in Europa voor een complete generatie een ijkpunt.
De oorspronkelijke producer, Bob Ezrin, maakte nieuwe arrangementen voor een speciaal samengesteld klein orkest met daarbij de geweldige Antony Hegerty (van Antony and the Johnsons) en een kinderkoor. In de band schittert Steve Hunter uit de oorspronkelijke bezetting. De dirigent staat tussen de bandleden met de albumtitel op zijn rug, en geniet zichtbaar. De show was vorig jaar ook in Nederland te zien.
Reed benaderde zijn buurman, schilder en filmmaker (onder meer van The Diving Bell and the Butterfly) Julian Schnabel om de regie en aankleding van de show te verzorgen. Bij gebrek aan budget verzorgde Schnabel de klus gratis op voorwaarde dat hij er een concertfilm van mocht maken. Niet alleen een dienst aan de buurman, maar vooral omdat Schnabel warme herinneringen aan zowel het album als de stad Berlijn had. Het resultaat was voorafgaand aan de DVD release in de filmhuizen te zien."
Als de voorloper van rock ‘n’ roll wordt vaak Sh-Boom genoemd door The Crew Cuts (een cover van de original door The Chords). Rock ‘n' roll is omstreeks 1954-'55 ontstaan uit een integratie van rhythm and blues en hillbilly (de eerste algemene naam voor country and western) en meer bepaald de ritmische country-muziek daarvan (vandaar de term rockabilly of countryboogie). Of, wellicht beter uitgedrukt, door het naspelen (coveren) van rhythm and bluessongs door blanke uitvoerders (Elvis Presley op het Sun-platenlabel in Memphis, Bill Haley). Bij dit naspelen worden zowel tekst als muziek aangepast, dit is: afgezwakt en geschikt gemaakt voor een stilaan zichzelf bewust wordende maar bovendien aan economisch belang groeiende jeugd. De jeugd wordt voor het eerst een aparte sociale groep in de na-oorlogse consumptiemaatschappij en wordt ook een nieuwe markt voor consumptie- en cultuurproducten. Het is pas na de aanbrenging van 'correcties’ op de ruwe, gemene en ongesofistikeerde originele rhythm and blues-versies dat de laatste zelf én hun zwarte vertolkers ook zullen doordringen in de hitlijsten (eerst The Platters, dan ook Chuck Berry, Little Richard, Fats Domino).
Kenmerken
In rock-muziek is het ritme dominerend. Het basis-rockinstrumentarium bestaat uit drums en elektrisch versterkte gitaren die elk een funktie van het traditionele gitaarspel (begeleiding en/of solo, bas) voor hun rekening nemen en eventueel een piano (later synthesizer).
De stem van de zangpartij wordt op een lijn gezet met de instrumenten waardoor de tekst van de songs vaak tot een onbelangrijk beoordelingscriterium wordt gedevalueerd. Rock ‘n’ roll demarkeert het einde van het Tin-Pan Alley-tijdperk. De Tin-Pan Alley-muziek is genoemd naar de straat in de buurt van Broadway waar de controlerende muziekuitgevers al sinds eind negentiende eeuw zijn gehuisvest. Zij geven sentimentele en in elk geval gestandaardiseerde (=volgens formules geschreven) muziek uit, gericht op massaverkoop. Ten opzichte van deze Tin-Pan Alley-songs mag rock 'n’ roll beschouwd worden als een originele muzikale vorm, gedragen door de jeugdige consumentengroep, het voornaamste exponent ook van een nieuwe cultuur waarvan het protest tegen de wereld van de volwassenen een essentieel element uitmaakte. Omdat deze muziek alleen de jeugd aanspreekt is zij het voornaamste middel om een gevoelen van ‘wij tegenover hen’ te symbolizeren, wordt zij, met andere woorden, de voornaamste tekenwaarde voor subculturen. Het meewarig-klagend karakter van de bluesmuziek en de ellende, vaak in een soort van geheime codetaal bezongen, in de bluesteksten, het impliciet sociaal protest ook van de blues vormen ongetwijfeld een voedingsbodem voor het protestkarakter van de er op gebaseerde rock 'n' roll: door de volwassenen onbegrepen tieners, kunnen zich als het ware vereenzelvigen met de door de blanken onderdrukte zwarten (later, in de rap-muziek, wordt door de blanken het zwarte getto nog altijd geromantiseerd).
Op zijn meest geprononceerde momenten schijnt de nieuwe muziek en haar in het zwart leder gehulde rockers (Gene Vincent) zelfs geweld te kunnen uitlokken bij tienernozems. Maar meestal is ze niet meer dan een afbakeningslijn tussen dominerende cultuur (van de consumptiemaatschappij) en subcultuur, een muur van geluid: daarom wordt de muziek ook luid gespeeld. Naast drager voor protest draagt rock ‘n' roll ongetwijfeld een sterke sensuele bijbetekenis. De term staat voor de seksuele act: ‘rocken’ betekent in geheimtaal zoveel als vrijen. In haar bevrijding van de romantische liefde legt rock het accent op de seksualiteit zelf via de erotische uitstraling van het stemtimbre, de lichaamsbeweging van de uitvoerder, het ritme van de muziek en het symbolisch gebruik van de muziekinstrumenten.
Rock wordt pop
Spoedig, eind van de jaren vijftig al, blijkt dat de nieuwe muziekstijl zelf niet aan een vervlakkingsproces ontsnapt. Waar ze oorspronkelijk als fris, creatief, origineel overkomt wordt ze nu- men zegt dan: terwille van de centen - door de muziekindustrie ‘uitgemolken’. Het rock-genre wordt in de nieuwe tienermarkt met de hogere verkoopscijfers geduwd door de creatie van tienervedetten die met de eerste rockers weinig meer gemeen zouden hebben dan dat ze uitdrukkelijk als rock 'n’ rollers worden aangekondigd (Pat Boon). Ze brengen ‘bijgeschaafde’ (inderdaad: beschaafde) rock ‘n' roll met songs die betrekking hebben op het adolescentenleven en vooral daarin de tienerromantiek. Naar het geluid van het veelvuldig aangewend achtergrondkoor zal men deze liedjes ook als ‘doo whoh' of ‘doo whah-songs’ (Danny and the Juniors) betitelen. Naar de plaats waar ze geapprecieerd worden zal men men ze ook wel eens ‘highschool’ rock (Fabian) noemen (highschool is de middelbare school in de USA). Wanneer deze tienerromantiek ook nog eens in ballades aan de orde wordt gesteld mag men met recht spreken van de opkomst rond 1958 van teenage crooners (Paul Anka).
Lieutenant Pigeon is een Britse muziekgroep ontstaan in de buurt van Coventry en was eigenlijk een spin-off van een andere experimentele band uit die tijd, Stavely Makepeace. Lieutenant Pigeon werd opgericht door Rob Woodward en beheerd door David Whitehouse. Andere leden waren onder andere bassist Stephen Johnson en drummer Nigel Fletcher.
Bijzonder aan Lieutenant Pigeon was het specifieke geluid (ragtime), maar wat nog merkwaardiger was, was dat de piano bespeeld werd door de moeder van Woodward. Of dat moeder van Woodward er wat mee te maken heeft weten we niet maar Luitenant Pigeon behaalde twee hits waaronder "Mouldy Oude Dough" uit 1972.
"Mouldy Oude Dough" werd geschreven door Rob Woodward en Nigel Fletcher en bereikte zelfs de nummer 1-positie in Engeland en scoorde ook bij ons bijzonder goed. De titel “Mouldy Old Dough” is dan weer afkomstig uit de jaren ’20 toen de zin "vo-de-o-do" veel gebruikt werd in het Jazz.
De opvolger "Desperate Dan” deed het nog behoorlijk in het thuisland, maar een nieuwe nummer 1 zat er niet in. Begrijpelijk als je bedenkt dat hun nummers grotendeels instrumentaal waren en de zang beperkt werd tot het ‘zingen’ van de titels.
Maar in 1974 lijkt het dan toch weer te lukken met een cover van "I'll Take You Home Again, Kathleen" maar verder dan de 3de plek in Australië geraakte de heren niet. Daarna verdwijnt Lieutenant Pigeon naar de achtergrond tot in 1978 bekend raakt dat de groep uit elkaar gaat. In de jaren ’80 probeert bassist Johnson de groep opnieuw samen te stellen met nieuwe leden en behaalt er zelfs enkele bescheiden successen mee in Scandinavië om dan later een video productiebedrijf op touw te zetten. Momenteel bestaat de naam nog maar geen enkel origineel bandlid maakt er nog deel van uit.
De 51 Amerikaanse staten hebben ieder zo hun eigen favoriete en succesvolle artiest.
In de komende 51 afleveringen komen alle staten aan bod met een kort overzicht van de artiesten die, behalve er geboren zijn, zich het meest met die staat identificeerden. Bekende voorbeelden: Arkansas-Johnny Cash, Californië-Brian Wilson (Beach Boys), Georgia-Ray Charles en Texas-Buddy Holly.
Maar wie vertegenwoordigt Hawaii, Alaska, Florida of New York ?
In deze 28e aflevering:
Nebraska
Wynonie Harris (1915-1969), die we hierbij koppelen aan Nebraska, is een blues-shouter en rhythm & blues zanger van veelal snelle en humoristische songs in de periode 1946-1952. Blues Shouter ? Ja, gewoon lekker hard zingen om er bovenuit te komen.
N Q Z A N G P A R T I J P W Z M T F V U C E F R O I K T G D P A E R O L L I N G S T O N E S L F G I T A A R N J I W T I R R E G N J I W E L E O K R E T E P T E S G U M Z E T E M T I R G O U O A A L P N X S T S R O W E G E J A N F N E H O C D R A N O E L N K N N E O A E G D P E H F A S A K F A U C H S P N A L Y D B O B O A P K E I Z U M M D H S N A E O T L E Q E H S A C Y N N H O J R K L L E T U E L S K E I Z U M D C B E A T L E S L E K E R K N E Y O L O S O E A A F X E E P E N C N E R A N S R E D N A S S A