vrijdag 9 maart 2018

Kris Ryan and the Questions

Kris Ryan & The Questions komen uit Manchester. Ze maakten twee singles en een EP voor Mercury. Kris ging daarna solo en maakte een single.
Niet veel te vertellen dus maar deze groep was populair in Liverpool en speelde 33 keren in  de Cavern.

Een memorabel optreden was dat met PJ Proby die ze begeleidden  in de New Brighton Tower Ballroom. Ze waren bijna evengoied als PJ maar de mensen waren voor hem gekomen ....

Don't play that song / Get on the right track, de single uit 1965 was een hitje maar verder dan dat kwamen ze niet. Toch een knappe single, als je ’t mij vraagt.


donderdag 8 maart 2018

Het Dorp

Wim Sonneveld werd op 28 juni 1917 geboren in Utrecht als zoon van Gerrit Sonneveld en Geertruida van den Berg.
In 1922 verloor hij op zeer jonge leeftijd zijn moeder.
Na een schooltijd waarin hij steeds de pias uithing had hij een aantal baantjes waarin hij niet goed voldeed.
In 1932 ging hij zingen bij de amateurzanggroep de Keep Smiling Singers, waarna hij in 1934 met Fons Goossens een duo vormde en optrad bij jubilerende verenigingen en instellingen.
Later dat jaar ontmoette hij de recensent Huub Janssen en in datzelfde jaar werd hij secretarisadministrateur bij Louis Davids, waar hij overdag werkte en ‘s avonds kleine rolletjes mocht spelen en chansons kon zingen.
In diezelfde periode trad hij op met zijn eigen gezelschap “De Rarekiek”, waar zijn vriend Huub aan meewerkte.
Sonneveld zong in het Frankrijk van 1937 in cabarets van Suzy Solidor en Agnes Capri.
Na de oorlogsverklaring van 1939 keerde hij naar Nederland terug, waar hij toneelrollen had en in de revue van Loekie Bouwmeester speelde.
In 1940 trad hij op bij het Theater der Prominenten en speelde bij “De Sprookjesspelers” van Abraham van der Vies, hier ontmoette hij o.a. Conny Stuart.
In 1943 vormde hij zijn eigen gezelschap, waarvan onder andere Stuart, Lia Dorana, Albert Mol, Joop Doderer, Hetty Blok en Emmy Arbous deel uitmaakten.
Opmerkelijk was zijn gastrol in de televisieserie Ja zuster, nee zuster van Annie M.G. Schmidt en Harry Bannink in 1967.
In 1967 stond hij met Ina van Faassen in een theatershow en in 1971 met Willem Nijholt en Corrie van Gorp.
Zijn laatste film speelde hij in 1973, met de titel “Op de Hollandse toer”.
Hij had zijn carrière willen afsluiten met het zingen van Franse chansons, want aan Frankrijk had hij zijn hart verpand, zo had hij een huis in het Zuid-Franse Roquefort-les-Pins.
Op 8 maart 1974 stierf Wim Sonneveld op 56-jarige leeftijd in het VU-ziekenhuis in Amsterdam na een tweede hartaanval.

"Het Dorp" werd driemaal op single uitgebracht, waarvan de laatste keer in mei 1974, vlak na de dood van de cabaretier.
De tekst is geschreven in 1965 door Friso Wiegersma, onder het pseudoniem Hugo Verhage, hij was de partner van Sonneveld.
Het nummer is op de muziek van La montagne van Jean Ferrat geschreven en Wim Sonneveld zingt emotioneel over "zijn dorp" Deurne, dat hem bij weerzien schokt een dorp dat door de vooruitgang is gehavend.

maandag 5 maart 2018

Bobby Darin

Nog maar 17 jaar jong en dan al mogen optreden in de Tommy Dorsey TV-show. Je moet het maar kunnen. En op je 21ste aan de vooravond staan van een internationale carrière. De bio van Bobby Darin leest dan ook als een sprookje al heeft de man onderweg heel wat meegemaakt.

De 14de mei 1936 werd Walden Robert Casotto in New York City geboren. Je hoeft geen polyglot te zijn om meteen door te hebben dat zijn roots in Italië geworteld liggen. Om je straks niet te fel te doen schrikken, vertel ik nu alvast dat hem geen lang leven beschoren was, want op zijn 37ste stierf hij na enkele hartaanvallen. Zijn gezondheid heeft trouwens nooit meegezeten. Tijdens zijn  jeugd kreeg hij herhaaldelijk aanvallen van reumatische koorts die zijn hart enorm verzwakten, zo erg zelfs dat de dokters vreesden dat hij de leeftijd van 25 niet zou halen. Dat overtuigde Bobby des te meer om in zijn carrière te investeren. Hij wou koste wat het kost zanger worden en dat is hem uiteindelijk gelukt ook.

Hoe kwam hij aan zijn artiestennaam? Hij woonde in de buurt van een Chinees restaurant dat de naam Mandarin droeg. Het stond te lezen in felgekleurd neonlicht, maar een deel van de lichtreclame was stuk, de beginletters waren weggevallen zodat voorbijgangers dachten dat het restaurant Darin heette. In 1956 ontmoet Bobby de dan piepjonge muziekuitgever Don Kirshner. Ze besluiten een duo te vormen, want Bobby kon toen al aardig liedjes bij mekaar schrijven. Een talentscout kwam dat aan de weet en stapte met een paar nummers van hen naar platenfirma Decca die het wel zagen zitten, ook dat ze een deal sloten met Bobby als zanger. Een week nadat Elvis Presley zijn debuut had gemaakt in de tv show van de gebroeders Dorsey dook Bobby er in op, maar dat zou niet lang duren, want nadat Bobby voor Decca samen met zijn groep The Jaybirds vier singles had uitgebracht die ze aan de straatstenen niet kwijt geraakten, werd hun platendeal opgedoekt en konden ze terug naar af. Zo nam hij onder andere een cover op van Rock Island Line van Lonnie Donegan. Gelukkig was er nog belangstelling van het Atco label, maar ook hier flopten de singles die Bobby voor hen opnam. Bobbyn en Don bleven samen liedjes schrijven. Ze lieten hun songs vaak horen aan bekende dj’s zoals Cousin Brucie alias Bruce Morrow en Murray ” The K” Kaufman van het radiostation WINS. Zowat iedereen hield van hen en vooral van hun inzet en doorzettingsvermogen. Op zekere dag zit Bobby ‘s avonds thuis op het appartement van Murray The K op de piano wat te improviseren. Bobby  wil  zich wat opfrissen in de badkamer net op het moment dat Murray’s moeder telefoneert. Murray vertelt haar waar ze mee bezig zijn, onder meer met het schrijven van een paar leuke dolkomische deuntjes waarop ze voorstelt waarom Bobby geen liedje schrijft over een heerlijk verfrissend bad nemen. Het was in de rock ‘n’ roll toch de gewoonte op basis van eenvoudige situaties in nietszeggende woorden als doowop- da -dee- dee of wap bop a lula liedjes te schrijven, iets verzinnen bij splish splash, takin’ a bath hoefde toch niet moeilijk te zijn.  Twaalf minuten later heeft Bobby het liedje klaar en zijn eerste million seller op zak.  Splish Splash zou in 1958 in Engeland een succes worden in de versie van comedian Charlie Drake.
Decca wilde van dat succes een graantje meepikken en brengt twee songs uit die Bobby iets voordien had ingeblikt. Ze releasen Early in the morning en Now we’re one als single onder de schuilnaam The Ding Dongs, maar Avco komt snel achter de waarheid, spant een proces in dat de 17de juni 1958 in hun voordeel wordt uitgesproken. Decca moet die twee songs aan hen afstaan. Avco brengt die bewuste songs opnieuw uit en verandert de naam The Ding Dongs in The Rinky Dinks en het wordt Bobby’s tweede hit. Decca was ferm op de tenen getrapt en weet Buddy Holly te forceren tot een soort rushrelease van beide songs die snel op 45 toeren worden uitgebracht, maar niet hoger dan een 32ste plaats in de top 100 geraakten. Bobby Darin heeft de smaak en de juiste keuze te pakken. Hij wedt iedere keer op het juiste paard.  Queen of the hop wordt een hit net als Plain Jane en Dream lover  met aan de piano niemand minder dan Neil Sedaka. Intussen had zijn platenfirma er wel op aangedrongen Don als manager te laten vallen. Dat zat Don zeer hoog. Om het verdriet enigszings te milderen, besluit Bobby zijn eerstvolgende songs uit te geven bij de muziekuitgeverij Aldon Music die Don Kirshner net had opgericht samen met Al Nevins. Omdat Bobby een brede muzikale smaak heeft en bij zijn platenfirma wel wat in de pap te brokken heeft, mag hij in de maand oktober van 1959 een ganse elpee uitbrengen met daarop American Standards. That’s All wordt de titel van het album dat inzet met Mack the knife dat heel wat reacties uitlokt. Avco aarzelt dan ook niet die song als single te releasen. Het wordt Bobby’s enige nummer 1. Ook  Beyond the sea ( La Mer van Charles Trenet) uit datzelfde album doet het beregoed als single. Daarmee heeft Darin een nieuwe trend gezet, standards inblikken met een swingende band als begeleiding. Hij krijgt daarin navolging van collega’s als Bobby Rydell, Frankie Avalon en Paul Anka. Bij de dames viel Darin méér dan zo maar in de smaak. Hij had al een affaire gehad met de populaire Connie Francis, maar daar had haar vader een stokje voor gestoken. Bij wie het wel lukte, was de in die tijd graag geziene filmster Sandra Dee. Het hoeft ons dan ook niet te verwonderen dat Bobby ook op het witte doek wou gezien worden. Tussen 1961 en 1962 neemt hij zeven films op in een tijdspanne van amper 15 maanden, films zoals: Come September,  If a man answers en The last Westerner om er een paar te noemen. Hij zou later ook in de film Captain Newman  meespelen, een rol die hem een Oscar oplevert.

In de zomer van 1962 ondertekent Bobby Darin een nieuw platencontract, deze keer bij Capitol records. Zijn eerste single wordt de titelsong van de film If a man answers met twee weken later de release van de elpee  Oh look at me now. Het verlangen om nog eens een hit te scoren, wordt ingewilligd wanneer Capitol besluit You’re the reason I’m living als single uit te brengen, een top drie hit in 1963. Vliegensvlug wordt er een ganse elpee ingeblikt om in het kielzog van dit succes hoge verkoopcijfers te kunnen noteren. Het wordt een elpee met uitsluitend countrygetinte songs en dat na het succes dat Ray Charles had behaald met  I can’t stop loving you. Charles, tussen haakjes, was een idool van Bobby Darin. Met het geld dat Bobby intussen verdiend had, richt hij in 1963 T.M.Music Inc. op, een firma die zich zal inzetten om jong talent te promoten. De eerste artiest die hij tekent, is Wayne Newton. Wayne zou de daarop volgende jaren een rist hits scoren en een graag geziene tv-ster worden.  T.M.Music werd ook een geslaagde muziekuitgeverij met songs zoals: Under the boardwalk van The Drifters, Hey little cobra van The Rip Chords en Beach girl van Pat Boone.
Omdat aan het begin van de jaren zestig Bobby graag country zong, besloot Capitol ‘ 18 yellow roses’ op singel uit te brengen, een oude hit van Marty Robbins. In de maand maart van 1964 vraagt Bobby een onderhoud met de directie van Capitol aan en smeekt beleefd of zijn contract kan worden afgerond, iets vroeger dan gepland. Hij wil in een andere omgeving en met andere mensen samenwerken. Capitol gaat akkoord na het uitbrengen van een aantal opnamen die ze nog op de plank hadden liggen. Vijf maanden later heeft Bobby nog altijd niet beslist met wie hij in zee wil gaan. Je mag het dwaas noemen, maar hij vraagt Capitol of hij opnieuw met hen scheep mag gaan. Een live show opgenomen in november 1963 in Las Vegas zou de nieuwe elpee worden, maar daar is nooit wat van in huis gekomen. In de plaats daarvan verschijnt het album From Hello Dolly to Goodbye Charlie, een elpee met musicalmelodieën. In de maand mei van 1965 volgt de langspeler  Venice Blue . Drie maanden later verhuist Bobby dan toch van platenfirma en klopt opnieuw aan bij Avco/Atlantic. Omdat hij niet zo goed weet wat hij moet opnemen, blijft hij trouw aan zijn Broadwaystijl tot hij op zekere dag de liedjes ontdekt van Tim Hardin, een jonge folkzanger en neemt van hem ‘ If I were a carpenter’ op, eindelijk nog eens een top tien hit voor Bobby. In ruil voor dat succes schrijft Bobby in 1969 op zijn beurt voor Tim  Simple song of freedom, de enige keer dat we Tim zullen tegenkomen in de top 50. Darin had intussen zijn imago wat aangepast aan zijn nieuwe keuze van liedjes. Lang haar en een snor moesten bewijzen dat hij politiek bewuster was geworden. Het verbaasde dan ook niemand dat hij Bobby Kennedy steunde tijdens diens verkiezingscampagne. Omdat Darin zijn eigen ding wil doen, richt hij zijn eigen platenfirma Direction op  en brengt een sociaalgetinte song als Long Line Rider uit onder de naam Bob Darin. Maar die ernst laat hij een tijd later varen wanneer het echte succes uitblijft. Hij keert terug naar zijn  pop roots en naar Las Vegas . Hij krijgt ook een eigen tv show ‘ The Bobby Darin Show’ om in 1973 een platendeal te sluiten bij het inmiddels legendarisch geworden Tamla Motown. Met twee liedjes uit The Lady sings the blues,  Melodie en  Happy  herhaalt hij nog eens zijn successen van weleer.
Voortdurend geplaagd door hartproblemen die al opdoken toen hij zo’n jaar of acht was, ondergaat Bobby in 1971 een openhartoperatie. Twee hartkleppen worden vervangen. Zijn herstel verloopt prima tot hij eind 1973 opnieuw het hospitaal in moet voor een bijkomende operatie. Deze keer is het van het goede teveel en Bobby overlijdt in de nacht van de 20ste december in het Cedars – Sinai Medical Center in Los Angeles, Californië. Hij had vooraf te kennen gegeven dat hij zijn lichaam wilden afstaan aan het medisch centrum van de UCLA voor onderzoek. Op zijn uitdrukkelijk verzoek heeft er ook geen begrafenis plaats.
In 1990 kreeg Bobby postuum een plaats toegewezen in de Rock’n’ Roll Hall of Fame. Een absolute aanrader als je iets meer over zijn loopbaan wilt weten, is de film die over zijn leven werd gemaakt en uitgebracht in 2004  Beyond the sea waarin zijn rol wordt gespeeld door Kevin Spacey die ook de regie  voor zijn rekening nam en er op stond al de songs die in de film opduiken, zelf te zingen. Toch waren de critici niet lovend. De meesten vonden Spacey te oud om een geloofwaardige Bobby Darin neer te zetten. De film werd ook ‘a box office bomb’, een term die in Hollwyood wordt gebruikt om films mee te quoteren waarvan de productiekosten veel hoger liggen dan de opbrengst nadien.

donderdag 1 maart 2018

De natuurlijke grote tertstoonladder

De natuurlijke grote tertstoonladder is gebaseerd op de trillingen die bijvoorbeeld worden voortgebracht door een snaar (met willekeurige lengte en constante spanning) achtereenvolgens in tweeën, drieën, vieren, vijven… te verdelen:

· Een snaar met willekeurige lengte en constante spanning zal een grondtoon met frequentie f voortbrengen.
· Wanneer we de snaar in twee gelijke delen verdelen, dan zal ieder apart deel een toon voortbrengen die een octaaf hoger klinkt dan de grondtoon: de frequentieverhouding tussen de grondtoon en de voortgebrachte toon bedraagt 1:2.
· Verdelen we de snaar in drieën, dan vinden we dat ieder deel een toon geeft die een duodecime (octaaf + kwint) hoger klinkt dan de grondtoon. De frequentieverhouding bedraagt 1:3.
· Verdelen we de snaar in vieren, dan vinden we dat ieder vierde deel van de snaar een toon geeft die twee octaven hoger klinkt dan de grondtoon. De frequentieverhouding bedraagt 1:4.
· Verdelen we de snaar in vijven, dan vinden we dat ieder vijfde deel een toon geeft die een septdecime (dubbeloctaaf + grote terts) hoger ligt dan de grondtoon. De frequentieverhouding bedraagt 1:5.

maandag 26 februari 2018

Fats Domino

Antoine “Fats” Domino werd op 26 februari 1928 geboren in New Orleans (Louisiana) als een van de negen kinderen van het gezin. Toen hij 7 jaar oud was leerde hij piano spelen van zijn twintig jaar oudere zwager, Harrison Verrett, die zelf muzikant was. Naast het spelen op de piano zong hij er ook bij. Omdat hij in het Franse kwartier van New Orleans woonde was de eerste taal die hij leerde spreken Frans.

Toen hij 10 jaar oud was trad hij voor het eerst op voor publiek. Op 14-jarige leeftijd verliet hij de school om te gaan werken als fabrieksarbeider, zodat hij daarnaast kon optreden in locale nachtclubs, zoals de Hideaway. Het was ook in die club dat bandleider Dave Bartholomew en Lew Chudd van Imperial Records hem zagen optreden. Halverwege de jaren veertig ging Fats bij de band van Dave Bartholomew spelen. Samen met Bartholomew zou hij de volgende 20 jaar vele van zijn hits schrijven.

Op 6 augustus 1948 trouwde hij met Rosemary Hall. Tot op heden is hij met haar getrouwd. Ze kregen samen acht kinderen.

Zijn carrière begon in 1949 met “The Fat Man”, een van de eerste rock-’n-rollplaten en de reden voor zijn wereldberoemde bijnaam. Dit nummer en de vele hits die daarna volgden schreef hij samen met Dave Bartholomew, een bandleider en producent van vele rhythm-and-bluesartiesten uit New Orleans. De nummers werden tijdens de vijftiger jaren allen opgenomen in de studio van Cossimo Matassa in New Orleans en uitgebracht op het Imperial Label. The Fat Man werd met meer dan een miljoen verkochte exemplaren een grote hit. Dave Bartholomew is ook de schrijver van de wereldhits “I hear you Knockin’” en “One Night”.



Na een aantal kleine hits brak Domino in 1955 definitief door bij het grote publiek met “Ain’t That a Shame”, dat in de Verenigde Staten de top tien haalde. Vervolgens maakte Domino 35 nummers die de Nederlandse Top 40 haalden, waaronder “Whole Lotta Loving”, “Blue Monday” en “Blueberry Hill”. Ook speelde Domino in de films Shake, Rattle & Rock! en The Girl Can’t Help It. Gedurende de zeventiger jaren was Domino nog steeds actief, maar niet zo succesvol als in de vijftiger en zestiger jaren. In 1980 trad hij voor het eerst op bij het North Sea Jazz Festival.

Nadat in 2005 de orkaan Katrina over zijn geboorteplaats was getrokken, werd Fats Domino korte tijd vermist, totdat zijn dochter hem herkende op foto’s van geëvacueerden. Door deze natuurramp mist hij sindsdien wel 12 van zijn 22 gouden platen, maar hij is erg gelukkig met het feit dat hij nog wel de foto nog heeft waar hij samen met Elvis Presley op staat afgebeeld.


Zijn laatste optreden vond plaats op 19 mei 2006 bij Tipitinas, de bekende jazz- en bluesclub in New Orleans. Dit optreden is opgenomen op de recent verschenen documentaire “Walking Back to New Orleans”.

donderdag 15 februari 2018

That's all right mama

Een jaar tevoren had Elvis Presley in de Sun-studio in Memphis een plaatje voor zijn moeder opgenomen. De acetaat opnamen van augustus 1953 waren : "My Happiness" en "That's When Your Heartaches Begin").
Op 5 juli 1954 staat Elvis onverhoopd opnieuw in de Sun Studios om zijn eerste plaat op te nemen voor SUN.
Onder leiding van Sam Phillips neemt Elvis Presley de liedjes “That’s All Right Mama”, “I Love You Because” en “Blue Moon Of Kentucky” op.
Hij wordt begeleid door gitarist Scotty Moore, bassist Bill Black en drummer Johnny Bernero.
Sam Phillips heeft de zanger eigenlijk naar de studio gehaald om een demo van het nummer “Without You”  in te zingen. Omdat Phillips niet tevreden is over het resultaat van de opname, laat hij Elvis zelf een paar nummers kiezen die beter geschikt zijn voor zijn stem.
Omdat eigenlijk niets wil vlotten, en om wat stoom af te blazen morrelen Elvis en de begeleiders maar wat aan. Voor de grap eigenlijk begint Elvis een zwarte bluessong op een hillbilly manier te zingen. De begeleidingsgroep valt in en “That’s all right Mama”  van Arthur Crudup rolt de studio binnen.
Sam Phillips weet het onmiddellijk.
“That’s All Right Mama” was van Arthur ‘Big Boy’ Crudup, en zwarte bluesman die de song op 6 september 1946 in Chicago had opgenomen. De oorspronkelijke titel was “That’s all right”.
“Blue Moon of Kentucky” was van Bill Monroe, de bluegrass superster. Ook uit 1946. Bill Monroe nam de song op met zijn fameuze Bluegrass Boys, waar op dat moment Lester Flatt en Earl Scruggs deel van uitmaakten.
“I love you because” was van Leon Payne, uit 1949. Pure Country.
“That’s All Right Mama” wordt op 7 juli 1954 voor het eerst op WHBQ in Memphis gedraaid door de diskjockey Dewey Phillips (geen familie van Sam Phillips).
Meteen staat de telefoon roodgloeiend.
Op 19 juli 1954 wordt “That’s All Right Mama”, met op de B-kant “Blue Moon Of Kentucky”, op single (SUN 209) uitgebracht. Er werden 20.000 ecemplaren van verkocht. Niet genoeg voor de nationale Hitparade, wel genoeg om onderaan de lokale Charts te staan.  De rest is geschiedenis......






dinsdag 13 februari 2018

De hippiecultuur

De hippiecultuur is ontstaan in de jaren ’60 in de Amerikaanse staat Californië. De hippiecultuur was een tegencultuur, een beweging met bepaalde ideeën en eigen levensstijl, bestaande uit mensen die zich wilden afzetten tegen de gevestigde orde. Een andere benaming is ‘flower power’. Muziek, vrijheid, vrede en uiterlijke kenmerken waren van groot belang. De hippie hoofdstad was San Francisco (in mindere mate speelde Amsterdam ook een rol) vanwege de vele muzikanten die uit deze stad afkomstig waren en die een bepalende rol hebben gespeeld in die periode.

Uit onvrede en kritiek op de toen huidige regering en maatschappij is de hippie cultuur ontstaan. Met de Vietnam oorlog en de conservatieve opvattingen en ideeën van de maatschappij was de na-oorlogse generatie het niet mee eens. Vrede, persoonlijke vrijheid en een beter milieu werden belangrijk gevonden. In Amerika heerste er in de jaren ’60 een gevoel van kapitalisme, materialisme en bekrompenheid. Langzaamaan groeide het verzet hiertegen, wat uiteindelijk ervoor heeft gezorgd dat de hippiecultuur is ontstaan.

‘Peace & Love’ en ‘Make Love Not War’ zijn twee uitspraken die onlosmakelijk verbonden zijn met de flower power. Hippies waren felle tegenstanders van de Vietnam oorlog, protesteerden hier flink tegen en vonden natuur en milieu belangrijk. Dit uitte zich in protestliederen, het leven – weg van de maatschappij – in communes, vegetarisch eten en respect en liefde voor de natuur en samen genieten en het maken van muziek. Zij geloofden in een revolutie die ervoor zou zorgen dat de westerse kapitalistische maatschappij omver zou worden gegooid. Zij wilden het voorbeeld geven aan de rest van de wereld, het overbrengen van hun idealen was dan ook hun belangrijkste doel. Daarnaast speelde diverse drugs een grote rol in deze subcultuur. Onder meer LSD, wiet en hasj werden volop gebruikt. ‘Free your mind and the rest will follow’. Via deze weg, niet alleen geestverruimende middelen, maar ook met behulp van oosterse religie, mystiek en spiritualiteit werd de geest verrijkt en zou men tot nieuwe inzichten komen.

De uiterlijke kenmerken zijn zeer herkenbaar. Jongens en meisjes lieten hun haren groeien omdat in die tijd een kort kapsel stond voor de oude generatie; die van discipline, regels en burgerlijkheid. Daarnaast werden baarden, felgekleurde kleding, oosters getinte jassen en gewaden als kaftans, kralenkettingen, bloemen geassocieerd met de flower power. Vergeet ook niet de sandalen en heupbroeken met uitlopende pijpen die door beiden werden gedragen.

‘Hippie trail’ is een term die gebruikt wordt om de reizen die gemaakt werden door hippies – via Europa naar plekken als India, Pakistan en Nepal – in de jaren ’60 en ’70. Liften, bussen en de trein was de manier van reizen. Op zoek naar avontuur, nieuwe indrukken, vrij verkrijgbare cannabis en innerlijke ontplooiing waren de redenen voor de honderdduizenden jongeren om de reis te maken.

Er zijn talloze muzikanten die geassocieerd worden met de flower power en die ook zeer geliefd waren. Om een paar te noemen: The Grateful Dead, Janis Joplin, The Beatles, Mamas & The Papas, de talloze artiesten die optraden tijdens het hippie festival Woodstock.

De erfenis van de hippiecultuur is misschien wel groter dan je denkt. Hippies werden en worden nog steeds afgeschilderd als een stelletje nietsnutten, die alleen maar geven om marihuana en die werkelijk niets hebben bereikt. Maar dat is niet helemaal waar. In harmonie met elkaar en met onze planeet te leven is helaas niet veel van terecht gekomen en ‘make love not war’ zijn mooie woorden maar nog steeds niet de realiteit. Overigens op milieugebied is zeker wel wat gebeurd. Denk aan de actieorganisatie Greenpeace en het feit dat groene energie nu steeds belangrijker wordt gevonden. Ook is men zich bewuster geworden van de natuur, van de extreme gevolgen van oorlog en de bekrompenheid van eerdere generaties. Zo is men zich bewuster van de verschillen tussen mensen, wat betreft racisme is er aardig wat veranderd; zwarten, homo’s en vrouwen worden nu veel meer geaccepteerd, is er meer acceptatie voor de ‘vreemde eenden’ en de huidige maatschappij is een stuk minder conservatief en bekrompen in vergelijking met de jaren ’50-’60.

zaterdag 10 februari 2018

The Blue Diamonds

The Blue Diamonds was een Nederlands duo bestaande uit de broers Riem (Depok/West-Java, 15 april 1943) en Ruud de Wolff (Batavia, 12 mei 1941 - Driebergen, 18 december 2000).
De broers, van Indisch-Nederlands afkomst, braken in 1960 door met de wereldwijde hit "Ramona".

Riem en Ruud de Wolff kwamen in 1949 met hun ouders naar Nederland en zongen in hun tienerjaren op schoolfeesten in bandjes als The String Extase Boys en The Cool Cats. Het repertoire bestond voornamelijk uit covers van The Everly Brothers. In 1960 stond hun uitvoering van de song "Ramona" uit 1927 maandenlang in de hitlijsten, en ook in veel andere landen is het nummer een grote hit. Andere succesnummers uit die tijd waren onder andere "Oh Carol" en "Little Ship".

Begin jaren zestig toeren de broers samen met Anneke Grönloh door Indonesië, terwijl in Nederland en andere Europese landen verschillende nummers de hitparade halen. Voor "Ramona" ontvangen de broers een Edison uit handen van Wim Sonneveld, nadat er zeven miljoen exemplaren zijn verkocht. Ook in de jaren zeventig brengen The Blue Diamonds diverse singles uit, het stormachtige succes van "Ramona" wordt nooit meer geëvenaard.

Begin jaren tachtig nemen zij in Indonesië diverse platen op in het Maleis, waarvan miljoenen exemplaren over de toonbank gaan.
Tot de dood van Ruud de Wolff in december 2000 blijven The Blue Diamonds platen maken en optreden. Echt grote successen blijven uit, maar de typische Blue Diamonds sound blijft populair.

Na de dood van Ruud blijft Riem de Wolff optreden, als soloartiest met een begeleidingsband, en als duo met zijn zoon Steffen onder de naam The New Diamonds. Op 29 april 2005 wordt Riem de Wolff benoemd tot Ridder in de orde van Oranje Nassau.

dinsdag 6 februari 2018

The Beach Boys

Het verhaal van The Beach Boys begint in 1958 wanneer de op 20 juni 1942 in Californië geboren Brian Wilson samen met zijn jongere broertjes Dennis (4 december 1944) en Carl (21 december 1946) liedjes gaat zingen in de traditie van The Four Freshman, een Amerikaanse close harmony zanggroep. De liedjes die ze zingen, neemt Brian – die ook piano speelt - op met de bandrecorder die hij op zijn zestiende verjaardag krijgt van zijn ouders. In navolging van vader Murry Wilson, die werkt in een autobandenfabriek en daarnaast liedjes schrijft, begint Brian Wilson zelf muziek te componeren. Eén van de eerste liedjes die hij schrijft is het nummer 'Surfin’'. Brian wil het liedje graag meerstemmig opnemen en roept daarbij de hulp in van zijn beide broers, hun neef Mike Love (15 maart 1941) en z’n schoolvriend Al Jardine (3 september 1942). Het is dan 1961 en de geboorte van de Beach Boys is een feit. Overigens noemt het vijftal zich dan nog The Pendletons, naar het bekende merk overhemden die door de groepsleden worden gedragen.

Via vader Wilson, die tevens hun manager wordt, mogen The Pendletons auditie doen bij het piepkleine platenmaatschappijtje Candix Records. Daar vindt men hun liedje 'Surfin’' goed genoeg om op single te worden uitgebracht. Wanneer de eerste singles van de persen rollen, ziet het vijftal tot haar grote schrik dat de groepsnaam is gewijzigd in The Beach Boys. Dit is zonder hun medeweten gedaan door de publiciteitsmedewerker van de platenmaatschappij, die een dergelijke groepsnaam beter vindt passen bij de dan razend populaire surfrage. De man krijgt gelijk want binnen de kortste keren is 'Surfin’' een grote hit in Amerika. De groep tekent een nieuw platencontract met Capitol Records, waarna het succes van 'Surfin’' een vervolg krijgt met hits als 'Surfin’ Safari' (1962), 'Surfin’ U.S.A.' (1963), 'Surfer Girl' (1963), 'Be True To Your School' (1963) en 'Fun Fun Fun' (1964), stuk voor stuk vrolijke liedjes met als thema’s zon, zee, strand, surfen en zomerse liefde.

De vrolijke surfliedjes van de Beach Boys worden ook in Nederland op single uitgebracht, maar doen hier helemaal niets. Pas met hun Amerikaanse nummer 1-hit 'I Get Around' scoren de Beach Boys in 1964 hun eerste zeer bescheiden hitje in ons land. Maar dankzij The Beatles is het muziekklimaat in Nederland totaal veranderd. Opeens is men ook geïnteresseerd in de groep die in Amerika net zo populair is als The Beatles in Europa zijn. Na hits als 'California Girls' (1965) en de meezinger 'Barbara Ann' (1966) scoren de Beach Boys in het voorjaar van 1966 met 'Sloop John B' hun eerste en, naar later blijkt, enige nummer 1-hit in Nederland. In datzelfde jaar steken de Beach Boys in Engeland The Beatles naar de kroon met het door Brian Wilson gecomponeerde elpee Pet Sounds, die door critici wordt bejubeld als een absoluut meesterwerk in de popmuziek. De van Pet Sounds afkomstige hit 'God Only Knows' wordt ‘een hemelse popklassieker’ genoemd.

Terwijl de Beach Boys aangevuld met nieuwkomer Bruce Johnston en Wilsons buurjongen David Marks op tournee gaan, blijft Brian Wilson in Amerika achter om te werken aan een ambitieus plaatproject waarmee hij Pet Sounds wil overtreffen. Het project krijgt als voorlopige titel Smile mee en moet de Sgt. Pepper van de Beach Boys worden. Maar Brian raakt verstrikt in zijn eigen ambities. Zo werkt hij maar liefst zes maanden lang aan de eerste single 'Good Vibrations', een schitterend nummer waarmee de Beach Boys eind 1966 de eerste plaats in Amerika en Engeland behalen. De enorme werkdruk die Brian zichzelf oplegt, zorgt er voor dat hij in een diepe depressie belandt. Hij realiseert zich dat hij zijn zelf opgelegde strijd met The Beatles gaat verliezen. Brian laat het project Smile voor wat het is en trekt zich steeds meer terug in zijn eigen wereldje. Hij leeft als een kluizenaar en komt maandenlang niet uit zijn bed.

Ondertussen gaan de Beach Boys zonder Brian Wilson verder. Daarbij ontpopt met name Mike Love zich als een getalenteerd liedjesschrijver. Met enige hulp van Brian schrijft hij de hits 'Darlin’' (1967) en 'Do It Again' (1968) voor de Beach Boys. Daarnaast is de groep succesvol met covers als 'Bluebirds Over The Moon' (1968; naar een origineel van Ersel Hickey), 'I Can Hear Music' (1969; Phil Spector) en 'Cottonfields' (1969; Leadbelly). Maar daar waar de glans er in Amerika een beetje vanaf is, worden de Beach Boys in Europa steeds populairder. Zeker in Nederland, waar de groep optreedt in het Concertgebouw in Amsterdam en eind 1970 een grote hit scoort met het door Bruce Johnston geschreven 'Tears In The Morning'. Na hun spectaculaire nachtoptreden tijdens het Grand Gala du Disque in 1972 ontvangen de Beach Boys uit handen van Willem Duys een Edison voor hun elpee Surf’s Up. De warme ontvangst in Nederland doet de groep in 1972 besluiten een plaat in Baambrugge op te nemen, die de toepasselijke titel Holland meekrijgt.

In de jaren die volgen blijven de Beach Boys met wisselend succes platen maken. De tijdelijke terugkeer van Brian Wilson in 1976 luidt geen nieuwe succesperiode in. Integendeel, zien de Beach Boys ook hoe Dennis en Carl Wilson vanwege alcoholverslaving en andere privéproblemen moeten afhaken. Op 28 december 1983 verdrinkt Dennis Wilson tijdens een boottrip. Twee jaar later treden de Beach Boys met Brian en Carl Wilson op tijdens het Live Aid spektakel. In de herfst van 1988 weten de Beach Boys nog één keer te vlammen met het liedje 'Kokomo' uit de bioscoopfilm Cocktail, dat hen een onverwachte Amerikaanse nummer 1-hit oplevert. Terwijl de groep door de jaren heen in wisselende bezettingen blijft optreden, overlijdt Carl Wilson op 6 februari 1998 aan longkanker.

Nadat in 2011 The Smile Sessions alsnog op cd worden uitgebracht, gaat het gerucht dat de Beach Boys in het kader van hun 50-jarig jubileum weer bij elkaar komen. Het gerucht wordt op 12 februari 2012 bewaarheid wanneer de Beach Boys mét Brian Wilson weer voor het eerst sinds lange tijd met elkaar optreden tijdens de uitreiking van de Grammy Awards. Vlak daarna maken de Beach Boys bekend dat zij niet alleen een jubileumtournee starten maar dat er ook een gloednieuw album van hen gaat uitkomen. Die plaat verschijnt in juni 2012 met als titel That’s Why God Made The Radio. Binnen de kortste keren staat het album op de eerste plaats van de Amerikaanse hitlijsten, net alsof de tijd heeft stilgestaan en de Beach Boys nooit zijn weggeweest.

“We wanted to bring some love to the world. I thought we were good at doing that,” aldus Brian Wilson, die op 20 juni jongstleden zijn zeventigste verjaardag vierde. “I believe that music is God's voice.”

zaterdag 3 februari 2018

Wuthering Heights

Op 19 december 1848 overlijdt Emily Bronte.
De op 30 juli 1818 geboren Bronte is de schrijfster van het boek Wuthering Heights dat in 1847 is gepubliceerd.
Deze novelle speelt zich af op het landgoed Wuthering Heights dat eigendom is van de familie Earnshaw.
In het gezin wordt de wees Heathcliff opgenomen. Hij wordt verliefd op Cathy, de dochter des huizes.
Zij mag echter niet met iemand beneden haar stand trouwen.
In 1978 heeft Kate Bush (geboren op 30 juli (!) 1958) een grote hit met, het op het boek gebaseerde, Wuthering Heights.